Spijsvertering
4/10 Herprogrammeren van alvleeskliercellen.
Zie figuur A 1050 van de bijlage.
Voor het herprogrammeren van exocriene alvleeskliercellen moeten genen worden aangeschakeld of moeten genen worden uitgeschakeld in deze cellen.
Het aan- en uitzetten van genen wordt geregeld door transcriptiefactoren. Door combinaties van transcriptiefactoren te gebruiken die kenmerkend zijn voor de endocriene ß-cellen, probeerden de onderzoekers de exocriene cellen van muizen te herprogrammeren tot ß-cellen.
Voor het experiment maakte de onderzoeksgroep eerst (zie de afbeelding hieronder) genconstructen bestaande uit een virale promotor (CMV), een gen coderend voor één van de zes transcriptiefactoren (TF) en een gen voor een groen fluorescerend proteïne (nGFP).
afbeelding
Zie figuur A 1050 van de bijlage.
De gebruikte transcriptiefactoren waren: Ngn3, Mafa, Pdx1, NeuroD, Pax6 en Isl1. De onderzoekers brachten de genconstructen in het DNA van adenovirussen en creëerden zo zes verschillende virusstammen. Ook werd een virusstam (stam 0) gemaakt zonder transcriptiefactor (zie de afbeelding hiernaast).
Wat is de functie van de virale promotor (CMV) in het genconstruct?
afbeelding

