Uitscheiding
Urine.
Per liter bevat urine, vergeleken met voorurine
Deze oefentoets bevat 28 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
28
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
HAVO 4, HAVO 5
NVON
cc-by-sa-40
Urine.
Per liter bevat urine, vergeleken met voorurine
Processen.
In de nieren van zoogdieren vinden onder andere de volgende processen plaats:
1. er wordt glucose verbruikt;
2. er wordt glucose geresorbeerd;
3. er worden zouten geresorbeerd.
Welk van deze processen kan of welke kunnen plaatsvinden in de nierkapsels?
Nierwerking.
Bij de mens kan de werking van de nieren worden onderzocht met behulp van de zogenoemde 'clearance-proef. De clearance van een bepaalde stof is de hoeveelheid van die stof die per minuut door de nieren uit het bloed wordt verwijderd en in de urine terecht komt.
Vier stoffen die in de nieren worden gefiltreerd zijn: glucose, keukenzout, ureum en water.
Welke van deze stoffen heeft bij een gezonde persoon een clearance van 0 mg per minuut?
Regulatie.
De samenstelling van het bloed van de mens wordt zo goed mogelijk constant gehouden. Wanneer deze samenstelling dreigt te veranderen kan dat worden tegengegaan doordat:
1. er meer water uit de voorurine wordt gehaald dan normaal;
2. er minder water uit de voorurine wordt gehaald dan normaal;
3. er meer zouten uit de voorurine worden gehaald dan normaal;
4. er minder zouten uit de voorurine worden gehaald dan normaal.
Welke van deze mogelijke reacties gaan het hoger worden van de concentratie opgeloste stoffen in het bloed tegen?
Uitscheiding.
Het is mogelijk dat bij een persoon die normale hoeveelheden koolhydraten eet, toch glucose in de urine aanwezig is.
Een directe oorzaak hiervan is
Diabetes mellitus (suikerziekte).
Voor verschillende stoffen die in het bloed van de mens voorkomen, geldt een zogenaamde nierdrempel. Als de concentratie van een dergelijke stof in het bloed stijgt boven de nierdrempel, gaan de nieren deze stof uitscheiden.
Bij een persoon met een onbehandelde diabetes mellitus wordt in de urine glucose aangetroffen.
Over de nierdrempel worden drie beweringen gedaan:
1. Bij diabetes mellitus is de insulineproductie verlaagd, zodat de concentratie van glucose in het bloed tot boven de nierdrempel kan stijgen.
2 Als de concentratie van glucose in het bloed beneden de nierdrempel blijft, is geen glucose aanwezig in de voorurine.
3. Als de concentratie van glucose in het bloed beneden de nierdrempel blijft, wordt geen glucose vanuit de vloeistof die zich in de nierkanaaltjes bevindt, geresorbeerd.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
Glucosegehalte.
Onder normale omstandigheden is het glucosegehalte in het bloed van de nieraders
1/2 Nieren.
In een krantenartikel over nieronderzoek stond onder andere de volgende tekst.
De tweehonderd gram wegende organen bevatten elk ongeveer een miljoen minuscule filtertjes die dagelijks tweehonderd liter vloeistof filtreren en doorgeven aan piepkleine buisjes. Die zogenaamde tubuli monden uiteindelijk via nierbekken en urineleider uit in de urineblaas. Als alle gefilterde vloeistof direct de blaas in zou lopen, zouden we dagelijks 200 liter urine uit plassen en evenveel vloeistof moeten drinken om niet uit te drogen. Gelukkig wordt meer dan 99% van de vloeistof teruggeresorbeerd in het bloed via de cellen van de tubuli en plassen we uiteindelijk minder dan twee liter uit.
Waar in een nier bevinden zich de miljoen minuscule filtertjes die in de eerste regel worden genoemd?
2/2 Nieren.
Welk van de hormonen ADH, LH en thyroxine heeft rechtstreeks invloed op de mate van terugresorptie van water?
1/3 Een niereenheid.
Zie figuur A 433 van de bijlage.
De afbeelding geeft schematisch een niereenheid van de mens weer met aanvoerende en afvoerende bloedvaten.
Is de eiwitconcentratie het hoogst op plaats 1, 3 of 4?
afbeelding
2/3 Een niereenheid.
