Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - Plantenanatomie | HAVO 1/HAVO 2/HAVO 3

Deze oefentoets bevat 19 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

19

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 1, HAVO 2, HAVO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenfysiologie

Kieming.

Wanneer de kiem die in een boon aanwezig is, gaat uitgroeien, verbruikt deze daarvoor energie.

Waaruit krijgt de kiem deze energie?

Plantenfysiologie

Kiemproeven.

In afgesloten schalen zijn vier proeven (1 t/m 4) met zaden gedaan.

afbeeldingafbeelding

Uit de resultaten van deze vier proeven is af te leiden, dat

Plantenfysiologie

Kieming bonenzaad.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In de tekeningen zijn vier stadia van de ontkieming van een zaad van een bonenplant weergegeven.
De zaadlobben in de stadia 1, 2 en 3 bevatten zetmeel.
De bladeren in de stadia 3 en 4 bevatten bladgroen.

Heeft het zaad water nodig voor de ontkieming?
En zuurstof?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kieming bonenzaad.
Zie figuur B 775 van de bijlage.

In welke stadia vindt verbranding plaats?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kieming van zaad.

Als zaden kiemen krijgen ze de energie die ze daarvoor nodig hebben uit

Plantenfysiologie

Kiemingsproeven.

Het volgende experiment wordt uitgevoerd.

We nemen 2 glazen potten (I en II). In elke pot doen we evenveel bonen die door wateropname gezwollen zijn.
Pot I zetten we op een warme plaats (25°C). Pot II zetten we op een koude plaats (10°C).
Alle bonen ontvangen evenveel licht.

Welke van onderstaande beweringen met betrekking tot dit experiment is juist?

Plantenfysiologie

Kiemingsproef.
Zie figuur B 1911 van de bijlage.

Iemand heeft twee reageerbuizen die zijn gevuld zoals in de afbeelding is aangegeven.

In welke van de weergegeven buizen zullen de zaden ontkiemen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kiemende boon.

Het worteltje van een kiemende bruine boon groeit de vochtige grond in.

Uit welke stof(fen) verkrijgen de cellen van dit worteltje de energie voor deze groei?

Plantenfysiologie

Kieming.

Is voor het kiemen van zaden koolstofdioxide nodig?
En licht?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Kiemingsproeven.
Zie figuur B 726 van de bijlage.

In vier opstellingen worden droge maïskorrels op natte watten gelegd (zie tekening).

In welke opstellingen zullen zich uit de maïskorrels kiemplantjes gaan ontwikkelen?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Groei van bonenplanten.

Enkele factoren die een rol spelen bij de groei van bonenplanten zijn:

1. licht,
2. water,
3. zuurstof,
4. voedsel in zaadlobben.

Welke van deze factoren zijn noodzakelijk voor de kieming van bonen?

Plantenfysiologie

Kiemingsproef.

In een met lucht gevulde, afgesloten thermosfles bevindt zich een aantal kiemende bonen. Tijdens de kieming worden regelmatig de temperatuur en het koolstofdioxidegehalte van de lucht in de thermosfles gemeten.

Welke veranderingen treden hierin op?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Een proef met zaden.

Een onderzoekster doet een proef met twintig zaden. Zij verdeelt de twintig zaden in twee groepen van tien (groep 1 en groep 2). De zaden van groep 1 wegen evenveel als de zaden van groep 2.
Zij legt de zaden van groep 1 in een droge, doorzichtige glazen bak in het licht.
Zij legt de zaden van groep 2 op vochtige watten, in een glazen bak in het donker.
Tijdens de proef blijven deze watten vochtig.

Na een paar dagen weegt zij beide groepen zaden. Het gewicht van de zaden van groep 1 blijkt maar een klein beetje te zijn afgenomen. Het gewicht van de zaden van groep 2 blijkt te zijn toegenomen.

Leg uit waardoor de zaden van groep 1 nauwelijks in gewicht zijn veranderd en de zaden van groep 2 zwaarder zijn geworden.

Plantenfysiologie

Opname van stof door maïsplant..

Een maïskorrel ontkiemt in de grond. Enkele stoffen zijn: glucose, koolstofdioxide en zuurstof.

Welke van deze stoffen neemt de maïskorrel uit de omgeving op, vóórdat het kiemplantje boven de grond komt?

Dit is [invulveld].

Plantenanatomie en -fysiologie

De boon.
Zie figuur B 1189 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast is een bruine boon schematisch getekend.

1. Met welk nummer is de kiem aangegeven? Met nummer [invulveld].

2. Met welk nummer is het deel aangegeven dat het zaad beschermt? Met nummer [invulveld].

3. Met welk nummer is het deel aangegeven waarmee de bruine boon heeft vastgezeten aan de moederplant? Met nummer [invulveld].

4. Hoe heet het deel dat is aangegeven met nummer 4? De/het [invulveld].

5. Hoe heet de opening in de zaadhuid, waardoor water kan worden opgenomen? De/het [invulveld].

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie en -fysiologie

1/4 Gelijke kiemkracht.

