Oefentoets Biologie: Embryologie | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 3

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Embryologie

De bloedvaten in de navelstreng.

De bloedvaten in de navelstreng

Embryologie

Hemoglobine en O2 -verzadiging.
Zie figuur B 274 van de bijlage.

In het diagram is het verband weergegeven tussen het percentage hemoglobine dat verzadigd is met O2 , en de pO2 van het milieu. Dit verband is bepaald bij het bloed van een moeder en bij dat van haar ongeboren kind.
Beide bepalingen gebeurden bij dezelfde pCO2 van het milieu.

Welke grafiek geldt voor het bloed van de moeder?

Het percentage met O2 verzadigde Hb van het bloed in een navelstrengader wordt door P of door R aangegeven.

Welk van deze punten kan dit percentage aangeven?
afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Stuwkracht van het bloed van een ongeboren jong.

Bij een ongeboren jong van een zoogdier stroomt bloed door de bloedvaten van de navelstreng. In de navelstreng stroomt bloed naar het hart van het ongeboren jong en naar de placenta.

Door welk orgaan of door welke organen wordt de stuwkracht voor deze bloedstromen geleverd?

Embryologie

Het bloed tijdens de zwangerschap.
Zie figuur B 1416 van de bijlage.

Er bestaan tijdens de zwangerschap verschillen tussen het bloed van de moeder en dat van het ongeboren kind.
Enkele verschillen zijn:

1. Hemoglobine van het ongeboren kind heeft bij een lage pO2 een grotere affiniteit voor zuurstof dan hemoglobine van de moeder (zie de afbeelding).
2. De hoeveelheid hemoglobine per 100 mL bloed is bij het ongeboren kind groter dan bij de moeder.
3. Bij het ongeboren kind komen rode bloedcellen met een kern voor en bij de moeder niet.

Bij een pO2 van 3 kPa is door het bloed van het ongeboren kind een grotere hoeveelheid O2 per mL bloed gebonden dan door het bloed van de moeder.

Welke van de genoemde verschillen is of welke zijn daarvoor een verklaring?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Een bloedsliertje in het wit van een kippenei.

In het wit van een kippenei komt wel eens een bloedsliertje voor.

Is dit bloedsliertje afkomstig van de hen of van het embryo?
Door welk orgaan is dit bloedsliertje afgegeven of welk orgaan wordt er uit ontwikkeld?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Genen tijdens de zwangerschap.

Bij een drachtig zoogdier worden de genen in de celkernen van drie organen vergeleken met die in de celkernen van de navelstreng. Het betreft de vruchtvliezen, het hart van het embryo en de spieren van de uteruswand van het moederdier.
Vier personen hebben in een tabel een + gezet wanneer naar hun mening de genen in het betreffende orgaan dezelfde zijn als die in de navelstreng en een - als de genen daarvan verschillen.

Welke persoon heeft gelijk?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Een embryo van een lancetvisje.
Zie figuur B 124 van de bijlage.

De tekening geeft een dwarsdoorsnede weer van een embryo van een lancetvisje in een bepaald ontwikkelingsstadium.

Welk stadium is weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Een embryo van een lancetvisje.
Zie figuur B 166 van de bijlage.

In de tekening is in een doorsnede een stadium van de embryonale ontwikkeling van een lancetvisje weergegeven.

Uit welk deel of uit welke delen ontstaat de huid met de daarin liggende bloedvaten?
Uit welk deel of uit welke delen ontstaat het centrale zenuwstelsel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Gastrulatie bij een embryo van een amfibie.

Tijdens de gastrulatie bij een embryo van een amfibie ontstaat

Embryologie

De dooierzak in een vogelei.

In een vogelei ontstaat tijdens de embryonale ontwikkeling rondom de dooier de dooierzak. Functies van dit orgaan zijn het verteren van dooiermateriaal en het transport van de verteringsproducten via de bloedvaten naar het zich ontwikkelende embryo.

Wat kan op grond van deze functies worden afgeleid omtrent de twee kiembladen waaruit binnen- en buitenzijde van de dooierzak zijn ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Het gewicht van een kippenei tijdens de ontwikkeling.

Neemt het gewicht van een kippenei tijdens de ontwikkeling van het embryo toe of af?
Waardoor komt dat?

Embryologie

Kleurstof in een salamanderembryo.
Zie figuur B 177 van de bijlage.

In een salamanderembryo wordt in cel P een kleurstof geïnjecteerd. Deze kleurstof blijft het hele leven aanwezig in cellen die uit P ontstaan.

In welk(e) van de organen: geraamte, hart, hersenen of longen kan in het volwassen dier de kleurstof worden
aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Groei bij de ontwikkeling van een menselijk embryo.

Bij de ontwikkeling van een menselijk embryo treedt de minste groei op tijdens de

Embryologie

Vruchtvlies en vruchtwater.

Het vruchtvlies dat rechtstreeks grenst aan het vruchtwater heet

Embryologie

De amnionholte tijdens de embryonale ontwikkeling.

In een bepaald stadium uit de embryonale ontwikkeling van zoogdieren komt een amnionholte voor.

Wat gebeurt er met de amnionholte in de loop van de verdere ontwikkeling?

De amnionholte zal later

Embryologie

Vorming van vruchtvliezen en navelstreng.

Zijn bij een embryo van de mens de vruchtvliezen gevormd door de moeder of door het embryo?
En de navelstreng?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Hergroepering tijdens de embryonale ontwikkeling.

Tijdens de embryonale ontwikkeling van de meeste diersoorten vindt een hergroepering van cellen plaats.
Tijdens deze hergroepering wordt uit een enkelwandige blaas een dubbelwandige structuur gevormd.

Hoe heet het ontwikkelingsstadium dat door deze hergroepering wordt bereikt?

Embryologie

De bloedvaten in de navelstreng.

De bloedvaten in de navelstreng van zoogdierembryo's zijn gevormd uit

Embryologie

Het entoderm in organen van hoofd en hals.
Zie figuur B 136 van de bijlage.

De tekening geeft een overlangse doorsnede van het hoofd en de hals van de mens weer.
Enkele plaatsen in organen zijn aangegeven.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich in dat orgaan of in die organen weefsel dat van entodermale oorsprong is?

afbeeldingafbeelding

Embryologie

Een vroeg ontwikkelingsstadium van de mens.
Zie figuur B 197 van de bijlage.

De tekening geeft een doorsnede weer van een ontwikkelingsstadium van de mens, voor de geboorte.

Hoe ver is die ontwikkeling in dit stadium gevorderd?

afbeeldingafbeelding