Oefentoets Biologie: Evolutie - afstamming_dier | VWO 4/VWO 5/VWO 6

Deze digitale toets over de afstamming en DNA-verwantschap van primaten is ontworpen voor studenten biologie en biedt inzicht in de evolutie van primaten aan de hand van DNA-gegevens en fossiele vondsten. Ontdek hoe DNA-analyse bijdraagt aan ons begrip van de verwantschap tussen soorten zoals mens, chimpansee en gorilla. - 12 vragen

Aantal vragen

12

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 4, VWO 5, VWO 6

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Afstamming en DNA-verwantschap van primaten

1/2 Afstamming primaten..
Zie figuur B 2647 van de bijlage.

In de afbeelding is de mogelijke verwantschap van een aantal primaten weergegeven. De indeling is onder andere gebaseerd op DNA-gegevens.

Leg uit hoe DNA-gegevens gebruikt kunnen worden bij het opstellen van een afstammingsschema zoals in de afbeelding.

afbeeldingafbeelding

Afstamming en DNA-verschillen van primaten

2/2 Afstamming primaten .
Zie de figuren B 2648 en B 2647 van de bijlage.

Het verschil tussen het DNA van de chimpansee, de gorilla, de orang-oetan en de mens is onderzocht. De afbeelding geeft in een driedimensionale figuur weer hoeveel procent het DNA van twee door een lijn verbonden soorten van elkaar verschilt.

Chimpansee, gorilla, orang-oetan en mens worden gerekend tot twee subfamilies.

- Hoe zijn deze primaten volgens de gegevens in afbeelding B 2647 over twee subfamilies verdeeld?
- Leg uit dat de DNA-gegevens van de afbeelding deze indeling ondersteunen.

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Evolutie van het Paard: Fouten Identificeren

Evolutie van het paard.

Welke gebeurtenis trad niet op bij de evolutie van het paard?

Primitieve Vissen en Hun Leefwijze

Primitieve vissen.

Hoe moeten we ons de primitieve vissen uit de oerzeeën voorstellen?

Ontstaan van vogels uit reptielen

Archaeornis.
Zie figuur B 5647 van de bijlage.

Fossielen uit het reptieltijdperk (Jura-Krijt) laten zien dat er toen een dier leefde (de Archaeornis) met een geschubde huid, vleugels, tanden en veren.

Welke theorie over het ontstaan van de vogels wordt ondersteund door deze fossielen?

afbeeldingafbeelding

Aanpassingen van paarden aan steppen

Evolutie van het paard.

Hieronder volgt een aantal kenmerken van paardensoorten:

1. de vergroeiing van spaakbeen en ellepijp;
2. het bezit van spieren in het onderste deel van het been;
3. het bezit van scharniergewrichten bij de middenvoetsbeenderen;
4. het bezit van een ononderbroken glazuurlaag op het kauwvlak van de kiezen.

Welke van deze kenmerken kunnen worden beschouwd als aanpassingen van een paardensoort aan een leefwijze op de steppen?

Evolutie en aanpassing van het paard

Evolutie van het paard.

Fossiel materiaal suggereert dat een dier van slechts 40 cm hoog de voorouder was van het moderne paard dat 1,5 meter hoog is.
Darwin zou dit hebben verklaard door aan te nemen dat in een eindeloos aantal generaties bepaalde dieren overleefden.

Welke dieren?

Resten van amfibieën in rotsstrata

Een serie rotsstrata.

Als in bovenste van een serie rotsstrata (lagen) de resten van de vroegste reptielen zijn gevonden, welke resten kan men dan onmogelijk vinden in de strata daaronder?

De resten van .

Verwantschap en ontwikkeling van fossiele schedels

Drie schedels.
Zie figuur B 5665 van de bijlage.

Hiernaast zijn afgebeeld de schedels van Thylacosmilus, een fossiele buidelsabeltandtijger, Smilodon, een fossiele placentale sabeltandtijger en Aciconyx, de cheeta of het jachtluipaard.

Wat geldt voor de overeenkomst in deze schedels?

afbeeldingafbeelding

Evolutie van landbewonende gewervelden

Evolutie op het land.

De ontwikkeling van de landbewonende gewervelden voltrok zich in het grijze verleden en is zeer ingewikkeld. Toch kunnen we wel een paar verantwoorde veronderstellingen doen.

Welke van de onderstaande veronderstellingen is het meest waarschijnlijk?

Warmbloedigheid bij dinosauriërs

1/2 Warmbloedige dino's?
Zie figuur B 5680 van de bijlage.

Robert Bakker is een van de voorvechters van de hypothese dat de dinosauriërs, zoals de hiernaast afgebeelde Tyrannosaurus en Triceratops, warmbloedig waren. Hij baseert dit onder andere op de aanwezigheid van een hard gehemelte bij deze dieren. Dit harde gehemelte ontbreekt bij de hedendaagse reptielen. Het scheidt de mondholte van de neusholte.

Wat is het voordeel daarvan in verband met warmbloedigheid?

afbeeldingafbeelding

Bewerkingen over het fossiel van Archaeopteryx

Archaeopteryx lithografica.

In het Teylers Museum in Haarlem is een versteend fossiel aanwezig van de oervogel Archaeopteryx lithografica. Dit fossiel werd in 1857 gevonden in een Beierse groeve en wordt geschat op 145 miljoen jaar oud. Het fossiel vertoont de vormen van klauwen, botten van het vleugelgewricht en indrukken van veren.
Drie leerlingen doen bij een bezoek aan het museum beweringen over dit fossiel:

1: in dit fossiel zijn nog organische stoffen afkomstig van de oervogel aanwezig.
2: in het fossiel zijn nog stukken DNA afkomstig van de oervogel aanwezig.
3: uit stukken DNA uit het fossiel kan de basenvolgorde in al de chromosomen van de vogel worden bepaald.

Welke van de beweringen is of welke zijn juist?