Oefentoets Biologie: Mens-milieu | VMBO theoretische leerweg, 3/VMBO theoretische leerweg, 4 | variant 15

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 3, VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mens en Milieu

Algen.

De aanwezigheid van teveel fosfaat in een sloot wordt beschouwd als een milieuprobleem. Als er veel fosfaat in een sloot terecht komt, vermeerderen algen zich snel. Het water wordt hierdoor helemaal groen. Na verloop van tijd sterven veel algen in de sloot. De resten daarvan worden onder andere door bacteriën afgebroken.
In een klas wordt de vraag gesteld of het probleem van het teveel aan fosfaat in deze sloot is opgelost door het vermeerderen en afsterven van de algen. Drie leerlingen geven op deze vraag een antwoord:

Leerling 1 zegt: "Ja, want de algen hebben het fosfaat opgenomen. Wanneer de algen sterven, verdwijnt ook het fosfaat."
Leerling 2 zegt: "Ja, want bacteriën nemen na het sterven van de algen fosfaat weg uit de kringloop."
Leerling 3 zegt: "Nee, want bacteriën maken door het afbreken van de gestorven algen weer fosfaat vrij."

Welke van deze leerlingen geeft het goede antwoord?

Mens en Milieu

Waterbloei.

Drie bedreigingen voor de kwaliteit van het water in sloten en plassen zijn het gebruik van bestrijdingsmiddelen, van kunstmest en van stalmest in de landbouw.

Welke van deze drie bedreigingen kunnen bijdragen aan het optreden van waterbloei?

Mens en Milieu

Waterbloei.

Door waterbloei wordt het water troebel.

Welke gevolgen heeft dit voor het aantal snoeken (een roofvis) in de sloot?
En welke gevolgen voor het aantal brasems (een witvissoort).

Mens en Milieu

Waterbloei.

In een meertje is het water helemaal groen en troebel. Dit verschijnsel heet waterbloei. Een van de gevolgen is dat veel soorten waterplanten zich minder goed ontwikkelen en sterven.
Dit geldt vooral voor waterplanten die zich geheel onder water bevinden.

Leg uit waardoor deze waterplanten zich minder goed ontwikkelen en sterven.

Mens en Milieu

Lood.
Zie figuur C 104 van de bijlage.

In de afbeelding zijn schematisch voedselrelaties weergegeven tussen organismen die langs een autoweg voorkomen. In de lichamen van de organismen die langs de autoweg voorkomen, bevindt zich vrij veel lood.

Geef de naam van het organisme waarin naar verhouding het meeste lood zal voorkomen. Licht je keuze toe.

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

Lood.

In de hengelsport worden loden balletjes gebruikt om de vislijnen te verzwaren. Het komt nog al eens voor dat deze loden balletjes in het water achterblijven. Lood kan in water oplossen.
In een sloot waar veel wordt gevist, komen onder andere snoeken, stekelbaarsjes en watervlooien voor.

In welke organismen zal de hoogste concentratie lood worden aangetroffen? Leg je antwoord uit.

Mens en Milieu

1/4 Gebrek aan kalk.

Leerlingen lezen in een krant het volgende bericht:

"Veel koolmezen die leven in bossen met verzuurde grond, hebben gebrek aan kalk. Als gevolg van uitspoeling door zuur water verdwijnt de kalk steeds meer uit de bodem. Daardoor krijgen de vogels met hun voedsel minder kalk binnen en zijn de schalen van hun eieren te dun. Sommige mezen in zo'n bos blijken stukjes schalen van kippeneieren te eten. Deze mezen leggen wel goede eieren. De mezen vinden eierschalen op picknickplaatsen en bij boerderijen."

De leerlingen willen nagaan of door strooien van eierschalen op picknickplaatsen het aantal uitgekomen eieren in nesten van koolmezen in een verzuurd bos weer kan toenemen. Zij hebben voor dit onderzoek het volgende werkplan opgesteld:

stap 1: Eierschalen op de grond strooien in de buurt van de nesten van mezen in een verzuurd bos.
stap 2: Na een tijdje tellen hoeveel jonge mezen er in de nesten komen.

De lerares zegt dat zij een belangrijke stap vergeten zijn op te nemen in het werkplan. Deze stap is wel noodzakelijk om een goede conclusie te kunnen trekken.

Welke stap zijn de leerlingen in hun werkplan vergeten?



-

Mens en Milieu

2/4 Gebrek aan kalk.

Mezen eten in bossen onder andere rupsen van nachtvlinders. De samenstelling van die rupsen komt overeen met de samenstelling van biefstuk.

Welke stof, behalve water, krijgen de koolmezen bij het eten van die rupsen vooral binnen?

Mens en Milieu

3/4 Gebrek aan kalk.
Zie figuur B 2565 van de bijlage.

De vorm van de snavel van een mees is geschikt voor de manier waarop hij insectenvoedsel verzamelt. In de afbeelding zijn drie snavels van vogels schematisch getekend.

Welke tekening geeft een snavel van een koolmees weer?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

4/4 Gebrek aan kalk.

Door welke van de volgende menselijke activiteiten neemt de kans op verzuring van de bodem van de bossen vooral toe?

