Oefentoets Biologie: Gedrag - Algemeen | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 - variant 6

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Gedrag

5/5 De koekoek.

Het ei van een koekoek heeft wel dezelfde kleur als de eieren van de pleegouders, maar de vorm is anders. Toch wordt dit vreemde ei door de pleegouders geaccepteerd.
Twee leerlingen gaan een onderzoek doen naar dit gedrag. Voor hun onderzoek hebben ze de beschikking over vier typen nep-eieren. Deze eieren hebben dezelfde temperatuur en geur als de eigen eieren van de pleegouders, maar kunnen in vorm en kleur verschillen (zie de tabel).
afbeeldingafbeelding
In een aantal nesten worden de echte eieren vervangen door één van de vier typen nep-eieren. De leerlingen ontdekken dat nep-eieren van type 2 en van type 4 door de pleegouders in de steek worden gelaten.

Wat is de sleutelprikkel voor het in de steek laten van de eieren?

Gedrag

1/3 Koekoeken.
Zie figuur B 3294 van de bijlage.

Koekoeken zijn vogels die hun eieren leggen in nesten van andere soorten vogels. Zo gauw er enkele eitjes van de andere vogels in zo'n nest liggen, legt de koekoek er één bij. Als de jonge koekoek uit het ei gekomen is, duwt hij de andere eieren en jongen het nest uit. Wanneer een gastouder komt aanvliegen met insecten, doet het koekoeksjong zijn snavel wijd open. Bij het zien van de fel rood gekleurde binnenkant van de bek voert hij de jonge koekoek met de insecten.

Wat is de inwendige prikkel voor het koekoeksjong om zijn snavel wijd open te doen?

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/3 Koekoeken.

Wat is de sleutelprikkel voor de gastouders om het koekoeksjong te voeren?

Gedrag

3/3 Koekoeken.

Een koekoeksjong is veel groter dan een jong van de gastouders. Het wordt na ongeveer 10 dagen zelfs groter dan een volwassen gastouder. De gastouders voeren het ene koekoeksjong evenveel insecten als ze anders aan een heel nest met hun eigen jongen zouden voeren.
Onderzoekers doen een experiment om na te gaan of er nog andere prikkels zijn om zoveel voedsel voor één jong aan te voeren.
In tien nesten (nr. 1 t/m 10) van gastouders zetten ze een jong van een merel dat net zo groot is als een koekoeksjong.
Bij vijf van die nesten (nr. 6 t/m 10) plaatsen ze bovendien een luidspreker waaruit het gepiep van een koekoeksjong klinkt.
De jonge merels in de nesten 6 t/m 10 worden daarna door hun gastouders met veel meer insecten gevoerd dan die in de nesten 1 t/m 5.

Schrijf op welke conclusie je kunt trekken uit de resultaten van dit experiment.

Gedrag

1/2 Super-ei.
Zie figuur B 3347 van de bijlage.

Zilvermeeuwen rollen eieren die uit het nest zijn gerold, weer terug in het nest.
Bij onderzoek is gebleken dat zij namaak-eieren, die veel groter zijn dan de eigen eieren, eerder in het nest rollen dan de eigen eieren. Zo'n namaak-ei heeft hetzelfde kleurpatroon als het eigen ei.

Noem een functie van het inrolgedrag van de zilvermeeuw.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/2 Super-ei.

Is een groot namaak-ei buiten het nest een supranormale prikkel voor het inrolgedrag?
En is een normaal ei buiten het nest een supranormale prikkel voor het inrolgedrag?

Gedrag

1/4 Vogelgedrag.
Zie figuur B 2959 van de bijlage.

Bij een bepaalde meeuwensoort zijn de eieren en de jongen lichtbruin gespikkeld, zodat ze niet opvallen in de omgeving. De binnenkant van de eierschalen is wit. Na het uitkomen van de eieren verwijderen de ouders de resten van de eierschalen uit het nest. Er is een onderzoek gedaan naar de sleutelprikkel voor dit gedrag.
Onderzoekers hebben verschillende voorwerpen in nesten van deze meeuwen gelegd (zie de tabel).
Vervolgens hebben ze geteld hoe vaak de meeuwen zo'n voorwerp uit het nest verwijderden. De resultaten zijn weergegeven in het diagram.

Welke kleur is volgens de resultaten de sleutelprikkel voor de meeuwen om een voorwerp uit het nest te verwijderen?

deze kleur is [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Gedrag

2/4 Vogelgedrag.
Zie figuur B 2960 van de bijlage.

Een onderzoeker vermoedt, dat lege eierschalen bij het nest roofdieren aantrekken die de eieren opeten. Hij doet het volgende experiment:
Op 450 plaatsen in de duinen wordt een meeuwenei neergelegd. Op verschillende afstanden van zo'n ei wordt een halve eierschaal gelegd. Daarna wordt bijgehouden hoeveel van de eieren door roofdieren worden gevonden en opgegeten. De resultaten staan weergegeven in de tabel.

afbeeldingafbeelding

Hoeveel procent van de eieren uit groep 1 is opgegeten?

Dit percentage bedraagt [invulveld] %

afbeeldingafbeelding

Gedrag

3/4 Vogelgedrag.
Zie figuur A 1008 van de bijlage.

