Oefentoets Biologie: Broeikaseffect | VWO 4/VWO 5/VWO 6 | variant 2

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Broeikaseffect

1/2 Verwoestijning.

Verwoestijning, de degradatie van op zich goede landbouwgronden, is een groot probleem voor droge gebieden. Op dit moment heeft een derde van het aardoppervlak hier al mee te maken. Naast klimaatverandering speelt de mens hierin een grote rol.
De universiteit van Wageningen is projectleider geworden van een internationaal project, waarin wetenschappelijke instituten uit alle werelddelen werken aan de problemen van verwoestijning. Samen met de bewoners worden alternatieve strategieën ontwikkeld om verdere verwoestijning te voorkomen en de reeds aangetaste gebieden te herstellen.
De klimaatverandering die verwoestijning veroorzaakt is mogelijk indirect een gevolg van menselijk handelen.

Leg uit door welk menselijk handelen deze wereldwijde klimaatverandering mogelijk wordt veroorzaakt.

Broeikaseffect

2/2 Verwoestijning.

Bij verwoestijning speelt de mens ook direct een grote rol.

Geef twee voorbeelden van menselijke activiteiten die kunnen leiden tot verwoestijning.

Broeikaseffect

Broeikasgassen

Koolstofdioxide is één van de broeikasgassen.

Welke gassen zijn ook een broeikasgas?

Broeikaseffect

Methaan.

Methaan is een broeikasgas dat 25 x zoveel warmte vasthoudt dan CO2 en daarmee een belangrijke bijdrage levert aan de opwarming van de aarde.
Ongeveer 12% van de in voedsel vastgelegde energie die door een koe wordt gegeten, wordt in de maag en darmen omgezet in methaan en afgegeven aan de lucht als de koe boert of een wind laat.
Geleerden hebben waargenomen dat de hoeveelheid afgegeven methaan vermindert als een koe antibiotica krijgt. Ook hebben ze ontdekt dat voedsel uit de koeienmaag dat wordt opgeslagen in een luchtdichte container wel methaan vormt, maar dat niet doet als er lucht door de container wordt geblazen. Ook als het voedsel boven de 100 ºC wordt verhit, stopt alle methaanproductie.

Wat is de meest waarschijnlijke verklaring van deze waarnemingen?

Broeikaseffect

Broeikasgas.

CO2 is een broeikasgas doordat

Broeikaseffect

Broeikaseffect.

Inmiddels wordt algemeen aanvaard dat een mondiale opwarming (mede) veroorzaakt wordt door de verhoogde CO2 -uitstoot die in de twintigste eeuw een enorme omvang kreeg, nu geschat op 7,1 Gigaton CO2 per jaar. Daarvan wordt ruwweg de helft (3,4 Gigaton) teruggevonden in de verhoging van de CO2 -concentratie in de atmosfeer (in de laatste 40 jaar van 315 ppm tot 365 ppm). De andere helft verdeelt zich over de oceanen en de terrestrische biosfeer: het plantendek.

Over de toename van CO2 in de atmosfeer worden de volgende beweringen gedaan:

1. Door het gebruik van fossiele brandstoffen (aardgas, aardolie, steenkool, turf, bruinkool) stijgt de CO2 -concentratie in de atmosfeer en wordt daardoor hoger dan in de geologische periode waarin deze brandstoffen zijn gevormd.
2. Door het branden van kalk in kalkbranderijen wordt de CO2 aan de koolstofkringloop toegevoegd die in geologische perioden is vastgelegd. (Branden van kalk is het verhitten van CaCO3 , zodat CaO wordt gevormd voor de cement- en de kunstmestproductie).

Welk van deze beweringen is of welke zijn juist?

Broeikaseffect

1/6 Broeikasgaslek in wetlands.

Lees de tekst hieronder, bewerkt naar een persbericht van het NIOO.

Watervogels grazen oever- en waterplanten zoals riet af. De overgebleven stengelresten blijken schoorstenen te vormen waardoor het sterke broeikasgas methaan sneller kan ontsnappen. Deze nieuwe ‘shortcut’-route in de broeikasgashuishouding presenteerden onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) in het wetenschappelijke tijdschrift Ecology.

