Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Aantal vragen
20
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
VWO 3, VWO 4, VWO 5
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Gedrag bij dieren
Een kikkerkoor.
Bij het bestuderen van een bepaald soort kikker in zijn natuurlijke leefomgeving 's nachts in de paartijd blijken in een mannelijk kikkerkoor bepaalde kikkers te kwaken, terwijl andere stil zijn. Bij nader onderzoek blijken de stille kikkers zich steeds vlak bij de kwakende grotere kikkers te bevinden.
Welke bewering verklaart het gedrag van het kikkerkoor?
Gedrag bij dieren
Erfelijk of niet?
Erfelijk vastgelegd gedrag is gedoceerd in de genen.
Welk van de volgende gedragingen is niet erfelijk vastgelegd?
Gedrag bij dieren
Polygynie.
Beschouw de volgende beweringen:
I. Voor mannetjes heeft polygynie het voordeel dat er voor de jongen door meer dan één vrouwtje voedsel wordt gebracht. II. Voor vrouwtjes heeft polygynie het nadeel dat ze zorg van mannetjes moeten delen want de bijdrage aan het voeren van de jongen door een mannetje is belangrijk voor de overlevingskansen van de jongen. III. Voor vrouwtjes heeft polyandrie het nadeel dat de mannetjes waarmee ze paart zich ten opzichte van elkaar agressief gedragen. IV. Voor mannetjes heeft polyandrie het nadeel dat ze zelf minder nakomelingen hebben (gedeeld vaderschap).
Welke twee zijn juist?
Gedrag bij dieren
Redmond O'Hanlon. Zie figuur B 5328 van de bijlage.
Redmond O'Hanlon (1947) is een reisschrijver. Hij heeft een heel plastische schrijfstijl. Hieronder volgt een fragment uit zijn boek 'Naar het hart van Borneo'.
'Een lange witte strook zijden gaas maakte zich los uit de verwarde groene massa van bomen en lianen aan de andere oever en golfde, traag als een lamprei in een meer, diagonaal stroomafwaarts. Het had iets heel vrouwelijks, het herinnerde me aan alles wat ik begon te missen, aan ruisende zijde, witte kanten broekjes, aan mysterieuze ingewikkelde jarretelgordels, aan lange zachte, witte kousen op de vloer naast een bed. Ik keek met toenemend respect naar de arak en nam nog een slok. Een vraag kwam in mij op, en liet zich niet verdringen. Als dat nu eens, laten we dat nu even veronderstellen, geen jarretelgordel was, maar een vlinder?'
Waardoor verwart de ik-figuur een vlinder met een jarretelgordel?
afbeelding
Gedrag bij dieren
Een stereotypie.
Welke van de volgende gedragingen is een stereotypie?
Gedrag bij dieren
Stekelbaars. Zie figuur B 5329 van de bijlage.
In nevenstaande grafiek staat de lineaire verplaatsing van een stekelbaars op de Y-as uitgezet tegen de tijd op de X-as. In het linkergedeelte is de verplaatsing te zien,voordat een prooi wordt aangeboden (dat gebeurt op tijdstip 0). In het rechtergedeelte is de verplaatsing te zien, nadat de aangeboden prooi is gevangen en doorgeslikt of is geweigerd. Jette zegt: "Als een stekelbaars een prooi weigert, gaat hij sneller zwemmen om alsnog een prooi te vangen." Lene zegt: "Als een stekelbaars een prooi vangt en doorslikt, verplaatst hij zich maar weinig."
Wie doet of wie doen een juiste bewering?
afbeelding
Gedrag bij dieren
Het lelijke jonge eendje. Zie figuur B 5330 van de bijlage.
In het sprookje "Den grimme ælling" (Het lelijke jonge eendje) van Hans Christian Andersen wordt een zwanenei uitgebroed in een eendennest. Het zwaantje wordt na een moeilijke tijd als lelijk jong eendje uiteindelijk een gelukkige zwaan.
Leg uit dat Andersen hier een ethologische fout heeft gemaakt in zijn sprookje.
afbeelding
Gedrag bij dieren
1/3 Een paradijsvogel. Zie figuur B 5331 van de bijlage.
Parotia lawesii is een kleurige paradijsvogel, die alleen op Papoea-Nieuw-Guinea voorkomt (zie afbeelding hiernaast). Dat betreft het mannetje. Het vrouwtje is egaal bruin gekleurd. Naast de limoenkleurige binnenkant van zijn bek en zijn blauwe of gele ogen heeft hij een bijzonder veelkleurige borst. Tijdens de paringsdans veranderen de borstveren heel plotseling van kleur. De zogeheten baardjes, haakjes aan de zijwaartse vertakkingen van de veerschacht, blijken boemerangvormig in plaats van plat. "De veer werkt als een drievoudige spiegel. In het midden van de boemerangvorm reflecteert het baardje oranje, aan de zijkanten blauw. Door de veer iets te kantelen verandert het spectrum en wordt het gereflecteerde licht ineens geel, groen of paars", vertelt biofysicus Doekele Stavenga, eerste auteur van een artikel waarin dit verschijnsel wordt beschreven.
(bewerkt naar "Parotia lawesii: Veelkleurige hofmaker", door Maartje Kouwen, in Bionieuws van 22 januari 2011)
Hoe noemt men een soort die slechts op één bepaald eiland, zoals hier Papoea-Nieuw-Guinea, voorkomt?
afbeelding
Gedrag bij dieren
2/3 Een paradijsvogel.
Welke functie hebben deze kleuren tijdens de paringsdans?
Gedrag bij dieren
3/3 Een paradijsvogel. Zie figuur B 5332 van de bijlage.
Parotia lawesii is een polygyne soort. Dat betekent dat een mannetje relaties heeft met meer dan één vrouwtje. Hij bemoeit zich niet met de broedzorg.
