Oefentoets Biologie: Biologische begrippen | Experimenten | VO

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Biologische begrippen

Ontkiemproef.
Zie figuur B 189 van de bijlage.

In vier petrischalen met kiemende zaden is de temperatuur verschillend. Er is sprake van twee verschillende verlichtingssterkten (zie tekening). Alle andere omstandigheden zijn gelijk.

Kan met deze opstelling worden nagegaan of het licht van invloed is op de kieming?
En de temperatuur?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Ontkiemproef.
Zie figuur C 131 van de bijlage.

Enkele leerlingen moeten elk een proef bedenken waaruit blijkt of voor de ontkieming van zaden water nodig is en of er zuurstof voor nodig is. Ze hebben de beschikking over bakken met aarde, zaden en water. De bakken kunnen worden afgesloten en de lucht in de bakken kan zuurstofloos worden gemaakt.

Zie figuur C 131 van de bijlage.

De leerlingen 1, 2, 3 en 4 stellen voor de proeven in te zetten die in de afbeelding zijn weergegeven.

Welke leerling heeft de juiste proef bedacht?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Ontwikkeling schimmels.

Er wordt een onderzoek gedaan naar de invloed van de temperatuur op de ontwikkeling van schimmels.
Hiervoor worden twee opstellingen gebruikt.
Opstelling 1 staat in het licht bij kamertemperatuur.

Onder welke omstandigheden moet opstelling 2 worden geplaatst?

Biologische begrippen

Groei van waterplanten.
Zie figuur C 52 van de bijlage.

De groei van waterplanten wordt in vier proefopstellingen onderzocht (zie tekening).
De watertemperatuur in de bakken blijft constant (25°C).
De luchttemperatuur buiten de bakken schommelt tussen 10°C en 20°C.

Welke opstelling is geschikt om de invloed van licht op de groei te onderzoeken?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Kevertjes.
Zie figuur B 1441 van de bijlage.

Een groot aantal volwassen mannelijke en vrouwelijke kevertjes van een bepaalde soort wordt losgelaten op een zogenaamd 'temperatuurorgel'. De bodem van dit apparaat bestaat uit een aantal stroken die elk nauwkeurig op een vaste temperatuur worden gehouden. De afbeelding geeft de verdeling van de kevertjes over de stroken met verschillende temperatuur weer, nadat de dieren enige tijd vrij hebben bewogen.

Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek worden de volgende beweringen gedaan:

1. Een temperatuur van 18°C is voor deze keversoort een aantrekkelijke verblijfstemperatuur.
2. Deze keversoort kan alleen overleven in het temperatuurgebied van 13°C tot en met 23°C.
3. De optimale temperatuur voor de voortplanting van deze keversoort is 18°C.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist op grond van de resultaten van het onderzoek?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Bacteriegroei.
Zie figuur B 80 van de bijlage.

Acht reageerbuizen, zeven ervan met een voedingsbodem voor bacteriën, vier ervan met een stop, zijn gesteriliseerd.

Welke proefopstelling is het meest geschikt om aan te tonen dat lucht bacteriën bevat?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Bacteriegroei.
Zie figuur B 939 van de bijlage.

Om te onderzoeken hoe drie verschillende soorten bacteriën elkaars voortplantingssnelheid beïnvloeden, voert men proeven met mengcultures uit.
- In buis X doet men gelijke aantallen van soort 1 en 2.
- In buis Y doet men gelijke aantallen van soort 2 en 3.
- In buis Z doet men gelijke aantallen van soort 1 en 3.
De omstandigheden in de buizen zijn gelijk.

Zie figuur B 939 van de bijlage.

In de diagrammen is voor de drie mengcultures op dezelfde schaal het aantal individuen per ml voedingsbodem uitgezet tegen de tijd.

Bestudering van de diagrammen leert dat de voortplantingssnelheid van

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Invloed van vruchtvlees appel op kieming van zaden.

Met een proef wordt onderzocht of vruchtvlees van appels invloed uitoefent op de kieming van zaden.
In een afgesloten reageerbuis met lucht bevinden zich op de bodem vochtige watten.
Op deze watten liggen appelpitten en stukjes appel.
De buis staat in het donker.
In een andere afgesloten reageerbuis met lucht bevinden zich op de bodem alleen vochtige watten.

Wat moet in deze reageerbuis gedaan worden om als controleproef dienst te doen?
Moet deze buis in het licht of in het donker worden geplaatst?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Ontkiemeningsproef.
Zie figuur B 728 van de bijlage.

