Oefentoets Biologie: Mitose-meiose | HAVO 4/HAVO 5 | variant 2

Deze oefentoets bevat 79 vragen en is te gebruiken in een toetsplatform dat QTI 3.0 ondersteunt. De opgaven zijn gemaakt door een vakdocent Biologie van de NVON. Ideaal om leerlingen gericht te laten oefenen en hun kennis te toetsen.

Aantal vragen

79

Vak(ken)

Biologie

Kerndoel(en)

VO Kerndoel 31: Processen in de natuur

Leerniveau(s)

HAVO 4, HAVO 5

Uitgever

NVON

Copyright

cc-by-sa-40

Mitose

Celdeling.

Meestal wordt bij organismen het aantal chromosomen in een voortplantingscel voorgesteld door n.

Hoe kan worden aangegeven wat met het aantal chromosomen gebeurt bij de klieving van een zygote?

Mitose

Kerndeling.

Een kern in een bladcel van een bepaalde plant is diploïd.
Enkele delen van deze plant waarin delingen plaatsvinden, zijn:

1. cambium,
2. groeipunten,
3. stuifmeelkorrels,
4. zaadbeginsels.

In welke van deze delen kan deling plaatsvinden van haploïde celkernen?

Mitose

Celdeling.

Meestal wordt bij organismen het aantal chromosomen in een voortplantingscel voorgesteld door n.

Hoe kan worden aangegeven wat met het aantal chromosomen gebeurt bij de deling van cellen van een embryo?

Mitose

Colchicine en mitose.
Zie figuur B 376 en figuur B 377 van de bijlage.

Colchicine is een stof die de mitose in plantencellen beïnvloedt. De afbeelding geeft een normale mitose en een mitose onder invloed van colchicine schematisch weer.
Als resultaat van de abnormale mitose ontstaan cellen met 4n chromosomen in de kern. Als de colchicine is uitgewerkt, kan zo'n kern zich verder gewoon delen door meiose en mitose.
Op de stengeltop van een jonge lelieplant werd een colchicine-oplossing gedruppeld, waardoor alle in die top nieuw gevormde cellen een kern met 4n chromosomen kregen. De cellen van de lager gelegen delen van de plant werden niet beïnvloed.

In de afbeelding B 377 is de jonge plant getekend op het moment van de toediening van colchicine en dezelfde plant een tijd later, terwijl ze volop bloeit.

Op welke van de plaatsen 1, 3 en 4 kunnen cellen met 4n chromosomen in de kern worden aangetroffen?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mitose

Colchicine en mitose.
Zie figuur B 376 en figuur B 377 van de bijlage.

Colchicine is een stof die de mitose in plantencellen beïnvloedt. De afbeelding geeft een normale mitose en een mitose onder invloed van colchicine schematisch weer.
Als resultaat van de abnormale mitose ontstaan cellen met 4n chromosomen in de kern. Als de colchicine is uitgewerkt, kan zo'n kern zich verder gewoon delen door meiose en mitose.
Op de stengeltop van een jonge lelieplant werd een colchicine-oplossing gedruppeld, waardoor alle in die top nieuw gevormde cellen een kern met 4n chromosomen kregen. De cellen van de lager gelegen delen van de plant werden niet beïnvloed.

In de afbeelding B 377 is de jonge plant getekend op het moment van de toediening van colchicine en dezelfde plant een tijd later, terwijl ze volop bloeit.

Bij deze plant komt zowel kruisbestuiving als zelfbestuiving voor.
Na bestuiving wordt in bloem 2 een aantal zaden gevormd.

Hebben de kiemplantjes in deze zaden 3n of 4n chromosomen of kunnen er kiemplantjes met 3n en kiemplantjes met 4n chromosomen voorkomen?


-

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mitose

Celdeling.

Bij een fruitvliegje (2n = 8) worden verschillende delingsstadia van cellen bestudeerd. Er treden geen mutaties op.

Hoeveel chromosomen bevat een cel van een larve van dit fruitvliegje?

