Deze digitale toets over insuline, spijsvertering en vetvertering is gericht op studenten in de biologie en gezondheidswetenschappen, en test hun kennis van de werking van hormonen en stofwisselingsprocessen in het menselijk lichaam. De toets bevat vragen over de locaties en functies van insuline en andere hormonen, evenals de processen van vet- en glucoseverwerking. - 20 vragen
Het schema stelt een deel van het spijsverteringsstelsel en enkele bloedvaten van de mens voor. De pijlen geven de richting van het transport weer.
Op welke van de aangegeven plaats zal de grootste hoeveelheid insuline worden aangetroffen na een zetmeelrijke maaltijd?
afbeelding
Hormonen en hun functies in het lichaam
Hormonen. Zie figuur B 844 van de bijlage.
I. In orgaan 3 wordt insuline gevormd. II. In orgaan 4 wordt een hormoon gevormd dat het glucosegehalte van het bloed verlaagt.
afbeelding
Hormonen en glucosegehalte in het bloed
Beweringen.
I. In de alvleesklier worden hormonen gevormd, die het glucosegehalte van het bloed regelen. II. In de lever worden hormonen gevormd, die het glucosegehalte van het bloed regelen.
Stofwisselingsprocessen in het menselijk lichaam
Stofwisselingsprocessen.
Enkele stofwisselingsprocessen zijn:
1. Glucose wordt omgezet in glycogeen. 2. Glucose wordt omgezet in zetmeel. 3. Glycogeen wordt omgezet in glucose. 4. Zetmeel wordt omgezet in glucose.
Van deze processen kunnen er drie in het lichaam van de mens plaatsvinden.
Welke drie zijn dat?
-
Werking van insuline bij suikerziekte
Suikerziekte.
In welk orgaan of in welke organen is de insuline die mensen met suikerziekte zichzelf inspuiten, werkzaam?
Regeling van het glucosegehalte in het bloed
Regeling glucosegehalte van bloed.
Welk orgaan van de mens kan een hormoon maken dat het glucosegehalte van het bloed doet stijgen en ook een hormoon dat het glucosegehalte van het bloed doet dalen?
Emulgatie van Vetten in het Lichaam
Emulgatie van vetten.
Waar in het lichaam worden vetten geëmulgeerd?
Afvoerbuis galblaas en alvleesklier
Spijsvertering.
In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens mondt zowel de afvoerbuis van de galblaas als die van de alvleesklier uit?
Emulgatie van Vetten in het Spijsverteringskanaal
Emulgatie van vetten.
Waar in het spijsverteringskanaal bij de mens worden vetten geëmulgeerd?
Toevoeging van stoffen in het spijsverteringskanaal
Spijsvertering.
In welk deel van het spijsverteringskanaal van de mens wordt aan de inhoud zowel een emulgerende stof als een spijsverteringssap toegevoegd?
Verteerd Voedsel in Menselijke Organen
Spijsvertering.
In welk van de volgende organen van de mens komen gewoonlijk verteerde voedseldeeltjes voor?
Onderdelen van het spijsverteringskanaal
Spijsvertering. Zie figuur B 2140 van de bijlage.
Afgebeeld staat een aantal delen (1 t/m 4) van het spijsverteringskanaal van de mens schematisch getekend.
De afvoerbuis van de alvleesklier en van de galbuis monden beide uit
afbeelding
Locatie van voedsel en alvleessap
Spijsvertering.
Waar in het spijsverteringskanaal bevindt zich het voedsel als het in aanraking komt met het alvleessap?
Locatie van enzymactiviteit in spijsvertering
Spijsvertering. Zie figuur B 1722 van de bijlage.
In een deel van het spijsverteringskanaal van de mens werken gelijktijdig zetmeelverterende, eiwitverteren de en vetverterende enzymen op het voedsel in.
In welk deel bevindt het voedsel zich dan?
afbeelding
Vetvertering in reageerbuizen
Vetvertering. Zie figuur B 732 van de bijlage.
Twee reageerbuizen worden gevuld zoals in de tekening is weergegeven. De buizen worden flink geschud en bij kamertemperatuur weggezet. Na 24 uur wordt de hoeveelheid vet in iedere buis bepaald.
Is in buis 1 de hoeveelheid vet afgenomen? En in buis 2? afbeelding
afbeelding
Effect van gal en alvleessap op vetten
Vetvertering.
Twee reageerbuizen bevatten elk water en vetten. Aan buis 1 wordt gal toegevoegd; aan buis 2 alvleessap. De buizen staan in een waterbad van 37°C.
Neemt de hoeveelheid vetten in buis 1 af? En in buis 2?
afbeelding
Vetvertering: Effect van gal en darmsap
Vetvertering.
In elk van twee reageerbuizen bevindt zich een beetje melk. Aan buis 1 wordt gal toegevoegd; aan buis 2 darmsap. De temperatuur in beide buizen is 37°C.
Neemt de hoeveelheid vetten in de melk in buis 1 af? En in buis 2?
afbeelding
Snelheid van vetvertering in verschillende buizen
Vetvertering.
In een experiment wordt de vertering van vet onder verschillende omstandigheden onderzocht. Het schema geeft de proefopzet weer. afbeelding
In welke buis wordt het vet het snelst verteerd?
Gevolgen van galafvoerproblemen
Gal.
Bij een patiënt is de afvoerbuis van de lever afgesloten. Als gevolg hiervan komt er geen gal meer in de darm.
Welke van de volgende beweringen over deze patiënt is op grond van de gegevens juist?
Vetvertering en enzymproductie in het lichaam
Vetvertering.
In welke van de hieronder vermelde organen in het menselijk lichaam worden vetverterende enzymen geproduceerd en waar werken deze enzymen in op vetten in het voedsel?