Oefentoets Biologie: Mens-milieu | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

Vangstquota.
Zie figuur B 5543 van de bijlage.

Bij het bepalen van vangstquota (b.v. van walvissen) bestudeert men grafieken zoals de grafiek hiernaast, die het verband laten zien tussen geboortesnelheid, sterftesnelheid en populatiegrootte.

Welke curve stelt de geboortesnelheid voor?

Curve [invulveld].

En wat stelt het punt P voor?

Dat is de [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/10 Oostvaardersplassen.

Lees de onderstaande tekst, die bewerkt is naar het artikel 'Schiet die beesten af of laat ze gewoon maar sterven', door Marieke Aarden, in De Volkskrant van 14 november 2005.

De Oostvaardersplassen worden steeds beroemder. Het natuurgebied staat model voor de nieuwe natuurparken die Engeland wil aanleggen. Het buitenland mag dan euforisch zijn over het stukje 'wilde' natuur, enkele omwonenden, CDA-politici, Dierenbescherming, de Vereniging Het Veluws Hert en andere deskundigen vragen zich af of er voor die 3100 runderen, koniks en edelherten genoeg te eten valt in de winter.

'Er woedt een onderhuidse oorlog', zegt Jan Kuiper van Staatsbosbeheer, dat het gebied beheert. Moet het enige natuurgebied van Nederland waar de beesten grotendeels de regie voeren, worden opgegeven en gaan mensen bepalen hoe het in de Oostvaardersplassen moet toegaan?

René Robijn woont in Almere praktisch naast de Oostvaardersplassen. 'Vorige winter stierven de dieren bij bosjes. Het was één grote modderpoel, de bomen waren afgeschild, er viel niets meer te eten. De dieren stonden tegen de omheining gedrongen omdat het gras aan de andere kant nog groen was. Daar stonden ze apathisch, ijzingwekkend stil, bewegingsloos. Totdat ze omvielen. Staatsbosbeheer sleepte de kadavers weg van de hekken om te voorkomen dat het publiek de dode dieren zou zien.'

Dit verhaal maakt weinig indruk op Jan Kuiper van Staatsbosbeheer, dat het gebied beheert. 'Apathisch aandoende edelherten zijn geen afwijkend patroon als het vriest. De dieren laten hun lichaam afkoelen om zo weinig mogelijk energie te gebruiken. Ze staan te suffen, kunnen uren stilstaan. Dat moet je niet verstoren en daarom wilden we in het Fluitbos geen mensen hebben.'

Vorig jaar gingen 700 van de 3100 dieren dood. De tegenstanders van vrije natuur vinden Nederland te klein voor een groot natuurgebied met vrij levende kuddes. Het moet net als op de Veluwe, waar de mens bepaalt hoeveel edelherten er mogen leven.

In het debat dat Het Veluws Hert onlangs organiseerde, stelde Piet Zijlstra, lid van de CDA-fractie in Provinciale Staten van Flevoland, dat Staatsbosbeheer verantwoordelijkheid moet nemen. 'We moeten af van het wetenschappelijke gelul en wetenschapscommissies.'
'Staatsbosbeheer wil de dieren zo wild mogelijk laten leven. Het is onvermijdelijk dat ze met goede en slechte tijden te maken krijgen. En dat werkt, ondanks alle tegenstand', zegt dr. Frans Vera, geestelijk vader van de Oostvaardersplassen. 'Een sterfte onder de dieren, zoals vorig jaar, is onder kuddes in het wild niet ongebruikelijk. Zo blijven de sterke over.'

Prof. dr. Maarten Frankenhuis, ex-directeur van Artis, ziet het als volgt: 'Eerst moet de beschikbare hoeveelheid voedsel in de Oostvaardersplassen worden berekend en daarop moet de populatie worden afgestemd. Het kan zijn dat je dan maar 1500 dieren kunt overhouden. Afschot, met geluiddemper om zo min mogelijk te verstoren, moet niet aan het eind van de winter gebeuren, maar het hele jaar door. Zo kunnen dieren die niet kunnen meekomen, worden geselecteerd voor afschot. Kadavers gaan naar de dierentuinen.'

