Oefentoets Biologie: Ecologie | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 11

Ontdek de digitale toets over energietoevoer en verbranding in ecosystemen, gericht op leerlingen in de biologie, en test je kennis over de invloed van cadmium op vissen en de bestrijding van bladluizen met lieveheersbeestjes. Deze toets biedt inzicht in de interacties binnen ecosystemen en de impact van milieufactoren. - 20 vragen

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Energietoevoer en verbranding in ecosystemen

1/2 Energie in een ecosysteem.
Zie figuur A 145 van de bijlage.

In de afbeelding wordt een deel van de energiestromen in een ecosysteem weergegeven. Elke pijl stelt een energiestroom voor. De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Welke pijlen geven door verbranding vrijgemaakte warmte weer?

afbeeldingafbeelding

Energietoevoer in een ecosysteem

2/2 Energie in een ecosysteem.
Zie figuur A 145 van de bijlage.

In de afbeelding wordt een deel van de energiestromen in een ecosysteem weergegeven. Elke pijl stelt een energiestroom voor. De organismen in de afbeelding zijn niet op dezelfde schaal getekend.

Welke pijl stelt de stroom met de grootste hoeveelheid energie voor?

afbeeldingafbeelding

Kalk en organen van vissen

1/2 Cadmium in rivierwater.

In het afvalwater van sommige fabrieken komt cadmium voor. Cadmium is een giftige stof waar vissen last van hebben. Door teveel cadmium in rivierwater kunnen vissen kalk, een belangrijke bouwstof, minder goed opnemen uit het water. Ook veroorzaakt het cadmium een vermindering van het aantal rode bloedcellen in de vissen.

Noem een orgaan van een vis, waarvoor kalk een belangrijke bouwstof is.

Invloed van cadmium op visverbranding

2/2 Cadmium in rivierwater.

Veel cadmium in rivierwater heeft invloed op de verbranding in de spieren van vissen.

Leg die invloed op de verbranding uit.

Bestrijding van bladluizen met lieveheersbeestjes

1/4 Bladluizen bestrijden.

Bladluizen kunnen bomen, zoals linden, sterk aantasten. Ze zuigen met hun snuit via de huidmondjes sappen uit de bladeren waardoor de bladeren kunnen verwelken. Men heeft wel eens uit Noord-Amerika afkomstige lieveheersbeestjes uitgezet om bladluizen te bestrijden. De lieveheersbeestjes eten bladluizen. Sommige mensen vinden deze manier van bladluizen bestrijden minder geschikt. Het is namelijk onbekend of de Noord-Amerikaanse lieveheersbeestjes de oorspronkelijke Nederlandse lieveheersbeestjes wel of niet zullen verdringen. Lieveheersbeestjes eten geen andere soorten lieveheersbeestjes.

Leg uit hoe de lieveheersbeestjes uit Noord-Amerika de Nederlandse lieveheersbeestjes zouden kunnen verdringen.

Bestrijding van bladluizen en hun voeding

2/4 Bladluizen bestrijden.

Bladluizen zuigen vooral suikerhoudende vloeistof uit transportvaten van de bladeren.

Uit welk type of uit welke typen vaten zuigen de bladluizen de suikerhoudende vloeistof?

Effect van bladluizen op waterhuishouding

3/4 Bladluizen bestrijden.

Als op een boom veel bladluizen zitten, kunnen de bladeren van de boom verwelken en vroegtijdig afvallen.

Verandert door deze bladafval 's zomers de hoeveelheid water die uit de boom verdampt?
En verandert hierdoor de hoeveelheid water die door de wortels wordt opgenomen?

Koolstofkringloop en bladluizen

4/4 Bladluizen bestrijden.

Maakt de suiker in de sappen die de bladluizen opzuigen, deel uit van de koolstofkringloop?
En maken de stoffen die de bladluizen uit die suiker maken, deel uit van de koolstofkringloop?

Milieufactoren voor emelten en grasland

1/10 Emelten.
Zie figuur B 3480 van de bijlage.

De afbeelding geeft een volwassen langpootmug en een emelt weer. Een emelt is een larve van een langpootmug. Emelten leven vooral in vochtig grasland, twee tot drie centimeter onder de grond. Ze vreten jonge plantendelen aan. Kale plekken in het grasland zijn hiervan het gevolg. Emelten zijn ongevoelig voor vorst, maar ze kunnen in de winter wel doodgaan als de graszoden door de vorst sterk uitdrogen. Emelten worden in het voorjaar veel door spreeuwen gegeten.
Volgens de tekst overleeft een gedeelte van de emelten de winter niet. Door de droogte tijdens een vorstperiode is het gras als voedsel voor de emelten ongeschikt.