Mitose

Mitose.

Bij de anafase van de mitose

Mitose

Mitose.

Bij de anafase

Mitose

Mitose.

Bij de metafase

Mitose

Mitose.

Bij de mitose bestaat een chromosoom nooit uit 2 chromatiden gedurende

Mitose

Mitose.

Bij de mitose worden de chromosomen, die in de lengte zijn gedeeld, uit elkaar getrokken door

Mitose

Mitose.

Bij de mitose zijn geen chromatiden te zien bij de

Mitose

Mitose.

Bij de telofase

Mitose

Kerndeling.

Bij een kerndeling vindt verdubbeling van de chromosomen plaats in de

Mitose

Mitose.

De juiste volgorde in de fasen van de mitose is

Mitose

Mitose.

De kernspoel begint zich te ontwikkelen in de

Mitose

Mitose.

Een nieuwe kernmembraan wordt gevormd in de

Mitose

Mitose.

Gedurende de interfase tussen 2 mitosen is er in de kern

Mitose

Mitose.

Het aantal chromatiden van één chromosomenpaar in de metafase van de mitose bedraagt

Mitose

Mitose.

Het is beslist noodzakelijk dat de chromosomen zich verdubbelen voor de mitose

Mitose

Mitose.

Het stadium waarin iets fout kan gaan bij de verdeling van de chromosomen tijdens de mitose is de

Mitose

Mitose.

I. Bij een gewone celdeling vormen zich altijd spoeldraden, die van de ene pool via het centromeer naar de andere pool lopen.
II. Bij een gewone celdeling is vlak voor het splitsen van de chromosomen in de cel een dubbele set erfelijk materiaal aanwezig.

Mitose

Celdeling.

Onder de microscoop is te zien dat een cel gaat delen als

Mitose

Mitose.

Tijdens de interfase

Mitose

Mitose.

Tijdens welke fasen van de mitose bestaat een chromosoom uit 1 chromatide?

Mitose

Mitose.

We beschouwen een aantal diploïde cellen van een weefsel. Het aantal chromosomen per cel bedraagt 6.
In de interfase, voorafgaande aan de kerndeling, vindt verdubbeling van het erfelijk materiaal plaats.

Na deze verdubbeling bevat elke cel

Mitose

Mitose.

Meestal wordt bij organismen het aantal chromosomen in een voortplantingscel voorgesteld door n.

Hoe kan worden aangegeven wat met het aantal chromosomen gebeurt bij de deling van cellen door mitose?

Mitose

Celdeling.
Zie figuur B 578 van de bijlage.

De microfoto geeft een deel van een doorsnede weer van een worteltop van een hyacint, waar kerndelingen plaatsvinden. Er zijn vier delingsstadia aangegeven.

In welk van de aangegeven stadia is de deling het verst gevorderd?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Mitose.

Een dar (mannelijke bij) is haploïd. Hij ontwikkelt zich uit een onbevruchte cel. Bij de vorming van lichaamscellen en bij de vorming van voortplantingscellen door deze dar komen delingen voor.

Welke delingen komen voor bij een dar?

Mitose

Mitose.
Zie figuur B 2357 van de bijlage.

De figuren in de afbeelding stellen verschillende stadia voor van een chromosoom tijdens de mitose.

In welke volgorde kunnen deze stadia tijdens de mitose optreden?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Celdeling.
Zie figuur B 3061 van de bijlage.

In de afbeelding zijn vier stadia van een gewone celdeling schematisch getekend.

In welk van de aangegeven stadia is de deling het verst gevorderd?

afbeeldingafbeelding

Mitose

1/2 Colchicine.
Zie figuur B 376 en B 377 van de bijlage.

