Oefentoets Biologie: Opslag | VO | variant 1

Deze digitale toets over vetopslag en energiereserves in het lichaam is gericht op leerlingen in de biologie en behandelt onderwerpen zoals de vetvoorraad van Grizzlyberen, zwanen en zeehonden, evenals glycogeenopslag en de verwerking van glucose. Ideaal voor studenten die hun kennis over de fysiologie van dieren en mensen willen testen en uitbreiden. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VO

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Vetopslag in het lichaam van de Grizzlybeer

1/2 Winterrust.

De Grizzlybeer heeft in de zomer een lichaamstemperatuur van ongeveer 37°C. In de winter liggen de dieren meestal in hun holen te slapen. Hun lichaamstemperatuur daalt dan tot ongeveer 31°C. Af en toe verlaten ze hun hol om voedsel te zoeken. Vóór de winter slaat de Grizzlybeer een vetvoorraad op in zijn lichaam.

Waar wordt in het lichaam veel vet opgeslagen?

Functies van vetvoorraden

2/2 Winterrust.

Het opgeslagen vet dient onder andere als reservevoedsel.

Noem nog een andere functie van de vetvoorraad.

Nadeel van vetreserve bij zwanen tijdens vlucht

Zwanen.
Zie figuur B 2538 van de bijlage.

Bepaalde zwanen maken soms lange trekvluchten. Om voldoende energie te hebben tijdens het vliegen bouwen zij een vetreserve op. Het vet kan tijdens het vliegen verbrand worden. Men heeft lang gedacht dat de vetreserve voldoende zou zijn voor de gehele trekvlucht. Die veronderstelling blijkt niet te kloppen. Zwanen hebben daarvoor een te kleine vetvoorraad. Zij verbranden bij een lange vlucht niet alleen vet, maar ook een deel van het spierweefsel.

Een grote vetreserve is een nadeel bij een lange vlucht.

Noem dit nadeel.

afbeeldingafbeelding

Functies van de vetlaag bij zeehonden

De Noordzee.

Zeehonden eten vooral veel aan het eind van de zomer. Daardoor wordt een dikke vetlaag opgebouwd voor de winter.

Noem twee functies van deze vetlaag.

Glycogeenopslag in het lichaam

Ziekte van Pompe.

De ziekte van Pompe is een zeldzame spierziekte. In Nederland worden per jaar slechts enkele kinderen met deze erfelijke aandoening geboren.
Onderzoek heeft aangetoond dat bij patiënten met deze ziekte een bepaald enzym niet goed werkt. Glycogeen in spiercellen kan hierdoor niet goed worden afgebroken. Glycogeen hoopt zich op, waardoor spiercellen afsterven.
Spieren gaan dan minder goed werken en kunnen zelfs geheel afsterven.

Glycogeen wordt in spieren opgeslagen.

In welk ander orgaan wordt ook veel glycogeen opgeslagen? In de [invulveld]

Herkomst van glucose in spieren

Snelle spieren.

Spieren verbranden bij een grote inspanning van drie minuten vooral glucose.

Welke van de volgende beweringen over de herkomst van glucose is of zijn juist?

1. Deze glucose wordt door de spiercellen uit het bloed opgenomen en direct verbrand.
2. In de spieren bevindt zich glycogeen; daaruit wordt glucose gevormd.

Reservebrandstof in spieren bij zwemmen

1/2 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren bezitten een reservevoorraad brandstof.

Welke stof is dat? Dit is [invulveld]

Zuurstof- en energievoorraden in spieren

2/2 Zwemmen gevaarlijk.

Spieren bezitten ook een 'reservevoorraad' zuurstof èn een 'reservevoorraad' energie.

Leg dat uit.

Glucoseverwerking in het lichaam

Glucose.

Gedurende de onderzochte periode daalt de glucoseconcentratie in het bloedplasma doordat glucose elders in het lichaam wordt verwerkt. Over deze glucose worden drie beweringen gedaan:

1. deze glucose kan aëroob worden gedissimileerd;
2. deze glucose kan in de lever in glycogeen worden omgezet;
3. deze glucose kan in de spieren in glycogeen worden omgezet.

Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?

Glycogeenvoorraden tijdens marathonlopen

Marathon lopen.

