Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | HAVO 4/HAVO 5

Deze oefentoets bevat 44 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

44

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Intercellulaire holtes.

Welk transport vindt in hoofdzaak via de intercellulaire holten van een plant plaats?

Het transport van

Plantenanatomie

Transport van glucose in stengel.
Zie figuur B 1716 van de bijlage.

In de figuur staat een tekening van een gedeelte van een dwarsdoorsnede door een stengel.

Het transport van glucose naar het centrum van het merg vindt plaats

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Vaatbundel.
Zie figuur B 638 van de bijlage.

De tekening toont een deel van een zogenaamd 'spiraalvat' uit een vaatbundel van een zaadplant.

Is dit een bastvat of een houtvat?
Wat is de functie van de spiraalvormige verdikking?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Dennenboom.

In takken van een dennenboom bevinden zich weefsels die dienen voor:

1. stevigheid;
2. transport van anorganische stoffen;
3. transport van organische stoffen.

Welke van deze functies wordt (worden) voornamelijk door het houtgedeelte vervuld?

Plantenanatomie

Waterplanten en landplanten.

Waterplanten die volledig onder water leven, hebben in vergelijking met landplanten vaak minder vaten.

Welke vaten komen dan minder voor en waarmee hangt dit samen?

Plantenanatomie

Doorsnede vaatbundel.
Zie figuur B 97 van de bijlage.

De tekening stelt een lengtedoorsnede van een vaatbundel voor.

Welk cijfer geeft het cambium aan?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsneden van organen van planten.
Zie figuur B 617 van de bijlage.

Figuur P en figuur Q stellen dwarsdoorsneden van twee organen van een plant voor. Figuur R stelt een lengtedoorsnede van enkele vaten voor.

In welke van de aangegeven delen kunnen de in figuur R weergegeven vaten worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Vaatbundel.
Zie figuur B 607 van de bijlage.

De figuur stelt een foto van een vaatbundel voor.

Bevindt zich in de wand van P cellulose?
En houtstof?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Doorsnede maisstengel.
Zie figuur B 580 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van een dwarsdoorsnede van een maïsstengel voor.

Met welk cijfer is een houtvat aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Vorming van transportvat.
Zie figuur B 549 van de bijlage.

De tekening stelt het ontstaan van een deel van een transportvat voor in een tak van een boom.

Treedt de celvergroting van 1 naar 2 vooral op door celstrekking of door plasmagroei?
Worden in transportvat 4 in de zomer vooral anorganische stoffen en water of vooral organische stoffen en water vervoerd?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport van zouten in plant.

Over het transport van zouten vanuit de grond naar de houtvaten in de wortel van een plant wordt het volgende beweerd:

1. Voor dit proces is zuurstof nodig.
2. De snelheid van dit transport hangt af van de temperatuur.

Is bewering 1 juist?
En bewering 2?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping en bloeding bij planten.

Van drie even grote planten die in het licht staan, wordt gedurende één uur de verdamping gemeten. Vervolgens worden de stengels vlak boven de grond afgesneden en wordt onder dezelfde omstandigheden gemeten hoeveel bloeding in één uur optreedt. Bloeding is het vrijkomen van vocht uit het afgesneden deel met wortels, de wortelstomp. De resultaten zijn:

afbeeldingafbeelding

Welke van onderstaande conclusies is uit deze gegevens te trekken?



-

Plantenfysiologie

Transport door houtvaten.

Door houtvaten van bomen kan suiker worden getransporteerd.

In welk jaargetijde kan een dergelijk transport vooral worden verwacht en in welke richting vindt het dan plaats?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van blad.
Zie figuur B 343 van de bijlage.

De tekening stelt schematisch een doorsnede van een blad voor.

Via welke van de aangegeven plaatsen heeft een bladluis de grootste kans voldoende voedsel op te zuigen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Actief transport bij planten.

Over actief transport bij planten worden drie uitspraken gedaan:

1. Bij actief transport wordt energie verbruikt,
2. Opgeloste stoffen kunnen actief door een celmembraan heen getransporteerd worden,
3. Het transport van water van de ene naar de andere cel is meestal actief.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

Plantenfysiologie

Transport van water en zouten.

