Oefentoets Biologie: Mens-milieu | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 5

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

8/22 Mest.

De door bacteriën gemaakte eiwitten kunnen worden gebruikt. Daardoor wordt het milieu minder vervuild.

Leg uit waardoor het milieu dan minder vervuild raakt.

Mens en Milieu

9/22 Mest.

Om een grotere hoeveelheid eiwitten en mineralen uit mest te kunnen halen, wordt zuurstof aan de mest toegevoegd (zie informatie 2).

Leg uit waardoor na het mengen met zuurstof een grotere hoeveelheid eiwitten en mineralen uit mest kan worden gehaald.

Mens en Milieu

10/22 Mest.

Bij de verbranding van methaangas uit mest komt energie vrij.
Deze energie is afkomstig van de zon en via planten, varkens en bacteriën in het methaan terecht gekomen.

Leg in drie zinnen uit, dat deze energie indirect afkomstig is van de zon.
Doe het als volgt:

Zin 1: Planten...
Zin 2: Varkens...
Zin 3: Bacteriën...

Mens en Milieu

11/22 Mest.

Lees uit het diagram van informatie 4 af in welke van de aangegeven weken varkens met Standaardvoer het snelste in gewicht toenemen.

Hoeveel nemen ze dan per dag in gewicht toe?

Mens en Milieu

12/22 Mest.

Welke van de volgende beweringen over de invloed van de soorten voer op de groei van de varkens is juist?

I. Met Astrovoer groeien de varkens sneller dan met Standaardvoer.
II. In week 11 groeien de varkens bij beide voersoorten sneller dan in week 7.

Mens en Milieu

13/22 Mest.

Uit informatie 5 blijkt dat door het gebruik van Astrovoer bedrijf 1 gemiddeld per jaar meer varkens (2988) aflevert dan bedrijf 2 (2803).

Wat is hiervoor de verklaring? Licht je antwoord toe. Gebruik de getallen uit de tabel van informatie 5.

Mens en Milieu

14/22 Mest.

Astrovoer is duurder dan Standaardvoer. Maar bij Astrovoer levert een boer meer varkens af. Op deze manier verdient de boer geld terug, dat hij eerst uitgeeft aan het duurdere Astrovoer.

Vergelijk de bedrijven uit informatie 5 met elkaar en noem nog twee manieren waarop de boer geld terugverdient.

Mens en Milieu

15/22 Mest.

Uit informatie 3 blijkt dat een lage voederconversie gunstig is voor het bedrijf van de boer.

Leg uit waardoor een lage voederconversie gunstig is voor het bedrijf van de boer.

Mens en Milieu

16/22 Mest.

Een boer wil niets veranderen aan de manier waarop hij zijn varkens voert. Toch wil hij de opbrengst aan varkens van zijn bedrijf vergroten.

Door welke van de volgende maatregelen nemen de varkens op een mesterij sneller in gewicht toe?

1. De varkenshokken in de winter verwarmen.
2. De varkens in nauwe hokken zetten, waar ze zich nauwelijks kunnen bewegen.

Mens en Milieu

17/22 Mest.

Een boer beweert dat door het toevoegen van koolstofdioxide aan mest in plaats van zuurstof de vermeerdering van bacteriën kan worden bevorderd.

Beschrijf een werkplan van een onderzoek, waarmee je de bewering van de boer kunt onderzoeken.

Mens en Milieu

18/22 Mest.

Varkens zijn zoogdieren.

Noem twee uiterlijke kenmerken (zie informatie 6), waaraan je kunt zien dat varkens zoogdieren zijn.

Mens en Milieu

19/22 Mest.

Varkens eten naast plantaardig voedsel ook dierlijk voedsel.

Hebben varkens knip-, knobbel- of plooikiezen?

Mens en Milieu

20/22 Mest.

Varkensbedrijven veroorzaken verzuring doordat ammoniak uit mest in de lucht komt.
Door aanpassingen in de bedrijfsvoering wordt verzuring zo veel mogelijk beperkt.

