Oefentoets Biologie: Ordening | VWO 5/VWO 6 | variant 8

Ontdek de digitale toets over zeemonsters volgens Paxton's model, microbiologie en evolutie, gericht op studenten biologie en natuurwetenschappen. Deze toets biedt inzicht in de kenmerken van soorten, bacteriële groei en verwantschap tussen diergroepen. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Aantal ontdekte zeemonsters volgens Paxton's model

2/2 Een nieuwe soort.

Mede naar aanleiding van deze vondst deed de bioloog C. Paxton onderzoek naar de vraag hoeveel van dergelijke grote diersoorten er in de toekomst nog meer ontdekt zullen worden.
Paxton beperkte zich tot wat hij zeemonsters noemde: dieren die in zee leven en meer dan 2 meter lang kunnen worden.
Op basis van gegevens over het aantal ontdekte zeemonsters in verschillende jaren stelde Paxton het volgende model op:

P (t) = 264t- 476657
t-1767

Met dit model kon hij een schatting maken van het aantal ontdekte soorten tot en met een zeker jaar t. In deze formule is P(t) het aantal soorten dat tot en met jaar t bekend is. Dus als je een schatting wilt van het aantal soorten dat bijvoorbeeld op het eind van het jaar 1980 bekend is, dan moet je t = 1980 invullen in de formule. De uitkomst wordt afgerond op gehelen.
Vanaf eind 1895 tot en met eind 1995 zijn er in werkelijkheid 30 soorten ontdekt.

Bereken hoeveel soorten er volgens het model van Paxton zouden zijn ontdekt in deze periode.

Kenmerken van een micro-organisme in bodemmonster

Bodemmonster.

Een bodemmonster werd geanalyseerd. Er werd een micro-organisme gevonden met de volgende kenmerken: staafvormig, aëroob en autotroof.

Het betreft hier waarschijnlijk een bacterie uit het genus

Kenmerken van een Soort

Een soort.

Wat zijn de kenmerken van een soort?

Soorten zijn groepen van natuurlijke populaties waarvan de leden

Het Przewalski-paard en zijn naamgeving

Het Przewalski-paard.
Zie figuur B 5627 van de bijlage.

Lees de onderstaande informatie over het Przewalski-paard.
In 1878 werd dit dier herontdekt door de Pools-Russische kolonel Nikolaj Przewalski. Het werd naar hem genoemd.
L.S. Poljakov, die concludeerde dat dit dier een wilde paardensoort was, gaf het de officiële wetenschappelijke naam Equus przewalski (Poljakov 1881). Tegenwoordig is de officiële naam Equus ferus przewalski (Poljakov 1881).

In die laatste naam is

afbeeldingafbeelding

Bacteriële groei in pudding berekenen

Bacteriën in de pudding.
Zie figuur B 5628 van de bijlage.

In een schaal met heerlijke pudding vallen 10 bacteriën, voordat de schaal met folie wordt afgedekt.
Na 2 uur zijn de bacteriën zo ver dat ze beginnen met delen. Dat houden ze een tijdlang vol in een tempo van één delingsronde per 40 minuten.

Bereken het aantal bacteriën in de schaal na 16 uur vanaf het moment dat ze in de schaal gevallen zijn.

afbeeldingafbeelding

Inheemse Vleermuizen van Nederland

Inheemse vleermuizen.

Enkele in ons land voorkomende (inheemse) vleermuizen zijn:

- vale vleermuis: Myotis myotis;
- grootoorvleermuis: Plecotus auritus;
- ruige dwergvleermuis: Pipistrellis nathusii;
- laatvlieger: Eptesicus serotinus;
- bosvleermuis: Nyctalus leisleri;
- watervleermuis: Myotis daubentoni.

Hier zijn geslachten en soorten beschreven.

Fouten in naamaanduiding Homo sapiens

1/2 HOMO SAPIENS GEKOOID.
Zie figuur B 5630 van de bijlage.

Bekijk de foto hiernaast.
Lees het bord en het onderschrift.

Wat is er niet correct aan de naamaanduiding van de soort in het onderschrift bij de foto?