Colchicine is een stof die de mitose in plantencellen beïnvloedt. De afbeelding geeft een normale mitose en een mitose onder invloed van colchicine schematisch weer.
Als resultaat van de abnormale mitose ontstaan cellen met 4n chromosomen in de kern. Als de colchicine is uitgewerkt, kan zo'n kern zich verder gewoon delen door meiose en mitose.
Op de stengeltop van een jonge lelieplant werd een colchicine-oplossing gedruppeld, waardoor alle in die top nieuw gevormde cellen een kern met 4n chromosomen kregen. De cellen van de lager gelegen delen van de plant werden niet beïnvloed.

In de afbeelding B 377 is de jonge plant getekend op het moment van de toediening van colchicine en dezelfde plant een tijd later, terwijl ze volop bloeit.

Op welke van de plaatsen 1, 3 en 4 kunnen cellen met 4n chromosomen in de kern worden aangetroffen?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Mitose

2/2 Colchicine.

Bij deze plant komt zowel kruisbestuiving als zelfbestuiving voor.
Na bestuiving wordt in bloem 2 een aantal zaden gevormd.

Hebben de kiemplantjes in deze zaden 3n of 4n chromosomen of kunnen er kiemplantjes met 3n en kiemplantjes met 4n chromosomen voorkomen?

Mitose - meiose

Mitose - meiose.

afbeeldingafbeelding

In bovenstaande tabel worden met de cijfers I, II, III, IV en V al of niet bestaande menselijke cellen in deling aangegeven. In de tabel staat bovenaan het aantal chromosomen in de profase van een deling en daaronder het aantal chromosomen in de telofase van dezelfde deling.
Tussen haakjes staat steeds vermeld uit hoeveel chromatiden elk chromosoom bestaat.

afbeeldingafbeelding

Welke delingen behoren in de open vakjes van de tabel te worden ingevuld?


-

Mitose - meiose

Mitose - meiose.
Zie figuur B 263 van de bijlage.

Figuur 1 stelt een stadium voor uit de mitose van een diploïde cel (2n = 38) van een bepaalde plant.
Figuur 2 stelt een stadium voor uit de meiose (reductiedeling) van deze plant.
Op de omcirkelde plaatsen bevinden zich chromosomen. Er heeft geen mutatie plaatsgevonden.

Is het aantal chromosomen op plaats 1 even of oneven?
En op plaats 2?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose - meiose.

In het lichaam van de mens komen mitoses en meioses (reductiedelingen) voor.

Welke komen voor in de testes?
Welke komen voor in het rode beenmerg?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose of meiose?
Zie figuur B 72 van de bijlage.

De tekeningen stellen stadia van mitose en/of meiose in cellen van een mug voor.
Deze stadia kunnen in één en dezelfde mug voorkomen.

Welk stadium komt of welke stadia komen bij de meiose in deze mug voor?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose - meiose.
Zie figuur B 486 van de bijlage.

In het schema zijn in willekeurige volgorde twee stadia weergegeven van hetzelfde delingsproces in een cel van een diploïd organisme.

Geeft het schema stadia weer van een mitose of van een meiose?
Hoe groot is het diploïde aantal chromosomen van deze cel?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Mitose - meiose.

In het lichaam van een man komen onder andere voor: spermacellen, spiercellen en zenuwcellen.

Welke hiervan bezitten twee geslachtschromosomen per kern?

Mitose - meiose

Een testisbuisje.
Zie figuur B 1403 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een doorsnede van een deel van de testis van een volwassen man weergegeven. De doorsnede van een testisbuisje is volledig zichtbaar.

Vindt in zo'n testisbuisje alleen meiose plaats, alleen mitose of vinden beide typen deling plaats?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Celdelingen.

Drie delingsprocessen zijn: meiose I, meiose II en mitose. Voorafgaand aan een celdeling ontstaan identieke chromatiden door verdubbeling van een chromosoom. Eén chromosoom bestaat dan uit twee chromatiden. Er wordt aangenomen dat geen crossing-over optreedt.

Tijdens welke van de genoemde celdelingen kunnen deze identieke chromatiden van elkaar worden gescheiden?

Mitose - meiose

Kerndelingen.
Zie figuur B 3054 van de bijlage.