KIEMKRACHTIG ZAAD.

De rijpheid van een plantenzaad is af te lezen aan zijn concentratie bladgroen. Uitgaande hiervan ontwikkelden Wageningse plantkundigen een machine die rijpe zaden selecteert. Zodra dr. Henk Jalink de Seed Master II aanschakelt, begint het apparaat vreselijk te ratelen. Het geluid doet nog het meest denken aan een luidruchtige Geigerteller. De herrie wordt veroorzaakt door de duizenden zaden die hij in no time selecteert. Koolzaden, voor deze demonstratie.

De ronde, bruingekleurde zaadjes storten vanuit een reservoir via een metalen goot anderhalve meter naar beneden. Dan komen ze in een rond, ijzeren vat terecht. Daar worden ze een voor een geselecteerd. De optimaal rijpe zaden rollen verder en schieten via een korte slang een plastic fles in. De minder rijpe zaden worden met een korte stoot perslucht weggeblazen. Ze ketsen via de wand van de ijzeren doos naar beneden, waar ze in een plastic bak vallen. "Onze selectie baseert zich op een nog niet eerder toegepast principe. We gebruiken laserlicht", zegt Jalink, die als fysicus is verbonden aan het Centrum voor Plantenveredelings- en Reproductieonderzoek (CPRO-DLO) in Wageningen.[...]

"Het principe van de Seed Master is verbluffend simpel. Het apparaat selecteert zaden op hun concentratie bladgroen. Deze kleurstof wordt voornamelijk aangetroffen in bladeren en geeft ze hun groene kleur. Bladgroen vangt lichtenergie op en de plant legt de ingevangen energie vast in chemische verbindingen, met name zetmeel, en gebruikt die energie op een later tijdstip weer voor processen als groei en zaadvorming.[...]
Als je bladgroen in zaad belicht zendt dit het merendeel aan licht weer uit als licht met een andere kleur. Er treedt dus fluorescentie op. Dat gebeurt in nog minder dan een miljoenste van een seconde. En die fluorescentie is te meten. Het is zo'n simpel gegeven. We verbazen ons er nog steeds over dat niemand voor ons op het idee is gekomen om dit toe te passen bij de selectie van zaad. Het bladgroen zit soms ongelijk over het zaad verdeeld. Door het zaad van drie kanten te belichten kun je de concentratie nauwkeuriger bepalen. Dat gebeurt in het ijzeren vat."

Jalink trof de kleurstof bijvoorbeeld aan in negen jaar oude tomatenzaden. Zolang het zaad droog bewaard blijft, is bladgroen blijkbaar stabiel aanwezig. Maar dat verandert zodra een zaad gaat uitrijpen. Dan verdwijnt het bladgroen langzaam, zo ontdekte de Wageninger. Het wordt afgebroken. Die afbraak blijkt keurig gelijk te lopen met de rijping. Hoe minder bladgroen, hoe rijper het zaad. En de mate van rijping houdt weer verband met de kiemkracht van een plant. Zaai je een onrijp zaad dan krijg je geen of een kreupele kiemplant. Hetzelfde geldt voor een zaad dat te ver is doorgerijpt. Via de concentratie bladgroen en daaropvolgende kiemproeven kunnen we de beste fase van rijping vaststellen. We kunnen de selectie afstemmen op die rijpingsfase. Dit is beter dan de normale selectie die zich gebruik maakt van vorm, grootte, kleur of ruwheid van het zaad. Het verband met de rijping is in deze gevallen minder duidelijk."

Het gelijktijdig kiemen van zaden is nog verder te verhogen via een zaadbehandeling die de laatste tien jaar in gebruik is geraakt: het primen. Hierbij worden zaden voorgekiemd in een waterige oplossing waaruit ze net genoeg vocht kunnen opnemen om op gang te komen, maar te weinig om helemaal te kiemen. Daarna worden ze terug gedroogd. Ze staan dan als het ware in de startblokken. Eenmaal uitgezaaid kiemen zulke zaden sneller en gelijkmatiger dan onbehandeld zaad. "Je weet niet wat je ziet", aldus Jalink. "Bijna alle zaden kiemen binnen een periode van ongeveer drie uur."

(NRC-Handelsblad, 21 maart 1998).

Zie volgende scherm.




-

Plantenanatomie en -fysiologie

2/4 Gelijke kiemkracht.

In het artikel worden zaden geselecteerd op rijpheid.

Welk nut heeft het voor verbouwers van gewassen dat deze zaadselectie wordt uitgevoerd?

Plantenanatomie en -fysiologie

3/4 Gelijke kiemkracht.

Wat gebeurt er met het reservevoedsel en de kiem in het zaad tijdens het primen?

Plantenanatomie en -fysiologie

4/4 Gelijke kiemkracht.

Hoe maken mensen gebruik van het reservevoedsel in bepaalde zaden?