Voortplanting
2/2 De overgang.
Waar in het lichaam bevindt zich de hypofyse?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/2 De overgang.
Waar in het lichaam bevindt zich de hypofyse?
1/2 Menstruatie.
De menstruatiecyclus wordt geregeld door verschillende hormonen.
Welke klier of welke klieren produceren hormonen die de werking van de eierstokken regelen?
2/2 Menstruatie.
De eierstokken produceren hormonen die de groei van het baarmoederslijmvlies regelen.
Na de menstruatie wordt het slijmvlies van de baarmoeder dikker.
Wat is de functie van dit dikke slijmvlies in de baarmoeder?
1/4 Vet en de menstruatiecyclus.
Zie figuur B 3179 van de bijlage.
De dikte van de vetlaag in het lichaam van een vrouw wordt onder andere beïnvloed door oestrogenen.
Oestrogenen zijn hormonen die door de eierstokken worden geproduceerd. Onderzoekers hebben een manier gevonden om de dikte van de vetlaag in de dijen op te meten. Vlak voor het begin van de menstruatie blijkt die laag gemiddeld 1 - 2 mm dikker te zijn dan op andere dagen.
Drie weken na het begin van de menstruatie is de vetlaag het dunst.
In de afbeelding zijn enkele organen in de buikholte van een vrouw aangegeven met letters.
Welke letter geeft het orgaan aan dat oestrogenen produceert?
oestrogeenproductie: letter [invulveld]
afbeelding
2/4 Vet en de menstruatiecyclus.
Een bepaalde vrouw wordt ongesteld op 3 mei.
Op welke datum zal de vetlaag in haar dijen waarschijnlijk het dunst zijn?
3/4 Vet en de menstruatiecyclus.
Door welk orgaan of door welke organen wordt tijdens de menstruatie slijmvlies afgestoten?
4/4 Vet en de menstruatiecyclus.
Vet wordt niet alleen onder de huid opgeslagen. Enkele organen waarin stoffen worden opgeslagen zijn: lever, pijpbeenderen en spieren.
In welk orgaan of in welke organen wordt vooral veel vet opgeslagen?
1/4 Bekkeninstabiliteit.
Zie figuur B 2910 van de bijlage.
In de afbeelding is onder andere het bekken met de heupgewrichten weergegeven. Op de plaatsen P, Q en R zijn de botten van het bekken met elkaar verbonden.
Gewoonlijk zijn deze verbindingen weinig beweeglijk. Aan het eind van de zwangerschap worden de stevige banden, die de botten bij elkaar houden, slapper onder invloed van hormonen. Het bekken is dan makkelijker te vervormen.
Leg uit welk voordeel het heeft, dat het bekken dan makkelijker te vervormen is.
afbeelding
2/4 Bekkeninstabiliteit.
Zie figuur B 2910 van de bijlage.
In de afbeelding van het bekken zijn ook de heupgewrichten te zien.
Is een heupgewricht een kogelgewricht, een rolgewricht of een scharniergewricht?
afbeelding
3/4 Bekkeninstabiliteit.
Zie figuur B 2911 van de bijlage.
Op plaats R in de afbeelding van het bekken bevindt zich kraakbeen.
In de afbeelding staan drie tekeningen van een stukje weefsel, bekeken door een microscoop.
Welke tekening geeft kraakbeenweefsel weer? Schrijf het nummer op.
nummer [invulveld]
afbeelding
4/4 Bekkeninstabiliteit.
Zie figuur B 2912 van de bijlage.
Als de banden ook na de zwangerschap slap blijven, is het gevolg ernstige pijn in de onderrug en in het bekken. Dit wordt bekken-instabiliteit genoemd. Meestal gaat bekken-instabiliteit vanzelf over. Soms is echter de hulp van een fysiotherapeut nodig. Deze geeft dan verschillende adviezen, bijvoorbeeld over de manier waarop het kind opgetild moet worden.
In onderstaande afbeelding zijn drie manieren getekend om een peuter op te tillen.
