Oefentoets Biologie: Huid - algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 46 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

46

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Huid

De huid.
Zie figuur B 3533 van de bijlage.

In de afbeelding is een doorsnede van de huid en het onderhuidse bindweefsel schematisch getekend.

1. Hoe heet deel 1? [invulveld]

2. Met welk nummer is een tastzintuig aangegeven? met nummer [invulveld]

3. In welk van de genummerde delen wordt talg geproduceerd? in nummer [invulveld]

4. Met welk nummer is het deel van de huid aangegeven waarin pigment wordt afgezet? met nummer [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Huid

1/4 De huid.
Zie figuur B 1887 van de bijlage.

De afbeelding B 1887 geeft een deel van de huid van de mens weer. De huid van de mens is één van zijn grootste en zwaarste organen. De huid is onmisbaar en beschermt tegen onder andere infecties, uitdroging en temperatuurwisselingen. In de huid bevinden zich talloze zintuigen voor de waarneming van druk, pijn, warmte en kou.

Vinden celdelingen plaats in laag 1?
En in laag 2?

afbeeldingafbeelding

Huid

1/23 Huid en haar.
Zie figuur B 2999 en figuur C 306 van de bijlage..

INFORMATIE 1 BOUW VAN DE HUID

afbeeldingafbeelding
In de afbeelding B 2999 is onder andere een stukje huid van de mens schematisch weergegeven.

INFORMATIE 2 VERSIERING

afbeeldingafbeelding
Eeuwenlang hebben mensen om allerlei redenen hun lichaam versierd. Twee soorten huidversieringen zie je tegenwoordig vaak: beschildering met henna en blijvende tatoeages (zie de afbeeldingen in C 306).
Huidversieringen met henna worden ook wel tijdelijke tatoeages genoemd. Van de blaadjes van de hennaplant wordt een pasta gemaakt. Met die pasta worden patronen op de huid getekend met een soort penseeltje. De kleurstoffen dringen in de opperhuid. Als de pasta is gedroogd, wordt die van de huid geschraapt, maar het patroon blijft op de huid achter.
Blijvende tatoeages worden gemaakt door met een scherp voorwerp, bijvoorbeeld een naald, kleurstoffen in de lederhuid te brengen.

Zie volgende scherm

Huid

2/23 Huid en haar.
Zie figuur B 3000 van de bijlage.
afbeeldingafbeelding
Een ander soort versiering is een piercing, waarbij een ringetje of een staafje door bijvoorbeeld een neusvleugel of een oorlelletje wordt aangebracht (zie de afbeelding).

INFORMATIE 3 BESCHERMING TEGEN INFECTIE
Om infectie bij het aanbrengen van een tatoeage of een piercing te voorkomen, zijn er in Nederland strenge regels waar eigenaren van een 'tattooshop' zich aan moeten houden. Op een website van de GGD is hierover informatie te vinden.
Hieronder is een deel van die informatie weergegeven.

Preventie
Tatoeëer nooit jezelf.
Zoek een studio, waar hygiënisch gewerkt wordt, waar het schoon is en waar je terecht kunt met je vragen over de behandeling.
Let er op dat er steriele materialen worden gebruikt, zoals wegwerpinjectienaalden. Alle producten die in contact komen met de huid moeten voor eenmalig gebruik zijn. Ook de inktpotjes moeten nieuw zijn.
De behandelde huid mag niet met de handen worden aangeraakt door degene die de tatoeage of piercing aanbrengt.
Ringen en staafjes moeten van geschikt materiaal zijn, zoals chirurgisch staal, goud of platina.

Zie volgende scherm

Huid

3/23 Huid en haar.
Zie figuur C 307 van de bijlage.

Een goede tatoeage gaat als volgt:
De huid wordt gereinigd en geschoren.
De huid wordt gedesinfecteerd.
Er wordt vaseline aangebracht.
De inkt wordt ingebracht met behulp van naalden.
De tatoeage wordt afgedekt met luchtdoorlatend verband.
Na 6 uur kun je het verband verwijderen en de wond wassen met water en zeep.

