Oefentoets Aardrijkskunde: Water - infiltratie | HAVO 3/VMBO theoretische leerweg, 4/VWO 2

Leer over de infiltratie van neerslagwater in de bodem met deze digitale toets voor studenten en geïnteresseerden in milieuwetenschappen. Ontdek belangrijke factoren die de infiltratiecapaciteit beïnvloeden en de gevolgen van bodemcompactie. - 13 vragen

Aantal vragen

13

Vak(ken)

Aardrijkskunde

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 38: Geografische basiskennis

Leerniveau(s)

HAVO 3, VMBO theoretische leerweg, 4, VWO 2

Uitgever

ODD

Copyright

cc-by-sa-40

Infiltratie van Neerslagwater in de Bodem

Wat is infiltratie?

Factoren van bodem-infiltratiecapaciteit

Wat bepaalt de infiltratiecapaciteit van de bodem het meest?

Afstroming versus infiltratie situaties

Bij welke situatie treedt meestal afstroming op in plaats van infiltratie?

Effect van bodemcompactie op infiltratie

Welk effect heeft compactie van de bodem op infiltratie?

Infiltratie van verschillende bodemsoorten

Welke bodemsoort infiltreert het snelst?

Factoren die infiltratie beïnvloeden

Welk onderdeel bevordert infiltratie?

Krachten die infiltratie beïnvloeden

Welke kracht draagt bij aan infiltratie naast zwaartekracht?

Gevolgen van verzadigde bodem

Wat gebeurt wanneer bodem volledig verzadigd is?

Invloed van bodemverdichting op infiltratiecapaciteit

Infiltratiecapaciteit neemt af naarmate de bodem meer [invulveld] raakt.

Vegetatie en bodemverdichting

Vegetatie remt infiltratie doordat wortels de bodem verdichten.

Infiltratie van verschillende grondsoorten

Compacte kleigrond infiltreert langzamer dan droge zandgrond.

Bodemwater en gerelateerde termen

Koppel de term aan de juiste beschrijving:

  • Ruimte tussen bodemdeeltjes waarin water kan infiltreren

  • Zorgen dat water omhoog of binnen bodemhaarden kan bewegen

  • Maximale snelheid waarmee water de bodem in kan dringen

  • Porositeit

  • Capillaire krachten

  • Infiltratiecapaciteit

Stappen van infiltratie ordenen

Orden de stappen bij infiltratie:

  1. Neerslag valt op de bodem

  2. Water dringt de bodem binnen via poriën

  3. Capillaire en zwaartekrachtwerking verplaatsen water

  4. Bodem raakt langzaam verzadigd

  5. Bij verzadiging ontstaat afstroming