Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VMBO theoretische leerweg, 4
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Proefopstelling. Zie figuur C 189 van de bijlage.
Bij een proef in een klaslokaal vullen de leerlingen een aquarium met water. Vervolgens zetten ze een waterpestplantje en twee visjes in het water. Boven de opstelling hangt een grote lamp. De leerlingen bepalen regelmatig hoeveel gram koolstofdioxide er aanwezig is per liter water. Ze zetten de resultaten van de metingen uit in een diagram. Zie de afbeelding.
Wat is de grootheid die op het stippellijntje bij de y-as van het diagram moet worden ingevuld? En wat is de eenheid? Doe het zo op je antwoordblad:
grootheid: eenheid:
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Proefopstelling. Zie figuur C 189 van de bijlage.
Op dag 6 van de proef verandert de toename van het koolstofdioxidegehalte van het water in het aquarium door een verandering in de proefopstelling (zie het diagram in de afbeelding). Er is geen koolstofdioxide aan het water toegevoegd.
Noem drie veranderingen in de proefopstelling die direct de oorzaak kunnen zijn van de verandering van de toename van het koolstofdioxidegehalte.
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Een schema.
In het schema van de afbeelding staan enkele processen in planten schematisch weergegeven. afbeelding
Welk van de stoffen P, Q, R is zetmeel?
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Een schema.
afbeelding
Welk van de stoffen Q, R, S is suiker?
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Een schema.
In het schema hieronder staan enkele processen in planten schematisch weergegeven. afbeelding
Welke stof is P?
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Een schema.
afbeelding Welke stof is Q?
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Stofwisselingsprocessen. Zie figuur B 1922 van de bijlage.
In de afbeelding geven de twee schema's bepaalde processen bij organismen weer.
Kan proces 1 voorkomen in een organisme met bladgroen? En proces 2?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Stofwisselingsprocessen. Zie figuur B 1922 van de bijlage.
Is proces 1 verbranding? En proces 2?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Vissen in een aquarium.
Piet doet een proef met een aquarium. In dit aquarium zwemmen drie vissen. In het eerste uur staat het aquarium in het donker. Er bevinden zich ook twee takjes waterpest (een waterplant met bladgroen) in het aquarium. Elk kwartier wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald.
Zie figuur C 126 van de bijlage.
Welk van de afgebeelde diagrammen kan het verloop van het zuurstofgehalte in het eerste uur (in het donker) juist weergeven?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Vissen in een aquarium.
Piet doet een proef met een aquarium. In dit aquarium zwemmen drie vissen. In het eerste uur staat het aquarium in het donker. Er bevinden zich ook twee takjes waterpest (een waterplant met bladgroen) in het aquarium. Elk kwartier wordt het zuurstofgehalte van het water bepaald.
Piet gaat nu elk uur iets aan de opstelling veranderen.
Verandering 1: na een uur doet Piet nog twee takjes waterpest in de bak. Het aquarium staat nog steeds in het donker. Verandering 2: na twee uur voegt Piet koolstofdioxide aan het water toe. Nog steeds staat het aquarium in het donker. Verandering 3: na drie uur haalt Piet de vissen uit het water en zet het aquarium met de waterpest in het zonlicht.
afbeelding
Wordt bij verandering 1 het zuurstofgehalte hoger of lager? Wordt bij verandering 2 het zuurstofgehalte hoger of lager? Wordt bij verandering 3 het zuurstofgehalte hoger of lager?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/3 Waterplanten en watervlooien. Zie figuur B 2036 van de bijlage.
Met vijf even grote glazen buizen is een proefopstelling gemaakt. De buizen zijn gevuld zoals in de afbeelding is weergegeven. De buizen 1, 2, 3 en 4 staan in het volle licht. Buis 5 staat in het donker. Alle andere omstandigheden zijn gelijk. De buizen staan allemaal bij kamertemperatuur.
In hoeveel van deze buizen vindt fotosynthese plaats?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/3 Waterplanten en watervlooien. Zie figuur B 2036 van de bijlage.
In hoeveel van deze buizen wordt glucose verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
3/3 Waterplanten en watervlooien. Zie figuur B 2036 van de bijlage.
In hoeveel van deze buizen wordt zowel zuurstof geproduceerd als verbruikt?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/2 Waterpest. Zie figuur B 3328 van de bijlage.
Amina en Claudia doen een experiment met waterpest, een waterplantje. Ze weten dat de plantjes zuurstof maken bij de fotosynthese. Ze onderzoeken de invloed van licht op dit proces. Een deel van de proefopstelling, bak 1, is getekend in de afbeelding. Bak 1 staat voor het raam in de zon. Ze zien gasbelletjes uit de plantjes omhoog stijgen. Dit blijken zuurstofbelletjes te zijn.
Voor de fotosynthese is water nodig.
Welke andere stof wordt verbruikt bij de fotosynthese?
de stof: [invulveld]
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
2/2 Waterpest.
Bij de proefopstelling gebruiken de leerlingen nog een tweede bak: bak 2.
Welk verschil moet er zijn met bak 1?
afbeelding
Assimilatie_dissimilatie
1/4 Wijn maken.
Bij het maken van wijn worden druiven geperst. Het druivensap dat hierbij ontstaat, wordt 'most' genoemd. In most zijn van nature verschillende soorten gisten aanwezig. De bodemgesteldheid en de hoeveelheid zonlicht hebben invloed op de kwaliteit van de wijn. Ook is de kwaliteit afhankelijk van de in de most aanwezige soorten gisten.
Noem een abiotische factor uit de tekst die de kwaliteit van wijn beïnvloedt.
Assimilatie_dissimilatie
2/4 Wijn maken.
Tot welke groep organismen behoren gisten?
Assimilatie_dissimilatie
3/4 Wijn maken.
De gisten breken koolhydraten in de most af. Hierbij ontstaat onder andere koolstofdioxide en water.
Welke andere stof wordt door de gisten gevormd bij het afbreken van koolhydraten?
dit is [invulveld]
Assimilatie_dissimilatie
4/4 Wijn maken.
Enkele producten zijn oliebollen, yoghurt en zuurkool.
Welk van deze producten wordt gemaakt met behulp van gisten?
Assimilatie_dissimilatie
1/3 Zuurstof. Zie figuur B 776 van de bijlage.
In een goed verlichte afgesloten ruimte bevindt zich een aantal verschillende levende organismen. In deze ruimte wordt het zuurstofgehalte van de lucht regelmatig gemeten gedurende een periode van tien uur. De resultaten zijn weergegeven in het diagram.
Werd in deze periode door organismen in de afgesloten ruimte zuurstof geproduceerd? Werd in deze periode door organismen in de afgesloten ruimte zuurstof verbruikt?