In de afbeelding zijn twee stadia van delingen van kernen van zoogdiercellen afgebeeld.
Over deze afbeelding worden de volgende beweringen gedaan.

1. Tekening P geeft een stadium weer van de mitose en tekening Q geeft een stadium weer van de meiose in twee verschillende cellen van dezelfde diersoort.
2. Tekening P en tekening Q geven twee opeenvolgende stadia weer van de meiose van een cel van dezelfde diersoort.
3. Tekening P en tekening Q geven beide een stadium weer van de mitose, maar in cellen van twee verschillende diersoorten.

Welke bewering kan of welke beweringen kunnen juist zijn?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

Chromosomen.

Bij een fruitvliegje (2n = 8) worden verschillende delingsstadia van cellen bestudeerd. Er treden geen mutaties op.

Komen in de meiose-I chromosomen voor die uit één chromatide bestaan?
En in de meiose-II?

Mitose - meiose

1/4 De bouw en werking van chromosomen.
Zie figuur C 340 van de bijlage.

In de afbeelding staat informatie over het menselijke genoom en de bouw van een DNA-molecuul.

Hoeveel DNA-moleculen komen voor in het getekende chromosoom?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

2/4 De bouw en werking van chromosomen.
Zie figuur C 340 van de bijlage.

Het in de afbeelding getekende chromosoom is tijdens de deling zichtbaar met een lichtmicroscoop als de cel wordt behandeld met een kleurstof.

Hoe komt het dat in niet-delende cellen een chromosoom na behandeling met de kleurstof niet zichtbaar is?

afbeeldingafbeelding

Mitose - meiose

3/4 De bouw en werking van chromosomen.

In een krantenartikel wordt opgemerkt dat de spierziekte myotone dystrofie veroorzaakt wordt door één gen. Mensen die drager van dit gen zijn, vertonen de ziekte niet.

Hoe vaak komt bij een drager in een lichaamscel in de G1-fase van de celcyclus, het allel (m) dat leidt tot myotone dystrofie voor en hoe vaak het allel (M) dat leidt tot gewone spieren?

Mitose - meiose

4/4 De bouw en werking van chromosomen.

Een diploïde menselijke cel bevat 23 chromosomenparen. De chromosomen die tot één paar behoren zijn niet identiek, ze vertonen vele verschillen.

Geef hiervoor een verklaring.

Mitose - meiose

1/3 Mutatie.

Biologen onderscheiden twee typen mutatie: somatische en erfelijke mutatie. Somatische mutatie komt alleen voor in lichaamscellen. De mutantgenen die daarbij ontstaan, kunnen dus verder voorkomen in alle cellen die door deling uit die lichaamscellen zijn ontstaan. Erfelijke mutatie vindt plaats in gameten of in cellen waaruit gameten ontstaan. De mutantgenen die daar het gevolg van zijn, kunnen van generatie op generatie worden doorgegeven.

Een leerling leest de volgende bewering:
"Mutatie is vaak het gevolg van fouten tijdens de verdubbeling van het DNA en soms het gevolg van fouten tijdens de kerndeling."

Geldt deze bewering uitsluitend voor erfelijke mutatie, uitsluitend voor somatische mutatie of voor beide typen mutatie?

Mitose - meiose

2/3 Mutatie.

Leerlingen die een literatuuronderzoek willen doen naar het optreden van mutatie tijdens kerndelingen, formuleren voor hun onderzoek de volgende hypothese:
"Gemiddeld genomen is de kans dat mutatie optreedt tijdens de vorming van gameten groter dan de kans dat er mutatie optreedt tijdens de vorming van lichaamscellen."

Leg uit dat een verschil tussen het aantal kerndelingen dat nodig is voor de vorming van een lichaamscel en het aantal dat nodig is voor de vorming van een gameet, deze hypothese ondersteunt.

Mitose - meiose

3/3 Mutatie.

Men zoekt naar mutatie in cellen van de volgende organen:

1 baarmoeder
2. eierstok
3. lever
4. zaadbal
5. zaadblaasje

In welke van de genoemde organen kan er sprake zijn van somatische mutatie?