De wortels van een zaadplant verbruiken zuurstof voor de instandhouding van het transport van water en zouten naar de bladeren.

Welk van de volgende processen, die bij het transport van water en zouten een rol spelen, wordt het eerst beïnvloed door een daling van het zuurstofgehalte in de bodem?

Plantenfysiologie

Doorsnede van stengel.
Zie figuur A 176 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van een dwarsdoorsnede van een stengel van een zaadplant weer.

Heeft worteldruk direct invloed op het transport door P, of door S of door beide?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Dennentak.
Zie figuur B 1115 van de bijlage.

Uit een afgezaagde dennentak wordt een stukje gesneden zoals in tekening 1 van de afbeelding is weergegeven. De structuur van dit stukje is in tekening 2 schematisch getekend.
Toen de tak nog aan de boom zat, zijn door deze tak water en zouten naar de naalden vervoerd.

Onder invloed van welke krachten zijn water en zouten naar de naalden vervoerd?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel van een jonge boom voor.

Vindt transport van zouten door de wortel naar de stengel plaats in het deel dat is aangegeven met 1, met 2 of met 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 470 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een dwarsdoorsnede van een wortel van een jonge boom voor.
Twee typen transportprocessen zijn actief transport en diffusie.

Door welk of door welke van deze processen komen zouten vanuit het bodemwater in de houtvaten?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Potplant met ringwond.
Zie figuur B 467 van de bijlage.

Bij een onderzoek naar het transportsysteem van een overblijvende potplant worden van de stengel de buitenste lagen en de bast in een ring tot op het hout weggesneden. In de afbeelding geeft de letter H het hout aan en de letter B de buitenste lagen en de bast.
Als gevolg van deze behandeling treden de volgende veranderingen in de plant op:

1. De verdamping van water uit de bladeren wordt groter dan de wateraanvoer naar de bladeren.
2. Het transport van anorganische stoffen via de houtvaten in de stengel neemt af.
3. De hoeveelheid opgeloste organische stoffen in de bastvaten van de wortel neemt af.
4. De opname van zouten door de wortel neemt af.

Welke van deze veranderingen treedt het eerste op?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Zonnebloem.

In een levende zonnebloem vindt transport plaats van zouten uit een houtvat naar de vacuole van een aangrenzende parenchymcel.

Door welk proces gaan deze zouten door het celmembraan van de parenchymcel?

Plantenfysiologie

Doorsnede van een wortel.
Zie figuur B 616 van de bijlage.

De tekening stelt voor een dwarsdoorsnede van een wortel.

Vindt van 1 naar 2 de opname van ionen door een actief proces plaats?
Kan van 3 naar 4 de doorgifte van water door een actief proces plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Stek van plant in gekleurd water.

De celmembranen van een bepaalde plant laten een bepaalde kleurstof niet door. Een stek van die plant, zonder wortels, wordt in een oplossing van deze kleurstof gezet. De stek neemt met water ook de kleurstof op. Zodra de kleurstof zich in een blad van de stek heeft verspreid, wordt een preparaat van dit blad gemaakt.
De volgende delen worden onderzocht op de aanwezigheid van de kleurstof:

1. cytoplasma van bastvaten,
2. vacuolen van bladmoescellen,
3. celwanden van bladmoescellen,

In welk deel of in welke delen wordt de kleurstof aangetroffen?

Plantenfysiologie

Experiment met appelboom.
Zie figuur B 605 van de bijlage.

De bovenste tekening stelt een tak voor die aan een appelboom zit. De appels bevinden zich nog in een groeistadium. Op de plaatsen R en S is de bast rondom tot op het cambium weggehaald. Ook zijn de bladeren tussen R en S weggehaald.

Hoe zullen na enige weken ten gevolge hiervan de appels in de onderste vier tekeningen eruit zien?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met potplant.
Zie figuur B 1287 van de bijlage.

De tekening geeft een proefopstelling weer. De stengel van de plant in de pot is afgesneden en op het snijvlak is een buis gemonteerd waarin vocht kan opstijgen, dat uit de afgesneden stengel komt.
Om goed te kunnen waarnemen hoe hoog dit vocht stijgt, is een kleine hoeveelheid gekleurde olie in de buis gebracht. Het transport van stoffen door de houtvaten kan verschillende oorzaken hebben.