Na de behandeling:
De wond heeft een aantal dagen nodig om te herstellen.
Ga niet zwemmen of zonnebaden.
Als er iets mis gaat, de wondjes niet genezen of er ontstekingen of korsten ontstaan, ga dan naar je huisarts.

INFORMATIE 4 HYGIËNE

afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Huid

4/23 Huid en haar.

Op de huid bevinden zich vele soorten bacteriën. In bepaalde situaties is het nodig om de handen bacterievrij te maken.
Marja en Teun hebben twee verschillende soorten zeep: zeep A en zeep B. Om te onderzoeken met welke zeep je het beste bacteriën van de huid af kunt wassen, doen ze een experiment. In twee schaaltjes doen ze een laagje waarop bacteriën zich goed kunnen vermeerderen: een zogenaamd agarlaagje. De schaaltjes en de agar zijn gesteriliseerd.
Teun wast de rechter wijsvinger van Marja met zeep A en haar linker wijsvinger met zeep B.
Daarna drukt Marja voorzichtig de gewassen wijsvinger en de ongewassen middelvinger van haar rechterhand op het agarlaagje in schaaltje 1 (zie de afbeelding). Daarna doet zij hetzelfde met de middelvinger en wijsvinger van haar linkerhand in schaaltje 2.
De twee schaaltjes worden afgedekt en een aantal dagen bewaard.
De resultaten van dit experiment staan in de afbeelding weergegeven.

INFORMATIE 5 ALLERGIE
Er zijn mensen, die allergisch zijn voor bepaalde metalen, zoals nikkel of chroom. Als hun huid in contact komt met één van die metalen, kan contact-eczeem ontstaan. Als zo'n metaal bijvoorbeeld in een bh-sluiting of in een sieraad voorkomt, dan kan dat een allergische reactie van de huid veroorzaken.

INFORMATIE 6 COSMETICA
Om huid en haar te verzorgen, zijn veel verschillende cosmeticaproducten te koop. Het gebruik van zulke producten levert soms bijwerkingen op, zoals huiduitslag en jeuk.
Bij een onderzoek naar bijwerkingen van cosmetica werden 1600 personen ondervraagd. Bij 200 van hen kwamen bijwerkingen voor door het gebruik van cosmetica.

Zie volgende scherm


-

Huid

5/23 Huid en haar.

INFORMATIE 7 ZWETEN
afbeeldingafbeelding
In de tabel staat hoeveel water iemand per dag gemiddeld verliest en op welke manier. Een deel van dit waterverlies ontstaat door verdamping van zweet, dat door de zweetklieren in de huid wordt geproduceerd. Zweet bestaat uit water en opgeloste stoffen. Op bepaalde plaatsen van het lichaam bevinden zich veel bacteriën die stoffen uit zweet afbreken. De afbraakproducten hiervan veroorzaken een zogenaamde zweetgeur.

INFORMATIE 8 HAARUITVAL
Per dag verliest iemand ongeveer 100 hoofdharen. Meestal groeit op de plaats van zo'n uitgevallen haar een nieuwe. Als dat niet gebeurt, kan iemand kaal worden. Dit komt vooral bij mannen voor. Bij Aziaten, Afrikanen en Indianen komt kaalheid veel minder vaak voor dan bij Europeanen. Bij het kaal worden speelt onder andere het mannelijke geslachtshormoon testosteron een rol. Dit hormoon wordt door de testes geproduceerd en met het bloed door het hele lichaam gevoerd. Zo komt het hormoon ook terecht in de haarzakjes in de hoofdhuid, waar het invloed heeft op de haargroei.

INFORMATIE 9 ROOS
Op de hoofdhuid bevinden zich allerlei micro-organismen, zoals bacteriën en schimmels. Eén van die schimmels, een gist, kan roos veroorzaken. Bij iemand met roos worden de opperhuidcellen sneller dan normaal afgestoten. Die cellen zijn dan nog niet volledig uitgedroogd en gaan aan elkaar kleven. Die klontjes cellen zijn te zien als witte schilfertjes in het haar en op de kleding.

