Oefentoets Biologie: Voortplanting | VWO 1/VWO 2/VWO 3 | variant 20

Deze oefentoets bevat 20 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

20

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

VWO 1, VWO 2, VWO 3

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Voortplanting

1/3 Geboorte.
Zie figuur A 853 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier fasen van de geboorte weergegeven.

Schrijf de juiste volgorde van deze fasen van de geboorte op.

De volgorde is [invulveld]. Gebruik deze schrijfwijze (voorbeeld): 1-2-3-4

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Geboorte.

Tijdens de geboorte trekken spieren rond de baarmoeder zich samen.

Wat is de naam van zo'n spiersamentrekking?

Voortplanting

3/3 Geboorte.

Nadat het kind is geboren, vindt de nageboorte plaats.
Hierbij verlaten resten van de navelstreng en de vruchtvliezen het lichaam van de vrouw.

Noem nog een deel dat bij de nageboorte het lichaam van de vrouw verlaat.

De [invulveld]

Voortplanting

1/2 De overgang.

De 'overgang' is de periode rondom het vijftigste levensjaar van een vrouw waarin lichamelijke veranderingen optreden. Zo verandert de werking van de eierstokken doordat de hypofyse minder hormoon gaat afgeven. De ovulatie en de menstruatie treden daardoor eerst onregelmatig op en blijven uiteindelijk helemaal weg.

Kan er in het lichaam van een vrouw in normale situaties bevruchting optreden na de overgang? Leg je antwoord uit.

Voortplanting

2/2 De overgang.

Waar in het lichaam bevindt zich de hypofyse?

Voortplanting

1/2 Menstruatie.

De menstruatiecyclus wordt geregeld door verschillende hormonen.

Welke klier of welke klieren produceren hormonen die de werking van de eierstokken regelen?

Voortplanting

2/2 Menstruatie.

De eierstokken produceren hormonen die de groei van het baarmoederslijmvlies regelen.
Na de menstruatie wordt het slijmvlies van de baarmoeder dikker.

Wat is de functie van dit dikke slijmvlies in de baarmoeder?

Voortplanting

1/4 Vet en de menstruatiecyclus.
Zie figuur B 3179 van de bijlage.

De dikte van de vetlaag in het lichaam van een vrouw wordt onder andere beïnvloed door oestrogenen.
Oestrogenen zijn hormonen die door de eierstokken worden geproduceerd. Onderzoekers hebben een manier gevonden om de dikte van de vetlaag in de dijen op te meten. Vlak voor het begin van de menstruatie blijkt die laag gemiddeld 1 - 2 mm dikker te zijn dan op andere dagen.
Drie weken na het begin van de menstruatie is de vetlaag het dunst.
In de afbeelding zijn enkele organen in de buikholte van een vrouw aangegeven met letters.

Welke letter geeft het orgaan aan dat oestrogenen produceert?

oestrogeenproductie: letter [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/4 Vet en de menstruatiecyclus.

Een bepaalde vrouw wordt ongesteld op 3 mei.

Op welke datum zal de vetlaag in haar dijen waarschijnlijk het dunst zijn?

Voortplanting

3/4 Vet en de menstruatiecyclus.

Door welk orgaan of door welke organen wordt tijdens de menstruatie slijmvlies afgestoten?

Voortplanting

4/4 Vet en de menstruatiecyclus.

Vet wordt niet alleen onder de huid opgeslagen. Enkele organen waarin stoffen worden opgeslagen zijn: lever, pijpbeenderen en spieren.

In welk orgaan of in welke organen wordt vooral veel vet opgeslagen?

Voortplanting

1/2 Gonorroe.

Gonorroe is een geslachtsziekte. Elk jaar behandelen huisartsen steeds meer gonorroe-patiënten. Uit onderzoek blijkt dat mensen minder vaak voorbehoedsmiddelen gebruiken. Hierdoor kan gonorroe zich makkelijker verspreiden.

Welk voorbehoedsmiddel kan het best gebruikt worden om gonorroe te voorkomen?

een [invulveld]

Voortplanting

2/2 Gonorroe.

Bij vrouwen kunnen door gonorroe de eierstokken ontstoken raken. Dit kan onvruchtbaarheid tot gevolg hebben.

Wat is hiervoor de reden?

Voortplanting

1/3 Soa.
Zie figuur B 3241 van de bijlage.

In de afbeelding is informatie weergegeven over besmettingsgevallen van een aantal seksueel overdraagbare aandoeningen in Rotterdam in 2001.
Hieronder staan de belangrijkste kenmerken van een aantal soa's.
afbeeldingafbeelding

Je kunt een soa-besmetting krijgen door het vrijen.

Met welk middel is de kans op zo'n besmetting het kleinst?

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/3 Soa.

Herpes wordt veroorzaakt door een virus.

Noem een andere soa die veroorzaakt wordt door een virus.

Voortplanting

1/2 Soa.

In het verslag van een onderzoeker staat de volgende tabel.

afbeeldingafbeelding

Van welke soa heeft de onderzoeker de meeste patiënten onderzocht?

Voortplanting

2/2 Soa.

Van welke soa is de ziekteverwekker een virus?

Voortplanting

1/2 Prostaat.
Zie figuur B 3850 van de bijlage.

Bij mannen die een prostaat-ontsteking hebben, komt vaak ook een ontsteking van de bijbal voor. Dit komt doordat bacteriën dan via deel P de bijbal bereiken (zie de afbeelding).

Wat is de naam van deel P?

Dit deel heet de/het [invulveld]

afbeeldingafbeelding

Voortplanting

2/2 Prostaat.

Door zo'n ontsteking vermindert de werking van de bijbal.

Wat is de taak van de bijbal?