Osmotische waarde van suiker en zetmeel
Twee erlenmeyers.
Men heeft twee erlenmeyers: één met 10 gram suiker in 100 ml water en één met 10 gram zetmeel in 100 ml water.
Welke uitspraak over de vloeistoffen in de twee erlenmeyers is juist?
Deze digitale toets over osmotische processen en hun effecten op cellen is gericht op studenten biologie en biedt inzicht in de werking van osmotische waarde, plasmolyse en de reacties van plantencellen op verschillende oplossingen. Test je kennis met uitdagende vragen en praktische toepassingen in de biologie. - 20 vragen
20
Biologie
VO Kerndoel 31: Processen in de natuur
VWO 4, VWO 5, VWO 6
NVON
cc-by-sa-40
Twee erlenmeyers.
Men heeft twee erlenmeyers: één met 10 gram suiker in 100 ml water en één met 10 gram zetmeel in 100 ml water.
Welke uitspraak over de vloeistoffen in de twee erlenmeyers is juist?
Osmometer.
In een osmometer, waarvan de membraan alleen doorlatend is voor water, bevindt zich een 1% Naoh-oplossing en buiten de osmometer bevindt zich een 1% KOH-oplossing.
De atoommassa van H = 1, van O = 16, van Na = 23 en van K = 39.
Onmiddellijk na het inzetten zal in deze opstelling
Een turgescente plantencel.
Een turgescente plantencel verkeert in evenwicht met zijn hypotonische omgeving. Deze cel wordt nu overgebracht naar een isotonische omgeving.
Wat gebeurt er met de cel?
Bladcellen.
Wanneer men levende plantenbladeren in een hypertonische oplossing legt, zullen binnen de cellen van deze bladeren
Vers aardappelstaafje.
Een staafje, gesneden uit een verse aardappel, wordt in een 10% sacharose-oplossing gelegd.
Na een uur wordt het staafje gemeten en gewogen.
Wat is er met het staafje gebeurd?
Het is
geworden.
Plasmolyse.
Wat zit er bij een geplasmolyseerde cel in een zoutoplossing tussen de celmembraan en de celwand?
Daar zit
.
Grensplasmolyse.
Als een cel in grensplasmolyse verkeert, is
Menselijk bloed.
Menselijk bloed heeft een concentratie aan opgeloste stoffen die vergelijkbaar is met een 0,9% NaCl-oplossing.
Infuusvloeistof moet eenzelfde concentratie hebben. Een verpleegster heeft de beschikking over een fles met 1L 10% NaCl-oplossing. Zij heeft echter 5L infuusvloeistof nodig.
Wat moet ze bij elkaar doen om die 5L te verkrijgen?
Transport van water.
Wordt water in het algemeen actief door membranen getransporteerd?
En is voor watertransport energie van de cel nodig?
Osmose in een plantencel.
Als de zuigkracht en de osmotische waarde van een cel respectievelijk 1.5 en 5.3 zijn, dan
Plantencellen in een oplossing.
Men brengt een preparaat van een levend plantaardig weefsel in water waarin een niet giftige stof is opgelost. na een half uur blijkt de helft van de cellen een begin van plasmolyse te vertonen. De andere helft ziet er normaal uit.
Wat mag men nu concluderen?
Twee plantencellen.
Zie figuur B 5068 van de bijlage.
Van twee plantencellen met een gelijke osmotische waarde werd nagegaan hoe de turgordruk veranderde indien deze cellen op tijdstip t = 0 vanuit een isotonische oplossing overgebracht werden in gedestilleerd water (zie afbeelding hiernaast). De resultaten staan in de afbeelding.
Wat valt er uit de grafiek af te leiden?
afbeelding
Aardappelcellen.
Zie figuur B 5069 van de bijlage.
In een onderzoek naar de reactie van aardappelcellen op verschillende concentraties van een NaCl-oplossing kwam een onderzoeker tot nevenstaand diagram. De grafieken I t/m III hebben respectievelijk betrekking op de osmotische waarde van het celvocht, de zuigkracht en de wanddruk.
Uit de grafieken valt op te maken dat het celmembraan zal loslaten van de celwand (grensplasmolyse), zodra het celvolume minder wordt dan %.
afbeelding
Appeldobbelsteentjes.
Uit het vruchtvlees van een appel snijden we drie dobbelsteentjes. Als we ze meteen weer in de achtergebleven openingen zouden terugplaatsen, zouden ze precies passen.
Maar eerst behandelen we de dobbelsteentjes als volgt:
-blokje A leggen we in gedestilleerd water;
-blokje B leggen we in een zoutoplossing die hypertonisch is t.o.v. het celvocht;
-blokje C leggen we in een zoutoplossing die isotonisch is t.o.v. het celvocht.
Als we nu na een uur de blokjes proberen terug te plaatsen in de appel, blijkt dat
Cel in zout.
Men legt een plantencel in 10 ml zoutoplossing. Deze cel ondergaat plasmolyse. Na verloop van tijd blijkt de cel gedeplasmolyseerd te zijn.
Deze deplasmolyse wordt veroorzaakt doordat
Vochtafgifte bij zoetwaterprotozoën.
Het verband tussen de vochtafgifte van een soort die behoort tot de zoetwaterprotozoën en de concentratie van het omringende medium werd onderzocht door een aantal diertjes in verschillende concentraties te brengen.
De resultaten zijn afgebeeld in de tabel hieronder.
afbeelding
Wat is de juiste conclusie die je op grond van die resultaten kunt trekken?
Pekel op de weg.
Pekel op de weg is slecht voor de plantengroei doordat
Opname van water en zuurstof.
Een in zoet water levend eencellig organisme neemt uit zijn omgeving zowel water als zuurstof op.
De opname van water geschiedt door en die van zuurstof door .
Paardenbloem.
Men splijt de steel van een paardenbloem in vier stukken. Deze krommen zich met de opperhuid aan de holle zijde.
Nu worden twee van die stukken in water gelegd en de andere twee in een sterke zoutoplossing.
Wat zal er gebeuren?
In water
. In zoutoplossing
.
Roodkleuring.
Zie figuur B 5090 van de bijlage.
In nevenstaande proefopstelling wordt de inhoud van de reageerbuis gaandeweg steeds verder naar boven rood gekleurd.
Het voortschrijden van de verkleuring is een maat voor de snelheid
afbeelding