Bloed
Bloedsamenstelling.
Bij iemand wordt bloed afgenomen. Dit bloed wordt opgevangen in een glazen buisje. Na een tijdje stolt het bloed en vormt zich boven het stolsel een heldere, gelige vloeistof.
Hoe wordt deze vloeistof genoemd?
Deze oefentoets bevat 27 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
27
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 1, VWO 2
NVON
cc-by-sa-40
Bloedsamenstelling.
Bij iemand wordt bloed afgenomen. Dit bloed wordt opgevangen in een glazen buisje. Na een tijdje stolt het bloed en vormt zich boven het stolsel een heldere, gelige vloeistof.
Hoe wordt deze vloeistof genoemd?
Bloedstremming.
Bij een zieke kon vrijwel geen bloedstremming (bloedstolling) meer optreden. Onderzoek wees uit dat aan het bloedplasma niets veranderd was.
De oorzaak van de afwijking kan dan gelegen zijn
Bloedprop.
Na een beenoperatie kan in een ader van een patiënt een bloedprop ontstaan. Dit komt doordat onoplosbare eiwitdraden zijn gevormd. Bepaalde bloeddeeltjes spelen een belangrijke rol bij het vormen van de eiwitdraden in de bloedprop.
Welke bloeddeeltjes zijn dat?
Gestold bloed.
Zie figuur B 2193 van de bijlage.
De tekening stelt een druppel gestold bloed voor.
Welk van de aangegeven delen bestaat uit fibrine?
afbeelding
Bloedstolling.
Het volgend stukje gaat over de genezing van verwondingen van de huid.
De genezing van wonden begint met het opvullen van de wond door bloedstolsels en weefselvocht waarbij een bedekkende korst over de wond ontstaat. Onder deze korst vormen jonge bindweefselcellen en bloedvaten een lichtrood weefsel dat zeer goed bestand is tegen infecties, maar dat door het grote aantal bloedvaatjes ook snel gaat bloeden.
Als de gehele wond met dit lichtrode weefsel gevuld is, gaat de huid vanuit de wondranden over dit weefsel heen groeien zodat de wond zich sluit. Daarna vermindert het aantal bloedvaten in het lichtrode weefsel.
Tussen de bindweefselcellen ontstaan nu meer vezels zodat het zich vormende litteken stevigheid verkrijgt.
Omdat de bindweefselvezels later wat korter worden, is het litteken later altijd iets kleiner dan de oorspronkelijke wond.
Spelen bij de vorming van bloedstolsels in een wond stoffen uit de bloedplaatjes een rol?
Spelen bij de vorming van bloedstolsels in een wond stoffen uit het bloedplasma een rol?
afbeelding
Bloedstolling.
Zie figuur B 805 van de bijlage.
De tekening geeft een microscopisch beeld van gestold bloed weer.
Uit welke stof bestaat het door cijfer 1 aangegeven deel?
Zijn voor de vorming van deze stof bloedplaatjes of rode bloedcellen nodig?
Deel 1 bestaat uit
afbeelding
Bloedplaatjes.
Bij iemand komt een afwijking van de bloedplaatjes voor, waardoor deze hun inhoud niet kunnen afgeven.
Wat kan daarvan het gevolg zijn?
Bloedstolling.
Zie figuur B 841 van de bijlage.
De tekening stelt een druppel bloed voor, bekeken met een microscoop.
Welk van de aangegeven delen speelt een rol bij de stolling van bloed?
afbeelding
Bloedplaatjes.
Een afwijking aan de bloedplaatjes, waardoor deze hun inhoud niet kunnen vrijgeven, zal tot gevolg kunnen hebben dat
Muggenprik.
Muggen zuigen met hun zuigsnuit bloed bij de mens. Ze prikken daartoe een gaatje in de huid. Voordat ze beginnen te zuigen, brengen ze een beetje van hun speeksel in het wondje. Dit speeksel zorgt ervoor dat de bloedplaatjes van de mens hun normale functie niet kunnen uitoefenen.
Welk voordeel heeft de mug van deze werking van zijn speeksel?
Fibrinogeen.
In welk bestanddeel of in welke bestanddelen van het bloed van de mens komt fibrinogeen voor?
Bloedstolling.
Bij bloedstremming (= bloedstolling) ontstaat een netwerk van draden.
Deze draden bestaan uit
Fibrinogeen.
Fibrinogeen speelt bij de mens een belangrijke rol bij
Fibrine.
Bij welk proces worden bij de mens fibrinedraden gevormd?
Een bloedneus.
Onderzoek heeft aangetoond dat bij vrouwen in de week voor de menstruatie het aantal bloedplaatjes minder is dan vlak na de menstruatie. Marlies (19 jaar) heeft vaak last van een bloedneus, wanneer ze haar neus krachtig snuit.
Stopt bij Marlies een bloedneus in de week voor de menstruatie langzamer dan, even snel als of sneller dan na de menstruatie? Leg je antwoord uit.
1/4 AU! een blauwe plek.