Als broeikasgas is methaan 20 keer sterker dan het veel bekendere CO2 . Ongeveer 30 procent van wat jaarlijks de atmosfeer in gaat van methaan komt uit natuurlijke wetlands, terwijl deze maar een kleine 4 procent van het aardoppervlak beslaan. De NIOO-onderzoekers hebben nu een nieuwe ontsnappingsroute van het potente broeikasgas ontdekt.
Methaan blijkt in de zomer versneld weg te kunnen lekken uit wetlands door de eetlust van watervogels, ontdekten ze. Bacteriën in het moeras produceren het gas, anderen eten het ook weer op, maar het grootste deel gaat via de wortels en stengels van moerasplanten de lucht in. En de poorten van een plant gaan wijd open als ganzen ze van bovenaf afgrazen, tot net boven het waterpeil.
"Bij onze experimenten kwam er tot 5 maal zo veel methaan vrij op plekken waar grauwe ganzen bij konden in de zomer, vergeleken met afgezette delen van een meer," aldus NIOO-microbioloog Paul Bodelier.

Zie volgende scherm

Broeikaseffect

2/6 Broeikasgaslek in wetlands.

Leg uit dat bacteriën in de moerassige gronden van de wetlands relatief veel methaan produceren.

Broeikaseffect

3/6 Broeikasgaslek in wetlands.

Waaruit blijkt in de tekst dat de moerassige gronden van wetlands waren ook zonder de nieuwe NIOO-ontdekking al bekend waren als aanzienlijke methaanbron?
Citeer de zin of het zinsfragment uit de tekst op het informatiescherm.

Broeikaseffect

5/6 Broeikasgaslek in wetlands.

Verklaar waardoor er veel meer methaan vrijkomt uit een aangevreten plant dan uit een plant die nog intact is.

Broeikaseffect

6/6 Broeikasgaslek in wetlands.

Bodelier had een deel van de wetlands afgezet, zodat de ganzen er niet bij konden.

- Hoe noemt men een dergelijke ingreep bij een experiment?
- Wat is de functie van een dergelijke ingreep?

Kringlopen

1/6 Strooisellaag.

In de strooisellaag van een bos komen bacteriën en schimmels voor die een rol spelen in de decompositie (omzetting van organische stoffen in anorganische stoffen). In een onderzoek naar de decompositie zijn de verhoudingen tussen koolstof en de elementen N, P, K, S, Ca en Mn in de strooisellaag van een dennenbos bepaald. In de onderzochte delen van de strooisellaag heersten de normale milieuomstandigheden, alleen werd de toevoer van vers (planten)materiaal verhinderd.
De resultaten van dit onderzoek zijn weergegeven in de tabel hieronder.
afbeeldingafbeelding

Zie volgende scherm

Broeikaseffect

Een bijzonder algje.
Zie figuur B 4956 van de bijlage.

Lees de tekst hieronder en bekijk de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Wat gebeurt er met de temperatuur op aarde als dit algje zeer explosief groeit?

afbeeldingafbeelding

Kringlopen

1/4 Stikstofkringloop.

Lees onderstaande tekst.

Bepaalde stikstofbindende bacteriën (Rhizobium, cyanobacteria, etc.) kunnen atmosferische N2 omzetten in ammoniak met behulp van nitrogenase in de onderstaande reactie:

N2 + 8 e- + 8 H+ + 16 ATP ® 2NH3 + H2 + 16 ADP + 16 Pi

In de bodem wordt ammoniak omgezet in ammonium (NH4 + ). Dat kan weer worden omgezet in nitraat (NO3 - ) of weer in vrije N2 door respectievelijk nitrificerende en denitrificerende bacteriën.
Planten kunnen zelf geen atmosferische N2 gebruiken. Zij hebben zouten als nitraat nodig, die worden opgenomen via de wortels. Vandaaruit worden zij naar de bladeren verplaatst, waar zij worden omgezet in ammonium en gebruikt bij de opbouw van aminozuren.

Zie volgende scherm

Broeikaseffect

1/2 Bio-ethanol.
Zie figuur A 1105 van de bijlage.

