Oefentoets Biologie: Hormoonstelsel - suikerregeling | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 1

Deze digitale toets over "Verstoorde productie bij diabetespatiënten" richt zich op studenten en biedt inzicht in de bloedsuikerspiegel, insulineproductie en de effecten van diabetes. Test je kennis en begrip van de hormonale regulatie en de impact van suikerziekte op het lichaam. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Verstoorde productie bij diabetespatiënten

2/5 Bloedsuiker.

Wat is er aan de hand bij diabetespatiënten (suikerziekte)?
Welke productie is bij hen verstoord?

Productie van insuline in het lichaam

3/5 Bloedsuiker.

Door welk orgaan of welke organen wordt insuline geproduceerd?

Hormoonproductie en bloedsuikerspiegel

4/5 Bloedsuiker.

In het lichaam van een mens komt nog een andere hormoon voor dat de bloedsuikerspiegel direct beïnvloedt.

Door welk orgaan of welke organen wordt dit hormoon geproduceerd?

Verloop van de bloedsuikerspiegel en insuline

5/5 Bloedsuiker.
Zie figuur B 3709 van de bijlage.

In de afbeelding is de bloedsuikerspiegel van een mens in zes perioden weergegeven.

In welke perioden wordt het verloop van de grafiek veroorzaakt door de productie van insuline?

afbeeldingafbeelding

Verband tussen insuline en glycogeen

Insuline en glycogeen.

Bij de mens wordt het verband vergeleken tussen:

1. de hoeveelheid insuline in het bloed en
2. de hoeveelheid glycogeen in de lever en in de spieren.

Welk verband is juist?

Hormonen en klieren in het menselijk lichaam

Klieren bij de mens.
Zie figuur B 844 van de bijlage.

I. Insuline wordt gevormd in orgaan 3.
II. Glucagon wordt gevormd in orgaan 5.

afbeeldingafbeelding

Invloed van gebeurtenissen op glucosegehalte

Glucosegehalte.

Hieronder staan enkele gebeurtenissen in het lichaam beschreven.
Deze gebeurtenissen hebben invloed op de hoeveelheid glucose in het bloed.
Geef bij elke gebeurtenis met het woord 'toe' of 'af' aan of de hoeveelheid glucose in het bloed hierdoor toeneemt of afneemt.

1. Na vertering van voedsel wordt glucose opgenomen.
De hoeveelheid glucose in het bloed neemt hierdoor

2. Onder invloed van glucagon wordt glycogeen omgezet in glucose.
De hoeveelheid glucose in het bloed neemt hierdoor .

3. Glucose wordt door cellen opgenomen.
De hoeveelheid glucose in het bloed neemt hierdoor .

4. Bij mensen met diabetes wordt glucose met de urine uitgescheiden.
De hoeveelheid glucose in het bloed neemt hierdoor .

Eilandjes van Langerhans en diabetes

1/2 Diabetes.
Zie figuur B 2893 van de bijlage.

'Altijd dorst en voortdurend moe? Laat u zich dan bij uw huisarts controleren op diabetes', adviseert het Diabetes Fonds Nederland.
Diabetes is een ziekte die kan ontstaan doordat de eilandjes van Langerhans geen of minder insuline maken.
Insuline bevordert de opname van glucose in de cellen.
Bij gebrek aan insuline wordt het glucosegehalte in het bloed veel te hoog.
Het lichaam gaat dan glucose uitscheiden met de urine.
Bij de uitscheiding van glucose met de urine gaat veel water verloren, zodat een patiënt steeds dorst heeft.
In de afbeelding is een aantal organen van de mens aangegeven.

Welk cijfer geeft het orgaan aan waarin de eilandjes van Langerhans zich bevinden?

afbeeldingafbeelding

Effect van glucagoninjectie op bloedglucose

2/2 Diabetes.

Door regelmatige injecties met insuline en het opvolgen van voedingsadviezen, kan het glucosegehalte in het bloed van een diabetes-patiënt redelijk constant worden gehouden. Maar als een patiënt te weinig eet of zich meer inspant dan normaal, kan duizeligheid optreden of zelfs bewusteloosheid. Bij bewusteloosheid kan een arts een injectie met glucagon geven.

Wat is het directe gevolg van zo'n injectie met glucagon op de samenstelling van het bloed?

Insulineproductie en suikerziekte

1/3 Suikerziekte.

Suikerziekte kan ontstaan doordat de eilandjes van Langerhans te weinig insuline produceren.
Hierdoor kunnen de cellen in het lichaam niet voldoende glucose opnemen uit het bloed.
De hoeveelheid glucose in het bloed stijgt dan, waardoor glucose wordt uitgescheiden.
Door middel van urine-onderzoek kan worden vastgesteld of iemand suikerziekte heeft.
Een suikerpatiënt moet tabletten slikken om de eigen insuline-productie te verhogen.
Als dit niet helpt, moet hij of zij het hormoon bij zichzelf inspuiten.
De hoeveelheid insuline die wordt ingespoten en de hoeveelheid voedsel die de patiënt gebruikt, dienen goed op elkaar te worden afgestemd.

