Oefentoets Biologie: Uitscheiding - nier_bouw | HAVO 4/HAVO 5

Deze digitale toets over de urinevorming en nierfunctie is ontworpen voor studenten in de biologie en gezondheidswetenschappen, en behandelt onderwerpen zoals de anatomie van de nieren, urineproductie en de rol van verschillende cellen en vloeistoffen in het nierproces. Test je kennis met diverse vragen en figuren die de complexe processen van de nieren verduidelijken. - 18 vragen

Aantal vragen

18

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Urineleider in het darmkanaal

Organen in de buikholte.
Zie figuur A 177 van de bijlage.

De afbeelding geeft een deel van het darmkanaal van de mens weer met onder andere een deel van de alvleesklier, een nier en verscheidene vaten.

Met welk cijfer is een urineleider aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Locaties van vloeistof in de nier

Nieronderzoek.
Zie figuur A 108 van de bijlage.

Op drie plaatsen P, Q en R in een nier van een mens onderzoekt men de samenstelling van de aanwezige vloeistof. Hieronder staan de resultaten van dit onderzoek vermeld in gram per 100 ml vloeistof.
afbeeldingafbeelding
Waar in onderstaand schema zullen de plaatsen P, Q en R zich bevinden?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Vloeistof in het nierbekken en urinevorming

Een vloeistof.

In een nierbekken van een mens verzamelt zich vloeistof.

Hoe heet deze vloeistof en wat gebeurt er mee?

Deze vloeistof is

Vorming van Urine in de Nieren

Voorurine.

Waar in de nieren vindt de vorming van urine uit voorurine plaats.
Waardoor wordt de benodigde energie voor dit proces geleverd?

afbeeldingafbeelding

Cellen in de urine van gezonde mensen

De nieren.
Zie figuur B 1107 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de bouw van een nier van de mens weer. Eén niereenheid is vergroot afgebeeld.
Een nier produceert urine. Urine van de mens bestaat uit water met daarin opgeloste stoffen. In urine kunnen cellen worden aangetroffen die afkomstig zijn van de nieren.
In de nieren bevinden zich onder andere de volgende typen cellen:

1. dekweefselcellen van de bloedvaten in de nierkapsels,
2. dekweefselcellen van de nierkanaaltjes,
3. rode bloedcellen.

Welke van de genoemde typen cellen kunnen in de urine van een gezonde persoon worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Urinevorming in de menselijk nier

Urinevorming.
Zie figuur A 169 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch een deel van een nier van de mens weer.

Op welke van de aangegeven plaatsen wordt urine uit voorurine gevormd?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofverbruik in de nier

Zuurstofverbruik.
Zie figuur B 604 van de bijlage.

De tekening stelt een deel van een nier voor.

Bij welke van de aangegeven plaatsen is het zuurstofverbruik het hoogst?

afbeeldingafbeelding

Eigenschappen van een geneesmiddel bij infectie

Urineleiderontsteking.

Bij een bepaalde vrouw bevinden zich ziekteverwekkende bacteriën in de urineleiders. De patiënte neemt via de mond een geneesmiddel in dat de bacteriegroei remt. De concentratie van dit geneesmiddel in het bloed mag niet te hoog worden, omdat het geneesmiddel anders voor de patiënte zelf schadelijk wordt.
Een te lage concentratie in de urineleiders heeft echter onvoldoende effect op de bacteriën.

Welke van de onderstaande eigenschappen moet het geneesmiddel hebben om, gezien de genoemde gegevens, zo effectief mogelijk te werken?

Productie van voorurine in de nier

Productie van voorurine.
Zie figuur B 1702 van de bijlage.

In de figuur staat schematisch weergegeven een doorsnede door een nier.

De productie van voorurine vindt plaats in

afbeeldingafbeelding

Resorptie van water in de nieren

Resorptie van water.
Zie figuur B 568 van de bijlage.

In de tekening staat schematisch een dwarsdoorsnede van een nierkanaaltje van de mens.

Wat gebeurt er met het grootste deel van het water dat door de wandcellen vanuit P wordt geresorbeerd uit de voorurine?

afbeeldingafbeelding

Functie van de Nier en Urinevorming

In een nier.
Zie figuur A 195 van de bijlage.