Dat is het slechtste wat je kunt doen, beweert ecoloog dr. Theo Vulink, die de kuddes in de Oostvaardersplassen monitort. 'Vaste aantallen dieren zijn funest in een jong ecosysteem zoals de Oostvaardersplassen. De hoge biodiversiteit ontstaat doordat er tussen gras en riet ook verruigend rietland is, waar muizen en hun predatoren, zoals kiekendieven en buizerds, op afkomen.'

Als de samenleving de vrije natuur in de Oostvaardersplassen niet kan accepteren, is de één na beste oplossing om er rigoureus het mes in te zetten, oordeelt Vulink. Eens in de vijf of tien jaar ingrijpen en dertig procent van de dieren overhouden. Dan heb je niet elk jaar onrust en dat komt de biodiversiteit ten goede. De ecoloog vraagt zich af of al die adviseurs van de minister ooit de moeite nemen de jongste inzichten over grote grazers te lezen. 'Ze denken dat de beschikbaarheid van voedsel in de winter het hoofdmotief is voor sterfte, maar de conditie waarin de beesten de winter ingaan, is veel bepalender voor hun overlevingskans. Vooral het vet rond de organen is belangrijk, maar dat kun je aan de buitenkant niet zien. Daarom is het selecteren op uiterlijk zo'n hachelijke onderneming', zegt Vulink.

Met Frans Vera is hij het erover eens dat afschot geen goede manier is om stabiele kudden te krijgen. Dieren werken toe naar optimale aantallen die passen bij hun habitat. Ze krijgen bijvoorbeeld minder jongen als er te weinig voedsel is. Natuurlijk reageren op omstandigheden kan niet als de mens de omvang van de kudden bepaalt. De overblijvers gaan dan harder werken aan voortplanting omdat er weer genoeg te halen valt. Gevolg: de mens moet jaar in jaar uit ingrijpen.

Zie volgende scherm




-

Mens en Milieu

2/10 Oostvaardersplassen.

In een ecosysteem zoals de Oostvaardersplassen zijn verschillende organisatieniveaus te onderscheiden: behalve het ecosysteem zelf het individu en de populatie. In de tekst is sprake van 'apathische edelherten.'

Op welk organisatieniveau is sprake van apathische edelherten? Licht je antwoord toe.

Mens en Milieu

3/10 Oostvaardersplassen.

Welk ecologisch begrip hoort bij de bewering: 'Eerst moet de beschikbare hoeveelheid voedsel in de Oostvaardersplassen worden berekend en daarop moet de populatie worden afgestemd. Het kan zijn dat je dan maar 1500 dieren kunt overhouden.'?

Mens en Milieu

4/10 Oostvaardersplassen.

In welk opzicht is bovenstaande redenering identiek aan die van mosselkwekers in Zeeland?

Mens en Milieu

5/10 Oostvaardersplassen.

Is er in de Oostvaardersplassen wel of niet sprake van een complexer en dynamischer systeem dan in de Oosterschelde?

Mens en Milieu

6/10 Oostvaardersplassen.

Wat gebeurt er met de dynamiek in dit gebied als Prof. Frankenhuis zijn zin zou krijgen?
Leg je antwoord uit.

Mens en Milieu

7/10 Oostvaardersplassen.

Wat was de sterftesnelheid per jaar van de groep planteneters in 2004?

Mens en Milieu

8/10 Oostvaardersplassen.

Wat is volgens het artikel de enige factor van belang bij het bepalen van de aantallen van planteneters in de Oostvaardersplassen?

Mens en Milieu

9/10 Oostvaardersplassen.
Zie figuur B 5544 van de bijlage.

In een computertekenprogramma heeft een leerling n.a.v. het artikel een gedeelte al gebouwd (zie afbeelding hiernaast).