Leg de relatie tussen het kleurverschil van mannetje en vrouwtje en hun sexuele gedrag uit.
afbeelding
Gedrag bij dieren
Hanuman-langoer. Zie figuur B 5339 van de bijlage.
In een dierentuin bleek een dominant mannetje van de Hanuman-langoeraap de jongen van de vorige bezitter van zijn harem niet te doden, iets dat in de natuur vaak gebeurt.
Wat is de meest waarschijnlijke verklaring?
afbeelding
Gedrag bij dieren
Honingwerkbijen.
Bij honingwerkbijen kun je altruïstisch gedrag, zoals verzorging en kamikazeverdediging, verwachten.
Wat is daarvan de reden?
Gedrag bij dieren
1/3 Eieren verwijderen bij de grote ani. Zie figuur B 5340 van de bijlage.
De grote ani (Crotophaga major, zie afbeelding hiernaast) is een vogelsoort uit de koekoekenfamilie, waarbij enkele vrouwtjes eieren uitbroeden in een gezamenlijk nest. De vrouwtjes verwijderen eieren van vrouwtjes die stiekem proberen hun eieren in zo'n nest bij te leggen.
Leg uit dat dit verwijdergedrag functioneel is.
afbeelding
Gedrag bij dieren
3/3 Eieren verwijderen bij de grote ani. Zie figuur A1183 van de bijlage.
De grote ani komt onder andere voor in Suriname. Op het kaartje hiernaast is de verspreiding van deze vogelsoort te zien. Elk klein vierkant stelt minstens één waargenomen vogel voor of een groep, grotere vierkanten minstens vier verschillende dagen met waarnemingen en de grootste vierkanten minstens 10. De kleur geeft aan: blauw voor de kustvlakte, geel voor savanne en rood voor het oerwoud.
Wat is blijkbaar de favoriete omgeving van de grote ani?
afbeelding
Gedrag bij dieren
1/4 Rekenende mieren.
Lees de tekst hieronder uit een column van Ionica Smeets van de Wiskundemeisjes in de Volkskrant van 13 november 2010.
Mieren zijn in staat om de grootte van een nest schatten. De verkenners van de soort Leptothorax albipennis zoeken een opening in de rotsen die geschikt is om een nest in te bouwen. Het moet precies groot genoeg zijn voor het aantal mieren in de kolonie. Hoe schatten de verkenners de grootte van het oppervlak? Ze hebben geen meetlatten en kunnen niet veel meer doen dan een beetje rondlopen. Een voor de hand liggend idee is dat de mieren domweg langs de omtrek van de grot lopen en zo een zeer grove schatting maken van de oppervlakte. Maar toen onderzoekers in een laboratorium twee nesten bouwden met dezelfde omtrek en verschillende oppervlaktes, namen de mieren consequent het grootste nest. Dus de mieren verkozen zeer terecht een nest van 8 bij 10 centimeter boven één van 3 bij 15 centimeter, terwijl beide nesten een omtrek van 36 centimeter hebben. Onderzoekers dachten toen dat de verkennende mier misschien kriskras door de ruimte loopt en bijhoudt hoe ver hij kan lopen tot hij tegen een wand of obstakel opbotst. Hoe langer hij gemiddeld kan lopen, hoe groter het nest is. Maar ook dit idee werd afgeschoten in een laboratoriumopstelling toen onderzoekers een dun wandje midden in een nest plaatsten. De mieren kozen dit nest net zo vaak als een even groot nest zonder dat dunne wandje. Wat doen mieren dan wel? Het lijkt erop dat ze iets gebruiken dat wiskundigen kennen als de naald van Buffon. De graaf van Buffon stelde in de 18e eeuw een vraag over naalden. Stel dat je een vloer van even brede planken hebt en dat je een naald op deze vloer laat vallen: Wat is de kans dat de naald over de lijn tussen twee planken valt? Als de naald even lang is als de planken breed zijn, dan is het antwoord 2/ð. Dit principe kan worden uitgebreid om de oppervlakte van een vlak te schatten. Strooi twee even grote sets naalden op het vlak en tel hoe vaak een naald van de eerste set een naald uit de tweede verzameling raakt. De oppervlakte van het vlak is dan ongeveer gelijk aan 2 /(ð x het aantal snijpunten). Het lijkt erop dat mieren deze truc toepassen door een grillig pad door het nest te lopen (de eerste set naalden) en daarna een tweede wandeling te maken en te tellen hoe vaak ze het geurspoor van hun eerste pad kruisen. Verkenners vertragen tenminste steeds even als ze hun eerdere pad kruisen. En bij experimenten waar stukjes geurspoor werden gewist vóór de tweede wandeling, maakten mieren voorspelbare fouten. Het lijkt er dus op dat mieren beter zijn in wiskunde dan veel mensen: inderdaad superslimme dieren.
Zie volgende scherm
Gedrag bij dieren
2/4 Rekenende mieren. Zie figuur B 5341 van de bijlage.
'Een voor de hand liggend idee is dat de mieren domweg langs de omtrek van de grot lopen en zo een zeer grove schatting maken van de oppervlakte.'
Hoe noemt men in de biologie zo'n idee?
Dat noemt men een [invulveld]
afbeelding
Gedrag bij dieren
3/4 Rekenende mieren. Zie figuur B 5341 van de bijlage.
'Maar toen onderzoekers in een laboratorium twee nesten bouwden met dezelfde omtrek en verschillende oppervlaktes, namen de mieren consequent het grootste nest.'
Leg uit of ze bij toepassing formule gebaseerd op het naaldprincipe van Buffon, bij de grootste oppervlakte veel of weinig snijpunten vinden van hun twee achtereenvolgende geursporen.