Oefentoets Biologie: Ordening - dieren | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 47 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

47

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ordening

Insecten.

Insecten hebben een open bloedsomloop, waardoor een snelle bloedcirculatie niet mogelijk is. Toch zijn insecten in staat veel energie vrij te maken gedurende een lange tijd, bijv. bij vliegbewegingen.

Dit is onder meer mogelijk, doordat

Ordening

Ordening.

Welk dier heeft welke indeling van het lichaam?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Bij kreeften is vervelling nodig

Ordening

Ordening.

Een spin heeft

Ordening

Tracheeën.
Zie figuur B 935 van de bijlage.

Afgebeeld is een deel van een tracheeënstelsel; cel A en cel B hebben allebei zuurstof nodig.

Welke bewering is juist?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Insecten.

Het bloed van insecten vervoert

Ordening

Ordening.

Het lichaam van een insect bestaat uit

Ordening

Ordening.

I. Het aantal poten of pootachtige delen bij de geleedpotigen neemt, naarmate zij zich hoger ontwikkelen, steeds verder af.
II. Het aantal looppoten neemt daarentegen juist toe.

Ordening

Ordening.

Tijdens het popstadium bij vlinders worden bepaalde organen van de larve afgebroken en sommige opgebouwd.

Welke organen worden afgebroken en welke opgebouwd?
Waardoor vindt de afbraak plaats?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ademhaling.

De opname van zuurstof en de afgifte van koolstofdioxide bij de cellen van insecten vindt plaats via

Ordening

Insecten.

Insecten kunnen leven zonder rode bloedcellen in hun bloed, omdat

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 952 van de bijlage.

In de figuur is de poot van een dier afgebeeld.

Tot welke afdeling van het dierenrijk behoort het dier met een dergelijke poot?

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Hoe heet de ontwikkeling bij bijen van larve via pop naar werkster?

Ordening

Ademhaling.

Vindt bij een honingbij de ademhaling vooral plaats via de huid, vooral via tracheeën of via de huid en via tracheeën in gelijke mate?

Ordening

Ademhaling.

Wordt zuurstof uit het milieu naar de cellen van een volwassen bananenvlieg getransporteerd voornamelijk via het bloed, voornamelijk via de tracheeën of zijn beide vormen van transport in gelijke mate mogelijk?

Ordening

Dekweefsel.

Door het dekweefsel van bananenvliegen wordt een stof gevormd die uitdroging tegengaat.

Welke stof is dat?

Ordening

Insecten.

Een leerling doet de volgende beweringen over insecten:

1. Insecten hebben een dubbele gesloten bloedsomloop.
2. Bij insecten diffundeert zuurstof uit de lucht via tracheeën naar de lichaamscellen.
3. De lichaamsvloeistof van insecten bevat zuurstof.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Ordening

Bloed van insecten.

Welke van de volgende functies wordt door het bloed van insecten niet of nauwelijks vervuld?

Ordening

Ademhaling.

Waardoor is het gaswisselingsoppervlak bij volwassen insecten vergroot?

Ordening

Ademhaling.

Een bepaald organisme heeft een ademhalingsstelsel met vele uitwendige openingen (stigma's).

Welk dier kan dit zijn: een duif, een kikker, een vis of een vlieg?

Ordening

Chitine.

Bij sommige reptielen scheiden de maag en de alvleesklier een enzym af dat chitine verteert.

Dit is een aanwijzing voor het feit dat het natuurlijke voedsel van deze reptielen onder andere kan bestaan uit

Ordening

Poliep.

Op lengtedoorsnede ziet een poliep eruit als

Ordening

Ordening.

Bij de holtedieren vinden we als opvallend kenmerk, het bezit van

Ordening

Ordening.

Bij vergelijking van kwallen en poliepen valt op dat bij de poliepen een stadium ontbreekt, namelijk het

Ordening

Kwal.

De voortplanting van een kwal gaat als volgt:

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 934 van de bijlage.

De juiste omschrijving van de voortplanting in de afbeelding is

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Bij een kwal spreekt men van generatiewisseling, omdat

Ordening

Poliepen.

Geslachtscellen worden bij poliepen gevormd

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 936 van de bijlage.

De tekening is een afbeelding van het bouwplan van een

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Netelcellen zijn cellen die kenmerkend zijn voor

Ordening

Ordening.

Uit de bevruchte eieren van een kwal ontstaan

Ordening

Ordening.

Het verschil tussen de sponzen en de holtedieren is dat de sponzen

Ordening

Ordening.

Bij welke groep van dieren hebben de dieren een inwendig skelet van harde naalden van kalk, kiezel of hoornstof?

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 931 van de bijlage.

De tekening stelt voor een dwarsdoorsnede van een mossel.

Hierin worden de slotband, mantel en kieuw aangegeven met

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

De schelp bij de weekdieren wordt gevormd door

Ordening

Ordening.

Welke van de genoemde eigenschappen geldt niet voor mosselkieuwen?

Ordening

Ordening.

Inktvissen, slakken en mossels behoren tot de weekdieren omdat zij

Ordening

Ordening.

De schelp van een mossel staat alleen open

Ordening

Ordening.

Op welke manier verkrijgen inktvissen stevigheid?

Ordening

Ordening.

Kenmerken die wijzen op de verwantschap tussen geleedpotigen en ringwormen zijn:

Ordening

Ordening.
Zie figuur B 932 van de bijlage.

De tekening stelt voor een dwarsdoorsnede van de regenworm.

Hierin worden de buikzenuwstreng, darm, lengtespieren, rugvat en lichaamsholte aangegeven met

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ordening

Ordening.

Een segment van het lichaam van een regenworm wordt gestrekt door

Ordening

Ordening.

Waaraan danken regenwormen hun stevigheid?

Ordening

Ordening.

Het voortbewegen van een regenworm geschiedt door

Ordening

Ordening.

De stevigheid bij regenwormen vindt zijn oorzaak in

Ordening

Ordening.

Bij de regenwormen liggen de geslachtsorganen in een aantal van de

Ordening

Segmentatie.

Zes afdelingen van het dierenrijk zijn:

1. de eencelligen,
2. de holtedieren,
3. de ringwormen,
4. de rondwormen,
5. de sponzen,
6. de weekdieren.

Bij welke van deze afdelingen hebben de dieren een gesegmenteerd lichaam?