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 649 en figuur B 650 van de bijlage.

In deze figuur is de kern van een cel uit een voortplantingsorgaan weergegeven vóór de reductiedeling.

Welke van de figuren is dan een juiste weergave van de kern ná de reductiedeling?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur A 80 van de bijlage.

De figuren stellen stadia voor van kerndelingen van cellen uit hetzelfde organisme.

Welke van de figuren stellen een fase van de meiose voor en wat is het aantal chromosomen in diploïde cellen van het individu?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.

In welk van onderstaande schema's wordt aangegeven wat er met het aantal chromosomen gebeurt tijdens de meiose II?

Meiose

Meiose.

I. In de meiose I liggen de chromosomen gepaard; elk paar geeft een chromosoom af aan elke pool.
II. In de meiose II wordt elk chromosoom in de lengterichting gesplitst; elk deel gaat naar een afzonderlijke pool.

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 2515 van de bijlage.

Bij gewervelde dieren vindt de vorming van vrouwelijke voortplantingscellen plaats volgens één van de afgebeelde schema's.

Welk schema is het juiste?

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 332 van de bijlage.

In een preparaat van een bepaald weefsel van een plant wordt een delingsstadium aangetroffen, zoals aangegeven in de tekening.

In welk soort organen kan dit weefsel worden gevonden en wat is het aantal chromosomen in een bladcel van deze plant?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 499 en figuur B498 van de bijlage.

Het schema stelt de drie chromosomenparen uit een zygote van een bepaalde diersoort voor.
In de voortplantingsorganen van een mannelijk dier van deze soort ondergaan spermamoedercellen meiose I en II.

In welk schema in figuur B 498 zijn de chromosomen die zich na de meiose II in één kern bevinden, juist weergegeven?

afbeeldingafbeeldingafbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.

In een bepaalde eicelmoedercel van de mens treedt tijdens de meiose I een mutatie op in één van de aanwezige chromatiden. Uit deze eicelmoedercel ontstaat één eicel die gaat rijpen.

Hoe groot is de kans dat de bij de beschreven mutatie ontstane erfelijke informatie in de rijpe eicel zal voorkomen?

Meiose

Meiose.

Bij een fruitvliegje (2n = 8) worden verschillende delingsstadia van cellen bestudeerd. Er treden geen mutaties op.

Komen in de meiose I chromosomen voor die uit één chromatide bestaan?
En in de meiose II?

Meiose

Meiose.

De kern van een stuifmeelkorrel bevat 36 chromosomen.

Hoeveel chromosomen zitten er dan in de kern van een opperhuidcel van die plant?

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 518 van de bijlage.

Het schema stelt een stadium voor van de meiose van een cel van een diploïd organisme.

Is dit een stadium van meiose-I of meiose-II?
Is n bij dit organisme 2 of 4?

afbeeldingafbeelding

afbeeldingafbeelding

Meiose

DNA.
Zie figuur B 1380 van de bijlage.

In de testes van een man vindt meiose plaats. In de afbeelding is verkort en schematisch het verloop van de meiose I en II weergegeven, waarbij slechts twee chromosomen zijn getekend.
In de testes bevinden zich behalve cellen die meiose ondergaan, diverse andere typen cellen, in verschillende stadia van ontwikkeling. Van de volgende vier cellen die zich in de testes bevinden, worden de DNA-gehaltes met elkaar vergeleken:

1. een cel tijdens metafase I,
2. een cel tijdens metafase II,
3. een hormoonproducerende cel, direct nadat deze is ontstaan,
4. een spermacel, direct nadat de staart is ontstaan.

Welke van de genoemde cellen 1 t/m 4 van deze man bevat de grootste hoeveelheid DNA?

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.

Reductiedeling vindt plaats in

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 652 van de bijlage.

In de figuur staan schematisch getekend telkens twee stadia van de meiose (fig. 1 t/m 4).

