Oefentoets Biologie: Broeikaseffect | VWO 1/VWO 2/VWO 3

Deze oefentoets bevat 21 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

21

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Broeikaseffect

Broeikaseffect.

Op welke manier zorgen broeikasgassen voor het broeikaseffect?

Broeikaseffect

Broeikaseffect.

Marieke zegt dat door toename van het broeikaseffect laaggelegen gebieden het gevaar lopen onder water te verdwijnen.
Mathijs zegt dat het platbranden van tropisch regenwoud het broeikaseffect kan versterken.

Wie heeft (hebben) gelijk?

Broeikaseffect

1/3 Broeikaseffect.
Zie figuur B 3594 van de bijlage.

Wetenschappers hebben ontdekt dat de aarde warmer is geworden. Men denkt dat dit komt door het broeikaseffect. De afbeelding is een lijngrafiek van de temperatuurstijging van de aarde.

Hoeveel is de temperatuur gestegen tussen 1900 en 2000?

afbeeldingafbeelding

Broeikaseffect

2/3 Broeikaseffect.

Koolstofdioxide is één van de gassen in de lucht die het broeikaseffect veroorzaken. Het komt vooral in de lucht door het verbranden van fossiele brandstoffen, zoals steenkolen en aardolie.

Noem twee activiteiten van mensen waarbij fossiele brandstoffen worden verbruikt.

Broeikaseffect

3/3 Broeikaseffect.

In de tabel hieronder is de koolstofdioxide-uitstoot in de wereld weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur B 3595 van de bijlage.

Zet deze gegevens uit in een staafdiagram. Maak met deze gegevens het staafdiagram af.

afbeeldingafbeelding

Broeikaseffect

1/2 Broeikaseffect.

Koolstofdioxide is één van de gassen in de lucht die het broeikaseffect veroorzaken. Wetenschappers hebben van diverse landen berekend wat de gemiddelde koolstofdioxide-uitstoot per inwoner is. De onderstaande tabel geeft een deel van de resultaten weer.

afbeeldingafbeelding

Zie figuur A 800 van de bijlage.

Zet de bovenstaande gegevens uit in het staafdiagram.

afbeeldingafbeelding

Broeikaseffect

2/2 Broeikaseffect.

Koolstofdioxide ontstaat door het verbranden van fossiele brandstoffen. Het gebruik van fossiele brandstoffen neemt toe doordat steeds meer mensen op de aarde leven.

Noem nog een andere oorzaak voor de sterke toename van het gebruik van fossiele brandstoffen.

Broeikaseffect

1/3 Broeikaseffect.

Op internet staat de volgende informatie:

Fossiele brandstoffen zijn ontstaan uit vergane organismen van miljoenen jaren geleden. Opstoken van fossiele brandstoffen versterkt het broeikaseffect.

Drie brandstoffen zijn: gas, hout en olie.

Welke van deze brandstoffen zijn fossiele brandstoffen?

Broeikaseffect

2/3 Broeikaseffect.

Welk gas in de lucht is vooral verantwoordelijk voor het broeikaseffect?

Broeikaseffect

3/3 Broeikaseffect.

Wat is het belangrijkste gevolg van het broeikaseffect?

Broeikaseffect

1/2 Broeikaseffect.

Het broeikaseffect lijkt ook invloed te hebben op het broedgedrag van vogels. Spreeuwen bijvoorbeeld leggen hun eieren 9 dagen eerder in het seizoen dan ze 25 jaar geleden deden.
Sommige soorten beginnen zelfs een halve maand eerder met broeden dan soortgenoten dat deden.

Bedenk twee argumenten waarom dat pure tijdwinst is voor deze dieren.

Broeikaseffect

2/2 Broeikaseffect.

Bedenk een nadeel in sommige jaren voor die (nu steeds optredende) vroege start.

Broeikaseffect

2/2 Broeikaseffect.

Welke bewering is het meest juist?

Broeikaseffect

2/3 Smeermiddelen uit planten.

Normaal wordt als smeerolie fossiele olie gebruikt. Deze fossiele olie is ontstaan uit resten van planten en dieren die heel lang geleden hebben geleefd. Zowel fossiele smeerolie als de plantaardige olie uit bovenstaand bericht, moet regelmatig worden ververst. De oude 'afgewerkte' olie wordt in beide gevallen afgebroken of verbrand. Bij afbraak of verbranding van beide typen smeerolie ontstaat koolstofdioxide. Het koolstofdioxidegehalte van de atmosfeer wordt echter alleen verhoogd door het gebruik van fossiele smeerolie en niet door het gebruik van de plantaardige olie, ook niet als het gebruik van deze plantaardige smeerolie zeer groot zou zijn.

Waarom neemt het koolstofdioxidegehalte van de atmosfeer niet toe door het gebruik van de in de tekst beschreven plantaardige oliën?

Broeikaseffect

Temperatuur.

Tijdens een onderzoek naar de invloed van broeikasgassen werd gekeken naar de invloed van de samenstelling van de atmosfeer op de temperatuur. Het resultaat staat in de tabel hieronder.
Op grond van de tabel kan een conclusie getrokken worden.
afbeeldingafbeelding

Wat heeft een broeikasversterkend effect?

Broeikaseffect

2/2 Opwarming van het klimaat.

Verhoging van de omgevingstemperatuur in een gebied kan leiden tot hittegolven en langdurige droogtes. Door hun geringe grootte zijn insecten gevoelig voor uitdroging. De insecten zullen dan geselecteerd worden op snellere voortplanting omdat ze een kortere levensduur hebben. Exemplaren met langzamere voortplanting planten zich dan minder voort. Dit alles leidt tot gedragsveranderingen.

Geef aan welke van de volgende gedragsveranderingen bij de geselecteerde insecten wel of niet zal of zullen plaatsvinden:

1. Vrouwtjes van snelle voortplanters zijn minder selectief in het kiezen van de plaats waar ze hun eitjes leggen.
2. Vrouwtjes van snelle voortplanters leggen beduidend meer eitjes om de kans op overleven van de soort te vergroten.
3. Snelle parasiterende voortplanters (zoals de sluipwesp) zullen minder geschikte gastheren accepteren.
4. Snelle voortplanters komen vooral in waterrijke gebieden voor.