Plantenfysiologie
2/2 (Reserve)stoffen bij mensen en planten.
Zie figuur B 1935 van de bijlage.
Op welke van de in de afbeelding aangegeven plaatsen in de plant kan zetmeel voorkomen?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
2/2 (Reserve)stoffen bij mensen en planten.
Zie figuur B 1935 van de bijlage.
Op welke van de in de afbeelding aangegeven plaatsen in de plant kan zetmeel voorkomen?
afbeelding
1/4 Stengels.
Vaatbundels lopen door wortels, stengels en bladeren.
Wat zijn de twee functies van de vaatbundels in een stengel?
2/4 Stengels.
Wat is een knoop van een stengel?
3/4 Stengels.
Wat is de functie van de eindknop?
4/4 Stengels.
Op welke twee manieren houdt een (niet slappe) stengel zich overeind?
1/3 Struiken.
Struiken en bomen behoren (op een enkele uitzondering na) tot één bepaalde groep planten (gelet op de bouw van de zaden).
Welke groep planten is dat?
2/3 Struiken.
Welke stof maakt de stengels van struiken zo stevig?
3/3 Struiken.
Welke kleur hebben zulke stengels meestal?
1/3 Een wortel.
Zie figuur B 1146 van de bijlage.
Welk type wortel is bij 1 afgebeeld?
afbeelding
2/3 Een wortel.
Zie figuur B 1146 van de bijlage.
Hoe komt het dat deze wortel zo dik is?
afbeelding
3/3 Een wortel.
Zie figuur B 1146 van de bijlage.
Hoe noem je het gedeelte bij nummer 2?
afbeelding
1/3 Een plantenproef.
Zie figuur A 244 van de bijlage.
Twee reageerbuizen worden met water gevuld tot ongeveer 1 cm onder de rand. In elke buis wordt een stekje gezet (zie de figuur). Bij het klaarmaken van de proef is wat olie op het water in de buisjes gedaan.
Waarom is dat gebeurd?
afbeelding
2/3 Een plantenproef.
Zie figuur A 244 van de bijlage.
Welk verschil valt je op tussen de stekjes in de buisjes 1 en 2? (het zijn beide kruidachtige planten)
afbeelding
3/3 Een plantenproef.
Zie figuur A 244 van de bijlage.
Hoe kun je kort verklaren, waarom het water in buisje 1 na 2 dagen het laagst staat?
afbeelding
1/2 Bladbouw.
Zie figuur B 1149 van de bijlage.
Welke soort bladrand vind je bij de bladeren 1 en 2?
afbeelding
2/2 Bladbouw.
Zie figuur B 1149 van de bijlage.
Welke soort nervatuur vind je bij de bladeren 1 en 2?
afbeelding
1/3 Bladeren.
Zie figuur B 1150 van de bijlage.
Welke soort nervatuur heeft het blad van een weegbree?
afbeelding
2/3 Bladeren.
Zie figuur B 1150 van de bijlage.
En welke soort bladrand heeft het blad van een weegbree?
afbeelding
3/3 Bladeren.
Zie figuur B 1150 van de bijlage.
Noem nog drie andere soorten planten met dezelfde soort nervatuur.
afbeelding
1/3 Een blad in het licht.
Zie figuur B 1151 van de bijlage.
Welke stoffen worden in het blad opgenomen en bedoeld met de pijlen 1 en 2?
1 = [invulveld]
2 = [invulveld]
afbeelding