Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 24

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

4/4 Een posterpresentatie.

Tekst 4:
In dit deel leven veel darmbacteriën die stoffen in onverteerde resten afbreken.
Ook wordt er veel water opgenomen in het bloed.

In een bepaald deel van het verteringskanaal leven veel darmbacteriën (zie tekst 4).

Hebben darmbacteriën een celkern? En hebben ze een celwand?

Spijsvertering

1/2 De alvleesklier.
Zie figuur B 4631 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee verschillende kliertjes weergegeven die zich in de alvleesklier bevinden. De cellen van de kliertjes geven stoffen af. Bij enkele cellen is dit met een pijltje aangegeven.

In de alvleesklier worden zowel hormonen als verteringsenzymen gemaakt.

Welke van die stoffen worden door cel P gemaakt?
En welke stoffen worden door cel Q gemaakt?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 De alvleesklier.

De hormonen die in de alvleesklier gemaakt worden, spelen een rol bij het regelen van het glucosegehalte van het bloed.

Geef de naam van een hormoon dat in de alvleesklier wordt gemaakt.

Een hormoon heet [invulveld].

Spijsvertering

1/2 Speeksel.
Zie figuur B 4645 van de bijlage.

In een boek staat de volgende informatie.

In de afbeelding B 4645 zijn onder andere speekselklieren weergegeven.
Deze klieren maken ongeveer 0,6 tot 1,0 liter speeksel per dag.
Bij het kauwen en doorslikken van voedsel werkt speeksel als een smeermiddel.
Ook vergemakkelijkt speeksel het praten en houdt het de mond vochtig.
Van nature komen er in de mond bacteriën voor die tandbederf veroorzaken.
Deze bacteriën leven van voedselresten.
Daarbij maken ze zuren die de buitenste laag van tanden en kiezen aantasten.
Speeksel gaat de schadelijke werking daarvan tegen.

Bacteriën maken zuren die de buitenste laag van tanden en kiezen aantasten.

Hoe heet de buitenste laag van tanden en kiezen?

Deze laag heet de/het [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/2 Speeksel.
Zie figuur B 4645 van de bijlage.

In de informatiein de inleiding worden enkele functies van speeksel genoemd.

Noem nog een andere functie van speeksel.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/2 Bacteriën in het verteringskanaal.

Met het voedsel dat je eet, komen veel bacteriën in het verteringskanaal terecht.
Sommige hiervan kunnen schadelijk zijn voor de gezondheid. Het grootste deel van de bacteriën in het voedsel wordt gedood door stoffen uit verteringssappen, onder andere door zoutzuur.

Geef de naam van het orgaan waarin bacteriën gedood worden door zuur.

De/het [invulveld].

Spijsvertering

2/2 Bacteriën in het verteringskanaal.
Zie figuur A 1026 van de bijlage.

In de afbeelding wordt het verteringskanaal weergegeven.
Lang niet alle bacteriën zijn schadelijk. In een bepaald deel van het verteringskanaal leven veel nuttige bacteriën. Deze leven van stoffen uit onverteerde resten.

Welke letter geeft een deel van de darm aan waarin veel van deze nuttige bacteriën leven?

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/3 Alcohol en borrelnootjes voor de maaltijd.

Welke van onderstaande beweringen is of welke zijn juist?

I. Het enige effect van alcohol op het zenuwstelsel is het activeren van de grote hersenen.
II. Door de alcohol uit drie of meer glazen neemt je reactiesnelheid tijdens het sturen af.

Voeding

2/3 Alcohol en borrelnootjes voor de maaltijd.
Zie figuur B 1543 en figuur C 103 van de bijlage.

Sommige mensen drinken niet alleen voor een maaltijd. Zij eten ook borrelnootjes. In de afbeelding is onder andere de samenstelling van borrelnootjes weergegeven.
Het eten van borrelnootjes bevordert de eetlust niet. Borrelnootjes kunnen ook een deel van de maaltijd vervangen, bijvoorbeeld de patates frites.

In de figuur C 103 is een gedeelte van een voedingsmiddelentabel weergegeven.

Hoeveel gram patates frites leveren evenveel energie als 50 gram borrelnootjes? Licht je antwoord toe.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Voeding

3/3 Alcohol en borrelnootjes voor de maaltijd.
Zie figuur B 1544 van de bijlage.

De borrelnootjes worden verteerd onder invloed van verteringsenzymen.
In de afbeelding is een aantal organen genummerd.

