Oefentoets Biologie: Plantenanatomie | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 9

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Bladluizen.

Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.

Uit welke vaten vooral halen bladluizen hun voedsel?

Uit de [invulveld]vaten.

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Bladluizen.

Bladluizen leven van suikerrijk plantensap. Zij zuigen dit sap onder andere uit de nerven van de bladeren van een plant.

Aan welke kant van een blad zullen zich in verband daarmee de meeste bladluizen bevinden?

Aan de [invulveld]kant.

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Gelijke kiemkracht.

KIEMKRACHTIG ZAAD.

De rijpheid van een plantenzaad is af te lezen aan zijn concentratie bladgroen. Uitgaande hiervan ontwikkelden Wageningse plantkundigen een machine die rijpe zaden selecteert. Zodra dr. Henk Jalink de Seed Master II aanschakelt, begint het apparaat vreselijk te ratelen. Het geluid doet nog het meest denken aan een luidruchtige Geigerteller. De herrie wordt veroorzaakt door de duizenden zaden die hij in no time selecteert. Koolzaden, voor deze demonstratie.

De ronde, bruingekleurde zaadjes storten vanuit een reservoir via een metalen goot anderhalve meter naar beneden. Dan komen ze in een rond, ijzeren vat terecht. Daar worden ze een voor een geselecteerd. De optimaal rijpe zaden rollen verder en schieten via een korte slang een plastic fles in. De minder rijpe zaden worden met een korte stoot perslucht weggeblazen. Ze ketsen via de wand van de ijzeren doos naar beneden, waar ze in een plastic bak vallen. "Onze selectie baseert zich op een nog niet eerder toegepast principe. We gebruiken laserlicht", zegt Jalink, die als fysicus is verbonden aan het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) in Wageningen.[...]

"Het principe van de Seed Master is verbluffend simpel. Het apparaat selecteert zaden op hun concentratie bladgroen. Deze kleurstof wordt voornamelijk aangetroffen in bladeren en geeft ze hun groene kleur. Bladgroen vangt lichtenergie op en de plant legt de ingevangen energie vast in chemische verbindingen, met name zetmeel, en gebruikt die energie op een later tijdstip weer voor processen als groei en zaadvorming.[...]
Als je bladgroen in zaad belicht zendt dit het merendeel aan licht weer uit als licht met een andere kleur. Er treedt dus fluorescentie op. Dat gebeurt in nog minder dan een miljoenste van een seconde. En die fluorescentie is te meten. Het is zo'n simpel gegeven. We verbazen ons er nog steeds over dat niemand voor ons op het idee is gekomen om dit toe te passen bij de selectie van zaad. Het bladgroen zit soms ongelijk over het zaad verdeeld. Door het zaad van drie kanten te belichten kun je de concentratie nauwkeuriger bepalen. Dat gebeurt in het ijzeren vat."

Jalink trof de kleurstof bijvoorbeeld aan in negen jaar oude tomatenzaden. Zolang het zaad droog bewaard blijft, is bladgroen blijkbaar stabiel aanwezig. Maar dat verandert zodra een zaad gaat uitrijpen. Dan verdwijnt het bladgroen langzaam, zo ontdekte de Wageninger. Het wordt afgebroken. Die afbraak blijkt keurig gelijk te lopen met de rijping. Hoe minder bladgroen, hoe rijper het zaad. En de mate van rijping houdt weer verband met de kiemkracht van een plant. Zaai je een onrijp zaad dan krijg je geen of een kreupele kiemplant. Hetzelfde geldt voor een zaad dat te ver is doorgerijpt. Via de concentratie bladgroen en daaropvolgende kiemproeven kunnen we de beste fase van rijping vaststellen. We kunnen de selectie afstemmen op die rijpingsfase. Dit is beter dan de normale selectie die zich gebruik maakt van vorm, grootte, kleur of ruwheid van het zaad. Het verband met de rijping is in deze gevallen minder duidelijk."

Het gelijktijdig kiemen van zaden is nog verder te verhogen via een zaadbehandeling die de laatste tien jaar in gebruik is geraakt: het primen. Hierbij worden zaden voorgekiemd in een waterige oplossing waaruit ze net genoeg vocht kunnen opnemen om op gang te komen, maar te weinig om helemaal te kiemen. Daarna worden ze terug gedroogd. Ze staan dan als het ware in de startblokken. Eenmaal uitgezaaid kiemen zulke zaden sneller en gelijkmatiger dan onbehandeld zaad. "Je weet niet wat je ziet", aldus Jalink. "Bijna alle zaden kiemen binnen een periode van ongeveer drie uur."

