Afbraak van rode bloedcellen bij de mens
Rode bloedcellen.
Waar worden bij de mens rode bloedcellen afgebroken?
Komen afbraakproducten van deze cellen terecht in de galblaas?
afbeelding
Deze digitale toets over de afbraak van rode bloedcellen, functies van het bloed, en de effecten van gif is gericht op studenten biologie en biedt inzicht in belangrijke fysiologische processen en pathologieën. Test je kennis met vragen over bloedonderzoek, bloedsomloop en de impact van stoffen op het lichaam. - 20 vragen
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VMBO kaderberoepsgerichte leerweg, 4
NVON
cc-by-sa-40
Rode bloedcellen.
Waar worden bij de mens rode bloedcellen afgebroken?
Komen afbraakproducten van deze cellen terecht in de galblaas?
afbeelding
Grote pieterman.
Zie figuur B 3491 van de bijlage.
De pieterman (zie de afbeelding) is een vissoort van ongeveer 25 cm lang. Grote pietermannen leven in zee. Ze zijn overdag ingegraven in het zand en jagen 's nachts op visjes. De harde stralen van de voorste rugvin hebben gifstekels. Als een mens in de gifstekels trapt, komt het gif in het bloed terecht. Het veroorzaakt hevige pijnen en zwellingen. Het gif tast de rode en witte bloedcellen aan.
Door het gif van een grote pieterman worden een of meer functies van het bloed verstoord.
Hieronder staan twee functies van het bloed.
1. Afweer tegen ziekten.
2. Zuurstofvervoer.
Welke van deze functies wordt of welke worden verstoord op grond van de tekst?
afbeelding
Hoofdpijn.
Marijke heeft vaak hoofdpijn en voelt zich regelmatig duizelig.
Eddy zegt dat Marijke waarschijnlijk bloedarmoede heeft.
Henny zegt dat Marijke waarschijnlijk lage bloeddruk heeft.
Wie kan er gelijk hebben?
Grote pieterman.
Zie figuur B 3491 van de bijlage.
De pieterman (zie de afbeelding) is een vissoort van ongeveer 25 cm lang. Grote pietermannen leven in zee. Ze zijn overdag ingegraven in het zand en jagen 's nachts op visjes. De harde stralen van de voorste rugvin hebben gifstekels. Als een mens in de gifstekels trapt, komt het gif in het bloed terecht. Het veroorzaakt hevige pijnen en zwellingen. Het gif tast de rode en witte bloedcellen aan.
Een biologiedocent zegt dat je uit de tekst kunt afleiden dat door het gif van een Grote pieterman meerdere functies van het bloed worden verstoord. Zij vraagt twee leerlingen zo'n functie te noemen.
Femke zegt dat de afweer tegen ziekteverwekkers wordt verstoord.
Jan zegt dat het vervoer van zuurstof wordt verstoord.
Wie geeft een juist antwoord?
afbeelding
Hormonen in het bloed.
Drie bloedvaten van de mens zijn: de hypofyseslagader, de schildklierslagader en de schildklierader.
In welk bloedvat of in welke bloedvaten kan schildklierhormoon voorkomen?
Bloedsomloop van een vis.
Zie figuur B 1090 van de bijlage.
De tekening stelt schematisch een deel van de bloedsomloop van een vis voor.
Is bloedvat P een slagader of een ader?
Is het bloed daarin zuurstofrijk of zuurstofarm?
afbeelding
afbeelding
Muggenbloed.
Als je een mug doodslaat, ontstaat soms een rode bloedvlek. Dit is dan mogelijk je eigen bloed. Muggen zelf hebben in hun bloed geen hemoglobine.
Hemoglobine heeft geen functie in het bloed van muggen, omdat:
Bloeddoping.
Een vorm van doping is de zogenaamde bloeddoping.
Een ösportmanö krijgt dan op kunstmatige wijze extra rode bloedcellen in zijn bloed. Hij hoopt als gevolg daarvan betere prestaties te kunnen leveren.
Wat is het gevolg van deze extra hoeveelheid rode bloedcellen in het lichaam?
Zuurstofbinding.
I. In de lichaamshaarvaten zal het bloed zuurstof en kooldioxide opnemen.
II. Hemoglobine bevindt zich bij de mens in de rode bloedcellen en dient voor de bloedstolling.
Hartwerking.
I. De vier hartkleppen staan nooit tegelijkertijd open.
II. De bloeddruk wordt gemeten in de aders.
Nierader vergeleken met longader.
Bij de mens worden het zoutgehalte en het kooldioxidegehalte van het bloed in de nierader vergeleken met die van het bloed in een longader.
Bevat 1 mL bloed in de nierader meer of minder van genoemde stoffen vergeleken met 1 mL bloed in de longader?
