Oefentoets Biologie: Ademhaling - Bouw/functie | VMBO theoretische leerweg, 4

Deze oefentoets bevat 41 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

41

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VMBO theoretische leerweg, 4

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Ademhaling

Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3507 van de bijlage.

In de afbeelding is het ademhalingsstelsel van de mens schematisch getekend.

Hoe heet deel 3? [invulveld]

Met welk nummer is een bronchie aangegeven? met nummer [invulveld]

Met welk nummer is het deel aangegeven waar stemgeluiden worden geproduceerd? met nummer [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 3507 van de bijlage.

In de afbeelding is het ademhalingsstelsel van de mens schematisch getekend.

Hoe heet deel 7? [invulveld]

Met welk nummer is het strotklepje aangegeven? met nummer [invulveld]

Met welk nummer is een deel aangegeven waar uitwisseling van gassen tussen lucht en bloed plaatsvindt? met nummer [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/3 Ademhaling.
Zie figuur B 2434 van de bijlage.

De tekeningen in de afbeelding geven schematisch enkele delen van de borstkas van de mens weer na een inademing en na een uitademing. Van de talrijke tussenribspieren zijn er maar enkele te zien.

Welk type weefsel bevindt zich op plaats P?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Ademhaling.

Bij een inademing worden de ribben door middel van de buitenste tussenribspieren omhoog en naar buiten getrokken. Bij een diepe uitademing trekken de binnenste tussenribspieren de ribben omlaag.

Welke tussenribspieren trekken samen om het volume van de longblaasjes sterk te verkleinen?

Ademhaling

3/3 Ademhaling.

Op welke manier zijn de ribben met de wervelkolom verbonden?

Ademhaling

1/2 De huig.

In de keelholte van de mens kruisen de luchtweg en de voedselweg elkaar. De huig en het strotklepje zorgen ervoor dat voedsel en lucht op de juiste plaats terechtkomen. Wanneer dit niet goed gebeurt, kunnen we ons verslikken. Wanneer we ons verslikken gaan we hoesten.

Waardoor ontstaat de hoestprikkel?

Ademhaling

1/2 Het middenrif.
Zie figuur A 802 van de bijlage.

Het middenrif speelt onder andere een rol bij de ademhaling. Eén van de organen die door het middenrif heen gaan, is de slokdarm.

In de afbeelding zijn enkele organen aangegeven met een letter.

Met welke letter wordt de slokdarm aangegeven?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Het middenrif.

Naast het middenrif spelen ook de ribben een rol bij de ademhaling.

In welke richting bewegen het middenrif en de ribben zich bij het inademen?

Ademhaling

2/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

Tot welk weefsel behoort de met cijfer 2 aangegeven cel?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

Waar bevat het bloed de meeste zuurstof: bij P, bij Q of bij R?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

Bevat het bloed bij P meer of minder koolstofdioxide dan bij R of evenveel?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

5/5 Een longblaasje.
Zie figuur B 787 van de bijlage.

Welke van onderstaande stoffen bevindt zich in cel 1?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/3 Het middenrif.
Zie figuur B 907 van de bijlage.

Het middenrif van de mens speelt een rol bij de ademhaling. Het bestaat uit een peesplaat met spierweefsel.
Het spierweefsel is bevestigd aan de onderste ribben, aan de onderste punt van het borstbeen en aan de wervelkolom. De afbeelding geeft schematisch de plaats van het middenrif weer.
Het krampachtig samentrekken van de spieren van het middenrif staat bekend als 'de hik'.

Welke van de onderstaande organen gaan door het middenrif?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/3 Het middenrif.

In welke van de volgende situaties stroomt bij een mens lucht de longen in?

Ademhaling

3/3 Het middenrif.

Stroomt er lucht door de luchtpijp als het middenrif omhoog gaat?
En als het middenrif omlaag gaat?

Ademhaling

De luchtpijp.
Zie figuur B 739 van de bijlage.

De figuur stelt een dwarsdoorsnede door de luchtpijp van de mens voor.