Welke van de genummerde organen produceren deze verteringsenzymen zelf?

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/15 Dik worden en afvallen.
Zie figuur B 2269 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding

Informatie 1.
Dik worden.
Veel mensen in Nederland worden dik omdat ze te veel eten. Het teveel aan voedingsstoffen wordt omgezet in vet. Vet wordt in het lichaam opgeslagen als reserve voor tijden dat er minder voedsel beschikbaar is.

Informatie 2.
Joris en Karel zijn vrienden. Beiden zijn 28 jaar oud. Joris is 1,90 meter lang en weegt 80 kilo. Karel is even lang, maar hij is zwaarder dan Joris.
Karel neemt met zijn voedsel meer energie op dan hij verbruikt. Hij is er dik van geworden. Zijn huisarts heeft gezegd dat hij te vaak bezig is met 'grazing' (zie de afbeelding).

Informatie 4.
'Grazing'.
'Grazing' is een Amerikaans woord voor het eten van tussendoortjes. Bij grazing ga je tussen de maaltijden iets eten of drinken dat snel energie levert. Je eet bijvoorbeeld 's morgens een gevulde koek, op weg naar huis neem je een reep chocolade of een mars en onder het huiswerk maken eet je chips. Deze tussendoortjes bevatten veel koolhydraten en vetten; er zitten echter maar weinig mineralen, eiwitten en vitamines in.

Zie volgende scherm





-

Voeding

2/15 Dik worden en afvallen.

Informatie 3.
Wat eet en drinkt Karel op een dag.
Hierna staan de voedingsmiddelen die Karel op een bepaalde dag eet en drinkt. Ook de hoeveelheden zijn vermeld.

ontbijt: 40 g bruinbrood met 40 g kaas en 10 g boter, 2 kopjes thee.
bij de koffie: 2 kopjes koffie en 50 g gevulde speculaas.
lunch: 270 g bruinbrood met 40 g kaas en 20 g stroop, 3 kopjes thee, 100 g mandarijn.
's middags: 200 g cola, 200 g appel, 50 g Bounty.
avondmaaltijd: 300 g tomatensoep, 150 g varkensvlees, 200 g patates frites, 200 g doperwten, 300 g chocoladevla.
's avonds: 2 koppen koffie met 40 g spritskoek.

Informatie 5.
Olestra.
De voedingsmiddelenindustrie wil in bepaalde voedingsmiddelen vetvervangende stoffen gebruiken. Het eenvoudigste is om het vet gewoon te vervangen door water of lucht. Dat gebeurt in veel light-producten. Een probleem is het verlies van smaak door het water. Mensen vinden vet voedsel meestal lekkerder dan overeenkomstig vetarm voedsel. Volle melk bijvoorbeeld is voor velen lekkerder dan magere melk.
Men heeft nu een vette stof gevonden die niet verteerd wordt en ook niet in het bloed opgenomen kan worden in het spijsverteringskanaal van een mens. Die vette stof heeft men 'olestra' genoemd.

Zie volgende scherm




-

Voeding

3/15 Dik worden en afvallen.

Informatie 7.
Aanbevolen hoeveelheid energie in het voedsel.
Deskundigen geven de raad per dag bepaalde hoeveelheden energie op te nemen. Een voorbeeld is:
afbeeldingafbeelding
De getallen in de tabel gelden voor mannen met een geringe lichamelijke activiteit. Mannen die zich regelmatig lichamelijk inspannen, bijvoorbeeld bij een sporttraining, moeten per dag meer energie opnemen.

Informatie 8.
Samenstelling voedsel.
Hierna is een gedeelte van de Nederlandse voedingsmiddelentabel opgenomen. De gegevens zijn vermeld voor 100 g eetbaar gedeelte van het voedingsmiddel.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm




-

Voeding

4/15 Dik worden en afvallen.

Informatie
Quetelet-index
Door de Quetelet-index (QI) te berekenen kun je er achter komen of je gewicht past bij je lengte: je deelt je gewicht in kilo door het kwadraat van je lengte in meter.
afbeeldingafbeelding
Op grond van QI zijn vijf gewichtsgroepen gemaakt.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

1/4 Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

De tekeningen stellen twee schedels van zoogdieren voor.
Bestudeer deze tekeningen en let daarbij vooral op het gebitten.