Zie volgende scherm


-

Huid

6/23 Huid en haar.
Zie figuur A 742 van de bijlage.

INFORMATIE 10 HUIDOPPERVLAK
afbeeldingafbeelding
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam.
Je kunt het huidoppervlak van een persoon schatten met behulp van de afbeelding A 742. Geef eerst de lengte en het gewicht van een persoon aan in de afbeelding. Verbind dan die beide punten met een lijn. Lees vervolgens op de middelste schaal het huidoppervlak van deze persoon af.

Zie volgende scherm

Huid

7/23 Huid en haar.
Zie figuur B 2999 van de bijlage.

In informatie 2 worden onder andere twee soorten huidversieringen beschreven: beschildering met henna en blijvende tatoeage.

In de afbeelding B 2999 van informatie 1 zijn drie lagen met een cijfer aangegeven.

Met welk cijfer wordt de laag aangegeven, waarin de kleurstoffen van de hennapasta terechtkomen?
En met welk cijfer de laag, waarin de kleurstoffen van een blijvende tatoeage terechtkomen?

De kleurstoffen van de hennapasta in laag: [invulveld]
De kleurstoffen van de blijvende tatoeage in laag: [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Huid

8/23 Huid en haar.

Hennabeschilderingen verdwijnen na enkele weken vanzelf, ook zonder wassen.

Leg uit waardoor de hennabeschildering verdwijnt.

Huid

9/23 Huid en haar.

Iemand laat een blijvende tatoeage zetten. De wondjes die hierdoor ontstaan gaan bloeden.

Welke laag is of welke lagen zijn dan in ieder geval beschadigd?

Huid

10/23 Huid en haar.

Noem drie maatregelen uit de informatie, waardoor besmetting met bacteriën tijdens het zetten van een blijvende tatoeage kan worden voorkomen.

Huid

11/23 Huid en haar.

Bij het zetten van een blijvende tatoeage bestaat het gevaar voor overbrengen van ziekten, zoals AIDS en hepatitis. Bij het aanbrengen van een hennabeschildering bestaat dit gevaar niet.

Leg uit waardoor bij het zetten van een blijvende tatoeage ziekten zoals AIDS en hepatitis wél overgedragen kunnen worden en bij een hennabeschildering niet.

Huid

12/23 Huid en haar.

In informatie 4 wordt een experiment beschreven.
Uit de resultaten van dit experiment worden twee conclusies getrokken.

I. Op een ongewassen vinger bevinden zich meer bacteriën dan op een vinger die met zeep A is gewassen.
II. Door wassen met zeep B worden meer bacteriën verwijderd dan door wassen met zeep A.

Huid

13/23 Huid en haar.

Voor het experiment van informatie 4 worden gesteriliseerde schaaltjes en agar gebruikt.

Leg uit waarvoor de schaaltjes en de agar gesteriliseerd zijn.

Huid

14/23 Huid en haar.

Noem een aanvulling of een verbetering van het experiment van informatie 4, waardoor de resultaten betrouwbaarder worden.

afbeeldingafbeelding

Huid

15/23 Huid en haar.

In de informatie van de GGD staat dat ringen of staafjes van een piercing van een speciaal soort metaal moeten zijn.

Leg met behulp van de informatie uit waardoor niet elk metaal geschikt is voor zulke ringen of staafjes.

Huid

16/23 Huid en haar.
Zie figuur B 3001 van de bijlage.

In informatie 6 staan resultaten van een onderzoek naar de bijwerkingen van cosmetica.
Deze resultaten worden uitgezet in een cirkeldiagram.
In de afbeelding B 3001 staan drie cirkeldiagrammen.

Welk cirkeldiagram geeft de resultaten van het onderzoek juist weer?

afbeeldingafbeelding

Huid

17/23 Huid en haar.

In informatie 7 staat hoeveel water een persoon per dag gemiddeld verliest.

Bij de verbranding in het lichaam ontstaat gemiddeld per dag 400 ml water. De rest van het waterverlies moet worden aangevuld door eten en drinken.

Hoeveel ml water moet iemand gemiddeld per dag opnemen met eten en drinken om het verlies aan te vullen?