Welke tekening geeft de beste manier aan om een peuter op te tillen, als rekening gehouden wordt met het zo min mogelijk belasten van de rug? Schrijf het nummer op.
nummer [invulveld]
afbeelding
1/3 Prostaat en plassen.
Zie figuur B 3218 van de bijlage.
Veel oudere mannen krijgen problemen met plassen. Dit komt meestal doordat de prostaat groter wordt.
In de afbeelding is schematisch zo'n prostaatvergroting weergegeven.
Produceert de prostaat spermacellen?
En produceert de prostaat zaadvocht?
afbeelding
2/3 Prostaat en plassen.
Zie figuur B 3218 van de bijlage.
Benoem buis P en buis Q uit de afbeelding.
buis P: [invulveld]
buis Q: [invulveld]
afbeelding
3/3 Prostaat en plassen.
Zie figuur B 3218 van de bijlage.
Leg uit dat plassen moeilijk wordt als de prostaat groter is. Gebruik de informatie uit de afbeelding.
afbeelding
1/4 Vruchtbaarheidsproblemen bij een man.
Zie figuur B 2913 van de bijlage.
Als een man en een vrouw samen graag een kind willen, zullen ze regelmatig geslachtsgemeenschap hebben. Als na een jaar dan nog geen zwangerschap optreedt, spreekt men van een vruchtbaarheidsprobleem. In ongeveer 30% van zulke gevallen ligt de oorzaak bij de man. Om de oorzaak te vinden zal men onder andere de kwaliteit van het sperma onderzoeken. Er wordt dan gelet op het aantal, de vorm en de beweeglijkheid van spermacellen.
In de afbeelding is onder andere het voortplantingsstelsel van een man weergegeven.
Welke letter geeft het deel aan waarin spermacellen worden geproduceerd?
productie spermacellen in: [invulveld]
afbeelding
2/4 Vruchtbaarheidsproblemen bij een man.
Noem een reden waarom men bij een onderzoek naar onvruchtbaarheid ook op de beweeglijkheid van spermacellen let.
3/4 Vruchtbaarheidsproblemen bij een man.
Soms wordt onvruchtbaarheid veroorzaakt doordat een man geen zaadleiders heeft. Het sperma bevat dan geen spermacellen, maar bestaat alleen uit zaadvocht.
Welke twee letters in de afbeelding geven organen aan die zaadvocht produceren?
orgaan [invulveld] en orgaan [invulveld]
4/4 Vruchtbaarheidsproblemen bij een man.
In andere gevallen kan een vruchtbaarheidsprobleem bij een man veroorzaakt worden door een afwijking aan de hypofyse.
Leg uit waardoor een afwijking aan de hypofyse kan leiden tot verminderde vruchtbaarheid.
1/3 Chlamydia.
Chlamydia is in Nederland de meest voorkomende seksueel overdraagbare aandoening. Jaarlijks lopen ongeveer 60.000 mensen deze ziekte op. Chlamydia wordt veroorzaakt door een bacterie.
Hebben bacteriën een celkern?
En hebben bacteriën een celwand?
2/3 Chlamydia.
Zie figuur B 3185 van de bijlage.
Over de gevolgen van een Chlamydia-infectie voor vrouwen is op het Internet onder andere deze informatie te lezen:
De Chlamydia-bacteriën kunnen door de baarmoederhals via de baarmoeder de eileiders bereiken. De bacteriën kunnen ontstekingen veroorzaken. Door deze ontstekingen ontstaan verklevingen en littekenweefsel. De eileiders kunnen hierdoor nauwer worden of zelfs verstopt raken. Jaarlijks worden hierdoor circa 1000 vrouwen onvruchtbaar.
In de afbeelding is een schematische doorsnede van de vrouwelijke voortplantingsorganen getekend. Deze tekening is ook weergeven op het uitwerkblad.
Teken op het uitwerkblad met een lange pijl de weg die de bacteriën bij een Chlamydia-infectie afleggen volgens de bovenstaande informatie.
afbeelding