Als je je ergens hard aan stoot, kan op de getroffen plaats een blauwe plek ontstaan. In dat geval zijn bloedvaatjes beschadigd, waardoor wat bloed tussen de weefselcellen komt. Dit bloed gaat dan stollen zodat verder inwendig bloedverlies wordt voorkomen. Er ontstaat een blauwe plek.
Door afbraak van een stof uit de rode bloedcellen gaat een blauwe plek later verkleuren, zodat die plek er letterlijk bont en blauw komt uit te zien.
Het bloedstolsel wordt opgeruimd door bepaalde deeltjes uit het bloed. Deze nemen het stolsel en de omringende dode cellen op en verteren deze.
Welke stof wordt op de beschadigde plaats bij het stollen van het bloed gevormd?
2/4 AU! een blauwe plek.
Een blauwe plek verkleurt doordat een bepaalde stof wordt afgebroken.
Welke stof is dit?
3/4 AU! een blauwe plek.
Welke deeltjes uit het bloed ruimen het stelsel en de dode cellen op?
4/4 AU! een blauwe plek.
Als je je ergens hard aan stoot, kan op de getroffen plaats een blauwe plek ontstaan. In dat geval zijn bloedvaatjes beschadigd, waardoor wat bloed tussen de weefselcellen komt. Dit bloed gaat dan stollen zodat verder inwendig bloedverlies wordt voorkomen. Er ontstaat een blauwe plek.
Bij beschadiging van een bloedvat komen uit bepaalde bloeddeeltjes stoffen vrij die een rol spelen bij de bloedstolling.
Uit welke bloeddeeltjes komen deze stoffen vrij?
1/3 Reizigersproblemen.
Zie figuur B 3290 van de bijlage.
Trombose is het afsluiten van bloedvaten door bloedstolsels. Tijdens lange vlieg- en busreizen is door het langdurig zitten de doorstroming van het bloed, vooral in de benen, minder goed. Hierdoor wordt de kans op het ontstaan van trombose groter. Dit wordt reizigerstrombose genoemd.
Welke bloeddeeltjes spelen een rol bij de vorming van bloedstolsels?
afbeelding
2/3 Reizigersproblemen.
Mariska is geslaagd voor haar eindexamen. Haar ouders bieden haar een vakantie in Spanje aan. In de krant leest ze twee advertenties waarin zo'n reis aangeprezen wordt.
afbeelding
Tijdens welke van de twee aangeboden reizen is de kans op het ontstaan van trombose het grootst? Leg je antwoord uit.
3/3 Reizigersproblemen.
Gezonde mensen wordt afgeraden om tijdens zo'n lange reis medicijnen tegen trombose te gebruiken. Eenvoudige tips om de kans op trombose in het vliegtuig of de bus te verkleinen zijn: gemakkelijke, ruim zittende kleding dragen en de schoenen uittrekken.
Noem nog een andere manier om de kans op trombose tijdens zo'n reis te verkleinen.
Bestanddelen van bloed.
Zie figuur B 2470 van de bijlage.
Geef de betekenis van de letters A tm F in de figuur.
afbeelding
1/4 Aspirine.
ASPIRINE OOK TER PREVENTIE VAN EEN EERSTE HARTINFARCT.
Een kinderaspirientje per dag is al vele jaren een heel gebruikelijk middel om een tweede hartinfarct te voorkomen. Of deze aanpak ook bruikbaar is ter preventie van een eerste hartinfarct, is tot nu toe omstreden.
Er zijn aanwijzingen dat de preventieve toediening van aspirine de kans op een hersenbloeding statistisch gezien iets verhoogt.
In The Lancet (24 januari 1998) vergelijken Britse onderzoekers het effect van dagelijks een lage dosis aspirine (75 milligram acetylsalicylzuur) met een dosis warfarine (rond 4 milligram) bij 5500 mannen met een hoog risico op een hartinfarct (te dik, hoge bloeddruk, hoog cholesterol, familiaal belast). Een kwart van deze mannen kreeg een combinatie van beide preparaten en nog een ander kwart een placebo.
Aspirine en warfarine (een cumarinederivaat) verlagen op verschillende wijze de stollingsneiging van het bloed en daarmee de kans op vaatafsluitingen en een eventueel hartinfarct. Uit het Britse onderzoek blijkt dat zowel aspirine als warfarine 20% van de hartinfarcten voorkomen, vergeleken met een placebo. De combinatie aspirine/warfarine werkt nog beter (35% reductie) maar dat gaat ten koste van de veiligheid: er kwamen in deze groep beduidend vaker fatale hersenbloedingen voor.
(NRC-Handelsblad, 7 februari 1998).
Zie volgende scherm
2/4 Aspirine.
Wat gebeurt er (of wat is er gebeurd) als iemand een hartinfarct krijgt?
3/4 Aspirine.
Waarom verminderen aspirine en warfarine de kans op een hartinfarct?
4/4 Aspirine.
Waarom werkt een combinatie van aspirine en warfarine beter dan alleen maar aspirine of warfarine?