Ecologie
Beren in winterslaap.
Beren maken deel uit van voedselketens in hun ecosysteem.
Behoren de beren in dat ecosysteem tot de consumenten, tot de producenten of tot de reducenten?
Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Beren in winterslaap.
Beren maken deel uit van voedselketens in hun ecosysteem.
Behoren de beren in dat ecosysteem tot de consumenten, tot de producenten of tot de reducenten?
De ringslang.
De broedplaats van een ringslang moet vochtig, luchtig en warm zijn.
Zijn deze drie milieufactoren abiotisch of biotisch?
Of zijn sommige abiotisch en andere biotisch?
Zeehonden.
Zie figuur B 3371 van de bijlage.
Zeehonden zijn aangepast aan het leven in zee. Ze kunnen zich soepel door het water bewegen. Daarbij halen ze snelheden van wel 35 kilometer per uur. Zo jagen ze bijvoorbeeld op hun voedsel.
In de afbeelding B 3371 zijn enkele voedselrelaties weergegeven. Daar is te zien dat een zeehond onder andere haring eet.
Welke twee andere soorten voedsel eet een zeehond volgens de afbeelding?
afbeelding
1/4 Jachtluipaarden.
In een boek staat het volgende:
"Een antilope staat rustig gras te eten. Een jachtluipaard rent naar de antilope. Als hij de antilope gevangen heeft, eet hij hem op."
Welke voedselketen wordt in de informatie beschreven?
Vleermuizen.
Vleermuizen in Nederland houden een winterslaap om ongunstige omstandigheden te kunnen overleven.
Noem een biotische factor uit de informatie die bepalend is voor die ongunstige omstandigheden.
Luiaards.
De drievingerige luiaard hangt een groot deel van zijn leven in dezelfde boom.
Ongeveer eenmaal per week komt hij uit zijn boom naar beneden om te poepen.
Hij begraaft zijn ontlasting aan de voet van zijn boom. De ontlasting wordt door organismen in de bodem afgebroken.
Noem een groep organismen die ontlasting afbreken.
Ziek van de natuur.
Is een teek die een hond bijt een consument, een producent of een reducent?
De bestrijding van malaria.
De bestrijding van malaria, een belangrijke doodsoorzaak in grote delen van de tropen, heeft nog steeds weinig succes. De bestrijding richt zich vooral tegen de malariamug, de verspreider van de ziekte. Men bespoot de plaatsen waar de muggen voorkomen met bestrijdingsmiddelen. Deze methode veroorzaakt een grote belasting van het milieu. Bovendien moet het spuiten voortdurend worden herhaald, waardoor extra milieuvervuiling optreedt. De methode roeit ook andere dieren uit zoals de natuurlijke vijanden van de mug. Vaak worden verouderde spuitmiddelen gebruikt en middelen die giftig zijn voor de mens. Bovendien zijn de muggen door het vele spuiten ongevoelig (resistent) geworden voor veel van de middelen.
In de tekst wordt als nadeel voor het milieu het uitroeien van andere dieren zoals de natuurlijke vijanden van de mug genoemd.
Leg uit waardoor ook andere dieren worden uitgeroeid, hoewel ze niet rechtstreeks worden bespoten met de bestrijdingsmiddelen.
1/3 Paddenstoelen.
Zie figuur B 4776 van de bijlage.
Vooral in de herfst zie je veel paddenstoelen in onze loofbossen.
Paddenstoelen zijn de voortplantingsorganen van bepaalde schimmels.
De schimmels breken dood materiaal af, zoals hout en gevallen bladeren. In de herfst is er veel dood materiaal in het bos.
Dit dode materiaal bevat voedingsstoffen voor de schimmels.
Waardoor is er in de herfst meer dood materiaal dan in de zomer?
afbeelding
2/3 Paddenstoelen.
Organismen zijn te verdelen in consumenten, producenten en reducenten.
Tot welke groep behoren de schimmels?
3/3 Paddenstoelen.
Zie figuur B 4777 van de bijlage.
