Oefentoets Biologie: Plantenanatomie - water | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Plantenanatomie

Bladstructuur en verdamping.

Vier planten van verschillende soorten maar met een even groot bladoppervlak werden dezelfde omgeving geplaatst.
De hoeveelheid water die uit de bladeren verdampte, werd gemeten en is in onderstaande tabel weergegeven.
afbeeldingafbeelding

Welke plant zal waarschijnlijk de dikste waslaag en de minste huidmondjes hebben?

Plantenanatomie

Uitdroging bij planten.

Bij bladeren van planten kunnen de volgende eigenschappen voorkomen:

1. diep verzonken huidmondjes,
2. huidmondjes aan de bovenkant,
3. groot oppervlak met veel huidmondjes,
4. klein oppervlak met een waslaag.

Welke van bovenstaande eigenschappen beschermen het meest tegen uitdroging?

Plantenanatomie

Bladstructuur en huidmondjes.

Van drie planten is het aantal huidmondjes per mm2 blad aangegeven.

afbeeldingafbeelding

Welke van deze planten kan een waterplant met drijvende bladeren zijn?

Plantenanatomie

Bladstructuur van paardenbloemen.
Zie figuur B 826 van de bijlage.

De tekeningen stellen vier bladeren van vier verschillende paardenbloemen voor. De bladeren zijn even lang en vertonen - behalve de bladvorm - geen verschillen.

Uit welk blad zal onder gelijke omstandigheden de kleinste hoeveelheid water per dag verdampen?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Bladstructuur van paardenbloemen.
Zie figuur B 826 van de bijlage.

De tekeningen stellen vier bladeren van vier verschillende paardenbloemen voor.
Aan elk van deze vier planten komt maar één type blad voor.
De getekende bladeren zijn even lang en vertonen behalve de bladvorm geen verschillen.

Welk blad is waarschijnlijk afkomstig van de paardenbloem die het best aan een droge standplaats is aangepast?

afbeeldingafbeelding

Plantenanatomie

Verdamping door blad.

Bij sommige planten wordt te sterke verdamping tegengegaan door

Plantenfysiologie

Experiment met waterlelie.
Zie figuur B 684 van de bijlage.

Vier even grote levende bladeren van een waterlelie worden ieder in een aparte bak water gebracht.
Ieder blad drijft op het water (zie tekening). De bakken staan in het zonlicht.
De bladeren zijn verschillend behandeld (zie tabel).

afbeeldingafbeelding

In welke bak zal de minste verdamping plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Verdamping door planten.

Hieronder volgen vier beweringen over de verdamping van water door kruidachtige planten in een weiland in Nederland. Twee van deze beweringen zijn juist.

1. Uit deze planten kan alleen water verdampen als tegelijkertijd de huidmondjes geheel open zijn.
2. Uit deze planten kan alleen water verdampen als tegelijkertijd de wortelharen water opnemen.
3. Zowel uit de bladeren als uit de stengels kan water verdampen.
4. Water kan zowel overdag als 's nachts verdampen.

Welke beweringen zijn juist?

Plantenfysiologie

Bladeren van landplanten.
Zie figuur B 990 van de bijlage.

Van vier verschillende soorten landplanten zijn de bladeren getekend (onder ieder blad een dwarsdoorsnede; de dikte van de lijn geeft de dikte van de waslaag weer).

Welke van deze planten is het minst geschikt om in een zeer droge omgeving te groeien?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met plant.
Zie figuur B 1012 van de bijlage.

De proefopstelling zoals die is afgebeeld, kan men gebruiken om aan te tonen dat deze afgesneden plant

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Wateropname door plantencellen.

Bij plantencellen kan een celdeling worden opgevolgd door plasmagroei, celstrekking en differentiatie.

Bij welk van de genoemde processen vindt de meeste opname van water plaats?

Plantenfysiologie

Experiment met plant.
Zie figuur B 1035 van de bijlage.

Er wordt een plastic zak om stengel en bladeren van een groene plant gedaan. De temperatuur blijft constant.
Na enkele uren verschijnen er waterdruppeltjes aan de binnenzijde van de plastic zak.

Welke van de volgende conclusies uit dit experiment is juist?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Experiment met takjes van loofboom.