In een proefopstelling (zie tekening) bevinden zich zaden van een bepaalde plant.
De zaden kiemen.
De ontwikkeling van de kiemplantjes in schaal 2 gaat sneller dan die in schaal 1.

Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Ontkieming van zaden.
Zie figuur C 131 van de bijlage.

Enkele leerlingen moeten elk een proef bedenken waaruit blijkt of voor de ontkieming van zaden water nodig is en of er zuurstof voor nodig is. Ze hebben de beschikking over bakken met aarde, zaden en water. De bakken kunnen worden afgesloten en de lucht in de bakken kan zuurstofloos worden gemaakt.

Zie figuur C 131 van de bijlage.

De leerlingen 1, 2, 3 en 4 stellen voor de proeven in te zetten die in de afbeelding zijn weergegeven.

Welke leerling heeft de juiste proef bedacht?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Bonenpracticum.

Stel, je krijgt de opdracht om te onderzoeken wat de invloed van de temperatuur is op de groeisnelheid van de wortels van ontkiemende bonen.
Je krijgt de beschikking over tien broedstoven waarvan de temperatuur te regelen is, een zak bonen, een meetlat en voldoende jampotjes, filtreerpapier en water om de bonen te laten kiemen. In de broedstoven is voldoende zuurstof. In de broedstoven kan de verlichting in- of uitgeschakeld worden.

Beschrijf kort een werkwijze waarmee je de invloed van de temperatuur op de groeisnelheid kunt onderzoeken. Geef de omstandigheden zo volledig mogelijk aan en geef ook aan welke waarnemingen je doet om tot een conclusie te komen.

Biologische begrippen

Na waarnemen en vragen stellen, volgt........

Als je waargenomen hebt en je afgevraagd: "hoe, waarmee en waarom", wat moet je dan doen om die vragen te beantwoorden?

Biologische begrippen

Onderzoek doen.

Een onderzoeker vraagt zich af of er óók bomen groeien op zéér droge bodem. Hij reist dus naar een zeer droge streek in Afrika en gaat kijken of er bomen groeien.

Is dit een proefneming of een waarneming?

Biologische begrippen

Onderzoek doen.

Men wil weten of in een bepaald land in Azië de ziekte lepra voorkomt. Men roept 1000 mensen uit dat land op naar een ziekenhuis te komen om hen op die ziekte te onderzoeken.

Is dit een proefneming of een waarneming?

Biologische begrippen

Proef met mosterdzaadjes.

Een schoolklas doet een proef met mosterdzaadjes. Tien zaadjes worden in het donker gezaaid en 10 in het licht.
Na enkele dagen zijn alléén de zaadjes in het licht uitgekomen en gegroeid.

Vier leerlingen trekken vier verschillende conclusies:

leerling 1: planten hebben licht nodig om hun voedsel te maken.
leerling 2: als planten licht krijgen, nemen ze water op en gaan groeien.
leerling 3: als zaadjes licht krijgen gaan ze groeien.
leerling 4: zonder licht nemen zaadjes geen water op.

Welke leerling heeft gelijk?

Biologische begrippen

Ontwikkeling van kiemplantjes.
Zie figuur B 728 van de bijlage.

In een proefopstelling (zie tekening) bevinden zich zaden van een bepaalde plant.
De zaden kiemen.
De ontwikkeling van de kiemplantjes in schaal 2 gaat sneller dan die in schaal 1.

Welke van onderstaande conclusies uit deze proef is juist?

afbeeldingafbeelding

Biologische begrippen

Kiemende zaden en water.
Zie figuur B 722 van de bijlage.

Iemand heeft de volgende reageerbuizen:

Met welke van deze buizen kan in de gegeven opstelling aangetoond worden dat voor kieming van zaden water nodig is?

Biologische begrippen

Asperges.

Een Amerikaanse onderzoeker heeft ontdekt dat de eerste aspergekwekers in de Verenigde Staten al in de 19e eeuw veel zout bij hun planten strooiden. Volgens de kwekers werden de planten daardoor minder gevoelig voor schimmels.

Beschrijf een werkplan voor een onderzoek waarmee men de invloed van het zout kan nagaan.

Biologische begrippen

Een proef.
Zie figuur B 6858 van de bijlage.

In de afbeelding zie je een opstelling van een experiment.
In deel P staat een plant in het donker.
In deel Q is het kalkwater troebel geworden.

Welke conclusie kun je trekken uit dit experiment?

afbeeldingafbeelding