1/10 Oostvaardersplassen.
Lees de onderstaande tekst, die bewerkt is naar het artikel 'Schiet die beesten af of laat ze gewoon maar sterven', door Marieke Aarden, in De Volkskrant van 14 november 2005.
De Oostvaardersplassen worden steeds beroemder. Het natuurgebied staat model voor de nieuwe natuurparken die Engeland wil aanleggen. Het buitenland mag dan euforisch zijn over het stukje 'wilde' natuur, enkele omwonenden, CDA-politici, Dierenbescherming, de Vereniging Het Veluws Hert en andere deskundigen vragen zich af of er voor die 3100 runderen, koniks en edelherten genoeg te eten valt in de winter.
'Er woedt een onderhuidse oorlog', zegt Jan Kuiper van Staatsbosbeheer, dat het gebied beheert. Moet het enige natuurgebied van Nederland waar de beesten grotendeels de regie voeren, worden opgegeven en gaan mensen bepalen hoe het in de Oostvaardersplassen moet toegaan?
René Robijn woont in Almere praktisch naast de Oostvaardersplassen. 'Vorige winter stierven de dieren bij bosjes. Het was één grote modderpoel, de bomen waren afgeschild, er viel niets meer te eten. De dieren stonden tegen de omheining gedrongen omdat het gras aan de andere kant nog groen was. Daar stonden ze apathisch, ijzingwekkend stil, bewegingsloos. Totdat ze omvielen. Staatsbosbeheer sleepte de kadavers weg van de hekken om te voorkomen dat het publiek de dode dieren zou zien.'
Dit verhaal maakt weinig indruk op Jan Kuiper van Staatsbosbeheer, dat het gebied beheert. 'Apathisch aandoende edelherten zijn geen afwijkend patroon als het vriest. De dieren laten hun lichaam afkoelen om zo weinig mogelijk energie te gebruiken. Ze staan te suffen, kunnen uren stilstaan. Dat moet je niet verstoren en daarom wilden we in het Fluitbos geen mensen hebben.'
Vorig jaar gingen 700 van de 3100 dieren dood. De tegenstanders van vrije natuur vinden Nederland te klein voor een groot natuurgebied met vrij levende kuddes. Het moet net als op de Veluwe, waar de mens bepaalt hoeveel edelherten er mogen leven.
In het debat dat Het Veluws Hert onlangs organiseerde, stelde Piet Zijlstra, lid van de CDA-fractie in Provinciale Staten van Flevoland, dat Staatsbosbeheer verantwoordelijkheid moet nemen. 'We moeten af van het wetenschappelijke gelul en wetenschapscommissies.'
'Staatsbosbeheer wil de dieren zo wild mogelijk laten leven. Het is onvermijdelijk dat ze met goede en slechte tijden te maken krijgen. En dat werkt, ondanks alle tegenstand', zegt dr. Frans Vera, geestelijk vader van de Oostvaardersplassen. 'Een sterfte onder de dieren, zoals vorig jaar, is onder kuddes in het wild niet ongebruikelijk. Zo blijven de sterke over.'
Prof. dr. Maarten Frankenhuis, ex-directeur van Artis, ziet het als volgt: 'Eerst moet de beschikbare hoeveelheid voedsel in de Oostvaardersplassen worden berekend en daarop moet de populatie worden afgestemd. Het kan zijn dat je dan maar 1500 dieren kunt overhouden. Afschot, met geluiddemper om zo min mogelijk te verstoren, moet niet aan het eind van de winter gebeuren, maar het hele jaar door. Zo kunnen dieren die niet kunnen meekomen, worden geselecteerd voor afschot. Kadavers gaan naar de dierentuinen.'
Dat is het slechtste wat je kunt doen, beweert ecoloog dr. Theo Vulink, die de kuddes in de Oostvaardersplassen monitort. 'Vaste aantallen dieren zijn funest in een jong ecosysteem zoals de Oostvaardersplassen. De hoge biodiversiteit ontstaat doordat er tussen gras en riet ook verruigend rietland is, waar muizen en hun predatoren, zoals kiekendieven en buizerds, op afkomen.'
Als de samenleving de vrije natuur in de Oostvaardersplassen niet kan accepteren, is de één na beste oplossing om er rigoureus het mes in te zetten, oordeelt Vulink. Eens in de vijf of tien jaar ingrijpen en dertig procent van de dieren overhouden. Dan heb je niet elk jaar onrust en dat komt de biodiversiteit ten goede. De ecoloog vraagt zich af of al die adviseurs van de minister ooit de moeite nemen de jongste inzichten over grote grazers te lezen. 'Ze denken dat de beschikbaarheid van voedsel in de winter het hoofdmotief is voor sterfte, maar de conditie waarin de beesten de winter ingaan, is veel bepalender voor hun overlevingskans. Vooral het vet rond de organen is belangrijk, maar dat kun je aan de buitenkant niet zien. Daarom is het selecteren op uiterlijk zo'n hachelijke onderneming', zegt Vulink.
Met Frans Vera is hij het erover eens dat afschot geen goede manier is om stabiele kudden te krijgen. Dieren werken toe naar optimale aantallen die passen bij hun habitat. Ze krijgen bijvoorbeeld minder jongen als er te weinig voedsel is. Natuurlijk reageren op omstandigheden kan niet als de mens de omvang van de kudden bepaalt. De overblijvers gaan dan harder werken aan voortplanting omdat er weer genoeg te halen valt. Gevolg: de mens moet jaar in jaar uit ingrijpen.
Zie volgende scherm
-