Huid

18/23 Huid en haar.

In informatie 7 staat hoeveel water een persoon per dag gemiddeld verliest. Bij de verbranding in het lichaam ontstaat gemiddeld per dag 400 ml water. De rest van het waterverlies moet aangevuld worden door eten en drinken.

Hoeveel ml water moet iemand gemiddeld per dag opnemen met eten en drinken om het verlies aan te vullen? Leg je antwoord uit met behulp van een berekening.

Huid

19/23 Huid en haar.

Een deel van het vochtverlies ontstaat door verdamping van zweet.

Wat is de functie van het verdampen van zweet?

Huid

20/23 Huid en haar.
Zie figuur B 2999 van de bijlage.

Welke letter in informatie 1 geeft een zweetklier aan?
En welke letter geeft een talgklier aan?

Zweetklier: letter [invulveld]
Talgklier: letter [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Huid

21/23 Huid en haar.

In informatie 8 staat, dat bij het kaal worden het hormoon testosteron een rol speelt. Dit hormoon wordt van de plaats waar het geproduceerd wordt, onder andere naar de hoofdhuid gevoerd.

Gaat het testosteron dan door de aorta?
En gaat het dan door de onderste holle ader?

Huid

23/23 Huid en haar.
Zie figuur A 742 van de bijlage.

Hoeveel m2 is volgens informatie 10 het huidoppervlak van iemand met een lengte van 1,7 m en een gewicht van 55 kg?

antwoord [invulveld] m2

afbeeldingafbeelding

Huid

Een stukje huid.
Zie figuur B 819 van de bijlage.

De tekening stelt een doorsnede voor van een stukje huid van de mens.

In welk van de aangegeven delen worden prikkels omgezet in impulsen?

afbeeldingafbeelding

Huid

Hoofdluis.
Zie figuur B 3536 van de bijlage.

In de afbeelding is een hoofdluis getekend. Hoofdluizen leven tussen het haar op de hoofdhuid van de mens.
Zij leven van het bloed van hun gastheer. Een luis prikt een klein gaatje in de huid en spuit er daarna speeksel in. Dit speeksel verhindert dat het bloed stolt. Daarna zuigt de luis bloed op.

Tot in welke laag van de huid dringt een hoofdluis met zijn zuigsnuit tenminste door om aan voedsel te komen?

afbeeldingafbeelding

Huid

Muggenbeet.
Zie figuur B 2293 van de bijlage.

De afbeelding is een foto van een mug die steekt in de huid van een mens.

Tot in welke laag van de huid van de mens moet de mug steken om bloed te kunnen opzuigen?

afbeeldingafbeelding

Huid

Bloedvaten in de huid.

In welk deel van de huid bevinden zich bij de mens bloedvaten?

Huid

Schrik.

Iemand schrikt. Ten gevolge daarvan vernauwen de bloedvaten in de huid zich.

Stijgt of daalt de temperatuur van de huid daardoor?
Wordt de huid roder of bleker?

afbeeldingafbeelding

Huid

Vallen.

Piet is gevallen en heeft zijn hand daarbij geschaafd. Er komt geen bloed uit de grote schaafwond. Enkele delen van de huid zijn hoornlaag, kiemlaag en lederhuid.

Welk deel van de huid is of welke delen zijn in ieder geval niet beschadigd bij deze schaafwond?

Huid

Celdeling in de huid.

In welk deel van de huid van een mens delen de cellen zich het meest?

Huid

Een stukje huid.
Zie figuur B 2066 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een doorsnede van een stukje huid van de mens weer.

Op welke van de aangegeven plaatsen vinden de meeste celdelingen plaats?

afbeeldingafbeelding

Huid

Een stukje huid.
Zie figuur B 969 van de bijlage.

Gegeven is een doorsnede van een deel van de huid van de mens.

In welke van de lagen 1, 2 en 3 bevinden zich cellen waarin verbranding plaatsvindt?

afbeeldingafbeelding

Huid

Stoffen in de huid.

Enkele stoffen die in de huid van de mens voorkomen, zijn: hemoglobine, hoorn, pigment en talg.