Op de uitwerkbijlage staat een onvolledig staafdiagram.

Maak met behulp van de gegevens uit de tabel dit staafdiagram af.

afbeeldingafbeelding

Gedrag

4/4 Vogelgedrag.

Schrijf een conclusie op uit de resultaten van dit experiment.

Gedrag

1/6 Doodpikgedrag.

DOODPIKKEN ZIT IN DE GENEN.

Kippenfokkers hebben door selectie in één generatie de sterfte door kannibalisme bij legkippen met eenderde verminderd. Dat lukte door de genetische veranderingen niet per kip, maar in een groep kippen te bestuderen.

Wageningse onderzoekers ontdekten dat sociale vaardigheid bij kippen grotendeels genetisch is bepaald. Dat opende de weg om een kip te fokken die vriendelijker is voor soortgenoten. Daarmee zou er een einde kunnen komen aan het verenpikken dat een serieus probleem is in de pluimveehouderij. Zonder maatregelen - zoals het wegbranden van de snavelpunt - pikken sommige vogels elkaar letterlijk dood.[...]
Pieter Bijma van Wageningen Universiteit, legt uit dat hij en zijn collega's nu een stap verder gaan in het onderzoek door niet te kijken naar het individuele dier maar naar de populatie als geheel.
Dat kan heel goed, want sociaal gedrag is per definitie van invloed op anderen, zegt Bijma. Tweederde van de totale erfelijke aanleg van sociaal gedrag wordt zichtbaar voor de hokgenoten. Dat biedt grote voordelen, aldus Bijma. Wij bekijken het effect van sociaal gedrag op hokgenoten, dat is veel makkelijker dan het individuele gedrag van een legkip bestuderen. Het gaat om het eindresultaat, en omdat we met grote aantallen werken, kunnen we dat meteen met een statistische methode wegen. In het onderzoek keken de Wageningers bijvoorbeeld niet naar het gedrag van de kip, maar alleen naar de totale voortijdige sterfte.
In het eerste experiment bleek de methode uiterst succesvol. De sterfte nam in één generatie al met eenderde af. Dat is voor fokkerijbegrippen heel veel.[...]
De vermindering van agressie door selectieve fok komt zeker ten goede aan het welzijn en de gezondheid van de legkippen. Met lieve kippen hebben pluimveehouders ook minder uitval.
Bijma verwacht dat goede resultaten kunnen worden bereikt in de varkensfokkerij, waar sociaal gedrag van dieren ook een grote rol speelt. Het genetische model van Bijma heeft overigens een bredere geldigheid. Het is niet alleen van toepassing in de veeteelt, maar ook in natuurlijke dierenpopulaties en zelfs bij planten. Bij die laatste gaat het natuurlijk niet om de invloed van sociaal gedrag, maar wel over hoe naburige planten elkaar beïnvloeden.[...]

(NRC-Handelsblad, 1 februari 2007)

Gedrag

2/6 Doodpikgedrag.

Wat wordt verstaan onder 'sociaal gedrag'?

Gedrag

3/6 Doodpikgedrag.

Wat wilden de onderzoekers met dit onderzoek bereiken?

Gedrag

4/6 Doodpikgedrag.

Waarom werd in het onderzoek niet gelet op het sociale gedrag van individuele kippen?

Gedrag

5/6 Doodpikgedrag.

Waarom worden in het artikel ook varkens ter sprake gebracht?

Gedrag

6/6 Doodpikgedrag.

Is het ter sprake brengen van planten terecht?

Gedrag

1/2 Bijen als speurhond.

Bijen reageren op de geur van suikerwater door hun opgerolde tong uit te steken. Onderzoekers in de Verenigde Staten hebben bijen blootgesteld aan de geur van bepaalde explosieven en ze tegelijk suikerwater gegeven. Na enkele uren hadden de bijen geleerd hun tong uit te steken als ze de explosieven roken, ook als ze geen suikerwater kregen.

Zulke getrainde bijen hoopt men in de toekomst te kunnen gebruiken om bijvoorbeeld bommen op te sporen.

Hoe wordt de beschreven vorm van leren genoemd?

Gedrag

2/2 Bijen als speurhond.

Wat is voor zulke getrainde bijen de uitwendige prikkel om bij het vinden van een bom de tong uit te steken?

Gedrag

1/2 Een muis in een doolhof.
Zie figuur B 4442 van de bijlage.
Zie figuur A 956 van de bijlage.

Boris doet een experiment met een muis in een doolhof (zie de afbeelding B 4442).
De muis heeft een dag niet gegeten en wordt voor de ingang van de doolhof gezet. Middenin ligt een voedselbrokje.
De muis loopt de doolhof in en doet er tien minuten over om het voedselbrokje te vinden.
Boris voorspelt, dat de muis de juiste weg naar het voedsel zal leren, als hij vaker door de doolhof loopt.
Gedurende enkele uren zet hij de muis om het kwartier bij de ingang. Hij noteert steeds de tijd die de muis nodig heeft om een voedselbrokje te vinden. De resultaten zet hij uit in een diagram.

Uit de resultaten trekt Boris de conclusie dat zijn vermoeden juist is. In de afbeelding hieronder worden vier diagrammen weergegeven.

Welk diagram geeft de resultaten van Boris juist weer?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding