Locatie van enzymactiviteit in het lichaam
Enzymactiviteit.
Waar vindt de sterkste enzymactiviteit in het lichaam plaats?
In de .
Ontdek de digitale toets over enzymactiviteit, gericht op studenten biologie, waarin verschillende aspecten van enzymen, hun werking en invloed op reacties worden onderzocht. Deze toets bevat vragen over enzymoplossingen, enzymstructuur en de rol van enzymen in chemische reacties. - 20 vragen
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Enzymactiviteit.
Waar vindt de sterkste enzymactiviteit in het lichaam plaats?
In de .
Aardappelcellen.
Als je voor een onderzoek losse aardappelcellen nodig zou hebben, in welke enzymoplossing zou je dan een stukje aardappel leggen?
Reactiesnelheid enzym.
Zie figuur B 5048 van de bijlage.
De snelheid van een enzymatische reactie is afhankelijk van verschillende factoren.
Een viertal experimenten wordt uitgevoerd waarbij onder andere de enzymconcentratie wordt gevarieerd: 1 µg/L, 2 µg/L, 4 µg/L en 8µg/L. De resultaten van deze experimenten zijn in de grafiek hiernaast weergegeven.
Welke variabele wordt op de X-as weergegeven?
afbeelding
Eiwit: vorm en functie.
Zie figuur B 5049 van de bijlage.
Een eiwit heeft een complexe driedimensionale structuur die opgebouwd is in vier niveaus. Drie ervan (primaire, secundaire en tertiaire structuur) komen telkens voor, terwijl het vierde niveau (quaternaire structuur) veronderstelt dat het functionele eiwit uit meerdere eiwitten bestaat.
Bijna alle enzymen bijvoorbeeld in het menselijk lichaam zijn eiwitten. In de afbeelding hiernaast wordt de structuur van zo'n eiwit schematisch weergegeven.
In een laboratorium is het mogelijk de volgorde van aminozuren van dit eiwit te wijzigen.
Op welke plaats is de kans het kleinst dat een verandering in de aminozuursamenstelling effect heeft op de functie van het enzym?
Op plaats
.
afbeelding
Enzymen.
Enkele beweringen over enzymen zijn:
1. Enzymmoleculen verliezen hun activiteit geheel of gedeeltelijk als hun driedimensionale molecuulstructuur verstoord is.
2. Enzymen leveren de activeringsenergie voor het opgang brengen van een reactie.
3. De activiteit van een enzymoplossing is onafhankelijk van de concentratie van het enzym.
4. Een enzymmolecuul is maar één keer actief en is dan kapot.
Welk van deze beweringen is of welke zijn juist?
Aardappelcellen.
Als je voor een onderzoek losse aardappelcellen nodig zou hebben, in welke enzymoplossing zou je dan een stukje aardappel leggen?
In een oplossing van .
Terugkoppeling.
Welke van onderstaande gevallen is een voorbeeld van negatieve terugkoppeling?
Eiwitten.
Door verwarming tot 80ºC gaat de biologische activiteit van eiwitten verloren.
Waarvan is dat een gevolg?
Enzym.
Zie figuur B 5050 van de bijlage.
Zie figuur B 5052 van de bijlage.
Tijdens een 1 uur durende proef werd de invloed van de temperatuur op de activiteit van een enzym nagegaan.
De resultaten van deze proef zijn in figuur 1 weergegeven.
Indien de proefduur 3 uur in plaats van 1 uur zou zijn geweest, hoe zou het verband tussen de enzymactiviteit en de temperatuur er dan uitgezien hebben? (zie figuur 2).
Volgens het verloop van grafiek .
afbeelding
afbeelding
Fosforylase.
Zie figuur B 5051 van de bijlage.
Hiernaast een overzicht van een proefopstelling betreffende de werking van het enzym fosforylase op het substraat glucose-1-fosfaat.
Wat moet er in deze opstelling in de kuiltjes in rij Y gedaan worden?
afbeelding
Zetmeelconcentratie.
Zie figuur A 1134 van de bijlage.
In een erlenmeyer wordt een weinig zetmeel in gedestilleerd water opgelost. Aan deze oplossing wordt overmaat amylase toegevoegd. Tijdens het experiment wordt continu de zetmeelconcentratie bepaald. Hieruit berekent men de reactiesnelheid (v), die wordt uitgezet tegen de tijd (t).
Welk van de nevenstaande grafieken zal met de verkregen gegevens kunnen worden samengesteld?
Dat is grafiek .
afbeelding
2/2 Lipolase.
Zie figuur B 5074 van de bijlage.
Bekijk de afbeelding hiernaast.
Schrijf een gebruiksaanwijzing met opmerkingen over temperatuur en pH voor een wasmiddel met lipolase.
afbeelding
Endotherme reactie.
Zie figuur A 1137 van de bijlage.
Welke van de nevenstaande diagrammen geeft het verloop weer van de endotherme reactie A + B ® AB, met medewerking van een enzym?
Dat is diagram .
afbeelding
Enzymen.
Op welke manier stimuleren enzymen reacties?
Enzymwerking.
Enzymwerking berust op
Enzym.
Zie figuur B 5073 van de bijlage.
Het enzym dat de hiernaast afgebeelde reactie bevordert, noemt men een .
afbeelding
Een hydrolytische reactie.
De volgende hydrolytische reactie vindt plaats in de darmen van de mens:
C12
H22
O11
+ H2
O ® C6
H12
O6
(glucose) + C6
H12
O6
(galactose)
Welk enzym katalyseert deze reactie?
Het enzym
Een koppel van twee enzymen.
Zie figuur B 5076 van de bijlage.
Een bacteriestam die in een commercieel fermenteervat wordt gebruikt, zet de stof A om in stof B met behulp van enzym Y. Dezelfde stam bevat ook enzym Z die B in A omzet. Ieder molecuul A levert een molecuul B op en omgekeerd. De relatieve activiteit van de enzymen Y en Z is te zien in de grafiek hiernaast.
Bij welke temperatuur moet de bacteriestam gekweekt worden om zoveel mogelijk van stof B te krijgen?
bij een temperatuur van
°C
afbeelding
Een eiwit veranderen.
Zie figuur B 5049 van de bijlage.
Een industrieel wetenschapper moet de aminozuurvolgorde van een eiwit veranderen om een probleem rond een patent op te lossen. De activiteit van het eiwit moet echter blijven bestaan.
Waar zou de wetenschapper een aminozuur wijzigen in het eiwit met twee zwavelbruggen en een actief centrum, zoals hiernaast getoond?
op plaats
afbeelding
Enzymactiviteit.
Welk van de volgende verschijnselen kan een negatieve terugkoppeling op de activiteit van een enzym veroorzaken?