Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.
Koolstofdioxidegehalte van de lucht. Zie figuur B 2346 van de bijlage.
Het diagram in de afbeelding geeft de verandering van het koolstofdioxidegehalte van de lucht weer van 1958 tot 1982.
Welke van onderstaande verklaringen voor deze verandering kan of welke kunnen juist zijn ?
I. De verandering wordt vooral veroorzaakt door de toenemende industrialisatie en het drukker wordende verkeer. II. De verandering wordt mede veroorzaakt door grote ontbossingen, waardoor steeds meer woestijn ontstaat.
afbeelding
Broeikaseffect
Broeikaseffect.
Op welke manier zorgen broeikasgassen voor het broeikaseffect?
Broeikaseffect
Een beter milieu.
Twee maatregelen die zijn genomen ten behoeve van een beter milieu, zijn:
1. stimulering van de ontwikkeling van alternatieve energiebronnen; 2. elektriciteitscentrales gebruiken voortaan rookgasontzwavelingsinstallaties.
Welk van deze maatregelen heeft vooral tot doel de uitstoot van koolstofdioxide terug te dringen?
Broeikaseffect
Broeikaseffect.
Is het smelten van het ijs op gletsjers een gevolg van versterking van het broeikaseffect? Heeft platbranden van grote stukken tropisch regenwoud versterking van het broeikaseffect tot gevolg?
afbeelding
Broeikaseffect
Een beter milieu.
Twee maatregelen die zijn genomen ten behoeve van een beter milieu, zijn:
1. ontmoediging van het autogebruik doordat het autorijden duurder is gemaakt; 2. stimulering van de ontwikkeling van zonne-energie en windenergie.
Welke van deze maatregelen heeft (hebben) tot doel de uitstoot van koolstofdioxide terug te dringen?
Broeikaseffect
Broeikasgassen.
Drie gassen in de dampkring zijn koolstofdioxide, waterdamp en zuurstof.
Welke van deze gassen zijn belangrijke broeikasgassen?
Broeikaseffect
Het koolstofdioxidegehalte van de lucht.
Twee ontwikkelingen op aarde zijn:
1. Tropische regenwouden verdwijnen door grootschalige ontbossingen, woestijnen breiden zich uit. 2. De mens verbrandt steeds grotere hoeveelheden aardolieproducten, aardgas, steenkool en hout.
Men verwacht dat op grond van deze twee ontwikkelingen het koolstofdioxidegehalte in de lucht zal stijgen.
Leg dat uit.
Broeikaseffect
Broeikaseffect.
Versterking van het broeikaseffect wordt onder andere veroorzaakt doordat we steeds meer energie gebruiken.
Leg uit waardoor dit toenemend energiegebruik leidt tot versterking van het broeikaseffect.
Broeikaseffect
Broeikaseffect.
Bepaalde gassen in de dampkring zorgen voor het broeikaseffect. Zonder dit broeikaseffect zou de temperatuur op aarde ruim 30°C lager zijn.
Leg uit op welke manier de broeikasgassen in de dampkring zorgen voor het broeikaseffect.
Broeikaseffect
1/4 Tropisch regenwoud.
Het vernietigen van tropisch regenwoud door branden veroorzaakt niet alleen een verlies van natuurlijke rijkdommen en kostbare grondstoffen zoals hout, rubber en oliën. Ook het broeikaseffect kan erdoor worden versterkt. Men gaat ervan uit, dat het broeikaseffect wordt veroorzaakt door stijging van de hoeveelheid koolstofdioxide in de lucht. Verdwijnt het regenwoud door branden, dan komt er veel koolstofdioxide vrij in de lucht. Twee beweringen over het broeikaseffect zijn:
1. Het broeikaseffect wordt versterkt als de hoeveelheid fotosynthese op aarde snel afneemt. 2. Het broeikaseffect wordt versterkt als op de plaats van de verbrande oerwouden weer nieuw oerwoud gaat groeien.
Welke van deze beweringen is of welke zijn juist ?
Broeikaseffect
2/4 Tropisch regenwoud.
Veel tropisch regenwoud verdwijnt doordat men de grote bomen omzaagt. Het hout van de stammen gebruikt men onder andere als 'hardhout' voor deuren en kozijnen.
Uit welk materiaal bestaat dit hardhout vooral ? Welke functie had het deel van de stam dat het hardhout levert ?
Broeikaseffect
3/4 Tropisch regenwoud.
In de tekst staat dat men uit het regenwoud grondstoffen, zoals oliën, kan halen.
Welke delen van planten bevatten in verhouding tot hun massa gewoonlijk de meeste olie ?
Broeikaseffect
4/4 Tropisch regenwoud.
Komt het koolstofdioxide vrij bij de verbranding van de eiwitten van de planten ? En bij de verbranding van de koolhydraten van de planten ? En bij de verbranding van de vetten van de planten ?
Broeikaseffect
1/3 Broeikaseffect. Zie figuur B 3594 van de bijlage.
Wetenschappers hebben ontdekt dat de aarde warmer is geworden. Men denkt dat dit komt door het broeikaseffect. De afbeelding is een lijngrafiek van de temperatuurstijging van de aarde.
Hoeveel is de temperatuur gestegen tussen 1900 en 2000?
afbeelding
Broeikaseffect
2/3 Broeikaseffect.
Koolstofdioxide is één van de gassen in de lucht die het broeikaseffect veroorzaken. Het komt vooral in de lucht door het verbranden van fossiele brandstoffen, zoals steenkolen en aardolie.
Noem twee activiteiten van mensen waarbij fossiele brandstoffen worden verbruikt.
Broeikaseffect
3/3 Broeikaseffect.
In de tabel hieronder is de koolstofdioxide-uitstoot in de wereld weergegeven.
afbeelding
Zie figuur B 3595 van de bijlage.
Zet deze gegevens uit in een staafdiagram. Maak met deze gegevens het staafdiagram af.
afbeelding
Broeikaseffect
1/4 Het koolstofdioxidegehalte van de lucht. Zie figuur B 3426 van de bijlage.
Het koolstofdioxidegehalte van de lucht neemt al jaren toe. In de afbeelding staan de veranderingen sinds 1800 weergegeven. De toename van het koolstofdioxidegehalte in de periode tussen 1800 en 1900 is anders dan de toename tussen 1900 en 2000.
Noem een oorzaak van de stijging van het koolstofdioxidegehalte.
afbeelding
Broeikaseffect
2/4 Het koolstofdioxidegehalte van de lucht.
Wat is het gevolg van de toename van het koolstofdioxidegehalte van de lucht?
Broeikaseffect
3/4 Het koolstofdioxidegehalte van de lucht.
Het koolstofdioxidegehalte van de lucht neemt al jaren toe. In de tabel hieronder staan de veranderingen sinds 1800 weergegeven. afbeelding
Zie figuur A 436 van de bijlage.
Zet de gegevens uit de tabel uit in een lijndiagram op het grafiekpapier in de bijlage.
afbeelding
Broeikaseffect
4/4 Het koolstofdioxidegehalte van de lucht.
Het koolstofdioxidegehalte van de lucht neemt al jaren toe. De toename van het koolstofdioxidegehalte in de periode tussen 1800 en 1900 is anders dan de toename tussen 1900 en 2000.
Noem een oorzaak van de stijging van het koolstofdioxidegehalte.