Wordt kraakbeen aangegeven door 1 of door 2?
Bevindt P of Q zich aan de rugzijde?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De luchtpijp.
Zie figuur B 3487 van de bijlage.

In de afbeelding zijn de luchtpijp en een deel van de slokdarm van een mens schematisch getekend.

Wordt de luchtpijp aangegeven met P of met Q?
Welk orgaan bevindt zich het dichtst bij de wervelkolom, P of Q?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

De luchtpijp.
Zie figuur B 3514 van de bijlage.

In de afbeelding is een dwarsdoorsnede van de luchtpijp en de slokdarm van een mens schematisch getekend.

Wordt de luchtpijp aangegeven met P of met Q?
Ligt P of ligt Q aan de kant van de wervelkolom?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

Vier typen Longen.
Zie figuur B 2141 van de bijlage.

In de afgebeelde tekeningen (1 t/m 4) staan vier typen longen getekend. Ze bevatten evenveel lucht.

Tijdens een normale ademhalingsbeweging zullen de grootste hoeveelheden gassen uitgewisseld worden door de long uit

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/3 Zuurstofopname.

In de longen wordt zuurstof in het bloed opgenomen.

Door welk deel van het bloed wordt zuurstof vooral opgenomen?

Ademhaling

2/3 Zuurstofopname.
Zie figuur B 3148 van de bijlage.

De hoeveelheid zuurstof die in het bloed kan worden opgenomen, hangt onder andere af van het geslacht en de leeftijd.
Bij een groep ongetrainde mannen en vrouwen heeft men gemeten hoeveel zuurstof het bloed per minuut kan opnemen.
De resultaten van deze metingen zijn weergegeven in het diagram.
Naar aanleiding van de resultaten van dit onderzoek worden twee uitspraken gedaan:

1. De hoeveelheid zuurstof die opgenomen kan worden, neemt af tussen het 12e en 40e levensjaar.
2. Bij mannen (en jongens), ouder dan 15 jaar, kan per minuut meer zuurstof in het bloed worden opgenomen dan bij vrouwen (en meisjes), ouder dan 15 jaar.

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/3 Zuurstofopname.

Lees uit het diagram af hoe groot het verschil is tussen de maximale hoeveelheid opgenomen zuurstof per minuut bij mannen en bij vrouwen van 45 jaar.

Deze hoeveelheid is [invulveld] liter

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Ademhalen.
Zie figuur A 810 van de bijlage.

In de afbeelding is de stand van het middenrif (tekening 1 en 2) en van de ribben (tekening 3 en 4) weergegeven op verschillende momenten tijdens de ademhaling.

Welke tekening geeft de stand van het middenrif weer van iemand die net diep heeft ingeademd?
En welke tekening geeft de stand van de ribben weer op datzelfde moment?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 Ademhalen.
Zie figuur B 3420 van de bijlage.

In de afbeelding is de borstkas getekend op twee verschillende momenten tijdens de ademhaling.

Welke tekening geeft de borstkas weer van iemand die diep inademt?
Zijn op dat moment de middenrifspieren ontspannen of samengetrokken?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/4 Ademhalen en de luchtpijp.

Ademhalen is een levenskenmerk.

Noem nog twee andere levenskenmerken.

Ademhaling

2/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Zie figuur B 3105 van de bijlage.

Bij het ademhalen beweegt het middenrif.

Welke tekening geeft een diepe inademing weer?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

3/4 Ademhalen en de luchtpijp.
Zie figuur B 3106 van de bijlage.

In de afbeelding is de luchtpijp aangegeven.
Rondom de luchtpijp zijn ringen. Deze ringen zorgen ervoor dat de luchtpijp stevig en beweeglijk is.

Uit welk weefsel bestaan deze ringen om de luchtpijp?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

4/4 Ademhalen en de luchtpijp.

Vertakkingen van de luchtpijp komen in de longblaasjes uit.

Wat is de naam van zo'n vertakking die in de longblaasjes uitkomt?

Ademhaling

1/2 De huig.