In welke figuur is de meiose op de juiste manier weergegeven?

afbeeldingafbeelding

Meiose

Meiose.
Zie figuur B 3740 van de bijlage.

Het schema stelt een stadium voor in de meiose van een organisme Q, waarbij n = 2.
Over dit schema worden de volgende uitspraken gedaan:

1. indien chromosoom 1 afkomstig is van de vader van individu Q, dan is chromosoom 2 afkomstig van de moeder van individu Q;
2. chromosomen 1 en 2 kunnen afkomstig zijn van de vader van Q en de chromosomen 3 en 4 van de moeder van Q;
3. bij het uiteen wijken van de chromosomen gaat chromosoom 1 naar de ene pool en chromosoom 2 naar de andere pool;
4. bij het uiteen wijken van de chromosomen gaan de chromosomen 1 en 2 naar de ene pool en de chromosomen 3 en 4 naar de andere pool.

Welke uitspraken zijn juist?

afbeeldingafbeelding

Meiose

Spermacellen.

In een bepaalde spermamoedercel van een man vindt een mutatie plaats. Bij het begin van de meiose I van deze spermamoedercel bevindt de veranderde erfelijke informatie zich in één van de aanwezige chromatiden. Uit deze spermamoedercel ontstaan vier spermacellen.

In hoeveel van deze spermacellen komt als gevolg van deze mutatie gewijzigde erfelijke informatie voor?

Meiose

Stuifmeelkorrels bij een maïsplant.

Bij maïsplanten komt een dominant allel R voor dat de vorming van zetmeel in rijpende stuifmeelkorrels bepaalt. Wanneer het allel R in de stuifmeelkorrels ontbreekt, bevatten deze geen zetmeel.
Stuifmeel van een maïsplant met genotype Rr wordt onderzocht op de aanwezigheid van zetmeel.

Hoeveel procent van de rijpe stuifmeelkorrels van deze maïsplant bevat zetmeel?

Mitose en meiose

Cellen in deling.

In de tabel hieronder worden met de cijfers I, II, III, IV en V al of niet bestaande menselijke cellen in deling aangegeven.
afbeeldingafbeelding

In die tabel staat bovenaan het aantal chromosomen in de profase van een deling en daaronder het aantal chromosomen in elke dochtercel in de telofase van dezelfde deling. Tussen haakjes staat steeds vermeld uit hoeveel chromatiden elk chromosoom bestaat.

Welke delingen horen in de alternatieven hieronder te worden ingevuld?

Mitose

Organen.
Zie figuur B 1352 van de bijlage.

De afbeelding geeft schematisch de ligging van enkele organen in het bekken van een vrouw weer. Een aantal organen is met cijfers aangegeven.

In weefsels van welk of, van welke van de organen 1, 2 en 3 komt mitose voor?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Biologische bestrijding.
Zie figuur A 510 van de bijlage.

Bij sluipwespen komt het geslacht anders tot stand dan bij mensen. Het vrouwtje slaat na paring met een mannetje de spermacellen op. Sommige eicellen worden bevrucht, andere niet. Uit bevruchte eicellen ontstaan vrouwtjes, uit onbevruchte eicellen ontstaan mannetjes. Mannetjes zijn altijd haploïd.

In het cytoplasma van cellen van sluipwespen kunnen Wolbachia-bacteriën voorkomen. Onder invloed van deze Wolbachia-bacteriën verloopt de eerste mitose van een zich ontwikkelende onbevruchte eicel abnormaal.
Hierdoor wordt de cel diploïd. Alle latere celdelingen verlopen normaal.

Geef aan welke afwijking in de eerste mitose optreedt.

afbeeldingafbeelding

Mitose

De Kardinaalsmuts.
Zie figuur B 2698 van de bijlage.