Welke van deze stoffen komt wel in de lederhuid voor, maar niet in de opperhuid?

Huid

Stoffen in de huid.

Enkele stoffen die in of op de huid van de mens voorkomen zijn: hemoglobine, hoornstof, pigment en talg.

Welke van deze stoffen komen in of op de opperhuid voor?

Huid

Wondgenezing.

Het volgend stukje gaat over de genezing van verwondingen van de huid.

De genezing van wonden begint met het opvullen van de wond door bloedstolsels en weefselvocht waarbij een bedekkende korst over de wond ontstaat. Onder deze korst vormen jonge bindweefselcellen en bloedvaten een lichtrood weefsel dat zeer goed bestand is tegen infecties, maar dat door het grote aantal bloedvaatjes ook snel gaat bloeden.
Als de gehele wond met dit lichtrode weefsel gevuld is, gaat de huid vanuit de wondranden over dit weefsel heen groeien zodat de wond zich sluit. Daarna vermindert het aantal bloedvaten in het lichtrode weefsel.
Tussen de bindweefselcellen ontstaan nu meer vezels zodat het zich vormende litteken stevigheid verkrijgt.
Omdat de bindweefselvezels later wat korter worden, is het litteken later altijd iets kleiner dan de oorspronkelijke wond.

Als een wond in de huid bloedt, is dan de lederhuid beschadigd?
Vindt er aangroei vanuit de hoornlaag plaats?

afbeeldingafbeelding

Huid

Wondgenezing.

Het volgend stukje gaat over de genezing van verwondingen van de huid.

De genezing van wonden begint met het opvullen van de wond door bloedstolsels en weefselvocht waarbij een bedekkende korst over de wond ontstaat. Onder deze korst vormen jonge bindweefselcellen en bloedvaten een lichtrood weefsel dat zeer goed bestand is tegen infecties, maar dat door het grote aantal bloedvaatjes ook snel gaat bloeden.
Als de gehele wond met dit lichtrode weefsel gevuld is, gaat de huid vanuit de wondranden over dit weefsel heen groeien zodat de wond zich sluit. Daarna vermindert het aantal bloedvaten in het lichtrode weefsel.
Tussen de bindweefselcellen ontstaan nu meer vezels zodat het zich vormende litteken stevigheid verkrijgt.
Omdat de bindweefselvezels later wat korter worden, is het litteken later altijd iets kleiner dan de oorspronkelijke wond.

Waardoor wordt een genezend litteken steeds minder rood?

Huid

Inspanning.

Twee meisjes zijn aan het squashen. Ze hebben allebei een vuurrood gezicht van inspanning.

Waardoor wordt deze vuurrode huidskleur veroorzaakt?

Huid

Een bleke huid.

Als iemand het koud krijgt, wordt hij eerst bleek.

Wat is de oorzaak van deze bleekheid?

Huid

Bleekheid.

Als iemand het koud krijgt, wordt hij eerst bleek.

Wat is de oorzaak van deze bleekheid?

Huid

Haarroos

Bij iemand die haarroos heeft, komen er fijne droge huidschilfertjes voor tussen de hoofdharen.

Welke huidlaag wordt hierbij afgestoten?

Huid

1/2 De huid.

In de huid komen onder andere bloedvaten en talgklieren voor.

Welke spelen een rol bij de regeling van de lichaamstemperatuur?

Huid

2/2 De huid.
Zie figuur B 6845 van de bijlage.

Tijdens de puberteit krijgen jongeren soms last van jeugdpuistjes. Sommige talgklieren zijn dan verstopt geraakt.
In de afbeelding is een verstopte talgklier te zien. De verstopping zit in de buitenste laag van de opperhuid.
Deze huidlaag is aangegeven met letter P.

Hoe heet de buitenste laag van de opperhuid waar de verstopping zich bevindt?

afbeeldingafbeelding

Huid

Water in de mens.

Welke organen kunnen de grootste bijdrage leveren aan het tegengaan van waterafgifte door het lichaam op het moment dat de wateropname te gering is?