Welke oorzaak wordt in het bijzonder met behulp van deze opstelling gedemonstreerd?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Sap van esdoorn.

In Canada wordt een soort wijn gemaakt uit het sap van de esdoornsoort Acer saccharinum. Als men in februari of maart, voordat de bladeren verschijnen, de stam aanboort tot in het hout, loopt er sap uit de boorgaten. En als men zijtakken afzaagt, komt er uit het zaagvlak van de stomp die nog aan de boom zit, sap uit het hout te voorschijn. Het kan worden opgevangen. Als men er "wijn" van wil maken, hoeft men alleen gisten toe te voegen.
Over dit sap worden de volgende beweringen gedaan:

1. het sap bevat organische stoffen,
2. het sap wordt vooral door bastvaten vervoerd,
3. de worteldruk stuwt het sap omhoog.

Welke van deze beweringen kan (kunnen) juist zijn?

Plantenfysiologie

Experiment met geranium.

Bij een experiment met een geranium wordt de bodemtemperatuur kunstmatig omlaag gebracht tot ongeveer 4°C. Dit gebeurt op een zomerse dag. Door de daling van de bodemtemperatuur neemt het transport van water en zouten in de houtvaten van de plant af.

Op welke van de volgende factoren heeft de daling van de bodemtemperatuur waarschijnlijk het meeste effect?

Plantenfysiologie

Vaatbundel in zonnebloemplant.
Zie figuur B 541 van de bijlage.

De tekening stelt een deel voor van een vaatbundel in een stengel van een zonnebloemplant.

Wat is de voornaamste functie van het gedeelte dat met R is aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport door stengel van witte anjer.
Zie figuur A 196 van de bijlage.

Een vers afgesneden witte anjer wordt in een glas met leidingwater gezet (zie tekening 1). Aan het water wordt een blauwe kleurstof toegevoegd. Het water wordt daarna met een laagje olie van de lucht afgesloten. Na een aantal uren zijn in de witte bloembladeren blauwgekleurde lijnen zichtbaar. Het vloeistofniveau in het glas is een beetje gedaald. Ter hoogte van P wordt vervolgens een dwarsdoorsnede gemaakt. Microscopisch onderzoek wijst uit dat de blauwgekleurde oplossing zich vooral bevindt in weefsel dat in tekening 2 met Q is aangegeven.
Over deze verschijnselen worden drie uitspraken gedaan:

1. tijdens dit experiment vindt in de bloembladeren verdamping plaats;
2. de blauwgekleurde vloeistof bevindt zich in de bloem in elk geval in de vaatbundels: de blauw gekleurde lijnen;
3. de blauw gekleurde vloeistof wordt vooral door de bastvaten getransporteerd.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn waarschijnlijk juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Langer plezier van nieuwe rozen.
Zie figuur B 2400 van de bijlage.

Als bloemen na het plukken een tijdlang niet in het water staan en daarna zonder meer in het water worden gezet, is het transport van water door de stengel vaak niet meer mogelijk. Nadat onder water een stukje van de onderkant van de stengel is afgesneden, is watertransport weer mogelijk.

Welke factor vooral maakt het transport van water door de stengels mogelijk, als de bloemen na het afsnijden in de vaas staan?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Transport van stoffen.

Vier voorbeelden van transport van stoffen in organismen zijn:

1. transport van uit de bodem opgenomen water naar het cytoplasma in opperhuidcellen van de wortel van een plant,
2. transport van uit de bodem opgenomen water en zouten via de celwanden van de opperhuidcellen en van de schorscellen tot aan de cellen van de endodermis van de wortel van een plant,
3. transport van zuurstof uit de lucht in de longen naar het bloedplasma van een longhaarvat bij de mens,
4. transport van glucose uit de darminhoud naar het cytoplasma in dekweefselcellen van de dunne darm bij de mens.

In welk of in welke van deze voorbeelden is er sprake van actief transport?

Plantenfysiologie

Transport in anjer.