Is de droogte een abiotische of een biotische milieufactor?
En het voedsel van de emelten?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Diergroep van de emelt

2/10 Emelten.

Tot welke diergroep behoort een emelt?

Inwendige prikkels en responsen bij spreeuwen

3/10 Emelten.

Spreeuwen vangen emelten door met hun snavel een gangetje in de grond te maken. Zij kijken langs hun snavel in het gangetje of ze een emelt zien. Een spreeuw leert een gangetje in de grond te maken bij die gedeelten van een grasland waar de meeste emelten in de bodem zitten.

Wat is voor een spreeuw de inwendige prikkel voor haar voedselzoekgedrag?
Wat is een respons op die prikkel?

Oorzaken van toename van emelten

4/10 Emelten.

Een stuk grasland is in Nederland meestal een monocultuur van grasplanten. De langpootmuggen kunnen zich daar goed in voortplanten.

Noem een oorzaak waardoor het aantal emelten in grasland snel kan toenemen.

Nadelen van chemische bestrijdingsmiddelen

5/10 Emelten.

Als het aantal emelten groot is, bestrijdt men ze soms met chemische middelen. Aan het gebruik van deze middelen zijn nadelen verbonden. Sommige bestrijdingsmiddelen zijn niet biologisch afbreekbaar. Daarom zijn deze tegenwoordig verboden. Maar ook aan het gebruik van niet-verboden bestrijdingsmiddelen zijn nog nadelen verbonden. Zij veroorzaken milieuvervuiling.

Noem nog een nadeel van het gebruik van niet-verboden chemische bestrijdingsmiddelen voor andere dieren dan emelten.

Functie van de bloedsomloop bij emelten

6/10 Emelten.

Bij emelten vindt gaswisseling plaats door middel van tracheeën. Bij de gaswisseling via tracheeën speelt de bloedsomloop nauwelijks een rol.

Noem een functie die de bloedsomloop bij emelten heeft.

Genotype van Emelten en Langpootmuggen

7/10 Emelten.

Langpootmuggen ondergaan een gedaanteverwisseling. Een langpootmug (mug 1) heeft na bevruchting eieren afgezet in een grasland. Uit een ei ontwikkelt zich een emelt. Deze emelt ontwikkelt zich via een pop weer tot een langpootmug (mug 2).
Dit proces is hieronder schematisch weergegeven.

afbeeldingafbeelding

Heeft deze emelt hetzelfde genotype als mug 1?
En heeft de emelt hetzelfde genotype als mug 2?

afbeeldingafbeelding

Lengte van het popstadium van langpootmug

8/10 Emelten.
Zie figuur B 2108 van de bijlage.

Het staafdiagram in de afbeelding geeft de lengte van een langpootmug weer tijdens de verschillende stadia van de ontwikkeling.

Waar is in het diagram de lengte van het popstadium aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Factoren die het aantal emelten beïnvloeden

9/10 Emelten.

Noem drie factoren die volgens de gegevens in de tekst invloed hebben op het aantal emelten in een bepaald grasland.

Totale massa organismen op grasland

10/10 Emelten.

In de tekst is een aantal groepen organismen genoemd.

Van welke van deze groepen organismen is de totale massa per hectare grasland het grootst?

Verstoring van het ecosysteem op Guam

1/3 Slangenplaag op Guam.

De Bruine boomslang is door de mens op het eiland Guam, in de Stille Oceaan, ingevoerd. Voordien kwamen op het eiland geen slangen voor. De Bruine boomslang veroorzaakt toenemende ellende. In de bossen van het eiland verstoren de slangen het ecosysteem. Nu zijn elf van de twaalf soorten vogels op Guam verdwenen en de twaalfde soort wordt ook bedreigd.
In de tekst staat dat het ecosysteem in de bossen van het eiland wordt verstoord.

Wordt deze verstoring volgens de tekst veroorzaakt door een abiotische factor?
En door een biotische factor?

Impact van de Bruine boomslang op vogels

2/3 Slangenplaag op Guam.

Slangen eten zelden volwassen vogels. Toch worden vooral vogelsoorten door de Bruine boomslang uitgeroeid.

Geef hiervoor een verklaring.