Neem deze tekening over en geef met relatiepijlen aan hoe het model 'compleet' kan worden en kan worden doorgerekend.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

10/10 Oostvaardersplassen.

Ecologen kunnen problemen krijgen met een debat, doordat ze op verschillende organisatieniveaus denken.

Geef aan op welke organisatieniveaus René Robijn, Frans Vera en Maarten Frankenhuis denken, als je hun uitspraken in de tekst leest.

Mens en Milieu

Visvangst op zee.

De visvangst op zee wordt overal minder, de zee raakt leeg.
Het doel van duurzame visserij is slechts een beperkt deel van de vispopulaties te vangen, zeg 30%. Maar de vangst is juist toegenomen of gelijk gebleven, terwijl veel populaties zijn ingestort.
Hieronder een eenvoudige visvangstformule:

H = N x E x G
H = grootte van de vangst
N = populatiegrootte
E = vangstinspanning (aantal visdagen x het aantal schepen)
G = vangstefficiëntie (deel van N dat per boot per dag wordt gevangen)

Welke maatregel is duurzaam, dus zorgt ervoor dat de vispopulaties niet nog verder instorten?

Mens en Milieu

1/11 Roofvogels met rugzakjes.

Lees de onderstaande twee tekstfragmenten.

Toevallige omstandigheden leiden soms tot opmerkelijke natuur. De Oostvaardersplassen ontstonden doordat de industrie de Flevopolder links liet liggen. En in het Groningse Oldambt werden in 1990 graanakkers braak gelegd vanwege de graanoverschotten in Europa.Die graanakkers werden attractief voor de grauwe kiekendief, want tussen het wilde groen verschenen de muizen. De roofvogel nestelde zich tussen luzerne en granen op de nog wel ingezaaide akkers en zocht zijn prooien in de nieuwe, braakliggende, steppeachtige velden.

De grauwe kiekendief (Circus pygargus) keerde terug in Nederland. En de trekvogel ontdekte behalve Oost-Groningen ook het Lauwersmeer en Flevoland. Er broeden nu 46 paren.

Paula's zender
Dankzij nieuwe technologie kunnen nu kleine zendertjes van 12 gram worden gemaakt, een gewicht dat een kiekendief nog kan torsen op zijn tocht van Oldambt naar westelijk Afrika.

In augustus en september is een nieuwe zending uitgevlogen van zes gezenderde grauwe kiekendieven: Merel, Cathryn, Freyr, Paula, Frans en Rudi. Ze zijn exact te volgen via een speciale website, www.grauwekiekendief.nl. Paula's zender is al snel uitgevallen, de vijf overige zijn zonder mankeren via Spanje naar Afrika gevlogen. 'Dat is om je vingers bij af te likken. Het tart onze fantasie', verzekert Koks. Koks brengt met zijn Werkgroep Grauwe Kiekendief en met hulp van Vogelbescherming, de Rijksuniversiteit Groningen en de Vogelwarte Helgoland in Duitsland de trekroute in kaart. 'We kunnen nu het hele verhaal rond de grauwe kiekendief gaan vertellen', vult onderzoekster drs. Christa Trierweiler aan. Beetje bij beetje komen de gegevens via de satelliet en de website naar buiten. Welke route kiezen de vogels, waar komen ze in de knoei, is de Sahel een riskant gebied?

Twee vrouwtjes, Cathryn en Merel gingen er als een speer vandoor en meldden zich als eerste bij het Atlasgebergte in Marokko. Waarschijnlijk omdat daar eten te halen viel. Sprinkhanen. Twee jaar geleden begon hier een sprinkhanenplaag die via Mauritanië, Burkino Faso naar Niger trok in een wolk zo groot als Utrecht.