Zie figuur A 433 van de bijlage.
Is de ureumconcentratie het hoogst op plaats 1, 2 of 5?
afbeelding
3/3 Een niereenheid.
Bepaalde cellen van een nier verbruiken meer zuurstof dan andere cellen. Twee processen in een nier zijn:
1. vorming van voorurine uit bloed,
2. vorming van urine uit voorurine.
Bij welk of bij welke van deze processen wordt veel zuurstof verbruikt?
1/3 Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen.
Bij de mens bevinden zich in het bloedplasma onder andere aminozuren, glucose, hormonen, koolstofdioxide, ureum en zuurstof.
Van welke van de stoffen glucose, koolstofdioxide, ureum en zuurstof is de concentratie in het bloed in een nierader anders dan die in een nierslagader?
2/3 Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen.
Op een bepaald moment stijgt de concentratie ADH in het bloed.
Wordt door een stijging van de concentratie van ADH de terugresorptie van water in de nieren kleiner, wordt deze groter of heeft deze stijging geen invloed op de terugresorptie van water?
3/3 Samenstelling van de lichaamsvloeistoffen.
Van welke van de stoffen aminozuren, glucose en ureum is de concentratie in de voorurine hoger dan die in de urine?
1/2 Urine-onderzoek.
In het lichaam van de mens bestaat in het bloed een nauwkeurige balans voor allerlei stoffen.
Deze balans is essentieel voor het goed functioneren van het lichaam. De nieren spelen bij het instandhouden van deze balans een belangrijke rol.
Over de rol van de nieren worden de volgende beweringen gedaan:
1. Door de werking van de nieren is er steeds evenveel glucose in het bloed opgelost.
2. Mede door de werking van de nieren schommelt de osmotische waarde van het bloed tussen nauwe grenzen.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist?
2/2 Urine-onderzoek.
Omdat een patiënt bepaalde klachten heeft, laat de arts de urine van de patiënt onderzoeken op de aanwezigheid van de volgende stoffen: eiwitten, glucose, hemoglobine, keukenzout (NaCl) en ureum.
Welke van deze stoffen zal of welke zullen niet of nauwelijks worden gevonden in de urine van een gezonde persoon?
1/2 Zoutbeperkt dieet.
Iemand heeft bepaalde klachten en bezoekt daarvoor een arts.
Hij blijkt een te hoge bloeddruk te hebben. De arts schrijft hem een zoutbeperkt dieet voor.
Daardoor zal de concentratie zout in zijn bloed dalen. De bedoeling van het dieet is dat als gevolg daarvan ook zijn bloeddruk zal dalen.
Van welk van de hormonen ADH, insuline en thyroxine neemt de afgifte af, wanneer de concentratie zout in het bloed afneemt?
2/2 Zoutbeperkt dieet.
Dankzij het dieet daalt de bloeddruk van de patiënt.
Welke van de volgende veranderingen treedt daardoor op in de werking van zijn nieren?
1/3 Nierstenen.
Zie figuur B 2705 van de bijlage.
afbeelding
In de nieren kunnen onder bepaalde omstandigheden opgeloste stoffen uit de urine neerslaan en uiteindelijk zogenaamde nierstenen vormen. Bij een röntgenologisch onderzoek van de nieren spuit de arts röntgencontrastvloeistof in. De röntgencontrastvloeistof is ondoorlaatbaar voor röntgenstralen.
Na toediening van de röntgencontrastvloeistof wordt deze in de nieren aan de voorurine afgegeven en geconcentreerd. Door de contrastvloeistof kunnen delen van de nieren en de afvoerwegen worden gefotografeerd (zie de afbeelding).
Zie volgende scherm
2/3 Nierstenen.
Zie figuur A 582 van de bijlage.
De nieren zelf zijn niet zichtbaar. De arts die deze foto beoordeelt, constateert bij deze patiënt nierstenen die de ingang van een urineleider afsluiten, al zijn deze nierstenen niet op de foto zichtbaar.
De foto is gemaakt met behulp van röntgenstralen die vanaf de buikzijde een fotografische plaat op de rugzijde belichten (zie de afbeelding). De foto wordt daarna opgehangen en bekeken aan de zijde waarop de röntgenstralen terecht gekomen zijn.
