Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
In ons lichaam kunnen allerlei schadelijke en overtollige stoffen voorkomen. Deze stoffen kunnen met het voedsel in ons lichaam komen, of ze worden in ons lichaam gevormd bij bepaalde stofwisselingsprocessen. Twee voorbeelden van schadelijke of overtollige stoffen zijn:
1. een rode kleurstof afkomstig uit bieten, die als overtollige stof met de urine wordt uitgescheiden, 2. het giftige ureum dat bij de afbraak van eiwitten in de lever ontstaat en dat door de nieren wordt uitgescheiden.
Kan de rode kleurstof van bieten voorkomen in een nierslagader? En in de poortader?
Uitscheiding
2/4 Stoffen in het lichaam.
Kan de rode kleurstof van bieten in een nierbekken voorkomen? En in de urineblaas?
Uitscheiding
3/4 Stoffen in het lichaam.
Komt ureum voor in het bloed? En in de urineblaas?
Uitscheiding
4/4 Stoffen in het lichaam.
Komt ureum uit de lever rechtstreeks in de nieren of gaat het ook nog door het hart? Als het door het hart gaat, gaat het dan alleen door de linker harthelft of door zowel de linker als de rechter harthelft?
Uitscheiding
1/3 Stoffen in het lichaam.
In ons lichaam kunnen allerlei schadelijke en overtollige stoffen voorkomen. Deze stoffen kunnen met het voedsel in ons lichaam komen, of ze worden in ons lichaam gevormd bij bepaalde stofwisselingsprocessen. Drie voorbeelden van schadelijke of overtollige stoffen zijn:
1. een rode kleurstof afkomstig uit bieten, die als overtollige stof met de urine wordt uitgescheiden, 2. het giftige ureum dat bij de afbraak van eiwitten in de lever ontstaat en dat door de nieren wordt uitgescheiden. 3. kleurstoffen die bij de afbraak van rode bloedcellen ontstaan en die via de galbuis in het darmkanaal terechtkomen.
Kan de rode kleurstof van bieten in het bloed voorkomen? En in een nierbekken?
Uitscheiding
2/3 Stoffen in het lichaam.
Komt ureum uit de lever rechtstreeks in de nieren of gaat het eerst nog door de longen? Als het eerst door de longen gaat, is dit dan minstens één keer of minstens twee keer?
Uitscheiding
3/3 Stoffen in het lichaam.
Vindt de afbraak van rode bloedcellen plaats in de alvleesklier, in de galblaas of in de lever?
Uitscheiding
1/3 Uitscheiding. Zie figuur A 823 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel van een man weergegeven.
Vul het volgende bij de puzzel hieronder in:
afbeelding
bij 1 de naam van orgaan P (is al ingevuld als voorbeeld) bij 2 de naam van de vloeistof in afvoerbuis Q bij 3 de naam van de vloeistof die afvalstoffen aanvoert bij 4 de naam van de plaats waar deze vloeistof wordt opgeslagen
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Uitscheiding. Zie de figuren A 823 en B 3431 van de bijlage.
Zie figuur B 3431 van de bijlage.
In de afbeelding is een deel van het uitscheidingsstelsel vanaf de zijkant getekend.
Waar bevindt zich orgaan R van de afbeelding A 823 in de tekening B 3431? Zet een R op de juiste plaats.
afbeeldingafbeelding
Uitscheiding
3/3 Uitscheiding. Zie figuur B 3432 van de bijlage.
In de tekening is een mens vanaf de rugzijde weergegeven. Lijn P is het middenrif.
In welk rugdeel liggen de nieren?
afbeelding
Uitscheiding
1/3 Uitscheiding en alcohol. Zie figuur B 3181 van de bijlage.
Alcohol wordt in het lichaam afgebroken en uitgescheiden. In de onderstaande afbeelding zijn enkele organen aangegeven.
Welk orgaan is het uitscheidingsorgaan waar alcohol wordt afgebroken?
afbeelding
Uitscheiding
2/3 Uitscheiding en alcohol.
Ook de longen zijn uitscheidingsorganen.
Waar liggen de longen in het lichaam?
Uitscheiding
3/3 Uitscheiding en alcohol. Zie figuur B 3181 van de bijlage.
Wie bier drinkt moet meer plassen. Hierbij is orgaan S betrokken.
Wat is de naam van orgaan S? Dit is de/het [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
1/4 Uitscheiding en slagaders. Zie figuur B 3126 van de bijlage.
Wie veel drinkt, moet veel plassen. In de afbeelding is de urineproductie van een proefpersoon weergegeven. Deze proefpersoon dronk op een bepaald tijdstip een groot glas water.
Op welk tijdstip dronk de proefpersoon het glas water?
afbeelding
Uitscheiding
2/4 Uitscheiding en slagaders. Zie figuur B 3127 van de bijlage.
In de afbeelding zijn onder andere de nieren weergegeven. De pijlen geven de stroomrichting van het bloed aan.
Welk cijfer geeft een nierslagader aan?
afbeelding
Uitscheiding
3/4 Uitscheiding en slagaders.
Welk kenmerk geldt voor alle slagaders van een volwassen mens?
Uitscheiding
4/4 Uitscheiding en slagaders. Zie figuur B 3127 van de bijlage.
Wat is de naam van orgaan P uit de afbeelding? Dit is de/het [invulveld]
afbeelding
Uitscheiding
1/3 Blaasontsteking. Zie de figuren B 3033 en A 805 van de bijlage.
Blaasontsteking wordt meestal veroorzaakt doordat bacteriën via de urinewegen het lichaam binnendringen. Vrouwen hebben een grotere kans op blaasontsteking dan mannen. In de afbeelding zijn schematisch onder andere de urinewegen van een vrouw en van een man weergegeven.
Zie figuur A 805 van de bijlage.
Op de bijlage staan de urinewegen van een vrouw ook schematisch weergegeven.
Geef met een lijn in de bijlage aan langs welke weg bacteriën van buiten via de urinewegen de blaas binnendringen.
afbeeldingafbeelding
Uitscheiding
2/3 Blaasontsteking. Zie figuur B 3033 van de bijlage.
Leg met behulp van gegevens uit de afbeelding uit waardoor vrouwen een grotere kans op blaasontsteking hebben dan mannen.
afbeelding
Uitscheiding
3/3 Blaasontsteking.
Maaike krijgt van de dokter pillen om de bacteriën, die de blaasontsteking veroorzaken, te bestrijden.
Welk type bacteriedodend middel bevatten deze pillen?