Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | HAVO 3/HAVO 4/HAVO 5 - variant 8

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 3, HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

2/5 Een vergeten mensaap.

Bij zowel chimpansees als bonobo's verwisselen opgroeiende vrouwen hun geboortegroep voor een andere groep.

Leg uit welk probleem er ontstaat als mannen en vrouwen beide in hun geboortegroep zouden blijven.

Gedrag

3/5 Een vergeten mensaap.
Zie figuur B 3008 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de menstruatie en de zwelling van de uitwendige geslachtsorganen weergegeven bij bonobo-(1) en chimpanseevrouwen (2).

Leid uit de gegevens in de tekst en de grafieken af wat een mogelijke sleutelprikkel voor bonobomannen is om tot paren te komen.
Verklaar waardoor bonobomannetjes vaker seksueel actief zijn dan chimpanseemannetjes.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

4/5 Een vergeten mensaap.

Bij chimpansees komt regelmatig kindermoord voor. Een man doodt dan een of meer jongen in de groep. De wetenschapper Sarah Blaffer Hrdy uitte de veronderstelling dat de evolutionaire achtergrond van dit gedrag is dat een man de jongen die niet van hem zijn, uitschakelt. Zijn genen hebben dan meer kans zich in de populatie te handhaven.

Hoe noemt men deze veronderstelling van Sarah Blaffer Hrdy?

Gedrag

5/5 Een vergeten mensaap.

Verklaar naar aanleiding van de veronderstelling van Sarah Blaffer Hrdy dat bij chimpansees wel regelmatig kindermoord voorkomt en bij bonobo's niet.

Gedrag

1/5 Mevrouw Withals haalt haar zaad bij de buurman.

Vrouwtjes van withalsvliegenvangers (een zangvogelsoort) plegen overspel met een aantrekkelijke buurman en doen dat bovendien op een tijdstip dat gunstig is voor het bevruchten van de eieren.
De vliegenvangervrouwtjes meten de kwaliteit van hun partner af aan de maat van de witte vlek op zijn kop.
En niet zonder reden, want onderzoek heeft uitgewezen dat de jongen van de mannetjes met een grote kopvlek bij het uitvliegen vitaler zijn en dus een betere overlevingskans hebben. Toch moeten vrouwtjes voorzichtig zijn met hun buitenechtelijke relaties, want als een mannetje twijfels heeft over zijn nakomelingschap is hij minder geneigd om mee te helpen bij het voeren van de jongen.
Als een vrouwtje met verschillende mannetjes paart, treedt in haar cloaca en eileider competitie op tussen de spermacellen van de verschillende mannetjes.

bewerkt naar: Rik Nijland, 'Mevrouw Withals haalt haar zaad bij de buurman', de Volkskrant, 13 april 2002

Spermacompetitie wordt door verschillende factoren beïnvloed. Iemand noemt de volgende drie factoren:

1. de kwaliteit van het sperma van een bepaald mannetje;
2. het aantal mannetjes waarmee een vrouwtje 'vreemdgaat';
3. het aantal zaadcellen dat in het sperma voorkomt.

Welk van de genoemde factoren kan of welke kunnen de spermacompetitie beïnvloeden?

Gedrag

2/5 Mevrouw Withals haalt haar zaad bij de buurman.

Om de rol van buitenechtelijke paringen en de spermacompetitie te onderzoeken, hebben wetenschappers een populatie van 33 paartjes withalsvliegenvangers onderzocht. Alle vogels broedden in nestkasten.
Bij 15 mannetjes lijmden de onderzoekers vóór het broedseizoen een 'kuisheidsgordeltje' vast. Hierdoor konden ze wel paren, maar er werden geen zaadcellen overgebracht. De dieren hadden verder geen last van het kuisheidsgordeltje; er werd geen verandering in het paringsgedrag vastgesteld.
De andere 18 paartjes fungeerden als controlegroep. Bij alle 33 paartjes werden bevruchte eieren aangetroffen.

Van hoeveel broedparen is het vastgesteld dat het vrouwtje is 'vreemdgegaan'? Van [invulveld] broedpaartjes

Gedrag

3/5 Mevrouw Withals haalt haar zaad bij de buurman.

Gemiddeld brengt één ouderpaar per broedseizoen zes jongen groot. De populatie van 33 broedparen is al jaren constant.

Hoeveel procent van de totale populatie gaat in de periode tot het volgende broedseizoen dood of verlaat de populatie?

Gedrag

4/5 Mevrouw Withals haalt haar zaad bij de buurman.
Zie figuur B 3741 en figuur B 3742 van de bijlage.