Noem twee aanpassingen uit informatie 8 die het ontstaan van verzuring beperken.

Mens en Milieu

21/22 Mest.

Varkensvlees bevat in het algemeen een grotere hoeveelheid energierijke stoffen dan rundvlees.
Johan wil graag twee kilo afvallen, maar toch varkensvlees eten.

Welke soort varkensvlees uit informatie 9 kan hij dan het beste eten?

Het beste is [invulveld]

Mens en Milieu

22/22 Mest.

Jan en Guus hebben een discussie over het eten van varkensvlees.
Jan zegt: "Ik ben dol op spek. Omdat het nogal vet is, eet ik meestal ontbijtspek."
Guus zegt daarop: "Geef mij maar varkenshaas, dat levert tenminste niet zoveel energie op. Dat spek dat jij eet, levert bij dezelfde
hoeveelheid meer dan twee maal zoveel energie op als varkenshaas".
Jan zegt daarop: Daar geloof ik niks van, dat reken ik uit met behulp van de voedingsmiddelentabel".

Wie heeft er gelijk?
Licht je antwoord toe. Gebruik de getallen uit de tabel van informatie 8.

Mens en Milieu

1/2 Ammoniak.

In de tabel hieronder staan de hoeveelheden ammoniak die door veehouderijen in een aantal jaren werden uitgestoten.

afbeeldingafbeelding

Bereken voor de jaren 1990, 1991 en 1992 hoeveel minder de uitstoot van ammoniak was ten opzichte van 1989. Vul deze vermindering van de uitstoot hieronder in.

1990: [invulveld] miljoen kg
1991: [invulveld] miljoen kg
1992: [invulveld] miljoen kg

Mens en Milieu

2/2 Ammoniak.
Zie figuur A 425 van de bijlage.

Maak in een assenstelsel een staafdiagram van de vermindering van de uitstoot van ammoniak in de jaren 1990, 1991 en 1992. Zet de noodzakelijke gegevens bij de assen.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

1/5 Mestinjecteur.
Zie figuur B 2102 van de bijlage.

Overheid en boeren vinden de aantasting van ons milieu door mest een probleem. Men is op zoek naar maatregelen die de hoeveelheid mest en de schade veroorzaakt door mest, kunnen verminderen.
Voor veehouderijen gelden de volgende maatregelen:

- maatregel 1: het is verboden mest op het land te brengen in een bepaalde periode van het najaar en de winter;
- maatregel 2: mest die op een kale akker wordt gebracht, moet rechtstreeks in de bodem worden gewerkt met een mestinjecteur (zie de afbeelding).

Door welke van deze maatregelen wordt de hoeveelheid mest die ontstaat op de veehouderijen aanzienlijk verminderd?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

2/5 Mestinjecteur.

- maatregel 1: het is verboden mest op het land te brengen in een bepaalde periode van het najaar en de winter;
- maatregel 2: mest die op een kale akker wordt gebracht, moet rechtstreeks in de bodem worden gewerkt met een mestinjecteur.

Door maatregel 1 probeert men de grondwatervervuiling tegen te gaan. In de vroege zomer is het gevaar voor grondwatervervuiling door het verspreiden van mest kleiner dan in de winter, wanneer planten in een weiland niet groeien.

Leg uit waardoor in het voorjaar en in de zomer wel mest op een weiland kan worden gebracht en in de winter niet, als men het grondwater minder wil vervuilen.

Mens en Milieu

3/5 Mestinjecteur.

- maatregel 1: het is verboden mest op het land te brengen in een bepaalde periode van het najaar en de winter;
- maatregel 2: mest die op een kale akker wordt gebracht, moet rechtstreeks in de bodem worden gewerkt met een mestinjecteur.

Maatregel 2 leidt tot minder verzuring van de bodem in nabijgelegen natuurgebieden.

Leg uit waardoor dit komt.