Oefentoets Biologie: Voortplanting - plant_bevruchting | HAVO 4/HAVO 5

Deze digitale toets over de ontwikkeling van bloem tot zaad richt zich op leerlingen in de biologie en behandelt onderwerpen zoals bevruchting, genetica en plantstructuren. Test je kennis met diverse vragen en illustraties over zaadplanten en hun voortplanting. - 24 vragen

Aantal vragen

24

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ontwikkeling van bloem tot zaad

Een bloem en ontwikkeling tot zaad.
Zie figuur B 563 van de bijlage.

De tekening stelt een bloem voor.

Welk van de aangegeven delen kan zich tot een zaad ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Ontwikkeling van bloem tot zaad

Een bloem en ontwikkeling tot zaad.
Zie figuur B 555 van de bijlage.

De tekening stelt een doormidden gesneden bloem voor.

Welk deel kan of welke delen kunnen uitgroeien tot een zaad?

afbeeldingafbeelding

Bevruchting door stuifmeelbuis bij bedektzadigen

De inhoud van één stuifmeelbuis.

Hoeveel eicellen worden bij bedektzadigen door de inhoud van één stuifmeelbuis bevrucht?

Kruisbestuiving en erfelijkheid bij zaadplanten

Een zaadplant met vruchten na kruisbestuiving.
Zie figuur B 2495 van de bijlage.

De figuur stelt voor een zaadplant met vruchten die zijn ontstaan na kruisbestuiving.

Is het waarschijnlijk dat in een vrucht (1) cellen voorkomen met allelen die niet in de cellen van een blad (3) voorkomen?
Is het waarschijnlijk dat in een stengel (2) cellen voorkomen met allelen die niet in de cellen van een blad (3) voorkomen?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ontstaanswijzen van een vrucht met zaden

Een vrucht met acht zaden.

Een vrucht bevat acht zaden. Er wordt beweerd dat deze vrucht kan zijn ontstaan uit een vruchtbeginsel met:

1. één zaadknop met acht eicellen;
2. twee zaadknoppen met elk vier eicellen;
3. vier zaadknoppen met elk twee eicellen;
4. tien zaadknoppen met elk één eicel.

Welke van de vier ontstaanswijzen kan of kunnen juist zijn?

Inhoud van een zaad

Een zaad.

Wat bevindt zich in een zaad?

Genen in de bloem na bevruchting

Een jong zaadje.
Zie figuur B 49 van de bijlage.

De afbeelding toont een doorsnede van een deel van een bloem, enige tijd nadat daarin een bevruchting en het begin van de ontwikkeling van het embryo heeft plaatsgevonden.

Op welke van de aangegeven plaatsen bevinden zich in de celkernen genen uit de stuifmeelkorrel die voor deze bevruchting heeft gezorgd?

afbeeldingafbeelding

Identificatie van de navelstreng bij zaadplanten

De navelstreng bij zaadplanten.
Zie figuur B 460 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele delen van een bloem van een zaadplant weer. Er heeft bevruchting plaatsgevonden.
Een bepaald deel van een plant wordt navelstreng genoemd. De functie van de navelstreng bij zaadplanten komt in een aantal opzichten overeen met die bij zoogdieren.

Is de navelstreng aangegeven met cijfer 3, 4 of 7?

afbeeldingafbeelding

Reservevoedsel in de bloem na bevruchting

Reservevoedsel voor de kiemplant.
Zie figuur B 460 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele delen van een bloem van een zaadplant weer. Er heeft bevruchting plaatsgevonden.

In welk of in welke van de delen 5 en 6 ontstaat na de bevruchting weefsel waarin reservevoedsel voor de kiemplant wordt opgeslagen?

afbeeldingafbeelding

Genetica van Bloemdelen na Bevruchting

Genen in de bloem.
Zie figuur B 460 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch enkele delen van een bloem van een zaadplant weer. Er heeft bevruchting plaatsgevonden.

In welk of in welke van de delen 1 en 2 kunnen kernen worden aangetroffen met genen die niet van deze moederplant afkomstig zijn?

afbeeldingafbeelding

Genotypeverschillen in appelstructuren

Verschil van genotype in de appel.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. Het klokhuis, van een appel ontstaat uit het vruchtbeginsel, terwijl het vruchtvlees van een appel uit andere delen van de bloem ontstaat. Delen van de appel zijn:

1. pitten,
2. klokhuis (zonder pitten),
3. de cellen van het vruchtvlees.

Er wordt van uitgegaan dat zich bij de ontwikkeling van deze appel geen mutaties hebben voorgedaan.

In welk of in welke van de aangegeven delen kunnen kernen voorkomen met een genotype dat verschilt van dat van een kern in een bladcel van de appelboom waarvan deze appel afkomstig is?

afbeeldingafbeelding

Genen in de vrucht en zaadstructuren

Genen in een vrucht.
Zie figuur B 418 van de bijlage.