Tijdens het onderzoek werden elke dag de nieuw gelegde eieren onderzocht op het aantal spermacellen dat op het dooiervlies (zie de afbeelding B3741) aanwezig was.
Uit het onderzoek is gebleken dat de vrouwtjes een strategie ontwikkelden voor een succesvolle paring met een mannetje met een grote kopvlek.
In de periode vlak voor de eileg onttrekken ze zich twee dagen lang aan de paring. Na die periode, als het dan oude zaad in de geslachtsorganen al een beetje in kwaliteit terugloopt en het eerste ei of de eerste eieren gelegd zijn, wagen zij zich weer aan een paring, het liefst met een mannetje met een grote kopvlek. Hierdoor kan het vrouwtje zich ervan verzekeren dat minstens een deel van haar nageslacht vitaler is.

In de afbeelding B 3742 zijn de resultaten weergegeven van drie legsels. Op de Y-as staat het aantal zaadcellen dat op het dooiervlies werd aangetroffen. Op de X-as staat de dag waarop het betreffende ei werd gelegd. Er werden eieren onderzocht die werden gelegd op dag 3 tot en met dag 8. Op dag drie werd het eerste ei gelegd. In totaal werden er zes eieren gelegd.

Geef op basis van de resultaten aan welk vrouwtje waarschijnlijk is 'vreemdgegaan'. Leg je antwoord uit.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

5/5 Mevrouw Withals haalt haar zaad bij de buurman.

Bij vogels geldt dat de vrouwtjes een X- en een Y-chromosoom hebben, terwijl de mannetjes twee X-chromosomen hebben. Stel dat het bezit van een grote kopvlek een eigenschap is die X-chromosomaal is.
De eigenschap erft onvolledig dominant over. Dit wil zeggen dat vogels met twee dominante allelen een grote kopvlek hebben, dieren met slechts én dominant allel hebben een normale kopvlek. Dieren zonder een dominant allel hebben een kleine kopvlek.
Van twee withalsvliegenvangers heeft het vrouwtje een normale kopvlek. Het mannetje is heterozygoot voor deze eigenschap.

Hoe groot is de kans dat een eerste mannelijke nakomeling van dit paartje een grote kopvlek heeft?

Gedrag

1/2 Zebravink oefent zang tijdens slaap.

Als jonge zebravinken slapen, repeteren zij het gezang dat zij, als ze wakker zijn, van hun ouders horen. Zo leggen zij deze klanken in hun hersenen vast. Dit concluderen onderzoekers van de Universiteit van Chicago na proeven met zebravinken. De onderzoekers observeerden de activiteit in het hersendeel van de zebravinken dat betrokken is bij hun zang. Overdag vertoonden de neuronen in dit gebied een regelmatige, relatief zwakke activiteit. Tijdens de slaap waren echter plotseling uitbarstingen van grote activiteit waar te nemen van dezelfde neuronen.

In welk deel van de hersenen leggen de jonge zebravinken het gezang dat zij van hun ouders hebben gehoord, vast?

Gedrag

2/2 Zebravink oefent zang tijdens slaap.

Wat hebben de onderzoekers bij metingen aan de neuronen waargenomen tijdens uitbarstingen van grote activiteit?

Gedrag

1/2 Gedrag van een baby.

Pasgeboren baby's zien bijna niets, maar kunnen wel goed ruiken. Als een pasgeborene op de borst van de moeder wordt gelegd, vindt de baby al snel een tepel. Naar dit gedrag wordt een onderzoek gedaan met baby's van nog geen kwartier oud.
Bij dertig moeders wordt één van de tepels heel goed gewassen om de lichaamsgeur te verwijderen. Elke baby wordt precies tussen de twee borsten van de moeder gelegd. Vervolgens wordt genoteerd welke tepel de baby kiest.
Tweeëntwintig baby's kiezen de ongewassen tepel, de rest de gewassen tepel.

Wat is de onderzoeksvraag van dit onderzoek?

Gedrag

1/2 Kapitein Haddock.
Zie figuur A 508 van de bijlage.

In de strips van Hergé over Kuifje speelt kapitein Haddock een belangrijke rol. De tekenaar kent deze figuur een opvliegend karakter toe. In de afbeelding zijn vier tekeningen van kapitein Haddock opgenomen.

Zijn in de tekeningen 1 t/m 4 sleutelprikkels te vinden voor het gedrag van kapitein Haddock dat de tekenaar wilde uitbeelden?
En motiverende factoren?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/2 Kapitein Haddock.
Zie figuur A 508 en figuur C 83 van de bijlage.

In tekening 2 van afbeelding A 508 wordt woede weergegeven en in tekening 3 angst. In het vervolg van het stripverhaal gaat kapitein Haddock tot snelle actie over. Als gevolg daarvan veranderen de concentraties van twee stoffen in zijn lichaam: adrenaline in het bloed en glycogeen in de spieren.

Neemt tijdens de snelle actie van kapitein Haddock de concentratie adrenaline in het bloed toe?
En de concentratie glycogeen in de spieren?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

1/4 Dominante hyena baart agressieve dochters.
Zie figuur B 6832 van de bijlage.