Het schema stelt een deel van een nier van een mens voor. Over de inhoud op plaats P en over die op plaats Q worden de volgende uitspraken gedaan:

1. op plaats P bevindt zich voorurine en op plaats Q urine;
2. op plaats P is de concentratie van glucose groter dan op plaats Q;
3. op plaats P is de concentratie van ureum kleiner dan op plaats Q.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Eiwitverplaatsing in de niereenheid

Eiwit in een nier.
Zie figuur B 639 van de bijlage.

De tekening stelt een niereenheid van de mens voor. Een zeer groot eiwitmolecuul komt via de nierslagader in de nier terecht.

Via welke van de aangegeven plaatsen kan dit eiwitmolecuul de nier verlaten?

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding en urinewegen bij de mens

Uitscheiding.
Zie figuur A 283 van de bijlage.

Uitscheiding wordt als volgt gedefinieerd: 'Uitscheiding is het verwijderen van overtollige en/of schadelijke stoffen uit het inwendige milieu.'

Zie figuur A 283 van de bijlage.

Delen van de urinewegen van de mens zijn het begin van de urineleiders, de urineblaas, de nierbekkens en de nierkapseltjes.

In welke van deze plaatsen verlaten overtollige en schadelijke stoffen het inwendige milieu?

afbeeldingafbeelding

Locatie van Nierweefsel in de Mens

1/3 Nierweefsel.
Zie figuur A 674 van de bijlage.

De foto op de afbeelding geeft een stukje nierweefsel van de mens weer.
De met P aangegeven delen bestaan uit bolvormige kluwens van bloedvaatjes die elk deel uitmaken van één niereenheid.
De weefsels tussen deze bloedvaatjes zijn niet zichtbaar.

Liggen de met P aangegeven delen in het nierbekken, in het niermerg of in de nierschors?

afbeeldingafbeelding

Zuurstofgehalte in bloed bij nierweefsel

2/3 Nierweefsel.
Zie figuur A 674 van de bijlage.

Is het zuurstofgehalte in het bloed in een bloedvaatje bij P veel lager dan, ongeveer gelijk aan of veel hoger dan dat in het bloed in de nierslagader?

afbeeldingafbeelding

Processen van urinevorming in de nier

3/3 Nierweefsel.
Zie figuur A 674 van de bijlage.

Enkele processen, die in een nier leiden tot de vorming van urine zijn:

1. filtratie van opgeloste stoffen,
2. actief transport van opgeloste stoffen,
3. terugresorptie van opgeloste stoffen.

Bij welk van de genoemde processen spelen de met P aangegeven delen een rol?

afbeeldingafbeelding

Waterhuishouding in de Nier

1/2 Een survivaltocht.
Zie figuur B 5565 van de bijlage.

Op 14 april 1994 verdwaalde de Italiaanse hardloper Mauro Prosperi tijdens een meerdaagse tocht door de Sahara. Pas na 9 dagen werd hij door bedoeïen gevonden.
Medisch-biologen waren er verbaasd over dat hij zonder water en voedsel zo lang had kunnen overleven. Ze ondervroegen hem over zijn gedrag. Hij bleek zeer verstandig te zijn omgegaan met zijn water- en energiehuishouding. Zo was hij alleen 's nachts actief bezig, zijn weg te zoeken. Overdag deed hij zo weinig mogelijk. Hij gebruikte zijn eigen, kleine hoeveelheden urine als de voornaamste bron van vocht en was gedurende de hele periode niet in paniek geraakt.

In welk gedeelte van een nefron (niereenheid) werd ervoor gezorgd dat Prosperi zoveel mogelijk water uit de voorurine terugresorbeerde, zodat hij slechts kleine hoeveelheden urine produceerde?

In .

afbeeldingafbeelding

Uitscheiding van ureum bij eiwitafbraak

2/2 Een survivaltocht.

Behalve reservestoffen is Prosperi ook eiwitten gaan dissimileren.

Welke stof wordt daardoor in verhoogde concentratie door de nieren uitgescheiden?