[invulveld]

afbeeldingafbeelding

Afwijkingen in het gebit van Homo sapiens

2/2 HOMO SAPIENS GEKOOID.
Zie figuur B 5630 van de bijlage.

Op het bord op de foto hiernaast staat dat de tanden en kiezen sterk zijn, maar niet geschikt om een prooi te grijpen.

Welk gebitselement wijkt het sterkst af in bouw, in vergelijking met de leden van de mensapenfamilie?

afbeeldingafbeelding

Fouten in wetenschappelijke naamgeving

Geelgebekte trompetbekkwekker.
Zie figuur B 5631 van de bijlage.

Bekijk de afbeelding hiernaast met twee tekeningen uit een Donald Duck-verhaal.
De professor laat in de linker tekening een afbeelding zien met de vogel, voorzien van diens wetenschappelijke naam.

Leg uit dat de striptekenaar geen kennis heeft van het systeem van Linnaeus.

afbeeldingafbeelding

Lovejoy's theorie over rechtop lopen

1/5 Lovejoy's theorie over rechtop lopen bij de mens.
Zie figuur B 5687 van de bijlage.

De Amerikaanse onderzoeker C. Owen Lovejoy heeft een originele theorie ontwikkeld over het ontstaan van het rechtop lopen bij de mens.
Bekijk de afbeeldingen hieronder. In iedere afbeelding zijn zeven sectoren te zien.
afbeeldingafbeelding

Sector 1: de ontwikkeling van het rechtop lopen;
sector 2: ontwikkeling van individuele man-vrouw kenmerken;
sector 3: paringspatronen
sector 4: spreiding van de geboortes
sector 5: sexuele activiteit, de lange staaf is de menstruatiecyclus, de korte staaf is de periode van vrouwelijke bereidheid tot paring
sector 6: verwantschapsrelaties
sector 7: de omgeving

De cirkels in het midden geven het foerageergebied aan. De binnenste cirkel is het gebied waar vrouwtjes en jongen verblijven, de buitenste cirkel geeft het gebied aan waar de mannetjes komen.

Zie volgende scherm

Kenmerken van het Lancetvisje en Gewervelden

Lancetvisje.
Zie figuur B 5701 van de bijlage.

Gewervelde dieren (vertebraten) worden van de ongewervelde dieren onderscheiden door bepaalde kenmerkende eigenschappen. Deze eigenschappen zijn aanwezig bij de embryo’s, maar kunnen bij sommige soorten in de loop van de tijd weer verdwijnen.
Chordadieren zijn primitieve dieren waaruit in de evolutie de gewervelde dieren zijn ontwikkeld. Zij bezitten kenmerken die bij ongewervelde dieren voorkomen, en kenmerken die erop wijzen dat er een ontwikkeling richting gewervelde dieren is. De afbeelding toont een lengtedoorsnede van een chordadier, het lancetvisje.

Zes lichaamsdelen van het lancetvisje zijn met naam (en korte omschrijving) aangegeven.

Welke van deze lichaamsdelen van het lancetvisje is wel of niet specifiek voor
gewervelde dieren.

Lichaamsdeel 1 is specifiek voor gewervelde dieren.
Lichaamsdeel 2 is specifiek voor gewervelde dieren.
Lichaamsdeel 3 is specifiek voor gewervelde dieren.
Lichaamsdeel 4 is specifiek voor gewervelde dieren.
Lichaamsdeel 5 is specifiek voor gewervelde dieren.
Lichaamsdeel 6 is specifiek voor gewervelde dieren.

afbeeldingafbeelding

Nieuwe ondersoort van de rivierdonderpad

Evolutie in de lage landen.
Zie figuur B 5707 van de bijlage.