Welke van de tekeningen stelt een schimmelcel voor?
afbeelding
Ooievaar.
Zie figuur B 6935 van de bijlage.
Ooievaars kunnen een mol vastgrijpen en doorslikken. Dat is niet zonder gevaar. De slokdarm kan door de scherpe graafklauwen van de mol beschadigd worden.
Een mol (zie afbeelding) graaft met die klauwen door de grond en vangt regenwormen als voedsel. Regenwormen eten veel resten van planten, zoals bladeren.
Met de vier organismen uit de tekst kan een voedselketen van vier schakels gevormd worden.
Schrijf deze voedselketen op.
afbeelding
Het nijlpaard.
Zie figuur B 4591 van de bijlage.
Nijlpaarden zijn dieren die in Afrika in het wild leven.
Ze hebben een groot rond lichaam en korte poten.
De mannetjes kunnen ongeveer 3000 kg zwaar worden.
Nijlpaarden zijn overdag meestal in het water te vinden.
Als het in de avond wat koeler wordt, komen de nijlpaarden aan land.
Ze gaan dan op zoek naar planten zoals gras.
Hiernaast is een nijlpaard weergegeven.
Is het nijlpaard een consument, een producent of een reducent? Gebruik hierbij de bovenstaande informatie.
afbeelding
1/2 De dingo.
Zie figuur B 6847 van de bijlage.
Dingo's zijn honden die in Australië in het wild leven.
Ze kunnen ongeveer 20 kg zwaar worden.
Dingo's leven meestal in groepen. Zo'n groep dingo's jaagt samen op andere dieren. Zo kunnen ze bijvoorbeeld gemakkelijk een kleine kangoeroe vangen.
In de afbeelding zie je een foto van een dingo. Ook is een schedel van een dingo te zien.
Is de dingo een consument, een producent of een reducent?
afbeelding
2/2 De dingo.
In een boek staat:
Soms hebben boeren in Australië last van dingo's.
Bijvoorbeeld als een schaap, dat rustig gras eet, wordt aangevallen.
Als een groep dingo's een schaap grijpt, is er al gauw weinig van zo'n dier over.
Welke voedselketen wordt hier beschreven?
Een aardappelplant.
Aardappelplanten dichtbij bossen worden soms vernield door wilde zwijnen. Deze dieren wroeten in de grond op zoek naar aardappels.
Zijn wilde zwijnen consumenten, producenten of reducenten?
Een aardappelplant.
Aardappelmoeheid is een ziekte bij aardappelplanten die veroorzaakt wordt door aaltjes.
Aaltjes zijn kleine wormpjes die gangen vreten in groeiende aardappelen.
Zijn deze aaltjes consumenten, producenten of reducenten?
Een aardappelplant.
In het ecosysteem van een veld met aardappelplanten komen bacteriën in de bodem voor.
Twee beweringen over de activiteiten van bacteriën in dat ecosysteem zijn:
I. bacteriën zetten organische stoffen om in eiwitten die door aardappelplanten opgenomen worden,
II. bacteriën zetten organische stoffen om in anorganische stoffen die door aardappelplanten opgenomen kunnen worden.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
De grote brandnetel.
Vlinders, zoals de kleine vos, fladderen in het voorjaar en in de zomer tussen de brandnetels rond. De zwart-geel gestreepte rupsen van de kleine vos voeden zich met de bladeren van de brandnetel.
Ook sluipwespen houden zich in de buurt van brandnetels op. De vrouwtjes van de sluipwespen zijn op zoek naar rupsen van de kleine vos, waarin zij eitjes leggen. De larven die uit die eitjes komen, voeden zich met het inwendige van die rups.
In de tekst wordt een aantal organismen genoemd die samen een voedselketen zijn.
Schrijf de namen van deze organismen op en geef met pijlen de voedselketen aan.
Kenmerken van organismen.
Zie figuur B 1975 van de bijlage.
Welk organisme uit de afbeelding is een producent of welke organismen zijn producenten?
afbeelding