Bij het lopen van een marathon verbruikt het lichaam veel energie. De belangrijkste energiebronnen voor de spieren zijn koolhydraten en vetten. De glycogeenvoorraad in het lichaam is in het algemeen voldoende voor het handhaven van de glucoseconcentratie in het bloed gedurende ruim een uur activiteit. Bij voortdurende zware inspanningen, die - zoals bij een marathon - langer dan een uur duren, is het daarom belangrijk om tijdens de inspanning te eten.

Bevindt de genoemde glycogeenvoorraad zich in de lever, in de spieren of zowel in de lever als in de spieren?

Reservestoffen in het lichaam tijdens overleving

Een survivaltocht.
Zie figuur B 5565 van de bijlage.

Op 14 april 1994 verdwaalde de Italiaanse hardloper Mauro Prosperi tijdens een meerdaagse tocht door de Sahara. Pas na 9 dagen werd hij door bedoeïen gevonden.
Medisch-biologen waren er verbaasd over dat hij zonder water en voedsel zo lang had kunnen overleven. Ze ondervroegen hem over zijn gedrag. Hij bleek zeer verstandig te zijn omgegaan met zijn water- en energiehuishouding. Zo was hij alleen 's nachts actief bezig, zijn weg te zoeken. Overdag deed hij zo weinig mogelijk. Hij gebruikte zijn eigen, kleine hoeveelheden urine als de voornaamste bron van vocht en was gedurende de hele periode niet in paniek geraakt.

Prosperi is reservestoffen gaan gebruiken in die periode van 9 dagen.

Welke reservestoffen waren in zijn lichaam opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Reservestoffen in de uienplant

Een uienplant.
Zie figuur B 1606 van de bijlage.

In de afbeelding is een uitgelopen ui weergegeven. Daarnaast is een doorsnede van een deel van deze uitgelopen ui weergegeven. Enkele delen zijn met cijfers 1 aangegeven.

In welk van de aangegeven delen van de uienplant zijn reservestoffen vooral opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Opslag van reservevoedsel in bollen

Bollen.
Zie figuur B 1431 van de bijlage.

Bij bolgewassen wordt reservevoedsel opgeslagen in ondergrondse delen. In het voorjaar wordt dit reservevoedsel verbruikt als uit de bol opnieuw een plant groeit (zie de afbeelding).
Drie delen van de bol zijn: bastvaten, dekweefselcellen en parenchymcellen.

In welke van deze delen wordt het meeste reservevoedsel opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Reservevoedsel in stengelcellen

Een doorsnede van een stengel.
Zie figuur A 302 van de bijlage.

In cellen van weefsellaag 2 is reservevoedsel in korrelvorm opgeslagen.

Is dit reservevoedsel glucose, glycogeen of zetmeel?

afbeeldingafbeelding

Opslag van glycogeen in menselijke weefsels

Diabetes mellitus.
Zie figuur B 1983 van de bijlage.

Glucose wordt in bepaalde weefsels van de mens omgezet in glycogeen.
Dit wordt opgeslagen. In de afbeelding zijn enkele typen weefsel weergegeven.

In welk of in welke van deze typen weefsel kunnen bij de mens grote hoeveelheden glycogeen worden opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Opslag van glycogeen in het lichaam

Koolhydraten.

De suikers die bij de afbraak van zetmeel ontstaan, worden vanuit de dunne darm door het bloed naar de lever gevoerd.
In de lever worden deze suikers omgezet in glycogeen en daarna opgeslagen.

Waar in het lichaam wordt nog meer veel glycogeen opgeslagen?

Brandstoffen uit voedsel als reservestof

Voedingsstoffen bij de mens.

Welke brandstoffen uit het voedsel kunnen bij de mens in reservestof worden omgezet?

Opslag van vet bij kinderen

1/3 Voeding bij kinderen.

In de tabel staat hoeveel Els, een kind van 8 jaar, gemiddeld per dag van bepaalde voedingsstoffen nodig heeft.
Ook is vermeld hoeveel Els gedurende lange tijd gemiddeld per dag van deze stoffen opneemt.
afbeeldingafbeelding

Hoeveel vet wordt er per dag gemiddeld in het lichaam van Els opgeslagen: 24 gram, meer dan 24 gram of minder dan 24 gram?

Opslag van overtollig vet bij kinderen

2/3 Voeding bij kinderen.

Op welke plaatsen wordt bij Els het overtollige vet vooral opgeslagen?

Opslag van koolhydraten bij kinderen

3/3 Voeding bij kinderen.

Hoe kunnen bij Els koolhydraten worden opgeslagen als glucose, als glycogeen of als zetmeel?