Het bloed in de nierader bevat
Hart, bloed en bloedvaten - 8 juist/onjuist-vragen.
Zie figuur B 3530 van de bijlage.
Kies: juist of onjuist.
1. Het bloedplasma vervoert koolstofdioxide.
2. Bloedplaatjes worden gevormd in het rode beenmerg.
3. Het glucosegehalte van het bloed in de kransaders is hoger dan het glucosegehalte van het bloed in de kransslagaders.
4. In de afbeelding (zie figuur B 3530 van de bijlage.) is de stand van de kleppen P en Q weergegeven tijdens het samentrekken van de boezems.
5. De hartpauze volgt direct na het samentrekken van de kamers.
6. Het glucosegehalte van het bloed in de nieraders is hoger dan het glucosegehalte van het bloed in de nierslagaders.
7. Lymfeknopen zuiveren de lymfe van ziekteverwekkers.
8. Als iemand vaak stress heeft, kan dat leiden tot hartritmestoornissen.
afbeelding
Hart, bloed en bloedvaten.- 12 juist/onjuist-vragen.
Zie figuur B 3528 van de bijlage.
Kies: juist of onjuist.
1. Het bloedplasma vervoert zuurstof.
2. Witte bloedcellen ruimen dode celresten op.
3. De kransaders maken deel uit van de kleine bloedsomloop.
4. In de afbeelding (Zie figuur B 3528 van de bijlage.) is de stand van de kleppen P en Q weergegeven tijdens het samentrekken van de boezems.
5. De hartpauze volgt direct na het samentrekken van de boezems.
6. Het bloed in de nieraders is zuurstofarm.
7. Een hoog cholesterolgehalte van het bloed verlaagt de kans op aderverkalking.
8. Aderverkalking kan leiden tot een hartinfarct.
9. Een hoge bloeddruk verhoogt de kans op een hersenbloeding.
10. Hartritmestoornissen kunnen een hartstilstand tot gevolg hebben.
11. Lymfe wordt geproduceerd in lymfeknopen.
12. Het bloed in de poortader is zuurstofrijk.
afbeelding
1/3 Bloedonderzoek.
Zie figuur A 830 van de bijlage.
Een laborant in een ziekenhuis bekijkt bloedpreparaten. In de afbeelding is schematisch getekend wat hij ziet.
Een van de preparaten geeft bloed weer dat hij heeft laten stollen. Het andere preparaat geeft bloed weer waaraan hij een antistollingsmiddel heeft toegevoegd.
Welke tekening geeft het preparaat weer van gestold bloed? tekening
afbeelding
2/3 Bloedonderzoek.
Zie figuur A 830 van de bijlage.
Komt in het preparaat van tekening 1 de stof hemoglobine voor?
afbeelding
3/3 Bloedonderzoek.
Zie figuur A 830 van de bijlage.
Enkele stoffen zijn: mineralen en vitamines.
Welke van deze stoffen kun je in het bloed aantreffen op plaats P (zie tekening 2)? Antwoord met ja of nee.
mineralen
vitamines
afbeelding
1/3 Bloedonderzoek.
Zie figuur A 830 van de bijlage.
Een laborant in een ziekenhuis bekijkt bloedpreparaten. In de afbeelding is schematisch getekend wat hij ziet.
Tekening 1 geeft het preparaat weer van bloed dat hij heeft laten stollen.
Tekening 2 geeft het preparaat weer van bloed waaraan hij een antistollingsmiddel heeft toegevoegd.
Zijn in tekening 1 witte bloedcellen weergegeven?
En in tekening 2?
afbeelding
2/3 Bloedonderzoek.
Zie figuur A 830 van de bijlage.
Komen in het preparaat van tekening 1 antistoffen voor?
En in het preparaat van tekening 2?
afbeelding
3/3 Bloedonderzoek.
Zie figuur A 830 van de bijlage.
Enkele stoffen zijn: afvalstoffen, hormonen en voedingsstoffen.
Welke van deze stoffen kun je in het bloed aantreffen op plaats P (zie tekening 2)?
afbeelding
1/3 Alcohol in het bloed.
Zie figuur A 17 van de bijlage.
Tekst:
Als iemand bier drinkt, wordt alcohol in het bloed opgenomen. Via bloed (zie de afbeelding) komt de alcohol in de hersenen terecht en werkt daar als een verdovend middel. De bewegingen worden dan minder gecoördineerd.
Als iemand in korte tijd te veel drinkt, kan hij zelfs bewusteloos raken.
Een alcoholmolecuul is via de wand van de leverslagader in het bloed opgenomen. Dit molecuul wordt met het bloed langs de kortste weg naar de hersenen vervoerd.
Komt dit molecuul dan door het hart?
Zo ja, hoe vaak?
afbeelding