Een afgesneden stengel met bladeren en met witte bloemen van een anjerplant wordt in water met een rode kleurstof gezet. Na enige tijd zijn de kroonbladeren van de bloemen rood geaderd.

Delen van de stengel zijn: bastvaten, houtvaten en intercellulaire holten.

Is de kleurstof in de kroonbladeren terechtgekomen via bastvaten, houtvaten en/of intercellulaire holten?

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Radioactieve erwtenplant.
Zie figuur C 161 van de bijlage.

Voor planten is het element fosfor (P) een belangrijke bouwstof, onder andere voor DNA.
Bij een proef werd een erwtenplant gedurende twee dagen gekweekt op een voedingsoplossing die fosfaat met radioactieve fosfor bevatte. Daarna groeide de plant nog een week op een voedingsoplossing met fosfaat zonder radioactieve fosfor.
In de afbeelding geeft de foto links de erwtenplant zelf na deze behandeling weer, uitgespreid onder een glasplaat. De foto rechts is gemaakt door deze plant op een speciale fotografische plaat te leggen. Deze fotografische plaat wordt alleen zwart op de plaatsen waar de radioactieve fosfor zich bevindt.
Uit de proef blijkt dat er radioactieve fosfor in de plant is opgenomen.

Geef twee conclusies die je uit dit experiment kunt trekken met betrekking tot de verdeling van radioactieve fosfor in deze plant.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Radioactieve erwtenplant.
Zie figuur C 161 van de bijlage.

Komt de radioactieve fosfor die zich in de plant bevindt in anorganische ionen en verbindingen voor?
En in organische?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Radioactieve erwtenplant.
Zie figuur C 161 van de bijlage.

Door welk van deze transportprocessen is het fosfaat, dat de radioactieve fosfor bevatte, in het cytoplasma van cellen in de bladeren opgenomen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Radioactieve erwtenplant.
Zie figuur B 2297 van de bijlage.

Ook de verdeling van radioactieve fosfor in de wortels is bepaald. De concentratie radioactieve fosfor blijkt niet alleen hoog te zijn op de plaats van opname, maar ook in plaats van opname de worteltopjes (zie de afbeelding).

Leg uit waardoor de concentratie radioactieve fosfor in de worteltopjes hoog is.

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/2 Structuren in planten.
Zie figuur A 314 van de bijlage.

De foto in de afbeelding geeft een bepaalde structuur P weer die in planten voorkomt.

Vindt in structuur P vooral vervoer plaats van stoffen van bladeren naar wortels, vooral vervoer van stoffen van wortels naar bladeren of vervoer in beide genoemde richtingen in vrijwel gelijke mate?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/2 Structuren in planten.

Kan structuur P bij zaadplanten worden aangetroffen in bladnerven?
En in stengels?
En in wortels?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/3 Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

De afbeelding stelt schematisch een deel van een blad met bladgroen voor. Enkele celtypen zijn met cijfers aangegeven. Een dergelijk blad bevindt zich aan een levende zaadplant die op een zonnige standplaats groeit.

In welke van de aangegeven celtypen kan fotosynthese plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

2/3 Een deel van een blad.
Zie figuur B 416 van de bijlage.

Kan transport van de stoffen die via P zijn aangevoerd, plaatsvinden naar celtype 1, 2 en/of 3?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

3/3 Een deel van een blad.

Op een bepaald moment zijn de huidmondjes van deze plant gesloten.

Vindt in die situatie in de plant transport van koolhydraten plaats?
En transport van water?

Plantenfysiologie

Een bebladerde tak.
Zie figuur B 5788 van de bijlage.

Joey blaast langs een bebladerde tak, in de proefopstelling zoals hiernaast aangegeven, gedurende 5 minuten lucht van 15ºC en met een relatieve vochtigheid van 60%.
De proefopstelling staat in het licht.

Wat gebeurt er met het luchtbelletje dat zich in het capillair in de nulstand bevindt?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Sapspechten.

De spechten hakken de gaten tot in het hout. In een bepaald seizoen blijken uit het hout van de bladverliezende loofbomen organische voedingsstoffen te stromen die via de houtvaten omhoog worden vervoerd.

In welk seizoen is dit het geval?