Heeft dier 1 hoofdzakelijk knipkiezen, knobbelkiezen of plooikiezen?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/4 Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

Is dier 1 een alleseter, een planteneter of een vleeseter?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/4 Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

Is dier 2 een alleseter, een planteneter of een vleeseter?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

4/4 Schedels van zoogdieren.
Zie figuur B 789 van de bijlage.

Welk dier (1 of 2) heeft in verhouding tot zijn lichaamslengte het langste darmkanaal of is er geen verschil?

afbeeldingafbeelding

Voeding

1/5 Nieuwe voedingsmiddelen.

PLANTEN: HET VLEES VAN DE TOEKOMST.
Volgens onderzoekers eiwitrijk, mager en nog lekker ook.


Nieuwe eiwithoudende voedingsmiddelen op je bord, in plaats van een mals biefstukje. De meeste Nederlanders willen daar vooralsnog niet aan denken. De voedingsmiddelen genaamd Novel Protein Foods (NPF) vormen echter een aantrekkelijk alternatief voor vlees.

Novel Protein Foods worden gemaakt van planten en micro-organismen. Ze zijn eiwitrijk en mager en zullen veel beter smaken dan bestaand vlees. Dit blijkt uit het rapport 'Novel Protein Foods 2035: anders eten in een duurzame toekomst'. NPF is een onderdeel van het onderzoeksprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling (DTO).

De consumenten gaan volgens het rapport in de 21ste eeuw steeds meer 'grazen', een uit de VS overgewaaide term. In plaats van de bekende drie maaltijden per dag zullen meer keren per dag kleinere hoeveelheden en tussendoortjes worden genuttigd. Daarnaast worden bij toenemende welvaart variatie- en gemaksproducten belangrijker. Deze trends die uit een consumentenonderzoek naar voren kwamen, zijn belangrijk voor de ontwikkeling van Novel Protein Foods (NPF).

De nieuwe eiwithoudende voedingsmiddelen zijn vooral kansrijk als vleesverdringers in kant-en-klaar producten en in vleeswaren, worst en gehakt. Het lapje vlees laat zich minder snel vervangen volgens het consumentenonderzoek. Van NPF's wordt verwacht dat ze in 2035 veertig procent van de totale vleesconsumptie vervangen.
Geschikte bronnen voor de toekomstige eiwithoudende voedingsmiddelen zijn proteïnerijke planten (luzerne, erwten, lupine) en micro-organismen (schimmels). Deze voedingsmiddelen zijn te karakteriseren als vezel- en gehaktachtig. Technologisch gezien is het al mogelijk om de nieuwe eiwithoudende voedingsmiddelen te ontwikkelen. Deze producten zullen wel aantrekkelijker voor de consumenten gemaakt moeten worden.[...]

In 2040
Het onderzoeksprogramma Duurzame Technologische Ontwikkeling heeft als doel te onderzoeken hoe we in 2040 twintig keer milieu-efficiënter in de maatschappelijke behoeften kunnen voorzien. Novel Protein Foods is volgens het rapport tien à dertig keer milieu-efficiënter dan de huidige productie van het varkensvlees in Nederland. Ook blijkt de productie een vijfde tot de helft goedkoper te zijn. "Dit maakt het aantrekkelijk voor het bedrijfsleven. Het voordeel voor de consumenten van de nieuwe voedingsmiddelen is dat het gemakkelijk te bereiden is en het gezonder is", aldus André de Haan, coördinator van het onderzoeksprogramma DTO.
[...]Het nieuwe voedingsmiddel Fibrex wordt al verwerkt in producten die in de winkel liggen. Er zitten schimmels in verwerkt en de lichte structuur doet enigszins aan kippenvlees denken. "Mensen hebben negatieve gedachten met schimmel. Er zijn echter al veel etenswaren met schimmel, zoals verschillende Franse kaassoorten," zegt André de Haan. "Die vinden we al veel langer heel normaal."

(Brabants Dagblad, 3 juli 1996).






-

Voeding

1/2 Vitamine K.

Vitamine K komt onder andere voor in groene groente zoals spinazie.
Vitamine K wordt ook door bacteriën in de darm van de mens gemaakt.
Alleen bij uitzondering heeft een mens gebrek aan vitamine K.
Dat kan gebeuren wanneer iemand gedurende een periode antibiotica heeft geslikt.

Leg uit dat door de werking van antibiotica een gebrek aan vitamine K kan ontstaan.