In welk orgaan of welke organen bevinden zich de cellen die door de genoemde tabletten worden aangezet tot een hogere insulineproductie?

Uitscheiding van glucose bij suikerziekte

2/3 Suikerziekte.

Via welk orgaan of welke organen wordt glucose bij een (niet behandelde) suikerpatiënt uitgescheiden?

Insuline en Suikerziekte: Klachten Verklaren

3/3 Suikerziekte.

Een bepaalde suikerpatiënt heeft niet de goede hoeveelheid insuline ingespoten.
Hij gaat zich daardoor op een gegeven moment zwak en trillerig voelen.
De klachten gaan over zodra hij een suikerklontje heeft gegeten.

Werden zijn klachten veroorzaakt doordat hij teveel of doordat hij te weinig insuline had ingespoten? Geef een verklaring voor je antwoord.

Productie van insuline in het lichaam

1/4 Suikerziekte.

Toen ze 10 maanden oud was, bleek Martine suikerziekte (= diabetes) te hebben.
Nu is ze elf jaar oud en ze geeft zichzelf tweemaal daags een injectie met insuline; ze let ook goed op wat ze eet en drinkt.
Niet leuk, maar toch ervaart Martine haar suikerziekte allerminst als een handicap.
"Iemand met suikerziekte is geen buitenbeentje", zegt haar moeder.
"Wie zich aan de regels houdt, kan echt net zo volwaardig leven als ieder ander".
Insuline is een eiwit; het is ook een hormoon. Onder invloed van insuline daalt het glucosegehalte van het bloed.

In welk orgaan van een mens wordt insuline gemaakt?

Hormonen en Suikergehalte in het Bloed

2/4 Suikerziekte.

Welke andere klieren produceren ook een hormoon dat het suikergehalte van het bloed direct beïnvloedt?

Effect van orale inname van insuline

3/4 Suikerziekte.

Martine spuit de insuline in door de huid van de buik. Het eiwit insuline komt op die manier in het bloed terecht.
Insuline kan door een suikerpatiënt niet in tabletvorm of in opgeloste vorm worden ingeslikt.
Insuline, via de mond ingenomen, zou het glucosegehalte in het bloed niet laten dalen.

Leg uit waardoor het effect van insuline bij inname via de mond verloren gaat.

Voeding bij Suikerziekte

4/4 Suikerziekte.

Doordat Martine suikerziekte heeft, moet ze bij het samenstellen van haar maaltijden letten op de hoeveelheden van bepaalde typen stoffen.

Op welk type stoffen moet Martine daarbij vooral goed letten?

Glucoserijk bloed en de nieren

1/3 Suikerziekte.

Bij een suikerpatiënt werken bepaalde cellen in de eilandjes van Langerhans niet goed.
De nieren gaan dan regelmatig glucose uitscheiden.

Via welk bloedvat stroomt glucoserijk bloed de nieren binnen?

Hormoonproductie bij Suikerziekte

2/3 Suikerziekte.

Welk hormoon wordt bij een suikerpatiënt onvoldoende door deze cellen in de eilandjes van Langerhans geproduceerd?

Aanwezigheid van glucose bij suikerziekte

3/3 Suikerziekte.

Bij een suikerpatiënt die nog geen medicijnen tegen suikerziekte krijgt, wordt uit de arm wat bloed afgenomen.
Dit bloed wordt onderzocht op de aanwezigheid van glucose. Ook de urine wordt onderzocht op de aanwezigheid van glucose.

Waarin zal glucose aangetoond kunnen worden?

Insulinegehalte bij diabetes type II vergelijken

1/3 Diabetes mellitus.

Diabetes mellitus (= suikerziekte) kan ontstaan door verschillende oorzaken. De ziekte kan het gevolg zijn van het feit dat er onvoldoende insuline wordt geproduceerd (diabetes type I).
Bij diabetes type II produceren de eilandjes van Langerhans wel insuline, maar nemen de cellen in het lichaam te weinig glucose uit de weefselvloeistof op door een ontregeling van het opname-mechanisme. Bij het opname-mechanisme speelt de insuline-receptor een rol. Men veronderstelt dat er bij diabetes type II te weinig insuline-receptoren zijn of dat de receptoren te weinig affiniteit met insuline hebben. Bij beide typen diabetes wordt het teveel aan glucose in het bloed uitgescheiden met de urine.

Is het insulinegehalte in het bloed van onbehandelde patiënten met diabetes type II gemiddeld per 24 uur lager dan, gelijk aan of hoger dan dat bij gezonde mensen?