Twee mannetjes, Franz en Rudi die in Groningen op 20 km van elkaar hebben gebroed, zitten nu 50 km van elkaar in zuidelijk Mauritanië.' Alsof ze het geroken hebben. Afgelopen zondag kondigde de FAO een uitbraak van sprinkhanen af in deze regio'.
Valt er al een voorzichtige conclusie te trekken? Ja zegt vogelaar Koks. 'We dachten dat veel vogels in Zuid-Europese landen naar beneden werden geschoten. Dat gebeurt nog steeds, maar Afrika is veel gevaarlijker. Dat weten we omdat we vorig jaar twee gezenderde vrouwtjes zijn kwijtgeraakt in Afrika.

Ecoloog Doevendans, die het leven rond waterrijke plaatsen in de Sahara onderzocht, weet dat slimme jongetjes sprinkhanen gebruiken om bijvoorbeeld kiekendieven te vangen. "Dan hebben ze iets te eten of verdienen ze een paar dinar." Maar de grauwe kiek is dan wel weg.
Doevendans: "De kiekendief speelt in Nederland een rol in het onder controle houden van de muizenpopulatie, en doet in Afrika hetzelfde met de sprinkhanen. Als dit mechanisme niet meer werkt, leidt dit tot een keten van onaangename gebeurtenissen".

Zie volgende scherm




-




-

Mens en Milieu

2/11 Roofvogels met rugzakjes.

Maak een voedselketen/web van de soorten die voorkomen op de akkers van Oldambt en in Afrika.
Geef van elke soort aan welke functie ze vervullen in de voedselketen.

Mens en Milieu

3/11 Roofvogels met rugzakjes.
Zie figuur B 5546 van de bijlage.

Leg uit hoe het ecosysteem van de grauwe kiekendief in Nederland eruit ziet. Maak daarbij gebruik van twee biotische en twee abiotische factoren.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

5/11 Roofvogels met rugzakjes.

In de natuur kom je meerdere niveaus tegen zoals individu, populatie en ecosysteem.

In augustus en september is een nieuwe zending uitgevlogen van zes gezenderde grauwe kiekendieven: Merel, Cathryn, Freyr, Paula, Frans en Rudi. Ze zijn exact te volgen via een speciale website, www.grauwekiekendief.nl. Paula's zender is al snel uitgevallen, de vijf overige zijn zonder mankeren via Spanje naar Afrika gevlogen. 'Dat is om je vingers bij af te likken. Het tart onze fantasie', verzekert Koks. Koks brengt met zijn Werkgroep Grauwe Kiekendief en met hulp van Vogelbescherming, de Rijksuniversiteit Groningen en de Vogelwarte Helgoland in Duitsland de trekroute in kaart. 'We kunnen nu het hele verhaal rond de grauwe kiekendief gaan vertellen', vult onderzoekster drs. Christa Trierweiler aan. Beetje bij beetje komen de gegevens via de satelliet en de website naar buiten. Welke route kiezen de vogels, waar komen ze in de knoei, is de Sahel een riskant gebied?(...)
Doevendans: "De kiekendief speelt in Nederland een rol in het onder controle houden van de muizenpopulatie, en doet in Afrika hetzelfde met de sprinkhanen. Als dit mechanisme niet meer werkt, leidt dit tot een keten van onaangename gebeurtenissen".

Op welk organisatieniveau speelt de opmerking van Koks (r.16)?
En die van Trierweiler (r.20)?
En die van Doevendans(r.34)?
Kies steeds uit individu, populatie en ecosysteem en geef een korte toelichting bij je keuze.



-

Mens en Milieu

6/11 Roofvogels met rugzakjes.

Welke abiotische factor kan een rol spelen bij de vogeltrek van de grauwe kiekendief?
Leg je antwoord uit.

Mens en Milieu

7/11 Roofvogels met rugzakjes.

Leg uit dat muizen in Oldambt en sprinkhanen in Mauritanië dezelfde niche vervullen.

Mens en Milieu

8/11 Roofvogels met rugzakjes.

Doevendans spreekt van een keten van onaangename gebeurtenissen als het mechanisme niet meer werkt.

Geef de ecologische term van dit mechanisme.