Oefentoets Biologie: Bloed - bloedgroepen | VWO 1/VWO 2

Deze oefentoets bevat 15 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

15

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

Bloedgroepen.
Zie figuur B 391 van de bijlage

Bij een bloedgroeponderzoek treedt bij 2 personen het beeld uit de figuur op.

De bloedgroepen zijn dan

afbeeldingafbeelding

Bloed

Resusfactor.

Lees de volgende gegevens:

1. een man heeft de resusfactor en zijn vrouw niet,
2. zij maken een eerste kind dat de resusfactor heeft.

Wat zal er gebeuren?

Bloed

Resusantagonisme.

Wanneer ontstaat resusantagonisme?

Bloed

Bloedgroepen.

Welke combinatie is juist?

Bloed

Bloedgroepen.

Welke bloedgroep kan in noodgevallen worden gegeven aan personen met een willekeurige bloedgroep?

Bloed

Bloedgroepen.
Zie figuur B 2762 van de bijlage

In de figuur is afgebeeld een glasplaatje met vier druppels antistoffen.
Aan elke druppel wordt een druppel bloed toegevoegd van een onbekende bloedgroep. In de druppel met anti-A, met anti-AB en met anti-D treedt klontering van het bloed op.

Welke bloedgroep is toegevoegd?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Verkeerde menging.

Men heeft serum van bloedgroep A en serum van bloedgroep B. Men neemt van ieder serum een druppeltje en doet er een druppeltje bloed bij waarvan de bloedgroep niet bekend is.
Er vindt samenklontering plaats met het serum van bloedgroep A, maar niet met het serum van bloedgroep B.

Welke bloedgroep heeft het toegevoegde bloed?

Bloed

Resusfactor.

In bepaalde gevallen kan de combinatie van de resusfactor van de moeder en de resusfactor van het zich in haar ontwikkelende kind gevaar opleveren voor dit kind.

In welke van de volgende vier gevallen is dit zo?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloedtransfusie.

Iemand met resus-positief bloed krijgt voor het eerst een bloedtransfusie. Hij ontvangt resus-negatief bloed dat, wat het ABO-systeem betreft, van dezelfde bloedgroep is als zijn eigen bloed.

Wat zal er in zijn lichaam met het bloed gebeuren ten aanzien van een mogelijke afweerreactie?

Bloed

Bloedgroepen.
Zie figuur B 2997 en B 2998 van de bijlage.

Lisette laat haar bloedgroep bepalen. Hiervoor worden twee druppels van haar bloed op een glazen plaatje gebracht: druppel P en druppel Q. Aan druppel P wordt wat anti-A toegevoegd, aan druppel Q wat anti-B (zie de afbeelding B 2997).
Uit de bepaling blijkt dat Lisette bloedgroep A heeft.

Zie figuur B 2998 van de bijlage.

In de afbeelding staan vier mogelijke resultaten van bloedgroepbepalingen.

Welke letter geeft het resultaat weer van de bloedgroepbepaling van Lisette?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Experiment van Landsteiner.
Zie figuur A 1107 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast, waarin een experiment van Karl Landsteiner, de ontdekker van de bloedgroepen is te zien.
De rode bloedcellen van vijf personen worden gemengd met de bloedvloeistof (serum) van dezelfde vijf personen, met daarin mogelijk antistoffen.

Welke bloedgroep heeft Stork? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Bloed

2/2 Experiment van Landsteiner.
Zie figuur A 1107 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast, waarin een experiment van Karl Landsteiner, de ontdekker van de bloedgroepen is te zien.
De rode bloedcellen van vijf personen worden gemengd met de bloedvloeistof (serum) van dezelfde vijf personen, met daarin mogelijk antistoffen.
Erdheim en Sturli hebben bloedgroep B.

Hebben Pletschnig en Zaritsch dan bloedgroep O, A of AB? Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeelding

Bloed

ABO-systeem.

In het ABO-systeem vind je vier bloedgroepen: A, B, AB en O.

Welke bloedgroep is de beste acceptor, omdat in principe bloed van alle bloedgroepen wordt geaccepteerd?

Bloed

Resusfactor.

Een vrouw heeft resusnegatief bloed. Indien zij in verwachting is van een kind met resuspositief bloed, bestaat er in bepaalde gevallen een kans dat rode bloedcellen van het kind worden afgebroken.

Enkele maanden voor de geboorte kun je dit onderzoeken door bloed te onderzoeken van