1. autorijden,
2. gebruik van spuitbussen met drijfgas,
3. verspreiden van dierlijke mest over de akkers.

Mens en Milieu

Natuurgebieden sluiten.

Vooral in het voorjaar zijn veel natuurgebieden gesloten voor recreanten.

Welk gevolg zou recreatie juist in deze periode hebben voor de omvang van een populatie vogels in zo'n natuurgebied? Geef een verklaring voor je antwoord.

Mens en Milieu

1/2 Milieubeleid van de overheid.

De overheid vraagt veehouders in Oost-Nederland niet teveel mest te verspreiden over hun weilanden. Teveel mest geeft ongewenste effecten voor mens en dier.

Welk ongewenst effect is dat vooral?

Door veel mest te verspreiden

Mens en Milieu

2/2 Milieubeleid van de overheid.

De overheid wil het bouwen van moderne windmolenparken bevorderen. Door de windmolens in die parken wordt elektriciteit opgewekt.

Wat wil de overheid vooral bereiken door het stimuleren van de windmolenparken?

Mens en Milieu

Natuurgebieden sluiten?

Bij het beheer van natuurgebieden wordt overwogen of deze gebieden al dan niet opengesteld moeten worden voor het publiek.
Een biologieleraar vraagt aan zijn leerlingen of openstelling een bedreiging kan vormen voor een natuurgebied.

Leerling 1 zegt: 'Nou dat valt wel mee. Als er maar verharde autowegen zijn naar parkeerplaatsen is er niets aan de hand.'
Leerling 2 zegt: 'Ja, dat kan een bedreiging vormen. Er moeten rustgebieden zijn waar het publiek niet mag komen.'
Leerling 3 zegt: 'Nee, mensen die in een natuurgebied rondzwermen vormen geen bedreiging voor de natuur. Ze maken deel uit van de natuur.'

Welke uitspraak is, of welke uitspraken zijn juist?

Mens en Milieu

Meer paddestoelen.

Het aantal soorten paddestoelen in de Nederlandse bossen neemt geleidelijk aan af. Door het beheer van de bossen te veranderen probeert Staatsbosbeheer nu de verdere afname van het aantal soorten paddestoelen tegen te gaan.
Voorbeelden van maatregelen die men hiervoor zou kunnen nemen, zijn:

1. Het plukken van paddestoelen tegengaan.
2. Kunstmest in een bos strooien.
3. Grote dennenbossen vervangen door bossen waar dennenbomen en loofbomen door elkaar staan.

Welke van deze maatregelen zal of welke zullen een stimulerende invloed op het aantal soorten paddestoelen hebben?

Mens en Milieu

Een zinkfabriek.
Zie figuur B 3567 van de bijlage.

Op de plaats waar vroeger een zinkfabriek stond, ligt nu een park. In de afbeelding zijn voedselrelaties tussen een aantal organismen in het park weergegeven.
Toen de fabriek nog in bedrijf was, is de bodem sterk vervuild met zink. In alle getekende organismen kan zink worden aangetroffen.

In welk van de dieren zal per gram lichaamsgewicht de grootste hoeveelheid zink worden aangetroffen?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

Verzurende stoffen.

In de kranten wordt veel geschreven over de grote hoeveelheid verzurende stoffen die op de Nederlandse bodem terecht komt. Ondanks alle maatregelen is die hoeveelheid nog steeds veel te groot. De grote hoeveelheid verzurende stoffen vormt plaatselijk een bedreiging voor het milieu, net als de aantasting van de ozonlaag en het broeikaseffect.

Neem de volgende tabel over op je antwoordblad en vul hier de antwoorden op de vragen in.
Noem twee stoffen die met de "verzurende stoffen" in de tekst kunnen zijn bedoeld.
Noem bij beide stoffen een verschillende activiteit van de mens waarbij deze stof in grote hoeveelheden ontstaat.

naam "verzurende stof": activiteit waarbij de stof ontstaat:

1 ..................... ............................
2 ..................... ............................

Mens en Milieu

Koolstofdioxide in oceanen.

Onderzoekers hebben berekend dat tot 1780 de productie van koolstofdioxide gelijk was aan de koolstofdioxide-opname door de oceanen. Tegenwoordig wordt er meer koolstofdioxide geproduceerd dan de oceanen aankunnen.

Noem twee voorbeelden van menselijke activiteit waardoor de productie van koolstofdioxide tegenwoordig groter is.

Mens en Milieu

Zeehonden.
Zie figuur B 3372 van de bijlage.

In een verslag is te lezen hoeveel zeehonden in verschillende jaren in een bepaald gebied zijn geteld. Deze resultaten zijn in de grafiek van de afbeelding weergegeven.
In de jaren 70 van de vorige eeuw hadden zeehonden veel te lijden onder milieuvervuiling. Doordat bepaalde maatregelen werden genomen, verbeterde de situatie.

In welke periode bleek dat de genomen maatregelen succesvol waren?

afbeeldingafbeelding

Mens en Milieu

Milieubeleid van de overheid.

De overheid vraagt veehouders in Oost-Nederland niet teveel mest te verspreiden over hun weilanden. Teveel mest geeft ongewenste effecten voor mens en dier.

Welk ongewenst effect is dat vooral?

Door veel mest te verspreiden