Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
3/3 Urine, nieren en niersteen. Zie figuur B 3841 van de bijlage.
In een brochure staat: Een niersteen ontstaat als bepaalde stoffen in de urine samenklonteren. De meeste mensen merken er niets van, omdat ze de nierstenen uitplassen. Maar soms sluit een niersteen de urineleider af. Dan zijn er verschillende manieren waarop zo iemand geholpen kan worden. Eén daarvan is opereren.
In de afbeelding is onder andere een nier weergegeven.
Welke letter geeft de urineleider aan?
afbeelding
Uitscheiding
1/4 Blaasproblemen.
Een blaasontsteking wordt meestal veroorzaakt door bacteriën die via de urinebuis in de urineblaas terecht zijn gekomen. Er is dan voortdurend aandrang om te plassen en het plassen is pijnlijk. Om na te gaan of zulke klachten veroorzaakt worden door een infectie van de urinewegen, wordt wat bloed en urine onderzocht. Als het aantal witte bloedcellen in het bloed groter is dan normaal, is dit een aanwijzing dat er ergens in het lichaam een bacterie-infectie is.
Leg uit waarvoor het aantal witte bloedcellen toeneemt als er een infectie is.
Uitscheiding
2/4 Blaasproblemen. Zie figuur B 4463 van de bijlage.
In de afbeelding zijn drie bloeddeeltjes met een letter aangegeven.
Welke letter geeft een witte bloedcel aan?
afbeelding
Uitscheiding
3/4 Blaasproblemen. Zie figuur B 4464 van de bijlage.
Als zich in de urinewegen blaasstenen of nierstenen bevinden, kunnen binnengedrongen bacteriën zich in zo'n steen nestelen. Zulke bacteriën zijn moeilijk te bestrijden en kunnen de oorzaak zijn van een steeds terugkerende blaasontsteking. Blaasstenen zijn vaak ontstaan als nierstenen in het nierbekken. Zo'n niersteen is dan met de urine in de blaas terechtgekomen.
Zie figuur B 4464 van de bijlage.
In de afbeelding zijn op een röntgenfoto urinewegen weergegeven.
Welke letter geeft het nierbekken aan?
afbeelding
Uitscheiding
4/4 Blaasproblemen.
Mensen die regelmatig een blaasontsteking hebben, worden behandeld met een dagelijkse lage dosis antibiotica om een nieuwe ontsteking te voorkomen. Onderzoekers in Finland hebben aangetoond dat ook stoffen uit veenbessen kunnen beschermen tegen een blaasontsteking. Een Nederlandse onderzoekster wil nagaan of stoffen uit veenbessen even goed beschermen tegen blaasontsteking als antibiotica.
Schrijf een werkplan op waarmee dit onderzocht kan worden.
Uitscheiding
1/5 Bloed en uitscheiding. Zie figuur B 926 van de bijlage.
De tekening geeft enkele organen (onder andere de nieren) in het lichaam van de mens weer met hun aan- en afvoerende vaten. De stroomrichting van het bloed is met pijlen aangegeven.
Waar wordt urine gevormd in 3, in 4 of in 5?
afbeelding
Uitscheiding
2/5 Bloed en uitscheiding. Zie figuur B 926 van de bijlage.
Waar is het zuurstofgehalte het hoogst, in 1, in 2 of in 4?
afbeelding
Uitscheiding
3/5 Bloed en uitscheiding. Zie figuur B 926 van de bijlage.
Waar is het glucosegehalte het hoogst, in 5, in 6 of in 7?
afbeelding
Uitscheiding
4/5 Bloed en uitscheiding. Zie figuur B 926 van de bijlage.
Stroomt er per uur evenveel bloed door vat 1 als door vat 2? Zo nee, door welk vat stroomt per uur het meeste bloed?
afbeelding
Uitscheiding
5/5 Bloed en uitscheiding. Zie figuur B 926 van de bijlage.
Stroomt per uur de meeste vloeistof door 1, door 2 of door 4?
afbeelding
Uitscheiding
1/3 De kunstnier. Zie figuur C 326 van de bijlage.
Als de nieren het bloed niet meer voldoende kunnen zuiveren, wordt het lichaam vergiftigd. Het bloed kan dan gezuiverd worden door een kunstnier. Dit noemt men nierdialyse. In de afbeelding is schematisch de werking van een kunstnier weergegeven.
Op welke plaats bevat het bloed meer zouten: op plaats C of op plaats A? Leg je antwoord uit.
afbeelding
Uitscheiding
3/3 De kunstnier.
Bevat het gezuiverde bloed dat de kunstnier verlaat glucose? En bevat het eiwitten?
Uitscheiding
1/5 De nieren. Zie figuur A 18 van de bijlage.
In een nier wordt bloed gezuiverd. Afvalstoffen zoals ureum komen dan in de urine terecht. In de afbeelding zijn organen van een mens schematisch weergegeven. Van een nier is een doorsnede vergroot weergegeven.
Bevindt zich bloed in een nier in het gedeelte aangeduid met 1 (zie de afbeelding)? En in het gedeelte aangeduid met 2?
afbeelding
Uitscheiding
2/5 De nieren.
Heeft meer zweten invloed op de hoeveelheid urine die je produceert? Zo ja, wordt de hoeveelheid urine daardoor minder of meer?
Uitscheiding
3/5 De nieren.
In welk van volgende bloedvaten bevat het bloed de minste ureum per ml?
Uitscheiding
4/5 De nieren. Zie figuur B 2550 van de bijlage.
In de afbeelding is een schema van een nier weergegeven. In een nier wordt bloed gezuiverd door zogenaamde nierfilters. Deze nierfilters 'filtreren' het bloed dat via de bloedvaten in de nier komt. De vloeistof die door de wand van de nierfilters gaat, noemt men voorurine. Uit het bloedserum komen veel stoffen in de voorurine terecht. Eiwitten gaan echter niet door de wand van de filters. Veel van de opgeloste stoffen en het meeste water uit de voorurine gaan weer in het bloed terug. De vloeistof die overblijft, wordt uitgeplast. Per dag ontstaat er 150 liter voorurine in de nieren. Daarvan gaat 148 liter weer terug naar het bloed.
In de tekst wordt de vorming van voorurine beschreven.
Bevat voorurine de afvalstof ureum? En bevat voorurine zouten?