De Gevlekte hyena (Crocuta crocuta) is in grote delen van Afrika een veel voorkomend roofdier. Dit dier leeft in groepen, die clans worden genoemd. De vrouwtjes zijn groter en agressiever dan de mannetjes. Bij hyena's maakt één vrouwtje de dienst uit. Zij wordt het alfavrouwtje genoemd. Mannetjes zijn onderdanig aan de vrouwtjes. Ze gaan de vrouwtjes meestal uit de weg, behalve in de paartijd. Vrouwtjes blijven hun hele leven bij de clan, mannetjes verlaten de clan op een gegeven moment.
Onderzoek heeft aangetoond dat hyenavrouwtjes hoge testosteronconcentraties in hun bloed hebben; in de draagtijd zijn deze soms hoger dan bij mannetjes. Hierdoor worden hun jongen sterk en agressief. Agressief gedrag speelt een rol bij het tot stand komen van de rangorde in een clan. Sommige hyenajongen zijn zo heetgebakerd dat ze hun nestgenoten doodbijten.
De plek op de sociale ladder speelt een belangrijke rol bij de verdeling van voedsel. Sterke hyena's produceren meer succesvolle nakomelingen doordat ze beter zijn in het vangen van prooidieren en het wegjagen van voedselconcurrenten.
Een nadeel van de hoge testosteronconcentratie bij vrouwtjes is dat de geslachtsorganen vermannelijken.
Vrouwelijke hyena's hebben een verlengde clitoris die als een penis naar buiten hangt. Hierdoor moet het mannetje bij het paren lastige capriolen uithalen en is de bevalling een onhandige aangelegenheid. Moeders met een hoge testosteronconcentratie tijdens de zwangerschap hebben jongen die in het nest vaak oefenen in het beklimmen van hun broertjes en zusjes. Hierdoor hebben zonen van bijvoorbeeld het alfavrouwtje een voordeel bij het paren.

Testosteron staat vooral bekend als het ‘mannelijk' geslachtshormoon en speelt in verschillende levensfases een belangrijke rol in gedrag en ontwikkeling.

Geef twee voorbeelden uit de tekst waaruit blijkt hoe gedrag en/of lichamelijke kenmerken van hyenajongen door de testosteronconcentratie van hun moeder wordt beïnvloed.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/4 Dominante hyena baart agressieve dochters.
Zie figuur B 4390 van de bijlage.
Zie figuur B 4391 van de bijlage.

Om te meten of het gedrag van jongen van moeders met een hoge testosteronconcentratie in het bloed inderdaad door testosteron wordt beïnvloed, bepaalden de onderzoekers de concentratie van dit hormoon in de uitwerpselen van zwangere hyenavrouwtjes.
In de afbeelding B 4390 zijn de testosteronconcentraties van de feces van hyenavrouwtjes tijdens hun draagtijd uitgezet tegen de plaats van het vrouwtje in de sociale rangorde.
In de afbeelding B 4391 wordt een relatie gelegd tussen het agressieve gedrag van de jongen en de testosteronconcentratie van de feces van hun moeders.

Leg aan de hand van beide diagrammen uit dat pups van alfavrouwtjes veel agressiever zijn dan pups van laag geplaatste vrouwtjes.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Gedrag

3/4 Dominante hyena baart agressieve dochters.

Zonen van alfavrouwtjes zouden door hun gedrag in het nest later voordeel hebben bij het paren.

Welke leerstrategie heeft hierbij een rol gespeeld?

Gedrag

4/4 Dominante hyena baart agressieve dochters.

Leg uit dat het verlaten van de clan door de hyenamannetjes voordeel voor de soort oplevert.

Gedrag bij dieren

1/4 De 'oren' van een honingbij.
Zie figuur B 4671 van de bijlage.

Tot voor kort werd aangenomen dat bijen absoluut doof zijn voor geluid dat zich door de lucht voortplant. Amerikaanse onderzoekers hebben het tegendeel bewezen. Zij gebruikten een vertakte buis (zie de afbeelding). Aan de open uiteinden (A of B of C) werd met behulp van luidsprekertjes een geluid afgegeven. Er werd in deze opstelling ook een voedselbron aangebracht. Op deze manier konden de bijen, na 2 uur trainen, in ongeveer 80 procent van de gevallen de voedselbron, een geurloze suikeroplossing, in verband brengen met de geluidsbron.

Op de uitwerkbijlage is de opstelling nogmaals weergegeven.

Zet de letters V (voedselbron) en G (geluidsbron) op een plaats, zodanig dat de opstelling wordt weergegeven tijdens de proefuitvoering.

afbeeldingafbeelding

Gedrag bij dieren

2/4 De 'oren' van een honingbij.

Dankzij welke vorm van leergedrag konden de bijen na twee uur trainen de geluidsbron in verband brengen met de voedselbron?