Plantenanatomie en -fysiologie
2/3 Een wortel.
Zie figuur B 1146 van de bijlage.
Hoe komt het dat deze wortel zo dik is?
afbeelding
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3
NVON
cc-by-sa-40
2/3 Een wortel.
Zie figuur B 1146 van de bijlage.
Hoe komt het dat deze wortel zo dik is?
afbeelding
3/3 Een wortel.
Zie figuur B 1146 van de bijlage.
Hoe noem je het gedeelte bij nummer 2?
afbeelding
1/3 Een plantenproef.
Zie figuur A 244 van de bijlage.
Twee reageerbuizen worden met water gevuld tot ongeveer 1 cm onder de rand. In elke buis wordt een stekje gezet (zie de figuur). Bij het klaarmaken van de proef is wat olie op het water in de buisjes gedaan.
Waarom is dat gebeurd?
afbeelding
2/3 Een plantenproef.
Zie figuur A 244 van de bijlage.
Welk verschil valt je op tussen de stekjes in de buisjes 1 en 2? (het zijn beide kruidachtige planten)
afbeelding
3/3 Een plantenproef.
Zie figuur A 244 van de bijlage.
Hoe kun je kort verklaren, waarom het water in buisje 1 na 2 dagen het laagst staat?
afbeelding
1/2 Bladbouw.
Zie figuur B 1149 van de bijlage.
Welke soort bladrand vind je bij de bladeren 1 en 2?
afbeelding
2/2 Bladbouw.
Zie figuur B 1149 van de bijlage.
Welke soort nervatuur vind je bij de bladeren 1 en 2?
afbeelding
1/3 Bladeren.
Zie figuur B 1150 van de bijlage.
Welke soort nervatuur heeft het blad van een weegbree?
afbeelding
2/3 Bladeren.
Zie figuur B 1150 van de bijlage.
En welke soort bladrand heeft het blad van een weegbree?
afbeelding
3/3 Bladeren.
Zie figuur B 1150 van de bijlage.
Noem nog drie andere soorten planten met dezelfde soort nervatuur.
afbeelding
1/3 Een blad in het licht.
Zie figuur B 1151 van de bijlage.
Welke stoffen worden in het blad opgenomen en bedoeld met de pijlen 1 en 2?
1 = [invulveld]
2 = [invulveld]
afbeelding
2/3 Een blad in het licht.
Waarvoor is in een blad licht nodig?
3/3 Een blad in het licht.
Welk gas komt er vrij uit een blad als het licht krijgt?
1/3 Bladeren.
Waaruit bestaat de bladschijf van een blad?
2/3 Bladeren.
Wat blijft er over van een blad als alle bladmoes tussen de nerven uit is?
3/3 Bladeren.
Hoe heten de aftakkingen van de grootste vaatbundel in een blad?
De boon.
Zie figuur B 1189 van de bijlage.
In de afbeelding hiernaast is een bruine boon schematisch getekend.
1. Met welk nummer is de kiem aangegeven? Met nummer [invulveld].
2. Met welk nummer is het deel aangegeven dat het zaad beschermt? Met nummer [invulveld].
3. Met welk nummer is het deel aangegeven waarmee de bruine boon heeft vastgezeten aan de moederplant? Met nummer [invulveld].
4. Hoe heet het deel dat is aangegeven met nummer 4? De/het [invulveld].
5. Hoe heet de opening in de zaadhuid, waardoor water kan worden opgenomen? De/het [invulveld].
afbeelding
1/2 Bladluizen.
Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.
Uit welke vaten vooral halen bladluizen hun voedsel?
Uit de [invulveld]vaten.
2/2 Bladluizen.
Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.
Aan welke kant van een blad zullen zich in verband daarmee de meeste bladluizen bevinden?
Aan de [invulveld]kant.
1/4 Gelijke kiemkracht.
KIEMKRACHTIG ZAAD.
