Oefentoets Biologie: Spijsvertering | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 12

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 793 van de bijlage.

Het schema stelt een deel van het spijsverteringsstelsel en enkele bloedvaten van de mens voor. De pijlen geven de richting van het transport weer.

Op welke van de aangegeven plaats zal de grootste hoeveelheid insuline worden aangetroffen na een zetmeelrijke maaltijd?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Hormonen.
Zie figuur B 844 van de bijlage.

I. In orgaan 3 wordt insuline gevormd.
II. In orgaan 4 wordt een hormoon gevormd dat het glucosegehalte van het bloed verlaagt.

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Beweringen.

I. In de alvleesklier worden hormonen gevormd, die het glucosegehalte van het bloed regelen.
II. In de lever worden hormonen gevormd, die het glucosegehalte van het bloed regelen.

Spijsvertering

Stofwisselingsprocessen.

Enkele stofwisselingsprocessen zijn:

1. Glucose wordt omgezet in glycogeen.
2. Glucose wordt omgezet in zetmeel.
3. Glycogeen wordt omgezet in glucose.
4. Zetmeel wordt omgezet in glucose.

Van deze processen kunnen er drie in het lichaam van de mens plaatsvinden.

Welke drie zijn dat?




-

Spijsvertering

Suikerziekte.

In welk orgaan of in welke organen is de insuline die mensen met suikerziekte zichzelf inspuiten, werkzaam?

Spijsvertering

Regeling glucosegehalte van bloed.

Welk orgaan van de mens kan een hormoon maken dat het glucosegehalte van het bloed doet stijgen en ook een hormoon dat het glucosegehalte van het bloed doet dalen?

Spijsvertering

Emulgatie van vetten.

Waar in het lichaam worden vetten geëmulgeerd?

Spijsvertering

Spijsvertering.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens mondt zowel de afvoerbuis van de galblaas als die van de alvleesklier uit?

Spijsvertering

Emulgatie van vetten.

Waar in het spijsverteringskanaal bij de mens worden vetten geëmulgeerd?

Spijsvertering

Spijsvertering.

In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens wordt aan de inhoud zowel een emulgerende stof als een spijsverteringssap toegevoegd?

Spijsvertering

Spijsvertering.

In welk van de volgende organen van de mens komen gewoonlijk verteerde voedseldeeltjes voor?

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 2140 van de bijlage.

Afgebeeld staat een aantal delen (1 t/m 4) van het spijsverteringskanaal van de mens schematisch getekend.

De afvoerbuis van de alvleesklier en van de galbuis monden beide uit

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Spijsvertering.

Waar in het spijsverteringskanaal bevindt zich het voedsel als het in aanraking komt met het alvleessap?

Spijsvertering

Spijsvertering.
Zie figuur B 1722 van de bijlage.

In een deel van het spijsverteringskanaal van de mens werken gelijktijdig zetmeelverterende, eiwitverteren de en vetverterende enzymen op het voedsel in.

In welk deel bevindt het voedsel zich dan?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vetvertering.
Zie figuur B 732 van de bijlage.

Twee reageerbuizen worden gevuld zoals in de tekening is weergegeven.
De buizen worden flink geschud en bij kamertemperatuur weggezet.
Na 24 uur wordt de hoeveelheid vet in iedere buis bepaald.

Is in buis 1 de hoeveelheid vet afgenomen?
En in buis 2?
afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vetvertering.

Twee reageerbuizen bevatten elk water en vetten.
Aan buis 1 wordt gal toegevoegd; aan buis 2 alvleessap.
De buizen staan in een waterbad van 37°C.

Neemt de hoeveelheid vetten in buis 1 af?
En in buis 2?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vetvertering.

In elk van twee reageerbuizen bevindt zich een beetje melk.
Aan buis 1 wordt gal toegevoegd; aan buis 2 darmsap.
De temperatuur in beide buizen is 37°C.

Neemt de hoeveelheid vetten in de melk in buis 1 af?
En in buis 2?

afbeeldingafbeelding

Spijsvertering

Vetvertering.

In een experiment wordt de vertering van vet onder verschillende omstandigheden onderzocht. Het schema geeft de proefopzet weer.
afbeeldingafbeelding

In welke buis wordt het vet het snelst verteerd?

Spijsvertering

Gal.

Bij een patiënt is de afvoerbuis van de lever afgesloten. Als gevolg hiervan komt er geen gal meer in de darm.

Welke van de volgende beweringen over deze patiënt is op grond van de gegevens juist?

Spijsvertering

Vetvertering.

In welke van de hieronder vermelde organen in het menselijk lichaam worden vetverterende enzymen geproduceerd en waar werken deze enzymen in op vetten in het voedsel?

afbeeldingafbeelding