In de afbeelding is een opengesprongen vrucht getekend. Een doorsnede van een zaad uit deze vrucht is in detail weergegeven. De zaden zijn ontstaan door kruisbestuiving.
De volgende delen worden aangegeven:

1. vruchtwand,
2. zaadhuid,
3. weefsel met reservestoffen.

In welk of in welke van de aangegeven delen bevinden zich cellen waarin uitsluitend genen voorkomen die afkomstig zijn van de moederplant?

afbeeldingafbeelding

Zygote en Zaadknop bij Zaadplanten

Zygote en zaadknop.

Bij de zaadplanten ontstaan na de bevruchting uit de zygote en uit de gehele zaadknop respectievelijk

Versmelting van kernen in bonenplant

Versmelting van kernen in een bonenplant.

Waar in een bloem van een bonenplant treedt versmelting van kernen op?

Ontwikkeling van de Zygote bij Zaadplanten

Ontwikkeling van de zygote.

Bij een zaadplant zal een zygote zich ontwikkelen tot

Kernen in de delen van een appel

Een wilde appelboom met appels.
Zie figuur B 441 van de bijlage.

Aan een wilde appelboom hangen appels. Het klokhuis, van een appel ontstaat uit het vruchtbeginsel, terwijl het vruchtvlees van een appel uit andere delen van de bloem ontstaat. Delen van de appel zijn:

1. pitten,
2. klokhuis (zonder pitten),
3. de cellen van het vruchtvlees.

In welk of in welke van de aangegeven delen bevinden zich kernen die door bevruchting zijn ontstaan?

afbeeldingafbeelding

Bevruchting bij Bloemplanten

Het moment van de bevruchting.

Bij planten met bloemen heeft de bevruchting plaats op het moment dat

Geslachtbepaling bij de Avondkoekoeksbloem

Het geslacht van de Avondkoekoeksbloem.

Bij de Avondkoekoeksbloem zijn de planten òf mannelijk òf vrouwelijk. Mannelijke planten hebben in hun kernen twee ongelijke geslachtschromosomen (XY). Vrouwelijke planten hebben twee gelijke geslachtschromosomen (XX).

Wanneer wordt het geslacht bij deze planten vastgelegd?

Aantal stampers en zaadbeginsels bij bonenplant

Een bonenplant met 40 peulen.

Aan een bepaalde bonenplant hangen 40 peulen. Het gemiddelde aantal bonen per peul is 12.

Hoeveel stampers waren er bij de vorming van deze peulen betrokken?
En hoeveel zaadbeginsels?

afbeeldingafbeelding

Vliezen en opening van het zaadbeginsel

Vliezen om het zaadbeginsel van een plant.

Het zaadbeginsel van een plant is voor een deel omgeven door vliezen. Op een bepaald punt zit er in deze vliezen een opening.

Deze opening dient voor het doorlaten van

Ontwikkeling van de appel na bevruchting

Lengtedoorsnede van een appelbloem.
Zie figuur B 645 van de bijlage.

De tekening stelt een in de lengte doorgesneden bloem van een appelboom voor.

Welk deel van de appel ontwikkelt zich of welke delen ontwikkelen zich na de bevruchting uit S?

afbeeldingafbeelding

Overleven van eenjarige planten in de woestijn

Eenjarige planten in de woestijn.

In woestijnen zoals de Sahara valt gemiddeld per jaar maar 10 tot 20 mm regen en dan nog vaak in één enkele bui. In sommige jaren valt er zelfs helemaal geen regen. In zo'n droge periode vinden we in de woestijn bijna geen planten. Als er dan na jaren weer eens een fikse regenbui valt, staat de woestijn kort daarna in bloei met vooral éénjarige soorten.

Op welke wijze kunnen éénjarige plantensoorten zich in een jarenlange periode van droogte in een woestijn handhaven?

Kroonbladeren van de lampenpoetser

1/2 Lampenpoetser.
Zie figuur B 5859 van de bijlage.

Bepaalde plantensoorten zijn aangepast aan een droge omgeving. In droge streken van Australië komt de lampenpoetser (Callistemon citrinus) voor.
De meeldraden van de bloemen zijn bij deze plant opvallend rood gekleurd. De lampenpoetser wordt bestoven door dwergopossums, een soort buideldieren. Zij eten behalve nectar uit de meeldraden ook graag vlinders.

Welke grote, vaak felgekleurde bloembladeren ontbreken bij de lampenpoetser?

afbeeldingafbeelding

Voordeel van kleine bloembladeren voor lampenpoetser

2/2 Lampenpoetser.

Noem het voordeel van het ontbreken van zulke grote bloembladeren voor de lampenpoetser.