In de keelholte van de mens kruisen de luchtweg en de voedselweg elkaar. De huig en het strotklepje zorgen ervoor dat voedsel en lucht op de juiste plaats terechtkomen. Wanneer dit niet goed gebeurt, kunnen we ons verslikken. Wanneer we ons verslikken gaan we hoesten.

Waardoor ontstaat de hoestprikkel?

Ademhaling

2/2 De huig.

Wat is daarbij de functie van de huig?

Ademhaling

1/2 De werking van de longen.
Zie figuur A 779 van de bijlage.

Tijdens een les legt een leraar de werking van de longen uit. Hij gebruikt hierbij het apparaat dat in de afbeelding is weergegeven. Door deel P omhoog of omlaag te bewegen, veranderen de ballonnen van grootte. Zie tekening 1 en tekening 2.
De leraar zegt: "Zo lijken deze ballonnen op onze longen".

Waarmee is deel P van het apparaat bij de ademhaling te vergelijken?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

2/2 De werking van de longen.

Een van de tekeningen lijkt op een diepe inademing.

Welke tekening lijkt op een diepe inademing: tekening 1 of tekening 2? Leg uit waaraan je dat in de tekening kunt zien.

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Slijmvlies en trilharen.

Als je inademt, krijg je bacteriën in je luchtwegen. De meeste van deze bacteriën blijven plakken aan het neusslijmvlies. Trilharen in het neusslijmvlies duwen het slijm naar de keelholte. Daar kun je het slijm inslikken.

Het neusslijmvlies zuivert ingeademde lucht.

Wat is een andere taak van het neusslijmvlies?

Ademhaling

2/2 Slijmvlies en trilharen.

Het neusslijmvlies bevat trilharen.

Op welke andere plaats bevinden zich ook trilharen?

Ademhaling

1/3 Het neusslijmvlies.

Met elke inademing komen talloze bacteriën de luchtwegen binnen. De meeste van deze bacteriën blijven plakken aan het neusslijmvlies. Trilharen in de neusholte duwen het slijm met een snelheid van een centimeter per minuut naar de keelholte. Dan wordt het slijm, ongeveer een kopje per dag, ingeslikt.
Het neusslijmvlies zuivert de ingeademde lucht.

Noem nog een andere functie van het neusslijmvlies.

Ademhaling

2/3 Het neusslijmvlies.

Op welke van de volgende plaatsen bevinden zich ook trilharen?

Ademhaling

3/3 Het neusslijmvlies.

Ingeademde bacteriën kunnen ontstekingen in de luchtwegen veroorzaken. Hierdoor kan zich extra veel slijm ophopen en dat kan weer hoesten veroorzaken.
Tijdens het hoesten trekken de buikspieren zich sterk samen.

Gaat het middenrif omhoog of omlaag als de buikspieren zich samentrekken?
Heeft dit inademing of uitademing tot gevolg?

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Een bloedneus.

Een bloedneus ontstaat soms vanzelf. Ook kun je een bloedneus krijgen door een klap tegen je neus.
Aan de binnenkant van de neus bevinden zich veel kleine bloedvaten. Die kunnen gemakkelijk stuk gaan.
Iemand met een bloedneus kan het best eerst de neus snuiten.
Door de neus daarna tien minuten dicht te knijpen, gaat het bloeden meestal over.

Welke taak hebben de bloedvaten aan de binnenkant van de neus vooral?

Ademhaling

2/2 Een bloedneus.
Zie figuur B 3240 van de bijlage.

Bij een bloedneus komt soms een beetje bloed in de mondholte. Je proeft dan de smaak van bloed met je tong.
In de afbeelding is een deel van het hoofd weergegeven, met onder andere de mondholte en de tong.

Wat is de naam van deel P in de afbeelding?

de [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Ademhaling

1/2 Het ademhalingsstelsel.
Zie figuur B 6859 van de bijlage.

In de afbeelding zijn delen van het ademhalingsstelsel te zien.

Met welke letter is een bronchie aangegeven?

afbeeldingafbeelding