Deze digitale toets over ademhaling en het ademhalingsstelsel richt zich op leerlingen in de biologie en biedt vragen over de werking van longen, gassen in longblaasjes en de samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht. Ontdek essentiële concepten en test je kennis met interactieve vragen en diagrammen. - 18 vragen
Aantal vragen
18
Vak(ken)
Biologie
Kerndoel(en)
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
Leerniveau(s)
HAVO 1, HAVO 2, VWO 1, VWO 2
Uitgever
NVON
Copyright
cc-by-sa-40
Ademhaling met een longmachine
Longmachine. Zie figuur A 976 van de bijlage.
Door een gifstof is iemand volledig verlamd. De ademhaling wordt op gang gehouden door een longmachine. Daar ligt het slachtoffer met de borstholte in. Zie afbeelding hiernaast. Er wordt beurtelings lucht uit de longmachine gezogen en weer in de machine geperst.
Als de lucht uit de machine wordt gezogen, ademt het slachtoffer dan in of uit? Het slachtoffer ademt
. En moet de lucht in de machine steeds ververst worden?
afbeelding
Fout in ademhalingsschema corrigeren
Schema ademhaling.
Hieronder zie je een inademingsschema van de buikademhaling, maar er zit een fout in het schema. afbeelding
- In welke regel zit de fout? - Welk woord moet vervangen worden door welk ander woord, om het schema kloppend te maken?
Samenstelling van longlucht in longblaasjes
Longlucht.
In de tabel hieronder staan gegevens over de samenstelling van longlucht, bij inademing en bij uitademing.
afbeelding
De vraag is nu: welke samenstelling heeft de longlucht (gemiddeld) tijdens het verblijf in de longblaasjes? Bevat de lucht in de longblaasjes meer (+), minder (-) of evenveel (0) van het genoemde gas dan in de uitgeademde lucht zit? Van zuurstof . En van koolstofdioxide .
Gassen in de longblaasjes tijdens ademstilstand
1/3 Gassen in de longblaasjes.
Wanneer iemand in rust opzettelijk enige tijd snel en diep heeft adem gehaald, verdwijnt de normale ademprikkel en treedt een kortdurende ademstilstand op.
Wat gebeurt er met de zuurstof-, de koolstofdioxide- en de stikstofspanning in de lucht in de longblaasjes gedurende die ademstilstand? Bedenk dat de ons omringende lucht voor ongeveer 80% uit stikstof bestaat. De zuurstofspanning neemt
.
Koolstofdioxidespanning in de longblaasjes
2/3 Gassen in de longblaasjes.
De koolstofdioxidespanning
.
Stikstofspanning in de longblaasjes
3/3 Gassen in de longblaasjes.
De stikstofspanning
.
Concentratie CO2 na inademing
1/2 Ademhaling. Zie figuur B 4824 van de bijlage.
Hiernaast staat een afbeelding dat een stukje van de longen voorstelt.
nr. 1 is een longblaasje; nr. 2 is een bloedvat; nr. 3 is een aftakking van de luchtpijp. A, B en C zijn plaatsen in de bloedvaten. X en Y zijn plaatsen in de bronchiën.
Waar is direct na inademing de concentratie CO2
(koolstofdioxide = koolzuurgas) het laagst? Dat is op plaats
.
afbeelding
Concentratie O2 bij Inademing
2/2 Ademhaling. Zie figuur B 4824 van de bijlage.
Bekijk het plaatje nog een keer.
Waar is direct na inademing de concentratie O2
(zuurstof) het laagst? Dat is op plaats
.
afbeelding
Samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht
Lucht.
Vergelijk de samenstelling van uitgeademde lucht met die van ingeademde lucht.
Uitgeademde lucht bevat ten opzichte van ingeademde lucht
stikstof,
zuurstof,
koolstofdioxide en
waterdamp.
Buisjes en Ademhaling
Ademhaling. Zie figuur A 977 van de bijlage.
Een leerling ademt in en uit door buisje P. Zie de figuur hiernaast.
Door welk van de testbuisjes A en B zal de ingeademde lucht gaan? Door buisje
afbeelding
Samenstelling van ingeademde en uitgeademde lucht
1/2 Ademhaling.
Jij haalt adem via je longen. De ingeademde lucht is anders van samenstelling dan de uitgeademde lucht. Het zuurstof- en kooldioxidegehalte wordt net buiten je mond gemeten.
Vergelijk dit met de samenstelling van de lucht in je longblaasjes (zie tabel hieronder). afbeelding
P is 14,6%.
Ademhaling en procentuele vergelijking
2/2 Ademhaling.
Bekijk de tabel nog een keer. afbeelding
Q is 4,0%.
Eigenschappen van de luchtpijp
Luchtpijp.
Welk van de volgende beweringen over de luchtpijp is of welke zijn juist?
Besmetting met griepvirus: mond of neus?
Griep.
Griep wordt veroorzaakt door een virus. Als iemand die griep heeft, hoest of niest, kunnen er vochtdruppeltjes met daarin het griepvirus in de lucht komen. Door het inademen van zulke druppeltjes treedt besmetting met het griepvirus op.
Treedt besmetting sneller op bij het inademen door de mond of bij het inademen door de neus? Of maakt het geen verschil?
Bronchie in het ademhalingsstelsel
1/2 Het ademhalingsstelsel. Zie figuur B 6859 van de bijlage.
In de afbeelding zijn delen van het ademhalingsstelsel te zien.
Met welke letter is een bronchie aangegeven?
afbeelding
Beoordeling van beweringen ademhalingsstelsel
2/2 Het ademhalingsstelsel.
Hieronder staan twee beweringen over het ademhalingsstelsel. Geef bij elke bewering aan of deze juist of onjuist is.
In deel P bevinden zich trilhaarcellen. In deel R bevinden zich trilhaarcellen.
Vergelijking van ademhalingsorganen bij dieren
Ademhaling. Zie figuur B 6934 van de bijlage.
Je ziet drie afbeeldingen van dieren in Nederland.
Welke twee dieren hebben hetzelfde type ademhalingsorganen?
afbeelding
Ademhalingsorganen van het nijlpaard
Het nijlpaard. Zie figuur B 6326 van de bijlage.
Overdag zie je vaak alleen maar de ogen en de neusgaten van een nijlpaard boven het water uitsteken. Af en toe sluit het dier de neusgaten en verdwijnt helemaal onder water.
Geef de naam van de ademhalingsorganen van een nijlpaard.