Op grond van de foto in de afbeelding concludeert de arts dat de patiënt nierstenen heeft.
Wijst deze foto op nierstenen in de linkernier, in de rechternier of in beide nieren?
afbeelding
1/4 Nefrotisch syndroom.
Lees de tekst hieronder.
December 2008 - Kim Groenveld (16) is op het eerste gezicht een normale puber. En dat is best bijzonder, want Kim lijdt aan het nefrotisch syndroom. Het gaat heel goed met haar, maar haar ziekte is wel altijd aanwezig.
Kun je kort uitleggen wat het nefrotisch syndroom precies is?
"Een nier is eigenlijk een grote filter die bestaat uit allemaal kleine filters. Bij mij zijn sommige kleine filters beschadigd en daardoor komen er afvalstoffen in mijn bloed die er niet horen."
Op welke leeftijd ontdekte je dat je het had?
"Toen ik zeven jaar was, kreeg ik opeens allerlei klachten. Ik kreeg bijvoorbeeld een opgezet oog. De huisarts ontdekte dat ik te veel eiwit in mijn urine had, een teken dat je nieren niet goed werken. Ik moest meteen door naar het ziekenhuis. Ik kreeg medicijnen: prednison en neoral. Na drie weken mocht ik naar huis. Ik weet nog precies het moment dat mijn moeder zei: je mag naar huis, maar je moet medicijnen blijven slikken. Toen dacht ik letterlijk: ik ben dus echt ziek. Het drong toen pas goed tot me door."
Hoe ziet je toekomst eruit?
"Het gaat nu goed met me, maar mijn nier werkt maar voor 20 procent. Dat is een feit waar ik niet omheen kan. Als een nier voor 12 procent werkt moet je aan transplantatie of dialyse gaan denken. We hebben pas geleden de eerste verkennende gesprekken gevoerd over een transplantatie. Mijn vader heeft dezelfde bloedgroep als ik. Hij laat nu onderzoeken of hij mogelijk een nier aan mij kan afstaan. Als dat het geval is, zou ik over twee jaar zijn nier kunnen krijgen. Dat is natuurlijk heel heftig, ook voor mijn vader. Gelukkig kunnen we er thuis goed over praten."
Waar zie je het meest tegenop?
"Mocht ik straks een transplantatie krijgen dan moet ik weer een hoge dosis prednison slikken. Dat ik dan weer zo opgeblazen word, dat vind ik het allerergste. Gek hè? Daar ben ik veel meer mee bezig dan met de vraag of het lukt of niet. Ik hoop gewoon dat ze tegen die tijd een ander medicijn hebben gevonden. Het is misschien niet realistisch, maar ik blijf het hopen."
Zie volgende scherm
2/4 Nefrotisch syndroom.
Zie figuur B 5744 van de bijlage.
Kim zegt: "Een nier is eigenlijk een grote filter die bestaat uit allemaal kleine filters. Bij mij zijn sommige kleine filters beschadigd en daardoor komen er afvalstoffen in mijn bloed die er niet horen."
- Geef de naam van de kleine filters waar Kim het over heeft.
- Leg uit dat de conclusie in haar tweede zin niet geheel juist is.
afbeelding
3/4 Nefrotisch syndroom.
Kim zegt: "De huisarts ontdekte dat ik te veel eiwit in mijn urine had, een teken dat je nieren niet goed werken."
Leg deze uitspraak van Kim met behulp van andere informatie uit de tekst uit.
4/4 Nefrotisch syndroom.
Prednison is een ontstekingsremmer. Een van de bijwerkingen is dat prednison de zoutafgifte van de nieren remt.
Leg uit wat dat te maken heeft met Kim's opmerking dat ze van prednison zo 'opgeblazen' wordt.
Jeugddiabetes.
Zie de figuren A 839 en B 3625 van de bijlage.
In de afbeelding met het schema van de werking van een kunstnier is te zien dat de stroomrichting van de spoelvloeistof tegengesteld is aan die van het bloed (dit heet het tegenstroomprincipe).
Zie figuur B 3625 van de bijlage.
In de afbeelding wordt de afgelegde weg van de bloedstroom en de vloeistofstroom aangegeven met een lijn met pijlen. De concentratie van afvalstoffen is verticaal uitgezet.
Welke afbeelding is juist?
afbeelding
afbeelding