Bij pogingen om CO2 -neutrale brandstoffen te ontwikkelen, worden stro en andere plantaardige producten uit de landbouw gebruikt om ethanol te maken.
Na een voorbehandeling, waarbij cellulose en hemicellulose in enkelvoudige suikers als glucose en xylose worden omgezet, zorgen micro-organismen voor de verdere omzetting in ethanol.
In de grafieken hiernaast is de omzetting te zien als functie van de tijd in uren.
Op basis van deze grafieken worden de volgende uitspraken gedaan:

1. Er ontstaan bij de omzetting van glucose en xylose naast ethanol ook andere stoffen.
2. Micro-organismen hebben een voorkeur voor glucose als koolstofbron.
3. Na 30 uur is er evenveel glucose als xylose aanwezig.

Welke uitspraak is of welke uitspraken zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Broeikaseffect

2/2 Bio-ethanol.

Waarom is bio-ethanol een CO2 -neutrale brandstof en een fossiele brandstof niet?

Broeikaseffect

1/6 EÉN PLUS ÉÉN PLUS ÉÉN IS VIER.

Ondanks de novembernevel zijn al van ver de contouren te zien. De pijpen en leidingen van Shell Chemie Nederland op industrieterrein Moerdijk hebben er een geduchte concurrent bij gekregen als gezichtsbepaler van de skyline langs het Hollands Diep. De koeltoren van de warmtekrachtcentrale Moerdijk is met zijn 103 meter hoogte dan ook nauwelijks over het hoofd te zien. Op het terrein zelf is het bouwwerk nog indrukwekkender.
Straks komen er onderin de toren koelpakketten te hangen. Nu is het zicht van boven tot onder nog helemaal vrij. En imposant. Want met een diameter van 78 meter en wanden van meer dan 100 meter beton heeft het alles weg van een gigantische arena. Een tochtige arena, dat wel. Het lijkt erop alsof de onderste meters van het beton zijn vergeten waardoor de wind vrij spel heeft. Uiteraard is dat niet zo. "Om goed te kunnen koelen is heel veel lucht nodig. Vandaar dat voor die open constructie is gekozen. En het werkt. Dat merk je hè. Het trekt hier nu al behoorlijk." Zegt ing. A. van de Wetering van de EPZ. De Elektriciteits-Produktie-maatschappij Zuid-Nederland, de opdrachtgever voor de bouw van deze elektriciteitscentrale, waarvan de koeltoren het meest in het oog springende onderdeel is. Maar ook weer niet het meest belangrijke, legt ir. J. Toebes uit, de projectmanager van de WKC Moerdijk. Sterker nog, er zullen momenten zijn dat die toren niet eens wordt gebruikt. Veel interessanter is dat er door de koppeling met twee andere bedrijven een drie-eenheid ontstaat met voor alle drie nogal wat voordelen. Toebes: "En het belangrijkste is dat we straks heel flexibel kunnen zijn."

Vernieuwing
Dat vraagt om uitleg. Toebes geeft die in de kantoorunit aan de rand van het uitgestrekte modderige terrein, waar de EPZ ruimte heeft gereserveerd voor mogelijk toekomstige uitbreidingen. Het verhaal begon eind jaren tachtig voor de EPZ, de NV die onder meer ook de Amercentrale en de kerncentrale Borssele exploiteert. "Je bent steeds bezig met vernieuwing en uitbreiding. Daarbij proberen we zo gevarieerd mogelijk onze stroom te produceren. Met kolen, met gas, met kernenergie." Bij de Sep (waarin EPZ met andere producenten samenwerkt) werd het plan ingediend en goedgekeurd om een warmtekrachtcentrale te bouwen. "Een uitgewerkt plan, inclusief de partners." De ene partner is Shell Nederland Chemie, overduidelijk aanwezig aan de andere kant van de zijtak van het Hollands Diep waaraan de WKC komt te liggen. De andere partner is de directe buur, de Afvalverbranding Zuid-Nederland. De drie veertig meter hoge liftschachten in aanbouw markeren de bouwplaats. Medio 1996 zal de elektriciteitscentrale gaan draaien, een half jaar later volgt de koppeling met beide buren.

Zie volgende scherm

Broeikaseffect

2/6 Een plus een plus een is vier.