De rijpheid van een plantenzaad is af te lezen aan zijn concentratie bladgroen. Uitgaande hiervan ontwikkelden Wageningse plantkundigen een machine die rijpe zaden selecteert. Zodra dr. Henk Jalink de Seed Master II aanschakelt, begint het apparaat vreselijk te ratelen. Het geluid doet nog het meest denken aan een luidruchtige Geigerteller. De herrie wordt veroorzaakt door de duizenden zaden die hij in no time selecteert. Koolzaden, voor deze demonstratie.
De ronde, bruingekleurde zaadjes storten vanuit een reservoir via een metalen goot anderhalve meter naar beneden. Dan komen ze in een rond, ijzeren vat terecht. Daar worden ze een voor een geselecteerd. De optimaal rijpe zaden rollen verder en schieten via een korte slang een plastic fles in. De minder rijpe zaden worden met een korte stoot perslucht weggeblazen. Ze ketsen via de wand van de ijzeren doos naar beneden, waar ze in een plastic bak vallen. "Onze selectie baseert zich op een nog niet eerder toegepast principe. We gebruiken laserlicht", zegt Jalink, die als fysicus is verbonden aan het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) in Wageningen.[...]
"Het principe van de Seed Master is verbluffend simpel. Het apparaat selecteert zaden op hun concentratie bladgroen. Deze kleurstof wordt voornamelijk aangetroffen in bladeren en geeft ze hun groene kleur. Bladgroen vangt lichtenergie op en de plant legt de ingevangen energie vast in chemische verbindingen, met name zetmeel, en gebruikt die energie op een later tijdstip weer voor processen als groei en zaadvorming.[...]
Als je bladgroen in zaad belicht zendt dit het merendeel aan licht weer uit als licht met een andere kleur. Er treedt dus fluorescentie op. Dat gebeurt in nog minder dan een miljoenste van een seconde. En die fluorescentie is te meten. Het is zo'n simpel gegeven. We verbazen ons er nog steeds over dat niemand voor ons op het idee is gekomen om dit toe te passen bij de selectie van zaad. Het bladgroen zit soms ongelijk over het zaad verdeeld. Door het zaad van drie kanten te belichten kun je de concentratie nauwkeuriger bepalen. Dat gebeurt in het ijzeren vat."
Jalink trof de kleurstof bijvoorbeeld aan in negen jaar oude tomatenzaden. Zolang het zaad droog bewaard blijft, is bladgroen blijkbaar stabiel aanwezig. Maar dat verandert zodra een zaad gaat uitrijpen. Dan verdwijnt het bladgroen langzaam, zo ontdekte de Wageninger. Het wordt afgebroken. Die afbraak blijkt keurig gelijk te lopen met de rijping. Hoe minder bladgroen, hoe rijper het zaad. En de mate van rijping houdt weer verband met de kiemkracht van een plant. Zaai je een onrijp zaad dan krijg je geen of een kreupele kiemplant. Hetzelfde geldt voor een zaad dat te ver is doorgerijpt. Via de concentratie bladgroen en daaropvolgende kiemproeven kunnen we de beste fase van rijping vaststellen. We kunnen de selectie afstemmen op die rijpingsfase. Dit is beter dan de normale selectie die zich gebruik maakt van vorm, grootte, kleur of ruwheid van het zaad. Het verband met de rijping is in deze gevallen minder duidelijk."
Het gelijktijdig kiemen van zaden is nog verder te verhogen via een zaadbehandeling die de laatste tien jaar in gebruik is geraakt: het primen. Hierbij worden zaden voorgekiemd in een waterige oplossing waaruit ze net genoeg vocht kunnen opnemen om op gang te komen, maar te weinig om helemaal te kiemen. Daarna worden ze terug gedroogd. Ze staan dan als het ware in de startblokken. Eenmaal uitgezaaid kiemen zulke zaden sneller en gelijkmatiger dan onbehandeld zaad. "Je weet niet wat je ziet", aldus Jalink. "Bijna alle zaden kiemen binnen een periode van ongeveer drie uur."
(NRC-Handelsblad, 21 maart 1998).
Zie volgende scherm.
-