Tekst:
Planten en dieren in het duingebied onderhouden verschillende voedselrelaties met elkaar, maar de Kardinaalsmuts weet wel erg veel eindjes aan elkaar te knopen.[...]
In de winter wordt de kardinaalsmuts geschild door konijnen die de bast tot konijnenhoogte afknagen waardoor er een witte kale stam overblijft. Ook dat overleeft de plant door de aanmaak van nieuwe vaatbundels uit diep in het hout gelegen groeiweefsel.

Ontstaan de cellen voor de vorming van de nieuwe vaatbundels bij een kardinaalsmuts door meiose of door mitose?
En de cellen van het vruchtvlees?

Celcyclus

Platina tegen kanker.

In 1996 werd bij de Amerikaanse wielrenner Lance Armstrong zaadbalkanker geconstateerd, met uitzaaiingen naar de longen en de hersenen. Dankzij chemotherapie met een platinaverbinding genas hij. Hij won in 1999, 2000, 2001 en 2002 zelfs de Tour de France.
De onderzoeker Rosenberg stelde vast dat bacteriën in aanwezigheid van een platinaverbinding stoppen met delen, maar wel uitgroeien tot reuzencellen. Vervolgens onderzocht hij die platinaverbinding op anti-tumoractiviteit. Bepaalde tumoren blijken inderdaad zeer gevoelig voor die platinaverbinding.

Rosenberg ontwikkelde op grond van zijn onderzoek bij bacteriën een hypothese over de invloed van de platinaverbinding op een bepaald onderdeel van de celcyclus.

Formuleer die hypothese.

Meiose

Een chromosomenportret.
Zie figuur B 1445 van de bijlage.

Bij een bepaalde persoon P wordt onderzoek gedaan naar het aantal chromosomen per lichaamscel. Hiertoe worden lichaamscellen buiten het lichaam gekweekt en tot deling aangezet. Van een delingsfase worden foto's gemaakt. De chromosomen die op een geslaagde foto zichtbaar zijn, worden uitgeknipt en in paren opgeplakt.
Zo ontstaat een chromosomenportret dat in de afbeelding schematisch is weergegeven.
In het chromosomenportret van P wordt een afwijking geconstateerd, terwijl het chromosomenportret van beide ouders normaal is.

Twee beweringen zijn:

1. Deze afwijking is ontstaan bij de vorming van de eicel waaruit, na bevruchting door een spermacel, P is ontstaan.
2. Deze afwijking is ontstaan bij de vorming van de spermacel waaruit, na versmelting met een eicel, P is ontstaan.

Kan bewering 1 een verklaring zijn voor het afwijkende chromosomenportret van P?
En bewering 2?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Een chromosomenportret.

In het chromosomenportret van de persoon in de afbeelding wordt een afwijking geconstateerd, terwijl het chromosomenportret van beide ouders normaal is.

Een lichaamscel van persoon P deelt zich en vormt nieuwe lichaamscellen.

Welke geslachtschromosomen zullen zich in de nieuw gevormde lichaamscellen bevinden?

afbeeldingafbeelding

Mitose

Erfelijkheidsonderzoek vóór de geboorte.

Tegenwoordig kan de aanwezigheid van een groot aantal erfelijke afwijkingen al vóór de geboorte van een kind worden vastgesteld. Daartoe worden cellen van het embryo verzameld. Deze cellen worden verder gekweekt.
De chromosomen in de gekweekte cellen worden geteld en verder onderzocht. Daarbij kan ook het geslacht worden vastgesteld. Bovendien is het mogelijk de stofwisseling van de embryonale cellen op afwijkingen te testen.
Om een karyogram te maken, worden foto's van microscopische preparaten van cellen gemaakt.

Welke van de volgende voorwaarden geldt voor de cellen die hiervoor worden gebruikt?

Mitose en Meiose

Een testisbuisje.
Zie figuur B 1403 van de bijlage.

In de afbeelding is schematisch een doorsnede van een deel van de testis van een volwassen man weergegeven.
De doorsnede van een testisbuisje is volledig zichtbaar.

Vindt in zo'n testisbuisje alleen meiose plaats, alleen mitose of vinden beide typen deling plaats?

afbeeldingafbeelding