Vier jonge takjes van een loofboom worden in reageerbuizen met water gezet.
De takjes hebben evenveel en even grote bladeren. De bladeren van tak 1 worden aan de bovenzijde ingesmeerd met een doorschijnende was, de bladeren van tak 2 aan de onderzijde en die van tak 3 aan beide zijden.
Tak 4 wordt niet behandeld.
Vervolgens worden de vier takken twee dagen in een warme kamer in het licht gezet.

In welke reageerbuis zal het waterpeil het meest dalen?

Plantenfysiologie

Experiment met stengels van een plant.
Zie figuur A 230 van de bijlage.

Drie stengels van dezelfde plant, een met veel, een met weinig en een zonder bladeren worden elk in een glas met 100 mL water gezet.
Op het water komt een olielaagje.
Na enkele dagen is de waterhoogte zoals in de figuur getekend is.
Ook blijkt dat het gewicht van elke opstelling verminderd is.

Hier volgen vier mogelijke verklaringen naar aanleiding van deze proef:

1. Verdamping vindt plaats via bladeren en/of stengels.
2. Een stengel met bladeren verdampt meer water naarmate er meer bladeren aan zitten.
3. Er vindt in stengels watertransport door de houtvaten plaats.
4. Water verlaat de bladeren via de huidmondjes.

Welke van deze beweringen wordt (worden) bevestigd door deze proef?




-

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Proefopstelling met plant op weegschaal.
Zie figuur B 1076 van de bijlage.

De proefopstelling staat op een weegschaal.
De proefopstelling weegt 1184 gram.
Een dag later is het waterpeil in de glazen buis gedaald en het gewicht is 1167 gram.
De lucht in de afgesloten ruimte waarin de proefopstelling staat, bevat meer waterdamp dan de vorige dag.

Welke conclusie kan uit deze proef getrokken worden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Blad van waterlelie.
Zie figuur B 684 van de bijlage.

Vier even grote levende bladeren van een waterlelie worden ieder in een bak water gebracht.
Ieder blad drijft op het water (zie tekening).
De bakken staan in het zonlicht.
De bladeren zijn verschillend behandeld (zie tabel hieronder).
afbeeldingafbeelding

In welke bak zal de minste verdamping plaatsvinden?

afbeeldingafbeelding

Plantenfysiologie

Eigenschappen van planten.

Van vier verschillende planten zijn de volgende gegevens bekend:

plant 1 bezit bladeren met zeer veel huidmondjes aan de onderzijde,
plant 2 bezit kleine, sterk behaarde bladeren,
plant 3 bezit erg grote en dunne bladeren,
plant 4 bezit huidmondjes die aan de bovenzijde van de bladeren liggen.

Welke van deze planten is waarschijnlijk het beste tegen uitdroging beschermd?

Plantenfysiologie

Wateropname door plant.

Van vier even grote planten van dezelfde soort wordt gedurende een bepaalde periode de opname van water gemeten.

Plant 1 staat in een kamer en wordt normaal belicht.
Plant 2 staat onder een glazen stolp en wordt normaal belicht.
Plant 3 staat in een kamer en wordt sterk belicht.
Plant 4 staat onder een glazen stolp en wordt sterk belicht.

De beschikbare hoeveelheid water is voor alle planten dezelfde en ruim voldoende.

Welke plant zal tijdens de proefperiode de grootste hoeveelheid water opnemen?

Plantenfysiologie

Experiment met geranium.

Een geranium wordt gedurende een week in het donker gezet en krijgt geen water.
Daarna wordt deze geranium een week in het licht gezet en regelmatig van water voorzien.
In beide situaties wordt de hoeveelheid water bepaald die de geranium verdampt.
Ook wordt in beide perioden het gemiddelde aantal geopende huidmondjes in de bladeren van deze plant bepaald.

Gedurende de eerste week (in het donker) heeft de geranium

Plantenfysiologie

Water en bladeren.

Water bereikt de bladeren van een plant met bladgroen vooral via de houtvaten.
Drie beweringen over dit water in bladeren zijn:

1. het kan verdampen,
2. het kan verbruikt worden bij fotosynthese,
3. het kan gebruikt worden bij het transport van suikers door de bastvaten.

Welke bewering is of welke beweringen zijn juist?