Deze oefentoets bevat 10 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
1/6 Taaislijmziekte. Zie figuur A 588 van de bijlage.
Taaislijmziekte leidt tot ernstige darm- en longproblemen. Bij mensen met taaislijmziekte is de productie van slijm in de luchtwegen toegenomen. Dit slijm is taaier dan normaal en blijft aan de wand van de luchtwegen plakken. Ook de alvleesklier produceert bij deze ziekte veel taai slijm, waardoor de afvoerbuis van de alvleesklier verstopt raakt.
De afbeelding A 588 geeft een deel van het verteringskanaal van de mens schematisch weer. Een aantal organen is met cijfers aangegeven.
Welk cijfer geeft de alvleesklier aan?
afbeelding
Ziekten
2/6 Taaislijmziekte. Zie figuur A 701 van de bijlage.
De alvleesklier produceert enzymen om onder andere vet af te breken. Als gevolg van de taaislijmziekte kunnen deze enzymen het voedsel niet bereiken. Bij de ziekte bevat de ontlasting daardoor veel vet. Uit de afbeelding kan worden afgeleid dat bij taaislijmziekte door nog een andere oorzaak vet niet goed verteerd wordt.
Wat is deze andere oorzaak? En leg uit dat door deze oorzaak vet minder goed verteerd wordt.
afbeelding
Ziekten
3/6 Taaislijmziekte.
Taaislijmziekte is een ernstige erfelijke ziekte die wordt veroorzaakt door een recessief gen (r). Mensen die het dominante gen (R) bezitten hebben de ziekte niet.
Clara en Jan zijn beiden heterozygoot voor taaislijmziekte. Clara is zwanger. Ze willen weten hoe groot de kans is dat de baby taaislijmziekte krijgt.
Hoe groot is deze kans?
Ziekten
4/6 Taaislijmziekte. Zie figuur B 1457 van de bijlage.
Bij Clara wordt een vruchtwaterpunctie uitgevoerd. Hierbij wordt met een naald wat vruchtwater opgezogen. In het vruchtwater bevinden zich losse cellen van het embryo. Door deze cellen te onderzoeken kan bepaald worden of het embryo genen voor taaislijmziekte heeft. De afbeelding B 1457 geeft een embryo in een baarmoeder weer. Vier plaatsen zijn met een cijfer aangegeven.
Welk cijfer geeft de plaats aan waar vruchtwater met cellen wordt weggehaald?
afbeelding
Ziekten
5/6 Taaislijmziekte.
De cellen uit het vruchtwater vermeerderen zich voordat ze onderzocht worden.
Vermeerderen de cellen zich door gewone celdeling? En door reductiedeling?
Ziekten
6/6 Taaislijmziekte.
Het onderzoek wijst uit dat de baby geen taaislijmziekte zal krijgen.
Welk genotype of welke genotypen kan de baby hebben?
Ziekten
1/4 Ziekte van Pompe.
De ziekte van Pompe is een zeldzame spierziekte. In Nederland worden per jaar slechts enkele kinderen met deze erfelijke aandoening geboren. Onderzoek heeft aangetoond dat bij patiënten met deze ziekte een bepaald enzym niet goed werkt. Glycogeen in spiercellen kan hierdoor niet goed worden afgebroken. Glycogeen hoopt zich op, waardoor spiercellen afsterven. Spieren gaan dan minder goed werken en kunnen zelfs geheel afsterven.
Glycogeen wordt in spieren opgeslagen.
In welk ander orgaan wordt ook veel glycogeen opgeslagen? In de [invulveld]
Ziekten
2/4 Ziekte van Pompe.
De ziekte van Pompe is een erfelijke ziekte. Er wordt onderzoek gedaan naar het gen dat de ziekte veroorzaakt.
In welk deel van een cel bevindt het gen zich?
Ziekten
3/4 Ziekte van Pompe.
Patiënten met de ziekte van Pompe worden behandeld met fysiotherapie. Hierbij worden onder andere spieroefeningen gedaan.
Leg uit dat met fysiotherapie deze patiënten nooit te genezen zijn.
Ziekten
4/4 Ziekte van Pompe.
Door de ziekte van Pompe kunnen mensen ook ernstige problemen krijgen met ademhalen.
Leg uit waardoor patiënten problemen kunnen krijgen met ademhalen.