Energieomzetting bij groeiende stier
Energie omzetten.
Welk gedeelte van de door gras opgeslagen energie wordt omgezet in nieuw weefsel door een groeiende stier?
Dat is tussen .
Deze digitale toets richt zich op biologie en ecologie, met onderwerpen zoals energieomzetting, trofische niveaus, en ecologische relaties, en is bedoeld voor studenten die hun kennis over deze thema's willen toetsen en verdiepen. - 20 vragen
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Energie omzetten.
Welk gedeelte van de door gras opgeslagen energie wordt omgezet in nieuw weefsel door een groeiende stier?
Dat is tussen .
Trofisch niveau.
In complexe levensgemeenschappen worden organismen die evenveel schakels van de planten af staan, tot hetzelfde trofische niveau gerekend.
Welke van onderstaande beweringen is juist?
Zeepokken.
In de tabel hieronder zie je de aantallen van twee soorten zeepokken die op een rotskust voorkomen.
afbeelding
Welke factor bepaalt het verschil verspreiding van deze zeepokken?
Een nieuw insecticide.
Een farmaceutisch bedrijf ontwikkelde een nieuw insecticide dat erg giftig is voor muggen die het West Nijl virus dragen. Massale besproeiing gedurende 10 jaar veroorzaakte een sterke reductie van de muggenpopulatie in de eerste 5 jaar en een geleidelijke toename in de muggenpopulatie in de 5 jaar daarna.
Wat is de meest waarschijnlijke verklaring voor dit resultaat?
1/2 Relaties.
In de tabel hieronder over ecologische relaties tussen organismen van verschillende soorten, betekent + een voordeel voor een organisme, - een nadeel en 0 betekent geen effect.
De eerste relatie is al geïdentificeerd als mutualisme, een relatie waarbij beide organismen voordeel hebben.
afbeelding
Welke relatie stelt competitie voor?
Relatie
2/2 Relaties.
afbeelding
Welke relatie komt het minst of helemaal niet voor?
Dat is relatie .
Een biotische factor.
Welk van de volgende voorbeelden laat zien hoe een biotische factor een organisme beïnvloedt?
Mieren en bladluizen.
Bepaalde soorten mieren bewaken planten waarop bladluizen zich voeden. Daardoor worden predatoren geweerd die zich met de bladluizen voeden. Die bladluizen scheiden een zoet sap af waarmee de mieren zich voeden.
Welke term is van toepassing op de relatie tussen mieren en bladluizen?
Bosratten.
In een bos komen twee soorten ratten voor, die concurreren om een bepaald type bessen. De ratten vechten en verwonden elkaar.
Welke conclusie over de bessen is of welke conclusie zijn juist?
Piramide van biomassa.
Zie figuur B 5244 van de bijlage.
Hiernaast zie je een piramide van biomassa.
A is een primaire producent.
Wat is E dan waarschijnlijk?
Een bacterie die is
afbeelding
K- en r-strategen.
Zie figuur B 5245 van de bijlage.
De investering in voortplanting van een plant wordt gedefinieerd als de verhouding tussen de biomassa van de voortplantingsorganen en de totale biomassa.
De figuur hiernaast toont de voortplantingsinspanning van de plantensoorten M en N ten opzichte van de relatieve biomassa van het blad.
Beide soorten planten zich uitsluitend geslachtelijk voort.
Wat is de juiste interpretatie van deze figuur?
afbeelding
1/3 Modelleren van predatorgedrag.
Veel aspecten van het predatorgedrag kunnen wiskundig gemodelleerd worden. In een simpel model neemt men aan dat een predator zich kan voeden met twee soorten prooien, Prooi 1 en Prooi 2 en dat elke prooi die hij tegenkomt ook vangt en opeet.
De variabelen voor deze predator zijn:
Ts
: Totale zoektijd nodig voor zoeken naar de prooien
N1
: Aantal dieren van Prooi 1 tegengekomen per tijdseenheid
N2
: Aantal dieren van Prooi 2 tegengekomen per tijdseenheid
E1
: verkregen energie van een enkel Prooidier 1
E2
: verkregen energie van een enkel Prooidier 2
TH1
: Handelingstijd nodig voor Prooi 1. Dit houdt in doden en consumptie.
TH2
: Handelingstijd nodig voor Prooi 2. Dit houdt in doden en consumptie
Welke formule geeft de opbrengst aan in calorieën per tijdseenheid per gevangen prooi (Prooi 1 en Prooi 2)?
2/3 Modelleren van predatorgedrag.
De totale hoeveelheid verkregen energie E voor de predator zal zijn
3/3 Modelleren van predatorgedrag.
De totale tijd die nodig is om de totale energie E te verkrijgen is
Logistische groei.
Het aantal individuen in een bepaald gebied wordt in het model van logistische groei gegeven door de volgende formule:
dN/dt = rN(K-N)/K
Hierin staat K voor .
Biomassa van een rups.
Samuel wil weten welk gedeelte van het voedsel van een rups in biomassa wordt omgezet. Hij doet een onderzoek en stelt vast dat de rups per dag 2 cm2 aan koolblad verorbert. Om daaruit de biomassa-toename B te berekenen, meet Samuel het gemiddelde drooggewicht van 1 cm2 koolblad, het totale gewicht aan rupsenfeces X, het totale drooggewicht per dag aan rupsenfaeces Y, en het dagelijks door de rups afgegeven gewicht aan CO2 .
Met welke formule kan hij nu de massa aan koolbladeren die per dag wordt omgezet in biomassa rups berekenen?
Een dichtheids-onafhankelijk effect.
Welke van de onderstaande voorbeelden betreft een dichtheids-onafhankelijk effect?
Successie.
Het traditionele concept van successie houdt in dat er een evenwichtssituatie ontstaat: de climax.
Tegenwoordig gaan ecologen niet meer uit van zo'n evenwicht, omdat ze denken dat
Op een onbewoond eiland.
Je strandt op een onbewoond eiland, samen met een koe en heel veel tarwe.
Wat moet je doen om zo lang mogelijk te overleven?
Zeesterren en mosselen.
De zeester Pisaster ochraceous is een veel voorkomende predator in de rotsige getijdengebieden langs de Pacifische kust van Noord-Amerika. De zeester voedt zich voornamelijk met de mossel Mytilus californianus. Bij afwezigheid van de zeester is deze mossel zeer dominant aanwezig, waarbij hij andere soorten wegconcurreert.
Welke bewering over de relatie van het aantal van de in het getijdengebied aanwezige soorten is juist?