Oefentoets Biologie: Bloed - Algemeen | VWO 5/VWO 6 | variant 1

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Bloed

5/6 Bloed, bloedvaten, bloedsomloop.
Zie figuur B 1602 van de bijlage.

In de afbeelding is een haarvatennet getekend. De pijlen geven aan dat er netto vloeistof het haarvat instroomt of uitstroomt.

Stroomt het bloed in dit haarvatennet van P naar Q, van Q naar P of is dat niet te bepalen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

6/6 Bloed, bloedvaten, bloedsomloop.
Zie figuur B 1603 van de bijlage.

In het lichaam van de mens wordt de concentratie van calciumionen in het bloed onder andere geregeld door de hormonen calcitonine (CT) en parathormoon (PTH). In experimenten met proefdieren werd enige jaren geleden deze relatie nader onderzocht. Het diagram in de afbeelding geeft het verband weer tussen de concentratie van calciumionen (Ca2+ ) in het bloed en de afgifte van de hormonen CT en PTH aan het bloed, zoals die in dat onderzoek werden gevonden en geïnterpreteerd.

Wat is volgens deze gegevens het verband tussen de calciumconcentratie in het bloed en de afgifte van CT en PTH aan het bloed?

afbeeldingafbeelding

Bloed

1/2 Bloed.

Volgroeide rode bloedlichaampjes van een volwassen mens bezitten geen kern en geen mitochondriën meer.
Een leerling trekt uit deze gegevens de volgende drie conclusies:

1. De eigenschappen van volgroeide rode bloedlichaampjes zijn niet erfelijk bepaald.
2. In volgroeide rode bloedlichaampjes vindt geen citroenzuurcyclus plaats.
3. In volgroeide rode bloedlichaampjes is geen koolstofdioxide aanwezig.

Welke conclusie is juist?

Bloed

2/2 Bloed.

De hoeveelheid zuurstof die per tijdseenheid tussen twee plaatsen diffundeert, is onder andere afhankelijk van de volgende drie factoren:

1. de lengte van de diffusieweg tussen die plaatsen,
2. de grootte van het oppervlak waar doorheen diffusie plaatsvindt,
3. de stofconcentratie op beide plaatsen.

In de haarvaten in de longen blijkt per tijdseenheid meer zuurstof door het celmembraan van een rood bloedlichaampje te diffunderen dan door het celmembraan van een evengrote witte bloedcel.

Door welke van de genoemde factoren wordt dit verschil vooral veroorzaakt?

Bloed

Rode bloedcellen van vogels.

Rode bloedcellen van vogels hebben, in tegenstelling tot rode bloedcellen bij zoogdieren, een kern. Hierover wordt een aantal beweringen gedaan:

1. Het metabolisme van vogels is beduidend hoger dan dat van zoogdieren.
2. In hogere luchtlagen is het zuurstofgehalte van de lucht lager.
3. Bij de vogels komt een speciaal type hemoglobine voor.
4. Het ademhalingsstelsel bij vogels is gecompliceerder dan bij zoogdieren.

Welke van deze beweringen verklaart de aanwezigheid van een kern in rode bloedcellen bij vogels?

Bloed

Bloedvatenstelsel.

Bij welke reeks gewervelde dieren wordt een toename van de complexiteit van de bloedvatenstelsel aangetroffen?

Bloed

Bloed van een vrouw en van haar ongeboren kind.

Enkele verschillen tussen het bloed van een vrouw en van haar ongeboren kind zijn:

1. In het bloed van het kind komen rode bloedcellen met een kern voor.
2. De concentratie hemoglobine in het bloed is bij het kind groter dan bij de vrouw.
3. Het bloed van het kind heeft een hogere affiniteit voor zuurstof dan het bloed van de vrouw.

Welke van deze verschillen is of welke zijn een verklaring voor het feit dat bij een pO2 van 4 kPa door het bloed van de vrouw een kleinere hoeveelheid O2 per mL bloed is gebonden dan door het bloed van het kind?

Bloed

Giraffe drinkt.

Een aantal gegevens over een giraffe:
Ÿ hoogte van de giraffe in normale stand: 3 meter,
Ÿ afstand van het hart tot het grondoppervlak in normale stand: 1,75 meter,
Ÿ afstand van het hart tot het grondoppervlak bij drinken: 1,50 meter,

Deze giraffe spreidt de voorpoten en buigt de nek om uit een poeltje te drinken.

Verandert de bloeddruk in een hersenslagader dan? Zo ja, neemt deze toe of neemt deze af?
En indien de bloeddruk verandert, is dan een schatting mogelijk van de mate waarin de bloeddruk in de hersenslagader verandert?

Bloed

1/2 Bloedsomloop.
Zie figuur B 4988 van de bijlage.

De afbeelding hiernaast geeft een schema van de bloedstroom in het hart van een kind vóór de geboorte (links) en direct na de geboorte (rechts).
De klep tussen de linker en de rechter boezem sluit zich bij de eerste ademhaling na de geboorte.

Waardoor sluit deze klep zich?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Tegenstroomprincipe.
Zie figuur B 4991 van de bijlage.

Het tegenstroomprincipe in de kieuwen van vissen houdt in dat de richting van de bloedstroom in de kieuwplaatjes en de richting van de waterstroom tegengesteld zijn.

Waardoor wordt op deze manier per mL bloed meer zuurstof uit het water opgenomen dan bij gelijke stroomrichtingen?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Tegenstroomsystemen.
Zie figuur B 4993 van de bijlage.

In de afbeelding hiernaast zie je een haarvat en het langsstromende water getekend in een lamel van een kieuwplaatje van een vis. Dit is een voorbeeld van een tegenstroomsysteem.

In welk van onderstaande voorbeelden is er sprake van een tegenstroomsysteem?

afbeeldingafbeelding

Bloed

Bloed bij een vis.

De weg die het bloed door een vis volgt is

Bloed

Hemoglobine.

Waardoor is het ontbreken van hemoglobine in het bloed van insecten geen probleem?

Bloed

1/3 In het lichaam van de mens.

Er wordt een experiment gedaan over de binding van CO (koolstofmonoxide) aan hemoglobine in de rode bloedcellen. CO en O2 zijn in competitie voor dezelfde bindingsplaatsen in een hemoglobinemolecuul.
Een proefpersoon verblijft op zeeniveau en ademt een bepaalde hoeveelheid CO in. Enkele uren later ademt hij dezelfde hoeveelheid CO in op een hoogte van 5000 m. CO is in beide gevallen aan de omgevingslucht toegevoegd.

In de onderstaande tabel zijn enkele verschillen tussen zeeniveau en 5000 m hoogte opgenomen.
afbeeldingafbeelding

Is bij de proefpersoon de maximale hoeveelheid CO per ml bloed op zeeniveau kleiner dan, gelijk aan of groter dan die op 5000 m hoogte?