(NRC-Handelsblad, 21 maart 1998).

Zie volgende scherm.




-

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Gelijke kiemkracht.

In het artikel worden zaden geselecteerd op rijpheid.

Welk nut heeft het voor verbouwers van gewassen dat deze zaadselectie wordt uitgevoerd?

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Gelijke kiemkracht.

Wat gebeurt er met het reservevoedsel en de kiem in het zaad tijdens het primen?

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Gelijke kiemkracht.

Hoe maken mensen gebruik van het reservevoedsel in bepaalde zaden?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Het nut van fotosynthese.

Waarom is de fotosynthese in tarwe zo belangrijk voor de mens?

Plantenfysiologie

2/2 Het nut van fotosynthese.

Schrijf op wat in onderstaand schema moet worden ingevuld bij 1 t/m 3.

afbeeldingafbeelding

1 = [invulveld]

2 = [invulveld]


3 = [invulveld]

Plantenfysiologie

Vlijtig liesje.
Zie figuur B 5756 van de bijlage.

Wat moet je doen om bij een vlijtig liesje aan te tonen dat de wortels ademhalen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Planten en water.

Hoe kun je aan een plant zien dat die in een omgeving staat met veel water?

Plantenfysiologie

Bonsai.
Zie figuur B 5787 van de bijlage.

Bonsai-boompjes hebben water nodig met een laag kalkgehalte.

Welk water kan worden gebruikt voor deze boompjes?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Infectie.
Zie figuur B 5791 van de bijlage.

Cellen van de bladeren van tomatenplanten kunnen geïnfecteerd worden door bepaalde schimmels.

Door welke reactie zullen deze planten het minste last hebben van de infectie en overleven?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Huidmondjes.
Zie figuur B 5792 van de bijlage.

In de figuur hiernaast is de opperhuid van de onderkant van een blad te zien met huidmondjes.

- Welk percentage huidmondjes is open in de tekening?
Rond af op een geheel getal. Dat is [invulveld]%.
- Is er met behulp van dit plaatje uit te rekenen welk percentage van de opperhuidcellen bestaat uit huidmondjes? Antwoord met ja of nee. [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Conclusies over zuurstof.
Zie figuur B 5793 van de bijlage.

In het diagram hiernaast zijn het zuurstofverbruik en de zuurstofproductie door de cellen van een plant op een bepaalde dag uitgezet tegen de tijd. De zon gaat op deze dag om half zes op en om negen uur onder.

Welke conclusie is juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Plantendelen.

Een plant heeft bovengrondse en ondergrondse delen.

In welk van die delen vindt overdag verbranding plaats?

Plantenfysiologie

Huidmondjes.

Om verdamping van water te voorkomen bezitten bladeren van een plant huidmondjes, die geopend en gesloten kunnen worden.

Onder welke van de volgende omstandigheden zullen ze gesloten zijn?

Plantenfysiologie

Planten en licht.
Zie figuur B 5794 van de bijlage.

Van de uitwendige omstandigheden waaronder een plant groeit, verandert men alleen de lichtsterkte. In het diagram geeft de grafiek het verband weer tussen de hoeveelheid kooldioxide, die de plant opneemt en de lichtsterkte.

Waar bevindt zich in de grafiek het punt, dat de lichtsterkte aangeeft, waarbij evenveel kooldioxide wordt gevormd als er wordt gebruikt?
Dit punt bevindt zich

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Sluitcellen van een huidmondje.
Zie figuur B 5796 van de bijlage.

Plantencellen worden groter en kleiner door water op te nemen respectievelijk af te staan. Huidmondjes zitten vaak aan de onderkant van bladeren. Als de huidmondjes open zijn, verdampt er veel water. De huidmondjes gaan open en dicht met behulp van speciale sluitcellen.

Zullen de sluitcellen van de huidmondjes om de huidmondjes te kunnen openen water opnemen, water afgeven, of zullen ze geen water opnemen en geen water afgeven?

afbeeldingafbeelding