De rivierdonderpad (Cottus gobio) is geen pad, maar een visje. Het hoort thuis in heldere, koude meertjes en riviertjes, waar het kan schuilen onder losliggende stenen.
De verbazing onder biologen was dan ook groot toen halverwege de jaren tachtig bleek dat er in de benedenloop van de Rijn steeds meer rivierdonderpadden leefden. Die rivierdonderpadden van de Rijn zijn een kruising van twee ondersoorten die recent herenigd zijn.
Nadat de mens 200 jaar geleden verbindingskanalen had gegraven, konden die visjes uit de stroomgebieden van de Rijn en de Schelde elkaar voor het eerst sinds een miljoen jaar weer bereiken. Het kruisen van de twee ondersoorten leverde een plotselinge, grote variatie op wat tot snelle evolutionaire aanpassingen leidde, waardoor de nieuwe ondersoort kon ontstaan.
(bron: Noorderlicht, VPRO artikelen)

Bedenk een wetenschappelijk correcte soortnaam voor de nieuwe ondersoort die ontstaan is.

afbeeldingafbeelding

Verwantschap tussen Diergroepen

Verwantschap.
Zie figuur B 5708 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zijn vier diergroepen A, B, C en D aangegeven die een zekere mate van verwantschap met elkaar hebben.
Over die mate van verwantschap worden enkele uitspraken gedaan:

Welke uitspraak is juist?

afbeeldingafbeelding

Termen voor de Amish-gemeenschap

1/2 Amish.

De Amish is een groep mensen van Zwitserse afkomst, die op grond van hun geloof zeer afgesloten van de buitenwereld leeft in de Amerikaanse staat Pennsylvania. Huwelijken komen vrijwel alleen binnen de groep voor.

Welke term is op hen van toepassing?

afbeeldingafbeelding

Kans op erfelijke aandoening bij Amish-kinderen

2/2 Amish.
Zie figuur B 5709 van de bijlage.

Bij de Amish komt het zogenaamde Ellis-van Creveldsyndroom relatief vaak voor. Kinderen worden geboren met een vinger teveel en zijn geestelijk achter (zie de afbeelding). Deze afwijking erft recessief over.

Een Amish man en zijn Amish vrouw zijn beide drager van het gen dat deze afwijking veroorzaakt.

Hoe groot is de kans dat een kind van hen lijdt aan het Ellis-van Creveldsyndroom?

afbeeldingafbeelding

Stamboomvergelijking bij primatenonderzoek

Precipitatietest.
Zie figuur B 5710 van de bijlage.

De verwantschapsbanden tussen verschillende primaten kunnen opgesteld worden door vergelijking van het bloedserum. Hierbij maakt men gebruik van een precipitatietest waarbij antistoffen een neerslag vormen met de in het serum aanwezige eiwitten.
In de tabel hieronder staan de resultaten weergegeven van een precipitatietest met sera afkomstig van verschillende primaten (uitgedrukt in percentages).

afbeeldingafbeelding

In de afbeelding zijn twee mogelijke stambomen betreffende vier soorten primaten weergegeven.

Welke stamboom is op basis van deze testgegevens juist?
Dat is .

-

afbeeldingafbeelding

Prokaryote versus eukaryote cellen

Prokaryote en eukaryote cellen.

Alle prokaryote en eukaryote cellen zijn gekenmerkt door de aanwezigheid van

Verschillen tussen schimmels en planten

Schimmels.

Vroeger werden de schimmels tot het plantenrijk gerekend. Tegenwoordig vormen de schimmels een eigen "rijk". Argumenten daarvoor zijn dat schimmels andere eigenschappen hebben dan planten.

Bij welke van de volgende eigenschappen is er verschil of zijn er verschillen tussen planten en schimmels?

1. de energievoorziening: autotroof dan wel heterotroof;
2. de samenstelling van de celwand;
3. de aanwezigheid van een kernmembraan.

Kruis het juiste nummer of de juiste nummers aan.

Lichtpenetratie in zeewater en wieren

Licht in water.

In de zeeën komen veel groenwieren en roodwieren voor. In zeeën komen normaliter beneden de 6 meter nauwelijks nog groenwieren voor. Roodwieren komen tot ongeveer 20 meter diepte voor.

Op grond van dit gegeven kan worden verwacht dat

Blauwgroene algen en hun classificatie

Blauwgroene algen.

Blauwgroene algen (Cyanobacteriën) worden niet tot het plantenrijk gerekend.

Om welke reden?