Deze oefentoets bevat 9 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
EPO is een hormoon dat door de nieren wordt gemaakt. Het speelt een rol bij het maken van rode bloedcellen. EPO kan ook kunstmatig gemaakt worden en door sporters gebruikt worden als doping. Door EPO te gebruiken worden er veel meer rode bloedcellen geproduceerd dan normaal. Daardoor kan een sporter zijn prestaties vergroten. Sporters worden op het gebruik van EPO gecontroleerd door bloed- en urineonderzoek.
Leg uit dat een sporter tot grotere lichamelijke prestaties in staat is, als het bloed meer rode bloedcellen bevat (antwoord moet 3 stappen bevatten).
Doping
2/3 EPO.
Waar in het lichaam worden rode bloedcellen gemaakt?
Doping
3/3 EPO.
Het gebruik van EPO kan door urineonderzoek gecontroleerd worden.
Waar in de nieren wordt EPO uit het bloed verwijderd?
Doping
1/4 Doping. Zie figuur B 4611 van de bijlage.
Sporters leveren vaak na een wedstrijd urine in. Deze urine wordt dan getest op sporen van verboden middelen (doping). Urine wordt geproduceerd in de nieren.
De afbeelding toont een schematische tekening van een nier.
Met P is een buis aangegeven. De inhoud hiervan stroomt richting de nier.
Wat is de naam van deze buis?
afbeelding
Doping
2/4 Doping.
Een sporter spuit doping in zijn beenader. De doping verspreidt zich via het bloed in zijn lichaam.
In welk deel van het hart komt die doping het eerst terecht?
Doping
3/4 Doping.
Doping is een stof die in het lichaam wordt afgebroken.
Welk orgaan is betrokken bij de afbraak van gifstoffen en afvalstoffen?
Doping
4/4 Doping.
De bijnieren produceren een hormoon. Dit hormoon wordt ook gebruikt als doping.