Verhit
Met aardgas als brandstof wordt in de centrale met drie gasturbinegeneratoren elektriciteit opgewekt. Daarbij komen hete rookgassen vrij waarmee water in afgassenketels wordt verhit tot stoom. Daarmee wordt een stoomturbinegenerator aangedreven voor het maken van nog meer elektriciteit. Maar dan begint pas het aardige aan het verhaal. Want de hitte waarmee bij de buren het verbranden van afval gepaard gaat, wordt ook gebruikt om stoom van te maken. Die komt de EPZ terecht die daar dan weer stroom mee maakt.
Niet alle stoom wordt gebruikt. Een flink deel gaat naar Shell Chemie dat de stoom gebruikt voor haar productieproces. De rest ("die niet warmer meer is dan een graad of 35", zegt Toebes) wordt gekoeld, condenseert tot water en kan dan opnieuw worden gebruikt. Het grootste deel van het jaar kan dat door koeling met rivierwater. Als dat te warm is, wordt de koeltoren ingezet.

'De clou'
Door de koppeling wordt de warmte van de afvalverbrander (AVI) nuttig gebruikt. Beter ook. Toebes: "Dit is namelijk de clou. Wij brengen die stoom op een hogere temperatuur (525 graden Celsius) waardoor er veel meer stroom uit komt dan de AVI zelf zou kunnen produceren." Bovendien heeft de AVI geen eigen turbine-installatie nodig en zelfs geen eigen koelcircuit. Shell krijgt op een aantrekkelijker manier dan ze nu zelf kan produceren, stoom geleverd. Toebes: "Het is een verhaal van een plus een plus een is vier. Want samen hebben we veel minder gas nodig als gevolg van die koppeling. Het rendement is hoog. En omdat er minder gas wordt verbrand, betekent dat een belangrijke vermindering van de milieubelasting. En minder kosten uiteraard, en dat is weer goed voor de consument." De besparing is behoorlijk. Zouden de drie bedrijven afzonderlijk gas verbranden, dan zou dat per jaar 60 miljoen kuub gas extra betekenen. "Niet indrukwekkend misschien, maar het is wel de gasbehoefte, op jaarbasis dus, voor een stad als Den Bosch." Of er nog meer bedrijven aan te koppelen zijn? "In principe kan dat. We hebben bijvoorbeeld gekeken of we iets kunnen doen met het biogas dat de slibverbrander gaat produceren die hiernaast wordt gebouwd. Maar dat blijkt, om technisch- economische redenen, als brandstof niet in te passen." Buiten wijst Van de Wetering op de stalen constructies waarin onder meer de drie gasturbinegeneratoren komen. "Omdat we er drie hebben kunnen we heel flexibel werken. Precies gericht op vraag en aanbod. Zowel wat stoom als stroom betreft. In theorie is het zelfs mogelijk dat de afvalverbrander rechtstreeks stoom levert aan Shell. In geval van een calamiteit bij ons bijvoorbeeld." Het vermogen van de WKC Moerdijk is 339 megawatt. Dat is heel behoorlijk, legt Toebes uit. "Maar je moet de grootte hier ook weer niet overdrijven. In Nederland is in totaal zo'n 15.000 megawatt aan vermogen opgesteld. Daar vormen wij dus een bescheiden onderdeel van." Op het gebied van warmtekrachtkoppeling behoort WKC Moerdijk wel tot de grote. Op dit terrein zijn nogal wat kleinschalige ontwikkelingen geweest. Zoveel zelfs, dat allerlei partijen de koppen bij elkaar hebben gestoken en afspraken hebben gemaakt. Enerzijds EnergieNed (de gezamenlijke distributiebedrijven, zoals de PNEM), anderzijds de productiemaatschappijen, verenigd in de SEP. Want ook PNEM en andere distributiebedrijven hadden nogal wat warmte- krachtcentrales en -centraletjes gepland. Een overcapaciteit dreigde. Afgesproken is een aantal projecten door te laten gaan, een aantal andere aan te passen en een aantal af te gelasten. Het plan van de PNEM om bij Drunen een warmtekrachtcentrale te koppelen aan tuinbouwkassen is daardoor afgeblazen.

(Brabants Dagblad, 30 november 1994).

Zie volgende scherm