Oefentoets Biologie: Spijsvertering - Spijsvertering | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze oefentoets bevat 12 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Spijsvertering.

Om in een mengsel van water, vet, gal en alvleessap vertering te laten optreden en om vervolgens deze vertering ook aan te kunnen tonen, moet men er voor zorgen dat dit mengsel aan het begin van het experiment een bepaalde pH heeft. Na het experiment zal men dan kunnen waarnemen dat de pH veranderd is.

Welke pH zal het mengsel moeten hebben aan het begin van het experiment en hoe zal de pH veranderd zijn na het experiment?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vetvertering.

Hieronder is van vier reageerbuizen de inhoud en de temperatuur aangegeven.
afbeeldingafbeelding

De temperaturen worden constant gehouden.
Na 30 minuten bevindt zich in de buizen, behalve alvleessap en gal:
afbeeldingafbeelding

Welke conclusie kan men aan de hand van bovenstaande gegevens trekken?

Spijsvertering

Vetvertering.

In een reageerbuis bevindt zich onder andere water, waarvan de waterstof radio-actief is.
In deze buis wordt vet omgezet in glycerol en vetzuren.

Waarin zal, na de omzetting, de radio-actieve waterstof voorkomen?

Spijsvertering

Vetvertering.

Vier reageerbuizen bevatten elk 10 mL van een mengsel van gal, vetten en water.
De pH van dit mengsel is 8.
Aan deze buizen wordt toegevoegd:

buis 1: enkele druppels speeksel met een pH 8;
buis 2: enkele druppels maagsap met een pH 2;
buis 3: enkele druppels alvleessap met een pH 8;
buis 4: enkele druppels darmsap met een pH 8.

In welke buis zal na 1 uur bij 37°C de pH het laagst zijn?

Spijsvertering

1/3 Onderzoek naar de vertering van melkvet.
Zie figuur D 4 van de bijlage.

In melk komt onder andere vet voor. Dit melkvet wordt in de darm van de mens verteerd. Je wilt onderzoeken welke invloed gal heeft op de snelheid waarmee melkvet in het verteringskanaal wordt verteerd. Gal wordt in de twaalfvingerige darm aan de verteringssappen toegevoegd en emulgeert vetten.
In je onderzoek gebruik je de volgende materialen:

- volle melk
- een bepaalde indicator
- een bepaald verteringssap
- NaOH-oplossing
- een waterbad met temperatuurregulatie
- een oplossing met pH = 6,2
- reageerbuizen
- maatpipetten van 10 cm3
- druppelpipet
- stopwatch

afbeeldingafbeelding

De pH van volle melk is ongeveer 6,5. Een NaOH-oplossing gebruik je om de pH van een oplossing te verhogen. De mate van de vetvertering wordt gemeten door de kleuromslag van een zuur-base-indicator. Bij deze vetvertering treden pH-veranderingen op. Het experiment wordt niet in duplo uitgevoerd.

Welk of welke van de in afbeelding D 4 genoemde verteringssappen kun je voor je onderzoek gebruiken? Verklaar je antwoord.




-

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

2/3 Onderzoek naar de vertering van melkvet.
Zie figuur A 525 van de bijlage.

Welke van de indicatoren uit de afbeelding kies je voor je onderzoek? Geef met behulp van de informatie een toelichting op je keuze.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

3/3 Onderzoek naar de vertering van melkvet.

In je onderzoek gebruik je de volgende materialen:

- volle melk
- een bepaalde indicator
- een bepaald verteringssap
- NaOH-oplossing
- een waterbad met temperatuurregulatie
- een oplossing met pH = 6,2
- reageerbuizen
- maatpipetten van 10 cm3
- druppelpipet
- stopwatch

Beschrijf de opzet en de uitvoering van een experiment waarmee je de invloed van gal meet op de snelheid waarmee vet, aanwezig in volle melk, wordt verteerd door verteringssap. Beschrijf je handelingen in de juiste volgorde.

Gebruik alle genoemde materialen en geef van elk aan waarvoor je het gebruikt.




-

Spijsvertering

1/2 Vetvertering.

In melk komt onder andere vet voor. Dit melkvet wordt in de darm van de mens verteerd onder invloed van het enzym lipase dat zich in het alvleessap bevindt. Om de mate waarin de vetvertering in een experiment plaatsvindt te kunnen waarnemen, kun je gebruikmaken van de kleuromslag van de zuur-base-indicator fenolftaleïne. Fenolftaleïne is bij pH < 8,2 kleurloos en bij pH > 8,2 roze tot paars-rood. De pH van volle melk is lager dan 8,2.
Je gaat onderzoeken wat de invloed is van gal op de snelheid waarmee melkvet wordt verteerd. Je voert de proef als volgt in duplo uit:

- je vult buis 1 en 2 met melk, alvleessap, gal;
- je vult buis 3 en 4 met melk, alvleessap, water;
- aan elke buis voeg je evenveel fenolftaleïne toe;
- je maakt de pH van de buizen gelijk door toevoeging van NaOH;
- je controleert de pH met pH-papier.

De hoeveelheden melk, alvleessap, gal of water kies je niet willekeurig.

Aan welke voorwaarden moeten deze hoeveelheden in de buizen 1 en 3 voldoen?





-




-

Spijsvertering

2/2 Vetvertering.

In melk komt onder andere vet voor. Dit melkvet wordt in de darm van de mens verteerd onder invloed van het enzym lipase dat zich in het alvleessap bevindt. Om de mate waarin de vetvertering in een experiment plaatsvindt te kunnen waarnemen, kun je gebruikmaken van de kleuromslag van de zuur-base-indicator fenolftaleïne. Fenolftaleïne is bij pH < 8,2 kleurloos en bij pH > 8,2 roze tot paars-rood. De pH van volle melk is lager dan 8,2.

Je gaat onderzoeken wat de invloed is van gal op de snelheid waarmee melkvet wordt verteerd. Je voert de proef als volgt in duplo uit:

- je vult buis 1 en 2 met melk, alvleessap, gal;
- je vult buis 3 en 4 met melk, alvleessap, water;
- aan elke buis voeg je evenveel fenolftaleïne toe;
- je maakt de pH van de buizen gelijk door toevoeging van NaOH;
- je controleert de pH met pH-papier.

Welke waarde moet de pH in de buizen hebben na toevoeging van NaOH?




-

Spijsvertering

Zweedse flyers.
Zie figuur B 5835 van de bijlage.

In de Zweedse flyer van een supermarkt hiernaast staan belangrijke voordelen van de papaya vermeld. Onder andere staat er: B-Karoteen så huden tål sol bättre (ß-Caroteen zodat de huid beter beschermd wordt tegen de zon).

Welk ander voordeel heeft ß-Caroteen voor de mens?

afbeeldingafbeelding